Rouw Voor de emoties die bij rouw horen is veel aandacht, maar fysieke klachten worden er vaak niet mee in verband gebracht. Ten onrechte, vinden rouwdeskundigen en mensen die een groot verlies doormaakten. „Toen ik mijn rouwklachten eindelijk serieus nam, begon mijn lichaam te herstellen.”
Verlies van iemand die je dierbaar is, of iets waar je aan gehecht bent, kan het lijf behoorlijk ontregelen. In het eerste etmaal na de dood van een dierbare is bijvoorbeeld de kans op een hartaanval 21 keer hoger dan op zomaar een andere dag. Na verlies stijgen in het lichaam de ontstekingswaarden. Rouwenden melden plotselinge vatbaarheid voor griep, gordelroos of longproblemen. Anderen worstelen met slaapproblemen, te veel of juist amper eetlust, of onverklaarbare spanningen in rug en nek.
Deze voorbeelden beschrijft de Amerikaanse neurowetenschapper en psycholoog Mary-Frances O’Connor in haar boek Het rouwende lichaam (2025). Ze baseert zich op decennia aan wetenschappelijk onderzoek naar het effect van de intense stress van rouw op het lichaam. Het boek is een tweeledig pleidooi: we moeten beter naar ons ‘schreeuwende en jammerende’ lichaam luisteren na een groot verlies, én de lichamelijke dimensie van rouw verdient meer aandacht onder huisartsen en andere zogenoemde eerstelijns hulpverleners.
Rouw is geen ziekte, maar je kunt er wel flink ziek van worden, weet ook rouw- en verliesdeskundige Riet Fiddelaers-Jaspers, die O’Connors boek naar het Nederlands vertaalde. „Onderzoek naar rouw ging lange tijd vooral over emoties en wat het psychisch met ons doet. O’Connor was de eerste die de effecten van rouwstress op het brein en lichaam onderzocht.” Haar bevindingen sluiten naadloos aan bij wat Fiddelaers-Jaspers (die verbonden is aan het Expertisecentrum Omgaan met Verlies) altijd al zag in haar praktijk: het merendeel van haar cliënten heeft óók fysieke klachten. De relatie tussen rouw en lichamelijke klachten, verdient meer aandacht, betoogt ook zij. „Rouw is een enorm stressvolle gebeurtenis voor je lijf: het geeft aantoonbaar een verhoogd risico op ziekte en zelfs overlijden. Als we dat serieus nemen, dan is goede gezondheidszorg na een groot verlies geen luxe, maar noodzaak.”
Het zou goed zijn als er meer aandacht voor komt binnen de huisartsenopleiding, zegt huisartsenopleider Joyce Nouwens (46). Samen met haar collega runt ze een kleine praktijk van zo’n 3.200 patiënten in Oosterhout, waar ze jaarlijks ook een arts-in-opleiding begeleidt. „Tijdens de opleiding leer je wel over psychische klachten na verlies en over de stadia van rouw”, vertelt ze. „Maar dat je ook een hernia, ontstekingen of hartklachten kunt krijgen als gevolg van rouw staat niet expliciet in de leerboeken.”
Als huisarts kun je bij terugkerende lichamelijke klachten zonder duidelijke oorzaak standaard naar verlies vragen, zegt Nouwens. „Ik bel patiënten sowieso altijd binnen een dag nadat een dierbare is overleden, en zo nodig blijf ik dat nog een aantal keer doen, waarbij ik ook naar lichamelijke klachten vraag.” Extra voordeel is dat de huisarts hierdoor vroegtijdig kan ingrijpen, wat voorkomt dat iemand later veel meer medische zorg nodig heeft.
Hoe behandel je lichamelijke klachten door rouw? „Een patiënt kan flink last hebben van ontstekingen of een hernia, dus in zo’n geval kun je natuurlijk medicatie of andere behandeling adviseren”, zegt Nouwens. „Maar als je rouw vermoedt als onderliggende oorzaak, is het eveneens wijs om door te verwijzen naar bijvoorbeeld een rouwtherapeut.” Zelf is ze dan ook blij met de drie ondersteunende zorgverleners die in haar praktijk werken, op het gebied van psychische begeleiding, palliatieve zorg en somatische klachten. Nouwens: „Zij hebben meer tijd dan ik, een half uur per persoon, en er zijn meerdere afspraken mogelijk – dat geeft ruimte om klachten diepgaand te onderzoeken.”
Kris van der Riet.
„Het was vrijdag 25 april 2025, een zonovergoten lentedag. Rond het middaguur belde mijn zus, aan haar stem hoorde ik meteen dat het ernstig was. Onze moeder was die ochtend overleden bij een bootongeluk in de haven van Terschelling. Ik heb het direct aan mijn twee zoons van dertien en elf verteld. Samen hebben we een half uur zitten huilen op de bank. Mijn moeder betekende enorm veel voor mij, en ze was een lieve oma voor onze zoons. Met haar dood verdween haar vanzelfsprekende aanwezigheid in ons leven.
„Toen ik die avond in Harlingen aankwam, kon ik niet meer voluit ademen: mijn adem stokte ergens rond mijn middenrif. Als ik probeerde dieper in te ademen voelde ik een scherpe pijn. Dat is nog dagen zo gebleven. Mijn lijf kwam in een overlevingsmodus terecht. Het voelde elke dag alsof ik een nacht had doorgehaald op een houseparty. Wanneer ik ’s avonds met mijn vrouw de hond uitliet, en in de verte staarde, brandden mijn ogen en voelde ik een stekende pijn in mijn voorhoofd. Mijn zin om te bewegen verdween. Normaliter ben ik in het voorjaar juist heel energiek en stap ik regelmatig op de fiets, maar nu was ik futloos. Bovendien voelde ik me heel kwetsbaar rond mijn bekkengebied – mijn moeders bekken was bij het ongeluk verbrijzeld. Naast dit alles vlamde mijn psoriasis op, een aandoening die ik sinds mijn vijftiende heb. Bij stress speelt het soms op, in milde vorm, maar nu leek het wel alsof mijn huid in de fik stond. Ik kreeg overal ontstekingen.
„Ik ben niet naar een arts gegaan, want ik besefte meteen dat deze klachten voortkwamen uit mijn rouw. Ervaring met verlies had ik al een beetje, want in mijn tienertijd is mijn moeder een aantal jaren psychisch ziek geweest, waardoor ik haar weinig zag. Als tiener stopte ik mijn verdriet weg, en was ik vaak te vinden in het plaatselijke jeugdhonk; jointjes roken, gabbermuziek luisteren, feesten. Intussen sta ik anders in het leven en wist ik dat ik mijn klachten niet moest negeren. Ik besloot rust te nemen, en erover te praten. Op de voetbalclub vertelde ik mijn teamgenoten dat ik ging fietsen op Terschelling om mijn moeder te gedenken. Het betekende veel voor me dat ik mijn verdriet daar kon delen en warme reacties ontving. Mijn moeders dood bracht ook oude pijn naar boven tussen mijn vader, zus en mij, maar in plaats van het te negeren, zijn we erover gaan praten, wat tot mooie gesprekken leidde.
„Achteraf gaf mijn moeders dood me de kans om mezelf beter te leren kennen en mijn contact met de mensen om me heen te verdiepen. Inmiddels kan ik weer normaal ademen, mijn huid is gekalmeerd en het kwetsbare gevoel is verdwenen. Afgelopen zomer waren we met de familie bij Sail, waar mijn ouders altijd samen naartoe gingen. We voeren op het Noordzeekanaal met de ondergaande zon, onze jongens lagen voorop het dek, mijn vrouw, zus en vader zaten naast me. Het was onze eerste boottocht zonder mijn moeder, maar ik vóélde haar aanwezigheid. Dit was zo’n dag waar zij altijd intens van genoot. Ik voelde een pijnlijk gemis in mijn lijf, maar het was ook een troost dat zij op zulke momenten altijd dichtbij zal zijn.”
Farah Zeidan.
„Op 6 oktober 2011, een dag die in mijn geheugen staat gegrift, vertelde mijn moeder dat ze longkanker had. Ik was zestien. Twee weken later kwam de definitieve diagnose: het was uitgezaaid en niet meer te genezen. Mijn moeder heeft nog twee jaar geleefd. Ze liet nooit zien hoe slecht het met haar ging, tot het zo ernstig werd dat ze hulp nodig had en ik haar nog een tijd heb verzorgd. Toen mijn moeder op een zeker moment naar een hospice ging, ben ik bij mijn oma gaan wonen.
„Mijn moeders dood bracht me volledig uit balans. Ze was altijd mijn beste vriendin geweest. Ze haalde me op om te lunchen tijdens een tussenuur en kon de ruimte vullen met haar blijdschap. Dat onze relatie ook wel wat symbiotisch was, zag ik pas achteraf: ze had altijd veel voor me bepaald, waardoor ik na haar dood eigenlijk niet wist wie ik zonder haar was. Na haar overlijden sliep ik uren aan een stuk, soms wel drie dagen achter elkaar, ik werd alleen wakker om kort iets te drinken of te eten. Daarnaast verloor ik mezelf in diëten. Ik at zo min mogelijk en sportte veel, waardoor ik steeds dunner werd. Als ik er van buiten prachtig uitzie, zien mensen niet hoe rot ik me vanbinnen voel, dacht ik.
„En toen overleed, zeven maanden na mijn moeder, ineens ook mijn oma. Dat was zo’n klap, dat ik geen enkele herinnering meer heb aan haar uitvaart. Ik ben op mezelf gaan wonen, want ik was inmiddels achttien. Ik bleef afvallen, slapen, feesten – het dempte mijn verdriet, waar ik verder zelden over sprak. Intussen haalde ik mijn eindexamen, mede dankzij een geweldige decaan die me tijdens de examenperiode bij haar in huis nam, zodat ze voor me kon zorgen.
„Naarmate de tijd verstreek kreeg ik steeds meer fysieke klachten. Mijn haren vielen uit, ik kreeg een grote kale plek op mijn hoofd, en ik was zo moe dat ik alleen nog maar kon slapen. Vijf jaar later bereikte ik het dieptepunt: ik kon niet meer bedenken waarom ik nog zou opstaan. Een manager op mijn werk zorgde ervoor dat ik in de ziektewet terechtkwam, ik had er nooit bij stilgestaan dat dat kon. Vanaf dat moment heb ik alles aangegrepen om te herstellen: paardentherapie, sport. Wat me staande heeft gehouden is rouwtherapie. Je moet het zelf doen, maar je hoeft het niet alleen te doen, zei mijn therapeut – die zin geeft me nog steeds houvast.
„Toen ik mijn rouwklachten eindelijk serieus nam, begon mijn lichaam te herstellen. Er werd een schildklierafwijking vastgesteld, waarvoor ik medicijnen krijg. Twaalf jaar na de dood van mijn oma en moeder sta ik op een heel andere plek. Ik heb bijna mijn studie journalistiek afgerond, ben verloofd en durf weer te dromen. De rouw is niet weg, maar ik weet me er steeds opnieuw toe te verhouden. Als ik ga trouwen, als ik moeder word, of – mijn droom – correspondent in Egypte, zal mijn moeder er niet zijn, dat blijft een groot verdriet. Maar ik hoef die pijn niet te overwinnen, ik draag het. Dat het me niet meer overneemt is genoeg.”
Sandra Hogeveen.
„In 2012 vond er een ernstig incident plaats bij de gastouder van onze zoon Thijs, die op dat moment zes maanden oud was. Hij liep zwaar hersenletsel op, het was aanvankelijk niet eens zeker of hij het wel zou overleven. De artsen konden niet zeggen of hij ooit nog zou leren lopen of praten, alles werd een groot vraagteken.
„Toen we thuiskwamen, leefden we als gezin in een nieuwe werkelijkheid. Thijs had dag en nacht zorg nodig. Er volgden tientallen afspraken in het ziekenhuis met neurologen en kinderartsen. Door het gebeurde vertrouwden we niemand meer, dus we deden alles zelf. Eigenlijk moesten we een compleet nieuwe identiteit opbouwen, want veel uit ons oude leven paste niet meer. Mijn baan als verpleegkundige moest ik met pijn in het hart opgeven. We waren alleen maar bezig met overleven.
„Dat ging jaren goed, tot in 2016 onze dochter werd geboren. Met een baby gaat alles in een lager tempo, er is meer tijd voor reflectie en ineens kreeg ik allerlei lichamelijke klachten. Het begon met een hernia, gevolgd door een flinke ontsteking in mijn been en ‘brainfog’, een dof gevoel in m’n hoofd. Plotseling had ik meer medische afspraken dan ik kon tellen. De ene arts dacht aan MS, de volgende aan reuma. Er werd medicatie voorgesteld, maar niemand legde de link met rouw. Dat heb ik echt als een gemis ervaren. Stel je voor dat een arts had gezegd: joh, het is niet niks wat jij allemaal hebt meegemaakt, ben je weleens met je rouw aan de slag gegaan?
„Een lichaam in rouw geeft je allerlei signalen, en als je die negeert, word je ziek. Pas toen ik in 2023 begon aan de opleiding rouw- en verliesbegeleider voelde ik wat er aan mijn fysieke klachten ten grondslag lag, en waar ik jarenlang geen aandacht aan had besteed. Het verdriet, de onmacht, de schuldgevoelens en de pijn. Om daar ruimte voor te maken trok ik de natuur in, las ik veel over rouw en ben ik anders naar mijn lichaam gaan kijken. In plaats van te denken: stomme rug, stom lijf, ontwikkelde ik een begripvolle houding naar mijn lichaam – mijn klachten hadden me wat te vertellen.
Stap voor stap ging het beter. De hernia verdween, de ontstekingen bleven weg. We zijn ruim dertien jaar verder, en alle fysieke klachten zijn voorbij. Mensen vragen weleens of ik er nog steeds verdriet van heb, en ja, dat heb ik. Op Thijs’ verjaardag overvalt het me vaak. Naast het grote geluk dat we hem hebben gekregen, is er ook verdriet om de dromen die niet zijn uitgekomen, en hoe het anders had kunnen zijn.
„Thijs zelf bloeit op. Hij is een blije, energieke jongeman van veertien. Hij heeft nog steeds bij alles begeleiding nodig, maar daar krijgen we hulp bij van onze fantastische pgb’ers [mensen betaald uit persoonsgebonden budget] en familie. Hij functioneert op een laag niveau, maar hij leeft zijn leven vol overgave en we leren veel van hem. Terugkijkend zie ik ook wat het verlies me heeft gebracht. Ik ben bewustere keuzes gaan maken zowel privé als in mijn werk, ik geniet meer en ben milder geworden. Daar heb ik een grote prijs voor betaald, maar ik heb ermee te leven. Want, zoals ik eens las in een boek over rouw: je hebt geen invloed op de wind, maar wel op hoe je je zeilen zet.”
Ilse Hemmes.
„Het laatste telefoongesprek met mijn vader was in april 2020, toen de coronapandemie net was begonnen. Mijn vader woonde in Suriname, in mijn jeugd zag ik hem weinig, ik groeide op bij mijn moeder in Nederland. In dat laatste gesprek heb ik hem in een opwelling verteld wat hij voor mij betekende. Enkele dagen later overleed hij onverwachts. Zijn dood kwam aan als een mokerslag. Je moet weten dat ik vanaf mijn twintigste altijd geld apart had staan voor als hij plotseling zou overlijden. Ik heb al jong mensen verloren en wist hoe belangrijk het is dat je op zo’n moment goed afscheid kan nemen. Maar dat kon nu niet vanwege de coronacrisis.
„De fysieke impact was groot. Het is bijna niet te beschrijven hoe zwaar mijn lijf en ledematen voelden. Het was net alsof er een steen in mijn buik zat, en ik had het gevoel alsof mijn keel dichtgeknepen zat. Ik heb een eigen uitvaartbedrijf, maar kon amper werken, omdat ik op werk steeds met mijn eigen verlies werd geconfronteerd. Als ik een rouwauto zag, draaide mijn maag zich om. Zag ik een kist dan voelde ik misselijkheid opkomen, ik was hele dagen misselijk. Op een dag vroeg een collega of ik even met een familie wilde praten die ik eerder al eens had begeleid. Ik voelde me redelijk, dus stemde ik in. Wij willen het lichaam van onze vader, die in het buitenland is overleden, laten verplaatsen, hoe doen we dat, vroeg de familie. Ik hoorde alleen: vader, buitenland, verplaatsen, en alles begon te draaien en ik barstte in huilen uit. Vreselijk, ik had mijn lichaam niet meer onder controle.
„In diezelfde periode overleed mijn moeder. Zij was al een tijd terminaal ziek en ik was haar mantelzorger. Haar dood voelde anders, omdat ik met haar nog alles heb kunnen bespreken wat belangrijk was. Van haar kon ik goed afscheid nemen. Datzelfde geldt voor mijn man, die eind 2021 corona kreeg en moest worden opgenomen. Na korte tijd aan de beademing knapte hij op en het leek goed te gaan, tot hij een dubbele klaplong kreeg en alsnog overleed.
„Met mijn man verloor ik mijn grote steun en toeverlaat. Maar alles zat goed tussen ons, waardoor het anders voelde dan na mijn vaders dood. Wel sliep ik slecht. Ik viel weliswaar in slaap, maar werd drie of vier uur later wakker en kon de slaap dan niet meer vatten. Ik lag maar te draaien, alles voelde zwaar en ik transpireerde veel. Zat ik op de bank, dan ging soms zomaar mijn smartwatch af omdat mijn hartslag gevaarlijk omhoogschoot. De laatste jaren heb ik ook bovengemiddeld vaak griep, en ik zit inmiddels tegen een burn-out aan.
„Ik besef nu dat ik hier te lang overheen heb geleefd. Ik kom weliswaar bij de huisarts, maar die koppelt mijn klachten niet aan rouw. Het zijn schatten, maar als ik over slaapproblemen begin, schrijven ze een slaappil voor, het ontbreekt aan kennis op dit vlak. Ik heb zelf een rouwtherapeut gezocht, en ik heb alsnog afscheid van mijn vader genomen. Met een eigen ritueel op de rivier in Suriname waar mijn vaders as is uitgestrooid. Dat heeft mijn pijn verzacht, net als mijn besluit om de komende jaren stapsgewijs mijn bedrijf los te laten. Mijn lijf schreeuwt om rust, het is tijd om daarnaar te gaan luisteren.”
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC