Het kabinet verleent voor het eerst sinds 2019 subsidie voor de realisering van een nieuw offshore windpark. Het wil zo voorkomen dat de bouw van windturbines op zee volledig dreigt stil te vallen. Het nieuwe park wordt wel de helft kleiner dan de sector had gehoopt: het totale vermogen blijft steken op 1 gigawatt.
is economieredacteur voor de Volkskrant en sinds 2021 specialist op het gebied van de energietransitie.
Onder projectontwikkelaars is de animo voor de bouw van windparken op de Noordzee na diverse succesvolle jaren tot het absolute nulpunt gedaald. De bouwkosten zijn sterk gestegen, terwijl de vraag naar elektriciteit niet is meegegroeid met het aanbod. Hierdoor daalt de gemiddelde stroomprijs en dreigen ontwikkelaars financieel het schip in te gaan. Ze zijn hierdoor massaal afgehaakt.
Meerdere biedingen voor de aanleg van nieuwe windparken zijn vorig jaar op een mislukking uitgelopen, zowel in Nederland als in het buitenland. Voor de inschrijving voor het subsidievrije windpark Nederwiek hadden zich in oktober precies nul geïnteresseerden gemeld.
Om te voorkomen dat de ontwikkeling van windparken op de Noordzee volledig stilvalt, heeft het kabinet gewerkt aan een nieuwe subsidieregeling. Ontwikkelaars zijn daarbij verzekerd van een minimumbedrag per opgewekte hoeveelheid elektriciteit.
Mocht de stroomprijs in de tussentijd sterk stijgen en de winsten hierdoor hard groeien, dan vloeit een deel van de winst terug naar de staatskas. Maar dit systeem, het zogenoemde contract for difference, is niet op tijd gereed voor de inschrijving van komende september.
Daarom heeft het kabinet een tijdelijke subsidieregeling opgetuigd, die alleen voor het eerstvolgende te bouwen windpark zal gelden. Hierbij is een subsidie beschikbaar van maximaal 104 euro per megawattuur.
‘Inderdaad een groot verschil met de periode van subsidievrij bouwen’, zegt minister Sophie Hermans van Klimaat en Groene Groei in een telefonische reactie. ‘Maar deze subsidie is nodig om te voorkomen dat de bouw van windparken op zee volledig stilvalt.’
Als dat gebeurt komen volgens Hermans niet alleen de doelen voor offshore wind verder in gevaar. Niet bouwen leidt volgens haar ook tot kosten, omdat netbeheerder Tennet al met de voorbereidingen is begonnen van de bouw van zogeheten stopcontacten op zee. Die zorgen dat de stroom naar land getransporteerd kan worden.
Als de beloofde windparken er niet komen, zit Tennet straks met kostbare ongebruikte kabels en transformatorstations. Die veroorzaken een forse rentelast, zonder dat er inkomsten van windstroomproducenten tegenover staan.
Volgens Hermans wordt ook de hele Nederlandse industrie van toeleveranciers hard geraakt als de sector stilvalt. ‘Als we niet verder kunnen bouwen, heeft dat dus ook economische consequenties.’
De komende maanden kunnen ontwikkelaars en andere betrokkenen reageren op het voorstel. In september kunnen zij laten weten tegen welk bedrag per megawattuur zij het windpark willen bouwen. De hoogte van het uiteindelijke subsidiebedrag zal waarschijnlijk lager uitvallen dan de 104 euro, omdat partijen hier naar verwachting onder zullen bieden.
Het ministerie heeft een totale subsidie van 2,5 miljard gereserveerd. Of dit geld uiteindelijk wordt uitgegeven, hangt af van de elektriciteitsprijzen. Als die de komende jaren harder stijgen dan verwacht, is er minder subsidie nodig, aldus Hermans. Blijven ze achter, dan kan het eindbedrag toenemen, tot maximaal een kleine 4 miljard euro.
De sector had gerekend op subsidies voor twee kavels van in totaal 2 gigawatt, iets waar Hermans in september ook vanuit ging. Maar na berekeningen door het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) bleek dat het subsidiebedrag per megawattuur dan zo laag zou worden dat de kans bestaat dat ontwikkelaars op buitenlandse kavels gaan bieden en Nederland overslaan. ‘Ik wil koste wat kost voorkomen dat deze tender mislukt’, aldus Hermans. ‘Daarom volg ik het advies van het PBL.’
Als de uitrol van windenergie op zee stokt, schrijft Hermans in de brief die ze vrijdag aan de Tweede Kamer heeft gestuurd, ‘dan stokt een belangrijk deel van de energietransitie’. Nu loopt het programma voor offshore wind wel vertraging op, maar wordt er tenminste doorgebouwd, stelt ze.
Vorig jaar versoberde Hermans de zeer ambitieuze doelstellingen voor wind op zee in 2040 al. Niettemin denkt de minister dat de nu beoogde ondergrens van 30 gigawatt in 2040 nog steeds haalbaar is. ‘Al wordt het wel spannend.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant