Tennis In de schaduw van Botic van de Zandschulp en Tallon Griekspoor bereikte Jesper de Jong (25) bijna ongemerkt de top-honderd. Dit weekend start hij op de Australian Open. Waar ligt zijn kracht? „Hij is gewoon een heel handige speler.”
Jesper de Jong tijdens het Masters-toernooi in Parijs in 2025.
Toen Jesper de Jong afgelopen mei voor de tweede keer meedeed aan het hoofdtoernooi van Roland Garros, leek het bij één ronde te blijven. Na twee verloren sets werd de weg naar een comeback wel héél lang. Maar hij weigerde zich daarbij neer te leggen, beet zich vast in de wedstrijd en werd daarvoor beloond: na bijna vier uur wist hij de partij toch nog te winnen.
Het is tekenend voor De Jong. Zijn doorzettingsvermogen is in feite zijn allergrootste wapen. Hard werken, niet opgeven, blijven vechten, het heeft hem gebracht waar hij nu is: op plek 73 van de wereld.
2025 was zijn succesvolste jaar tot nu toe. Hij brak door in de mondiale top-100 en haalde voor het eerst een ATP-finale, in Bastad, Zweden. In dat toernooi versloeg hij bovendien zijn veel hoger geplaatste landgenoot Tallon Griekspoor. En hoewel hij nog altijd minder bekendheid geniet dan Griekspoor en Botic van de Zandschulp, staat hij nu twee plekken hoger dan die laatste. Deze maand staat hij voor de tweede keer op het hoofdtoernooi van de Australian Open.
De liefde voor tennis begon voor De Jong op de squashbaan. Zijn moeder werkte in het restaurant van de tennisclub, en nam haar zoon af en toe mee. Hij was drie jaar oud en kon zichzelf urenlang vermaken door met een racket een bal tegen de muur te slaan. Toen hij er lol in bleef houden, werd het tijd voor tennisles.
Jesper de Jong groeide als enig kind op in een hecht gezin in Hoofddorp. Zijn moeder werkt in de zorg, zijn vader in de luchtvaart. Ze waren zeer betrokken bij de droom van hun zoon, maar remden hem soms wel af als hij dreigde door te schieten. Veel ambitieuze kinderen gingen bijvoorbeeld een paar maanden naar het buitenland om daar te trainen, maar de ouders van De Jong hielden dat af. „Dan zeiden we: doe nou maar rustig aan. We kijken wel hoever je bent als je zestien bent.”
„Jesper was van jongs af aan al heel serieus”, vertelt zijn moeder, Maureen op de Weegh. Hij deed er alles aan om zoveel mogelijk tijd te kunnen besteden aan de sport. Obstakels ruimde hij zo snel mogelijk uit de weg. „Neem zwemles. Dat vond hij vreselijk, maar hij wist ook dat hij nu eenmaal een diploma moest halen. Dus hij besloot: ik ga gewoon heel goed luisteren en extra hard mijn best doen, dan ben ik er het snelst vanaf.”
Zo was het ook met school. De Jong had daar geen plezier in, maar hij wist ook dat hij niet om school heen kon. Om maar zo snel mogelijk zijn havodiploma te halen, moest al het andere wijken. Behalve tennis, natuurlijk. Zelfs de kerstdiners op school sloeg hij liever over. „Dan was het echt huilen”, vertelt zijn moeder. „Ik wil niet naar het kerstdiner, ik wil trainen!”
Dat hij tennis meer dan ‘gewoon leuk’ vond, was ook zijn eerste tennislerares Cindy de Ruijter al snel duidelijk. „Ook als hij geen les had, belde hij of hij mocht komen. En als er alleen maar leerlingen van onder zijn niveau waren, vond hij dat ook niet erg, dan ging hij met links spelen.”
De Ruijter zag al meteen iets bijzonders in haar pupil, die op zijn vierde bij haar kwam. „Hij had enorm veel balgevoel en spelinzicht. Ik kan me nog een toernooitje herinneren op een miniveld in Purmerend. Hij sloeg een diepe bal en volgde die op door naar het net te komen en een volley te slaan. Dat is op die leeftijd heel bijzonder, de meeste kinderen zijn al blij als ze de bal überhaupt weten terug te slaan.”
Ook Jeroen Joling, die hem coachte van zijn tiende tot zijn zeventiende, benoemt allereerst zijn spelinzicht. „Hij kan heel goed het tempo van zijn tegenstander volgen, en dan opeens het spel overnemen”, legt hij uit. „Zijn voetenwerk is bovendien sterk, hij beweegt heel goed over de baan. Hij heeft een goede dropshot, zeker op gravel. Hij is gewoon een heel handige speler.”
Dat viel ook de KNLTB op, de Nederlandse tennisbond. Vanaf zijn zesde ging hij daar extra lessen volgen. Hij was getalenteerd genoeg om het volledige KNLTB-traject te doorlopen, maar was de eerste jaren niet de beste van zijn leeftijdsgroep. Hij was vrij klein voor zijn leeftijd, zeker voor tennis een groot nadeel. Hij had – en heeft – geen grote wapens die eruit springen, zoals een snoeiharde service waarmee hij de ene na de andere ace slaat, of een forehand waarmee hij angstaanjagende klappen kan uitdelen.
De Jong werd daardoor niet meteen gezien als het allergrootste talent binnen de bond, maar dat was misschien nog eerder een voordeel dan een nadeel. Het leerde hem om te gaan met verliezen. „Het bouwt karakter”, zegt De Ruijter. „Hij heeft overal hard voor moeten werken. Maar dat is ook zijn kracht, dat is waarom hij staat waar hij nu staat. Omdat het nooit vanzelfsprekend is geweest.” Jongens die op hun veertiende nog het sterkst waren, vertelt zijn jeugdcoach, en veel toernooien wonnen, vonden het moeilijk de motivatie en het plezier te behouden toen hun groei onvermijdelijk wat stagneerde en ze vaker begonnen te verliezen.
Jacco Eltingh weet nog goed waarom De Jong bij de KNLTB zijn aandacht trok. De voormalige toptennisser werd in 2017 technisch directeur van de bond, De Jong was op dat moment zeventien. „Hij was ontzettend fanatiek, had een heel hoge intrinsieke motivatie.” Hij roemt bovendien hoe trouw de Haarlemmer is aan de mensen om hem heen, hij heeft in zijn leven maar weinig verschillende coaches gehad. „Als hij voor iemand kiest, dan geeft hij die ook echt de sleutel tot zijn tennishart.”
Maar het was niet alleen zijn persoonlijkheid die maakte dat hij eruit sprong, ook het tennis was volgens Eltingh veelbelovend. „Hij kan als het ware het veld klein maken en zijn tegenstander opsluiten”, legt hij uit. Door de bal snel na de stuit te ‘nemen’, zorgt hij ervoor dat zijn tegenstander minder tijd heeft om klaar te staan voor de volgende bal. „Ik zag een aantal tactische vaardigheden en zijn technische en fysieke aanleg die hem topsportwaardig maakten.”
Op zijn achttiende stond De Jong voor een belangrijke keuze. Op dat moment was het de vraag of hij goed genoeg zou kunnen worden om succes te hebben op het profcircuit. Een andere mogelijkheid was om in de Verenigde Staten universiteitstennis te gaan spelen, een stap die sommige jonge tennissers zetten in de hoop door te breken op het internationale circuit. Eltingh wist hem over te halen om toch in Nederland te blijven, en dat bleek een goede keuze. De Jong kon op zijn weg naar de top rekenen op veel financiële steun. Hotels, vliegtickets, maar ook het salaris van een coach werden door de tennisbond betaald. Ook kon hij gebruikmaken van de trainingsfaciliteiten van de bond.
De dankbaarheid richting de KNLTB is bij De Jong nog duidelijk te merken. Afgelopen december was hij bij het Nederlands Kampioenschap in Amstelveen de enige internationale topper; Van de Zandschulp en Griekspoor waren niet van de partij. In zijn overwinningsspeech na de finale noemde De Jong zichzelf „een echt KNLTB-kindje” – waarna hij zijn ergernis over de afwezigheid van zijn collega’s liet blijken. „Ze luisteren waarschijnlijk niet mee”, zei hij, „maar ik zou zeggen: kom gewoon naar het NK, het hoort erbij. En dan moet je nog maar zien of je Nederlands kampioen wordt!”
Een van de coaches die een jaar met De Jong mee is gereisd naar toernooien, is oud-tennisser en Davis Cup-captain Paul Haarhuis. Dat was in 2021. De Jong was op dat moment nog ver verwijderd van de top, maar beiden geloofden dat er ruimte was voor groei. Wat De Jong van anderen onderscheidde, was zijn professionele houding, herinnert Haarhuis zich. „Hij was dag en nacht met tennis bezig, en als je nog jong bent, is dat eigenlijk heel goed.”
Zijn volharding kan soms ook een valkuil zijn, zegt Haarhuis. „Als je het zó serieus neemt, kun je dingen ook te groot maken. Als het dan spannend wordt, kan het je weleens te veel worden, waardoor je juist slechter gaat spelen.”
Dit tennisseizoen is het tijd voor de volgende stap. Het doel? In elk geval top-vijftig, zei hij tegenover NRC tijdens het NK. Volgens Jacco Eltingh zit dat er zeker in. „Dan moet hij wel nog consistenter gebruikmaken van zijn krachten.” Zijn tactisch inzicht is waar De Jong het van moet hebben, vindt hij. „Op spannende momenten wil hij nog weleens te defensief gaan spelen. Als hij dát doet, is hij niet beter dan anderen.”
Eltingh had hem daarom graag wat meer dubbelwedstrijden zien spelen. In het dubbelspel worden volgens hem juist de kwaliteiten gevraagd waarin De Jong op zijn sterkst is. „Je moet daar toch vaker omschakelen van achter in het veld naar voren. Dat is iets waar De Jong van nature goed in is, dus het zou goed zijn als hij dat nog meer traint.”
Consistenter worden, meer zelfvertrouwen krijgen, uitgaan van zijn eigen krachten: dat zijn de dingen die hem zullen helpen steeds een stapje beter te worden. En dan is de top-vijftig zeker haalbaar, zeggen de mensen om hem heen. Ook Cindy de Ruijter, De Jongs allereerste tennislerares gelooft dat het kan. „Je ziet vaak dat hij nét verliest. Maar ook tegen Alcaraz kan hij echt wel een hele wedstrijd lang weerstand bieden.”
Dat hoopvolle vertrouwen van zijn jeugdcoach kan De Jong nu al goed gebruiken. In de eerste ronde van het grandslamtoernooi in Melbourne, dat deze zondag begint, treft hij de nummer twaalf van de wereld, de Russische toptennisser Daniil Medvedev.
Source: NRC