Home

14-jarig meisje krijgt contactverbod na cyberpesten en fysiek geweld: wat lost dit op?

Een 14-jarig meisje heeft donderdag van de rechter in Assen een (online-)contactverbod opgelegd gekregen nadat zij een leeftijdsgenoot via Snapchat had uitgescholden, met de dood bedreigd en ook fysiek had mishandeld. Wat zegt deze uitspraak over de grenzen van onlinegedrag? En helpt juridisch ingrijpen om cyberpesten tegen te gaan?

is nieuwsverslaggever van de Volkskrant. Ze schrijft met name over onderwijs.

Waar draait de zaak in Assen om?

In de rechtbank stonden twee 14-jarige meisjes uit dezelfde woonplaats tegenover elkaar. Wat begon als schelden op straat, verplaatste zich snel naar Snapchat. Het slachtoffer kreeg meerdere tekst- en audioberichten met grove beledigingen en expliciete doodsbedreigingen. In één van de audioberichten zei het andere meisje onder meer dat zij haar ‘helemaal dood zou slaan’.

Later volgde ook fysiek geweld. Het meisje trok het slachtoffer aan de haren, sloeg haar en schold haar uit. Een deel van die mishandeling werd gefilmd. Voor haar ouders was toen de maat vol. De vader stapte namens zijn dochter naar de civiele rechter en vroeg om een contactverbod.

De rechter ging hierin mee. Het meisje mag het slachtoffer op geen enkele manier benaderen, online noch offline. Bij elke overtreding volgt een dwangsom van 250 euro, met een maximum van 5.000 euro. Daarnaast moet zij de proceskosten betalen.

In het vonnis wordt gesproken van een ‘kantelpunt’: niet omdat de uitspraak precedentwerking heeft – civiele vonnissen zijn in Nederland niet bindend voor andere rechters – maar omdat hiermee expliciet is gemaakt dat ook onlinegedrag (juridische) grenzen kent.

Is het wenselijk dat dit soort zaken bij de rechter belanden?

‘Het is goed dat de ernst van online pesten met deze zaak wordt erkend’, zegt René Veenstra, hoogleraar sociologie aan de Rijksuniversiteit Groningen, gespecialiseerd in sociale netwerken en pesten. Tegelijkertijd vindt hij het niet wenselijk dat rechters zich structureel bezighouden met conflicten tussen jongeren. ‘Idealiter lossen zij die zelf op, met hulp van school.’

Deze zaak laat echter zien dat dat niet altijd haalbaar is. In Assen speelde bovendien mee dat de meisjes niet op dezelfde school zaten, waardoor ingrijpen via school minder vanzelfsprekend was.

Hoe groot is het probleem van cyberpesten?

Cyberpesten bestaat al sinds de opkomst van internet en verschuift mee met de platforms die onder jongeren populair zijn. Volgens cijfers van het Nederlands Jeugdinstituut wordt ongeveer één op de vijf jongeren in Nederland weleens online gepest.

‘Wat we in onderzoek steeds zien, is dat online en offline pesten vrijwel altijd samen voorkomen’, zegt René Veenstra. ‘Slachtoffers kennen de daders meestal, van school of uit de buurt. Anders dan vaak wordt gedacht, vindt cyberpesten dus lang niet altijd anoniem plaats.’

Het grote verschil met pesten vóór het internettijdperk zit in de impact. ‘Het kan 24 uur per dag doorgaan’, zegt Veenstra. ‘De herstelmomenten die jongeren vroeger hadden, thuis of tijdens vakanties, zijn grotendeels verdwenen.’ Berichten en beelden blijven bestaan en kunnen steeds opnieuw worden gedeeld.

Dat vergroot het gevoel van onveiligheid, ziet ook Patricia Bolwerk van Stop Pesten Nu, een landelijke stichting die zich inzet tegen pesten. Zij wijst erop dat dreigementen online extra zwaar wegen omdat slachtoffers de daders vaak ook in het dagelijks leven tegenkomen en weten dat woorden kunnen worden omgezet in daden.

Waar ligt de grens tussen normale ‘opgroeiruzies’ en pesten?

Niet elke ruzie is pesten. Conflicten, in de vorm van plagen of botsingen, horen bij opgroeien. Die grens wordt volgens hoogleraar Veenstra overschreden wanneer gedrag stelselmatig wordt, en er sprake is van een duidelijke machtsongelijkheid.

‘Pesters zijn vaak met meer, ze zijn fysiek, verbaal of sociaal sterker, en kunnen daardoor een slachtoffer onder de duim houden’, aldus Veenstra. ‘Dat gedrag is doelgericht en berokkent schade.’

Bolwerk benadrukt dat pesten nooit wordt veroorzaakt door het gedrag van het slachtoffer. ‘Wat wij kinderen meegeven, is dat onhandig gedrag of ‘anders zijn’ nooit pesten rechtvaardigt. Niemand heeft het recht om jouw grenzen te overschrijden.’

Wat is er nodig om cyberpesten structureel aan te pakken?

De experts zijn het erover eens dat juridische maatregelen op zichzelf niet voldoende zijn. Wie cyberpesten wil terugdringen, moet inzetten op preventie en het stellen van duidelijke gedragsnormen, offline én online.

Scholen spelen daarin een sleutelrol. ‘Pesten is vrijwel altijd een groepsproces’, zegt René Veenstra. ‘Scholen zijn de plek waar je dat zichtbaar kunt maken en waar je grenzen kunt stellen, bijvoorbeeld via lessen over gedrag en mediawijsheid.’

Patricia Bolwerk wijst erop dat jongeren online vaak nauwelijks worden gecorrigeerd, omdat hun ouders daar afwezig zijn. Het taalgebruik kan extreem grof zijn – van ‘kankerslet’ tot ‘je moet zelfmoord plegen’ – en wordt door veel jongeren als normaal ervaren. ‘Volwassenen lopen daarin achter, terwijl duidelijke opvoeding ontbreekt over wat online wel en niet kan’, zegt zij.

Juist daarom is het volgens Bolwerk belangrijk dat ouders niet alleen vragen hoe het op school was, maar ook hoe het online ging. ‘Daarmee zet je de deur open om problemen bespreekbaar te maken.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next