Home

Orbán achter in peilingen, maar Hongaarse oppositie wint niet zomaar

Hongarije maakt zich op voor de spannendste parlementsverkiezingen in jaren. Fidesz, de partij van premier Viktor Orbán, staat achter in de peilingen. Maar winst voor de oppositie is geen zekerheid. De premier heeft namelijk heel wat hindernissen opgeworpen.

Op papier is er weinig af te dingen op de verkiezingssuccessen van Orbán en Fidesz. Hij mocht in 1998 voor het eerst een regering leiden en rijgt sinds 2010 met zijn partij de overwinningen aaneen. Daarbij wist Fidesz steeds een absolute meerderheid te behalen, waardoor Orbán vrijwel ongehinderd zijn gang kon gaan.

"Met allerlei aanpassingen van de grondwet en verschillende andere wetten heeft Orbán een systeem gecreëerd waarin het voor de oppositie heel moeilijk is om verkiezingen te winnen", zegt Antoaneta Dimitrova. Zij is hoogleraar Vergelijkend bestuur in internationaal perspectief aan de Universiteit Leiden.

Hierdoor is volgens Dimitrova in Hongarije een hybride regime met zowel democratische als autoritaire trekjes ontstaan. De Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa oordeelde dan ook dat de recentste verkiezingen weliswaar vrij waren, maar niet eerlijk.

Dat is onder meer het resultaat van een grondwetswijziging in 2011. Toen zijn de kiesdistricten opnieuw ingedeeld. Kiezers van oppositiepartijen kwamen in grote districten terecht, maar Fidesz-kiezers in meerdere kleine districten. Dat leverde in combinatie met het principe winner takes all makkelijker meer zetels voor Orbán op, schrijft het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Democracy. Volgens dat principe staat een partij die ergens 49 procent van de stemmen haalt alsnog met lege handen. De zetel gaat simpelweg naar de winnaar.

In de districten zelf werd vervolgens de tweede verkiezingsronde geschrapt. In zo'n tweede ronde kon het nog weleens spannend worden als meerdere oppositiegroepen zich achter één kandidaat schaarden, stelt het Institute of Geoeconomics. Maar die mogelijkheid verviel dus.

Om toch kans op een zetel te houden, moet de oppositie dus al in een vroeg stadium samenwerking zoeken. Maar via een wijziging van de kieswet heeft Orbán ervoor gezorgd dat samenwerkende partijen in meerdere districten zelf met kandidaten actief moeten zijn. Dat is moeilijk voor kleinere partijen. Bovendien dwong deze opzet ze om het tegen elkaar op te nemen. Daarnaast kwam er voor samenwerkingsverbanden een hogere kiesdrempel.

Toen de oppositie richting de verkiezingen van 2022 een manier had gevonden om die hindernissen te nemen, werd nog snel wettelijk geregeld dat kiezers in een ander district konden stemmen. Hierdoor kon Orbán zijn aanhangers naar districten sturen waar het spannend zou worden en zo alsnog overwinningen uit het vuur slepen.

Over kiezers gesproken, in 2014 maakte Orbán het voor etnische Hongaren in buurlanden mogelijk om staatsburger en dus kiesgerechtigd te worden. Deze kiezers, veelal Orbán-aanhangers, kunnen per brief stemmen. Andersom geldt voor Hongaren die in Hongarije geboren en getogen zijn, maar nu in het buitenland wonen of studeren, dat ze moeten afreizen naar een ambassade of consulaat.

Orbán en Fidesz hebben hun machtspositie ook gebruikt om de vrije pers aan banden te leggen. De ngo RSF, die zich inzet voor persvrijheid, omschrijft de premier als "een roofdier" dat steeds meer onafhankelijke media verslindt.

Inmiddels zijn zo'n vijfhonderd kranten, tijdschriften, nieuwswebsites en tv-kanalen opgekocht door zakenlieden met banden met Fidesz en ondergebracht bij de stichting KESMA. RSF schat dat daardoor zo'n 80 procent van de traditionele Hongaarse media loyaal aan Orbán is.

Volgens het Europese centrum voor persvrijheid ECPMF heeft de premier het uitgebreidste systeem van verdeel en heers in de EU opgezet. De boodschap van Orbán en Fidesz wordt - al dan niet met Russisch geld - versterkt via een grote desinformatiecampagne op TikTok en Instagram, zegt Dimitrova. "Daar wordt bijvoorbeeld de boodschap uitgedragen dat de EU oorlogszuchtig is en oppositiekandidaat Magyar een verrader."

Het laatste voordeel dat Orbán en Fidesz in verkiezingstijd op de oppositie hebben, is dat ze financiële cadeautjes kunnen uitdelen. Een beproefde tactiek, zegt Dimitrova. "Dit moet het beeld versterken dat de premier goed voor de bevolking zorgt."

László Marácz van de afdeling Europese studies van de Universiteit van Amsterdam verwacht dat Orbán zich zal inzetten voor de bescherming van de koopkracht van gepensioneerden en ambtenaren. "Daarmee zal hij een belangrijk deel van het electoraat aan zijn kant krijgen."

Anderzijds wijst Dimitrova erop dat ambtenaren en leraren al jaren onder druk worden gezet: als ze hun baan willen behouden, kunnen ze maar beter op Fidesz stemmen.

De vraag is hoe Orbán deze cadeautjes zal bekostigen. Volgens Timothy Ash van denktank Chatham House is het niet ondenkbaar dat de premier Europese miljarden zal gebruiken om de gunst van de kiezer te winnen. "Het is ironisch dat iemand die zo kritisch is op de EU dankbaar gebruikmaakt van Brusselse miljarden. Het zou dubbel ironisch zijn als dat geld bijdraagt aan een nieuwe verkiezingswinst", zegt Ash tegen NU.nl.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next