Duivensport De grootste duivenbeurs in België moet zonder duiven plaatsvinden: vogelgriep. Maar dat is niet de enige uitdaging waar de bakermat van de duivenmelkerij mee kampt. „Een goede duif, die koop je niet, die krijg je. En als je hem wel koopt, dan moet je de melker erbij kopen.”
De grootste duivenbeurs van België, Fugare, moest het deze editie zonder duiven doen.
Khalid Benali (44) had zich verheugd op inspiratie. Op de beurs in het West-Vlaamse Kortrijk worden normaal bijzondere duiven aangeboden, zeker een paar honderd. De duivenmelker had er waarschijnlijk geen gekocht, want hij heeft al te veel duiven (zeventig), en bovendien kunnen duiven enorm duur zijn, geld dat hij niet wil en kan uitgeven. Maar toch: het is zijn eerste keer op de beurs en hij was benieuwd hoe ze tentoongesteld zouden worden, hij had ze wel willen vergelijken met zijn eigen duiven. Maar ze zijn er niet.
Het komt door vogelgriep. Die is een paar kilometer verderop uitgebroken op een kalkoenenbedrijf in Deerlijk, begin januari. Gevolg: de 26.000 kalkoenen moeten worden doodgemaakt, en in een straal van tien kilometer mogen vogels zich niet verzamelen. Duiven die in de buurt gehouden worden moeten opgehokt blijven.
En de grootste duivenbeurs van België, Fugare, moet dus zonder duiven doorgaan. Het is, zegt mede-organisator Guillaume Vanneste, wel een beetje alsof je het hart weghaalt. Ook de grote duivenbeurs in het Nederlandse Houten, eind deze maand, moet vanwege vogelgriep zonder duiven plaatsvinden, bevestigt de organisatie. Het wedstrijdseizoen begint pas in april, maar als de problemen zich doorzetten, zou dat een „ramp” kunnen zijn voor de sport, zegt de Koninklijke Belgische Duivenliefhebbersbond.
Wat er over blijft, zonder duiven? Best veel. Duivenmelker Filip Depraetere (72), eigenaar van ongeveer 300 duiven – „dat is niet zó veel hoor” – is hier gewoon om nieuw voer te kopen. Goed voer kan het verschil maken tussen winnen en verliezen.
Duivenvoerbedrijf Paloma (‘the only way to perfection‘) verkoopt een detox-mix in grote emmers. Veel stands bieden duivenvoedingssuplementen aan. Elders wordt met een reclameposter van een duif in een coureurspak een pigeon arrival system aangeprezen. Schuin daartegenover: een stand voor een app waarvan de makers beloven dat het een ‘virtuele hokassistentie is’, één die eigenlijk alles kan: administratie van duivenparen bijhouden, snelheidsberekeningen, racegeschiedenis, luchtafstandsberekening.
De duivensport is duur en high-tech geworden. Maar dat hoeft het niet te zijn, zegt Dany Vandenberghe, voorzitter van de Koninklijke Belgische Duivenliefhebbersbond. „We vergeten nog wel eens dat het een hobby is”, het mag ook sober en eenvoudig. Die hoge kosten, dat ingewikkelde, dat schrikt mensen af.
Als je eraan begint, heb je iemand nodig die je op weg helpt. Benali heeft Bernard Cleenewerck (75), zijn duivenmentor. Ze zitten samen aan een tafeltje in de grote grijze beurshal, met een tienerzoon van Benali die mee is omdat het zo uitkwam maar niet zoveel met duiven heeft. Achter hen is de frituur in vol bedrijf, al sinds elf uur ’s ochtends. De geur wint met het vorderen van de dag terrein in de beurshal.
Benali’s vader had vroeger duiven, hij is er mee opgegroeid. Toen hij van Nederland naar België verhuisde en voor zijn gezondheid halve dagen moest gaan werken, ging hij zelf aan de duiven. Bij de lokale duivenvereniging in de buurt van Antwerpen trof hij Cleenewerck (honderdveertig duiven, „tachtig als mijn vrouw het vraagt”).
Die gaf hem een van zijn beste duiven. Dat was twee jaar geleden, en nu eindigt Benali haast elke zondagse wedstrijd bóven Cleenewerck in het klassement. Duivenwedstrijden komen in de kern neer op hoe snel een duif terugvliegt naar zijn thuishonk.
Dat moment dat de duiven terugkomen, dat je ze aan ziet komen en hun hok binnen ziet vliegen, daar doe je het voor, zegt Benali, „dat geeft een kick”. En soms, zegt hij, dan zet hij een stoel neer in het hok en dan gaat hij daar gewoon zitten, kijken. „Als ik in mijn hok ben, vergeet ik alles.”
Er zijn nauwelijks starters zo jong als Benali. De nieuwelingen, dat zijn de mensen die net met pensioen zijn gegaan. Dany Vandenberghe (67) van de duivenbond ziet het in het ledenbestand terug. „De jeugd, dat is een probleem hier. In Polen en Roemenië is het booming, bij ons helaas niet.” Hij staat ergens midden op de beurs met een biertje in de hand en wordt voortdurend gegroet.
Elk jaar neemt het ledenbestand van de bond met zo’n tien procent af, volgens Vandenberghe. Nu zijn het er ongeveer 13.000, in de jaren vijftig waren het er nog 250.000. Terwijl: de duivensport hóórt bij België, het is er zelfs ontstaan in de vroege negentiende eeuw. Maar de sport heeft een oubollig imago, kost best wat geld, je hebt er ruimte voor nodig, en ook veel tijd. De jeugd, zegt Vandenberghe, heeft voldoende andere keuzes voor vrijetijdsbesteding. Nu overweegt de duivenbond op TikTok te gaan, of een podcast te beginnen. Misschien brengt dat ze vooruit.
Jenka Proet (28), een van de weinige jonge vrouwen op de beurs, gaat er niet aan beginnen. Ze is opgegroeid met duiven, haar vader is melker, en ze heeft ook wel vrienden die het doen. Ze wérkt zelfs bij een duivenveilinghuis, Pipa. Maar ze weet: duiven zijn een voltijdbaan. En ze heeft al een baan.
Cleenewerck, de duivenmentor, is een man van gezegdes. Vroeger zei men: de duivensport is voor de kleine mens en de paardensport voor de rijke mens. Nu, zegt hij, is het andersom. Er is de laatste jaren zóveel geld in de duivenwereld gekomen. En het helpt niet mee dat vooral de dure duiven in de media komen, die ene die voor 1,6 miljoen was verkocht aan een duivenmelker in China.
Hij snapt ook wel dat jonge mensen er nauwelijks nog aan beginnen. Zie maar eens een goede duif te kopen, of meerdere. Daar heeft Cleenewerck nog een wijsheid voor: „Een goede duif, die koop je niet, die krijg je. En als je hem wel koopt, dan moet je de melker erbij kopen.”