Charlotte Mutsaers provocatieve roman Moet dwalen leest als een aanklacht tegen de tijdgeest, die enkel bij strak aangelegde paden gedijt. De held in het verhaal is zestiger Isi, met zijn dwaalzucht en een geslacht ‘dat nooit meer in de waakstand staat’.
is redacteur van Zondag en televisierecensent van de Volkskrant.
Wat zijn de mensen tegenwoordig toch kleinzerig, vindt zestiger Isidorus Rudolf Witlamm von Waldorf. De starheid in hun denken belet hen diep en waarachtig lief te hebben, origineel te denken, creatief te zijn.
Kortom: te dwalen. Die kunst is men verleerd, nu alles zo rechtlijnig moet.
Moet dwalen, moet dwalen, langs bergen en langs dalen, brengt Charlotte Mutsaers daar hartstochtelijk tegenin. En dat laat ze haar Isi doen, door een donker, onheilspellend Frans bos. Met iedere genomen afslag voltrekt zich, Mutsaers eigen, een onwaarschijnlijker, absurder verhaal.
Isi trok naar het woud om zijn geliefde te bezoeken: de rivier de Doubs, ‘vierhonderddertig dauwfrisse kilometers waaraan hij zich mag vastklampen en laven wanneer hij maar wil’.
Hij wil zich nestelen in haar bedding. Samen stromen, samen kronkelen. Het is precies wat hij van de liefde verlangt, de Doubs is de enige ‘in wie hij in volle vrijheid wijze mag verglijden en zich op alle fronten kan laten gaan. Zij is zijn geheim, zijn doel, zijn zingeving, zijn lerares en zijn levensvervulling. Hosanna!’.
Merkwaardigheid is vanzelfsprekend bij de gelauwerde romancier, dichter en beeldend kunstenaar Mutsaers (1942). Is het in Moet dwalen, haar vijfde roman, prima de luxe om stapelverliefd te zijn op een rivier, dan is het in Harnas van Hansaplast (2017) minstens zo prima de luxe de suggestie te wekken kinderporno van een dode broer te hebben doorverkocht. Saddam Hoessein speelde een rolletje in de kolderiek-activistische kreeftenbevrijdingsroman Koetsier herfst (2009), in Rachels rokje (1994) liet ze een postmodern wervelwindje waaien.
En dat alles deed ze kwiek, lollig, charmant, met open vizier; eigenzinnigheid die zich uitbetaalde in het winnen van onder andere de P.C. Hooftprijs en de Constantijn Huygensprijs.
Met die levenslust in het achterhoofd had ik me graag bij deze liefdesexpeditie gevoegd, Isi’s krasse verwondering óók gevoeld. Het is me bij het lezen van Moet dwalen niet helemaal gelukt. Ik waarschuw maar vast – ik geloof dat ik zo’n kleinzerige, zwammende ziel ben waar Isi zich graag ver van houdt, ‘een droogkutje’ ook wel. Weinig verrassend, maar Mutsaers’ verzoek om meer dwaalzucht is vooral ook een schelle schreeuw tegen woke.
‘Ik krijg bij dit boek misschien allerlei vrouwen over me heen. Maar ik ben zoals ik ben’, vertelde Mutsaers vorige week aan de Volkskrant. Dat zit zo: Isi dwaalt niet alleen. Naast hem strompelt de slinkse Fleur Vischbeen, zijn dertig jaar jongere vriendin en staflid Vrouwenstudies aan de Universiteit Twente.
Was zij eerst een ‘sneeuwklokje waarvoor hij onmiddellijk smolt’, uiteindelijk bleek Fleur een vrouw van het berekenende soort: ‘Poen & Roem, dat was waarvoor zij leefde, en daar het haar met haar mediocre talenten niet was gelukt om dit aanlokkelijke duo via spannende outfits, opgepimpte borsten of feministische kanalen binnen te halen, moest het maar met behulp van een rijke, aantrekkelijke en wereldberoemde man gebeuren.’
Dwalen, daar ziet Fleur de charme niet zo van in. Een half boek lang laat Mutsaers het stel met elkaar kibbelen, of nou ja, bekvechten. Hij vindt haar verbeeldingsarm, depri, moe en ongesteld, ‘een vies geil vrouwtjesliegbeest’. Zij vindt hem een betweterige eikel, vol hoogmoed, flauwe geintjes, dominantie en gebrek aan empathie.
Waar Mutsaers op zinspeelt: de cultuuroorlog die woedt. Moet dwalen leest als een aanklacht tegen de tijdgeest, die enkel bij strak aangelegde paden gedijt. Dwalen mag niet meer. Mutsaers kiest duidelijk partij: die van het mannelijk geslacht, naar haar mening het sterkere. De cultuuroorlog verwordt tot een serieuze sekseoorlog. Isi mag Fleur zelfs niet óptillen! Praatjes, praatjes, optiefen moet ze.
Lees ook ons recente interview met Charlotte Mutsaers:
‘Het is een kleine groep die steeds problemen maakt, voornamelijk linkse intellectuelen.’
Mutsaers wil niet naar het pijpen van het hedendaagse feminisme dansen, de stroming die haars inziens van het leven een rechtbank maakt. Aan NRC vertelde ze beslist geen feminist te zijn, en dat ze van mening is dat een stevig fictieboek ‘een man of zoon moet hebben’.
Daar kun je een boel van vinden en dat doe ik ook, het zijn dingen die misschien niet helemaal thuishoren in een boekrecensie. Maar: Mutsaers provoceert, en ik kán er gevoelsmatig niet op reageren. Als ik dat wel doe, ben ik van het starre type Fleur Vischbeen. Een drammer. Ik sta als recensent (en feminist) buitenspel.
Hoewel – die drammerigheid, daar kan Mutsaers ook wat van. In haar pleidooi voor verbeelding is ze zelf onbuigzaam, en daarom helaas niet zo aanstekelijk. Móét dwalen, in de titel zit het ’m al. Is die kijk, waarin woke als absolute vijand van de verbeelding wordt opgevoerd, nu niet al een beetje uitgeput?
‘Wie de deur naar de medemenselijkheid heeft dichtgesmeten, verdient niets meer dan die deur pardoes in zijn gezicht’, schrijft Mutsaers, en die deuren dichtsmijtende furie maakt de roman bij vlagen vermoeiend dogmatisch; voor een verhandeling tegen de vertrutting is dit geheel ook nogal… zuur.
Fleur, de ‘eigentijdse stakker’, trekt in een Hans en Grietje-achtige ontknoping aan het kortste eind: zij is de heks die met een zetje van Isi de oven in verdwijnt, ‘klusje geklaard, kastje dicht’.
En dan is het eindelijk aan die mannelijke protagonist om te herrijzen, ‘in vol ornaat en met een geslacht dat nooit meer in de waakstand staat’. Zo stapt Isi nog 129 pagina’s verder door het bos, met een stijf geslacht dat ergens vooral stijfkoppigheid verraadt.
Charlotte Mutsaers: Moet dwalen. Prometheus; 288 pagina’s; € 24,99.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant