Nog voordat het eerste kabinet-Jetten überhaupt is geboren, staat het voor een levensgroot dilemma. Hoe kan het minderheidskabinet van D66, VVD en CDA in hemelsnaam haar voorstellen door beide Kamers krijgen? Jetten heeft grofweg twee opties, die beide voor- en nadelen hebben.
‘Het gaat om de vibe.’ Rob Jetten maakte er bijna een grapje van toen de Volkskrant hem nog voor de verkiezingen vroeg of kiezers hem nou in het linker of rechter hokje moesten indelen. Jettens antwoord bleek bijna profetisch. ‘Ik denk dat de keuze in het stemhokje niet zozeer gaat over rechts of links, maar veel meer over: welke vibe heb je bij een partij?’
Jetten zag goed in dat kiezers, na de politieke chaos van de afgelopen twee jaar, behoefte hadden aan een positief gevoel. Hij won de verkiezingen met zijn optimisme. Nu Jetten zich inmiddels aan het warmlopen is voor het premierschap, gokt de energieke dertiger er nog steeds op dat zijn positiviteit hem gaat redden. Doe mee, is voor nu zijn Ruttiaanse boodschap aan de beoogde oppositie, en sluit je aan bij het optimisme.
Op het eerste oog lijkt een deel van de oppositie open te staan voor samenwerking. Deze week trok een trits partijleiders naar het formatiegebied van de Tweede Kamer in de hoop om van het formerende trio Jetten (D66), Dilan Yesilgöz (VVD) en Henri Bontenbal (CDA) te horen hoe zíj denken dat een minderheidskabinet de grote problemen in Nederland denkt te kunnen oplossen.
JA21-leider Joost Eerdmans wilde daarbij ‘constructief meedenken’. De christelijke partijen CU en SGP zijn ook bereid om mee te praten. Ook 50Plus wil een helpende hand uitsteken. Zelfs GL-PvdA-voorman Jesse Klaver sprak over ‘een verantwoorde manier van oppositie voeren’.
Maar zoals de formatiepuzzel er nu voorstaat, is het de beoogde oppositie nog een raadsel wat het formatietrio inhoudelijk van plan is. ‘Ik heb vooral de indruk gekregen dat ze zelf niet weten hoe ze het willen gaan doen’, zei Klaver na afloop van zijn kopje koffie met de formerende drie. Een concrete toezegging voor steun is in de verste verte nog niet te bespeuren. ‘Er ligt geen inhoud’, concludeerde Jimmy Dijk (SP).
Helemaal onterecht is de terughoudendheid ook niet. ‘Ik snap dat sommige partijen het liefst nu alle conceptteksten van ons zouden zien’, erkende Jetten donderdag. Maar zijn aanstaande coalitie staat voor een forse bezuinigingsopgave en zal het eerst onderling eens moeten worden over de invulling van ‘de financiële plaat’.
Zo bezien zullen de onderhandelaars de komende tijd moeten schaken op meerdere borden tegelijkertijd: enerzijds moeten ze er onderling uit komen als kersverse coalitiegenoten, en anderzijds zullen ze de plannen en begrotingen zodanig flexibel moeten inrichten dat er nog onderhandelingsruimte is voor de beoogde oppositie.
Grofweg liggen er voor Jetten, Yesilgöz en Bontenbal twee opties op tafel om steun te vergaren voor hun plannen. De eerste optie is dat de bewindspersonen van Jetten per wetsvoorstel en begroting gaan shoppen voor draagvlak in de Kamer. Dat kan de ene keer over rechts, bijvoorbeeld voor strenger asielbeleid. De andere keer gaat het over links, bijvoorbeeld om het land van het stikstofslot te krijgen.
Dit klinkt op het eerste gezicht als een logische en praktische optie maar zodra het concreet wordt, zal Jetten tegen de harde realiteit van politiek Den Haag oplopen. Want nu het geld niet langer tegen de plinten klotst en voor het eerst sinds jaren weer gekozen moet worden uit schaarste, zullen dossiers aan elkaar gekoppeld worden.
Een voorbeeld: als D66, VVD en CDA het met Klaver eens worden over extra miljarden om het stikstofprobleem op te lossen, zal GroenLinks-PvdA dit dan nog accepteren als blijkt dat dit gefinancierd wordt door te bezuinigen op de zorg en sociale zekerheid?
Nieuw is dit probleem overigens niet. Het kabinet-Rutte II kwam er snel achter dat het ontbreken van een meerderheid in de senaat desastreus kan uitpakken. De oppositie in de Eerste Kamer zag er niets in om het bezuinigingskabinet telkens uit de brand te helpen. Rutte liep al gauw vast met zijn plannen.
En zo komt optie twee om de hoek kijken: dichtgetimmerde deelakkoorden sluiten met de oppositie. In deze variant, die de redding bleek voor Rutte II, worden per deelakkoord verschillende dossiers aan elkaar verknoopt. Kabinet-Rutte II leunde destijds sterk op de zogenaamde C3 om haar uit de nood te helpen: de toenmalig premier en zijn coalitiegenoot Diederik Samsom (PvdA) sloten vergaande akkoorden met ‘drie constructieve oppositiepartijen’ D66, ChristenUnie en SGP.
‘We schoven met miljarden en legden de basis onder het enige kabinet dat deze eeuw de rit heeft uitgezeten’, schreef ervaringsdeskundige Samsom deze week bij wijze van waarschuwing aan Jetten in zijn column in de Volkskrant. Samsom verwacht dat ook de aanstaande coalitie niet anders kan dan tot een totaalpakket van afspraken te komen met de oppositie.
Of dat totaalakkoord er zal komen is nog maar de vraag. Bij Klaver is te horen dat hij zo’n afspraak opvat als een soort vaste gedoogrol en daar voelt hij niks voor. GroenLinks-PvdA heeft er simpelweg geen belang bij om de pijn van alle aankomende bezuinigingen te gaan dragen als hij daar geen regeringsverantwoordelijkheid voor terugkrijgt. Waarom zou hij Jetten uit de brand helpen nadat hij te min werd geacht als coalitiegenoot?
Zijn houding is overigens niet zonder risico. Klavers partij houdt er achter de schermen al rekening mee dat het verwijt wordt gemaakt dat GroenLinks-PvdA het land onbestuurbaar maakt als ze de plannen van Jetten niet steunt. Klaver laat dan ook geen mogelijkheid onbenut om het minderheidskabinet ‘een riskant experiment’ te noemen waarbij het D66, VVD en CDA zijn die voor een ‘permanente formatie’ kiezen.
En er zijn meer redenen waarom een oppositieakkoord op dit moment niet zal werken. De omstandigheden nu zijn heel anders dan in 2012. Rutte II werkte destijds met een senaat die er net zat, terwijl Jetten, Bontenbal en Yesilgöz na de provinciale statenverkiezingen in maart 2027 te maken krijgen met een nieuwe samenstelling in de Eerste Kamer.
Daarom valt nu al bij de formerende drie partijen te horen dat het aannemelijker is dat het komende begrotingsjaar nog niet al te grote wijzigingen worden voorgesteld. Het idee is dan om te wachten op de nieuwe Eerste Kamer waar Jetten I de rest van de beleidsagenda in totale samenhang mee kan uitonderhandelen. Anders dan in 2012 heeft Jetten daar de financiële ruimte voor met een begrotingstekort dat net onder de 3 procentnorm valt en een staatsschuld die binnen de lijntjes blijft. De pijn kan in het eerste jaar dus nog vooruitgeschoven worden.
Voor Jetten, Yesilgöz en Bontenbal is het nu de grootste uitdaging om een goede ploeg met bewindspersonen bij elkaar te vinden die zijn weg kent in de Haagse wandelgangen en het politieke spel van ‘wheelen en dealen’ tot in de puntjes beheerst. Ondertussen zal de tijd dringen, wetende dat de kiezer wacht op de beloofde doorbraken. Jettens ‘vibe’ heeft ook een houdbaarheidsdatum.
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant