PVV-leider Geert Wilders vond Alexander Pechtold van D66 „een zielig, miezerig en hypocriet mannetje”. Dat zei hij in september 2013, in de grote debatzaal van de Tweede Kamer. Later was Pechtold volgens Wilders „een ordinaire graaier”. D66’ers vond hij „dombo’s en het was tegen Pechtold, ook in de grote zaal, dat Wilders de Tweede Kamer een „nepparlement” had genoemd.
Vorige week donderdag is Wilders in Delft voor zijn ‘azc-tour’ en Pechtold, burgemeester van Delft, staat op de Markt om hem op te wachten. Ze houden elkaars hand lang vast. Zoals ze ook hadden gedaan bij het afscheid van Pechtold van de Tweede Kamer, in oktober 2018. De Telegraaf had de beelden ervan online gezet met als kop: ‘Zo lief zag je Wilders en Pechtold nog nooit’.
Pechtold zegt op de Markt tegen mij dat hij had teruggedacht aan de felle debatten met Wilders, ja. Maar dat hij het nu „kinderspel” vond, als je bedacht hoe de wereld eraan toe is door Trump.
Meteen nadat Frans Timmermans had gezegd dat hij wegging, op de verkiezingsavond in oktober, had Wilders „niks onaardigs” meer over hem willen zeggen. Dat vond hij „moddergooien”. Hij was de enige fractievoorzitter die naar Mark Rutte was toegegaan om hem een hand te geven, net nadat die in de zomer van 2023 in de Tweede Kamer had gezegd dat hij de Haagse politiek zou verlaten.
In de week van de azc-tour is Rutte op het World Economic Forum in Davos een deal aan het regelen over Groenland. Pechtold gaat na het handen schudden terug naar het stadhuis. Alleen voor Wilders lijkt er in al die jaren niets te zijn veranderd. Hij is net weer Kamerleden kwijtgeraakt die hem te autoritair en de partij ondemocratisch vinden, al zijn het er nu meer dan ooit: zeven. In Delft doet hij als vanouds chagrijnig tegen journalisten: hij wil niets zeggen, kijkt ons nauwelijks aan. Er zijn weer vooral groepjes jongens gekomen om hem te zien, ze dringen zich naar voren voor een selfie.
Op hun middelbare school in Den Haag, in de jaren zeventig, speelden Rutte en zijn vriend Lodewijk Dekker dat de een premier was, de ander een kritische tv-journalist – écht kinderspel. Ze waren later ook Joseph Luns gaan nadoen, die van 1971 tot 1984 secretaris-generaal was van de NAVO, en daar hoorde altijd de zin bij: „Het was mijn bróér.” De leugen van Luns, toen eind jaren zeventig bleek dat hij als student lid was geweest van de NSB: zijn broer zou hem daarvoor hebben aangemeld.
Op de persconferentie van Rutte en Trump in Davos, vorige week, geeft Rutte de Amerikaanse president zoals altijd veel complimentjes. En hij buigt zich naar hem toe: dacht Trump dat de andere NAVO-landen de VS niet kwamen helpen bij een aanval? „Dat doen de bondgenoten wél”, zegt Rutte en het is bijna alsof hij het tegen een leerling heeft op de Johan de Witt Scholengroep in Den Haag, waar hij nog steeds elke week lesgeeft. Als jij in elkaar geslagen wordt, jongen, we komen je állemaal helpen.
„Ik wil dit echt tegen jou zeggen”, zegt Rutte ook tegen Trump. Omdat het „belangrijk” is. „Het doet me pijn als je denkt dat dat niet zo is.” Onder Trumps leiderschap, Rutte doet er een schepje bovenop, is de NAVO „sterker dan ooit”.
Trump knikt. „Heel erg bedankt.”
Petra de Koning doet elke dinsdag verslag over de Haagse politiek (p.dekoning@nrc.nl)
Elke werkdag een overzicht van het nieuws uit de ochtend en de nieuwste artikelen
Source: NRC