Home

Steeds meer kroegen verdwijnen, maar dat is niet de schuld van alleen Gen Z

Horeca Sinds begin 2020 is een op de vijf cafés verdwenen, terwijl koffiezaken en zaken waar je online maaltijden kan bestellen in de lift zitten. Vaak wordt voor een verklaring naar het gedrag van jongere generaties gewezen, maar de verschuiving speelt breder.

Bezoeker aan Café Kleiweg in Rotterdam.

Stap Café Kleiweg in het noorden van Rotterdam binnen en het is alsof de tijd heeft stilgestaan. Kleedjes op tafel, donkerbruine houten lambrisering tegen de muur, een biertje kost nog altijd 2,65 euro. In de hoek naast de bar twee fruitautomaten. De barkrukken die voor de gokmachines staan, zijn de enige in de kroeg met gevoerde zittingen.

Toch zit alles er pas twee jaar in. Eind 2023 woedde er een uitslaande brand in het appartement boven de kroeg. Café Kleiweg zelf bleef gespaard, maar had wel flinke waterschade van de bluswerkzaamheden.

Eigenaar Michel de Kroon had de kroeg toen net een jaar overgenomen. „Na de brand heb ik alles gefilmd”, zegt hij. „Zodat we het precies weer konden herstellen.” De meubels en de houten vloer werden gedroogd, de bar werd geschuurd en opnieuw gebeitst. Op zijn telefoon laat De Kroon een filmpje zien van de avond voor de brand: een stampvolle kroeg. Aan de balken van het verlaagde plafond boven de bar zijn Feyenoord-shirts en -sjaals te zien, die hangen er nu opnieuw.

Het café opende zijn deuren 96 jaar geleden voor het eerst. Toen De Kroon (55) het in 2022 overnam, werd hij enigszins argwanend door de vaste gasten aangekeken. „Ze dachten: daar heb je weer zo’n yup met een goudomrande bril, die wil er zeker een hippe tent van maken. Maar ik wilde het houden zoals ’t was.” Daar was niets aan veranderd toen hij de zaak noodgedwongen moest renoveren.

Michel de Kroon, eigenaar van Café Kleiweg.

Eind 2025 werd het café uitgeroepen tot Echt Rotterdams Erfgoed, samen met nog negen andere bruine kroegen. Daar ging een unaniem aangenomen motie in de gemeenteraad aan vooraf, waarin werd gesignaleerd dat de bruine kroeg het moeilijk heeft en „ook in Rotterdam steeds vaker plaatsmaakt voor een hippe koffietent of luxe cocktailbar”. De gemeentelijke erkenning moet ze een steuntje in de rug geven. In Amsterdam werd eerder een vergelijkbare motie aangenomen, en ook in Tilburg en Utrecht gaan stemmen op om kroegen als erfgoed te bestempelen.

Een op de vijf cafés is verdwenen

Het café heeft het inderdaad zwaar. Sinds begin 2020 is ruim één op de vijf kroegen en discotheken verdwenen, meldde Koninklijke Horeca Nederland (KHN) deze week. Nederland telt nu nog 4.642 kroegen, ruim 1.250 minder dan voor het uitbreken van de coronapandemie.

In Limburg was de daling het sterkst, hoewel daar nog altijd de meeste kroegen per 100.000 inwoners zijn. Flevoland is de provincie met de minste cafés, zowel in absolute als relatieve zin: 28 kroegen zijn daar nog.

Wie wil er in zo’n markt nog een kroeg overnemen?

Die negatieve berichten helpen in ieder geval niet, vindt De Kroon. „Laat ze eens wat positiefs vertellen bij de KHN. Je kunt nog steeds een topzaak hebben.” Niet dat hij daar geen werk aan heeft gehad: Café Kleiweg teerde toen hij het overnam te sterk op een paar oude stamgasten. „De meesten daarvan zijn inmiddels overleden.”

„We hebben er meer een open zaak van gemaakt. De kleedjes op tafel zijn hetzelfde gebleven en het biljart ook, maar we hebben wel goede wijnen in mooie glazen toegevoegd. En we zijn op social media gegaan, dat moet je ook als bruine kroeg doen.” Op Instagram plaatst hij filmpjes van de sfeer, prompt komen er dan mensen kijken. Ook organiseert hij evenementen: biljartles, een mosseldag.

Zo wist De Kroon ook een nieuw publiek aan te spreken. „De kracht van een bruine kroeg zit in terugkerende bezoekers, je moet genoeg mensen hebben die twee keer per week een tientje komen brengen. Daar heb je meer aan dan iemand die eens in de zes maanden popie jopie komt doen en 100 euro uitgeeft.”

Horecasector als geheel blijft stabiel

Tegenover de sluitingen in het nachtleven staat flinke groei onder koffiebars, toetjeszaken en restaurants die zich vooral bezighouden met bezorg- en afhaalmaaltijden. De horecabranche als geheel blijft daardoor vrij stabiel.

KHN-voorzitter Marijke Vuik ziet jongeren, Gen Z (de generatie geboren tussen 1997 en 2012) in het bijzonder, als drijvende kracht achter de verschuiving. „Zij zoeken heel veel overdag de horeca op om bijvoorbeeld te gaan lunchen”, zegt ze tegen persbureau ANP.

Daar valt wat tegen in te brengen. De daling is namelijk al langer te zien, tussen 2015 en 2020 verdwenen er ook al ruim duizend cafés. De vijf jaar daarvoor eveneens. De meeste Gen Z’ers waren toen nog veel te jong om een biertje te mogen bestellen.

„In studentensteden neemt het tot laat stappen juist minder af en doen cafés het beter”, ziet Jos Klerx. Hij volgt de horecasector voor de Rabobank. Klerx wijst daarnaast op de vergrijzing, waardoor er een grote groep mensen met tijd en geld is. „Die zie je ook niet en masse terug in het café.”

Wel ziet Klerx dat er meer concurrentie is om de tijd en het geld van jongeren. „Zij hebben tegenwoordig relatief veel vrijetijdsaanbod. Als je naar een festival gaat, kun je niet in het café zitten.”

De Kroon herkent in zijn kroeg niet dat de jongeren afgehaakt zouden zijn, hoewel er op deze donderdagmiddag vooral veel grijze haren te zien zijn. „Doordeweeks zijn de meeste gasten wel 40-plus. Maar in het weekend is dat meer fifty-fifty. Jongeren komen hier ook, die vinden de retrostijl leuk.” De Kroon ziet hen vaker speciaalbier bestellen, waar de oudere gasten het bij een pilsje houden.

Volgens bankier Klerx sluit het aanbod van de traditionele kroeg niet meer aan bij de verwachtingen van een brede groep consumenten. „We gaan zeker nog wel naar het café, maar dat is in de binnensteden. Daar is meer reuring, dan hebben mensen de neiging om toch nog even te blijven zitten. In woonbuurten mis je dat.”

Bezoekers van het Rotterdamse Café Kleiweg.

„Als je alleen maar drinken aanbiedt, begint je dag pas laat. Mensen komen dan niet voor lunch en diner, die omzet loop je mis. Mensen gaan niet meer de hele dag bier drinken. Koffietentjes verkopen er vaak ook een broodje bij. Die zijn meer een ontmoetingsplek voor overdag geworden, in die zin hebben ze de plaats van het café ingenomen.”

„Het ligt er maar net aan waar je zit”, zegt De Kroon over de verschuiving naar horecabezoek overdag. „Het is hier nog nooit leeg geweest terwijl we open waren.”

Koffie halen als sociale activiteit

Vier kilometer ten zuiden van Café Kleiweg in het centrum van Rotterdam zit FiveFiveFive, een koffiebar-annex-fietsclub. Op de toonbank ligt ook hier een kleedje, daarop staat het pinapparaat. Achter in de zaak staat een batterij indoorfietsen waarop wielrenklasjes worden gegeven.

Ruseva Stanimira (30) en Osman N. Osman (27) hebben er net koffie gehaald: zij een flat white en hij een cappuccino, allebei met karamel. „Heel havermelkelite van ons”, vindt Osman. Koffie buiten de deur halen doen ze wel vaker, zeker sinds je tijdens corona alleen nog maar wandeldates kon doen.

„Het is een sociaal ding, je gaat even samen koffie halen”, zegt Stanimira. Uitgaan deden ze vroeger meer dan nu, sinds de pandemie hebben bars hun aantrekkingskracht verloren. „We zijn nu gewend geraakt aan thuis borrelen. Dat is goedkoper, en in een café is niet altijd plek.”

Bij FiveFiveFive, open sinds 2020, wordt ‘specialty coffee’ gezet, van kwaliteitsbonen die kleinschalig geproduceerd worden. Een deel van de klanten komt daar speciaal voor, zegt eigenaar Rolf Villanueva (61). „De massa komt hier per ongeluk binnen, en ontdekt dan dat je goede koffie ook zonder suiker kunt drinken.”

Villanueva wil dat gasten zich in zijn zaak thuis voelen. „Op straat zitten mensen allemaal in hun eigen bubbel met oortjes in. En bij zaken als Starbucks en Coffee Company zitten alleen maar laptopmensen. Hier krijg je meer persoonlijk contact.” Voor de buurtfunctie staat er in de zaak een pakketautomaat van Vinted Go, de eigen bezorgdienst van tweedehandsmarktplaats Vinted.

Net als een bruine kroeg moet deze hippe koffiebar het vooral van vaste bezoekers hebben. Die zijn volgens de uitbater van alle leeftijden. „Je hebt pas een klant als-ie terugkomt”, vindt Villanueva. Het concept van een wielercafé draagt daaraan bij, de community zit daar vanzelf al ingebakken. In de winter komen sporters binnen trainen, in de zomer spreken ze voor de deur af om samen een tocht te rijden.

Op de vraag hoe ze ervoor willen zorgen dat mensen niet alleen thuis op de bank blijven zitten, hebben De Kroon en Villanueva vrijwel identieke antwoorden. „Je moet lief voor ze zijn, persoonlijk contact bieden”, zegt de kroegbaas. „Wees gewoon aardig, op een manier die je meent en die niet oppervlakkig is”, zegt de barista.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Rotterdam

Het laatste nieuws en de beste stukken over de mooiste havenstad die er is

Source: NRC

Previous

Next