Home

‘Semele is een intrigerend karakter: gekweld en gespleten leeft ze tussen euforie en depressie’

Opera Breakdancer en operazanger Jakub Józef Orlinski en zangeres Elsa Benoit ontdekten pas ‘laat’ de opera. Het weerhield hen er niet van de wereldtop te halen. Ze debuteren bij De Nationale Opera in het Händel-drama ‘Semele’. „Je blijft je talent voortdurend bevragen.”

Elsa Benoit en Jakub Józef Orlinski tijdens een repetitie van Semele, een nieuwe productie van De Nationale Opera.

‘Waarom sta je zo tegen me te schreeuwen?’, was zijn eerste gedachte toen de Poolse countertenor Jakub Józef Orlinski (35) als late tiener opera ontdekte. Nee, deze kunst sprak niet tot zijn verbeelding, totdat enige jaren later zijn zangleraar hem de aria ‘Cara sposa’ uit Rinaldo van Georg Friedrich Händel voorhield.

„Cara sposa,

amante cara,

dove sei?”

‘Lieve bruid, dierbare geliefde, waar ben je?‘ Een blikseminslag wil hij het niet noemen, zegt de countertenor, maar die muziek vormde wel het begin van een hartstocht die hem gestadig in zijn greep kreeg. Nu – ruim vijftien jaar later – schittert hij op het operatoneel, deze dagen in het Händel-drama Semele in Amsterdam. En daar vertoont hij in een balletscène nog een andere kunst die hem roem bracht: breakdancen. De Britse Sunday Times doopte Orlinski tot de „opera’s baroque’n’roll star”. Zo’n veertig miljoen televisiekijkers zagen hem anderhalf jaar geleden zingen en dansen tijdens de openingsceremonie van de Olympische Spelen, varend op de Seine in Parijs.

De glazen pui van de Nationale Opera & Ballet-kantine biedt hem nu uitzicht op een andere rivier, de Amstel, en haar besneeuwde Blauwbrug. Naast Orlinski zit zijn tegenspeelster, de Franse sopraan Elsa Benoit (38) die de titelrol in Semele vertolkt. Beiden zijn na dagen van vertragingen op vliegvelden en treinstations in Amsterdam aangekomen voor de laatste repetities. De lange reis was, grijnst Orlinski, een passende gelegenheid om een van zijn eerste zinnen uit Semele te oefenen: „Invent no new delay.”

Gestage klim

Voor Benoit voelt Amsterdam vertrouwd. Hier woonde ze zes jaar en studeerde aan het conservatorium en de DNO Academy. Haar herinneringen aan die tijd zijn warm. „Het moet toen zijn geweest dat ik voor het eerst een Händel-aria hoorde: ‘Piangerò’ van Cleopatra uit Giulio Cesare.”

Het was – evenals bij Orlinski – een late kennismaking, zegt Benoit. „Ik groeide op in een kleine kuststad in Bretagne. In ons gezin speelde klassieke muziek geen grote rol. Alleen in de auto lag een Mozart-cassette met het Klarinetconcert en het Concert voor fluit en harp, dus tijdens ritten luisterden we daar altijd naar. Het deed wat met me. Op een of andere manier belandden die melodieën in mijn bloedsomloop, althans ze voelden zo organisch aan. Ik kan beide concerten nog steeds noot voor noot neuriën. Van opera wist ik niks. Wel hield ik als kind van zingen. Chansons, zoals ‘Hymne à l’amour’ van Edith Piaf. Thuis trad ik op voor mijn familie. Ik herinner me de vreugde die dit meebracht. Dat jeugdige plezier ben ik blijven koesteren, ook nu er prestatiedruk is.”

Jakub Józef Orlinski.

Elsa Benoit.

„Jouw achtergrond is herkenbaar”, zegt Orlinski. „Mijn ouders lieten weliswaar allerlei soorten muziek horen, maar beiden waren niet onderlegd. Ze gaven me wel de kans van alles uit te proberen. En zo kwam ik op mijn achtste terecht in een amateurkoor dat vooral stukken uit de Middeleeuwen en Renaissance zong. Geen idee wat al die woorden betekenden, niettemin voelde het magisch. Mijn ziel moest hier iets mee. Na de middelbare school besloot ik daarom naar de Chopin Universiteit in Warschau te gaan. Wat betreft muziekkennis en eerzucht liepen mijn klasgenoten ver op me voor. In het begin droomde ik er slechts van om ooit één lied zuiver te kunnen zingen.”

Met zijn medestudenten gaf Orlinski niet veel later zijn eerste concert in een buurthuis. „Er zaten zeven bejaarde bezoekers die geen benul hadden van wat een countertenor was. Dus toen ik begon, vertrokken er meteen twee vrouwen hoofdschuddend. Wat was dit voor freak? Het lijkt onbeschoft, maar destijds – zeventien jaar geleden – telde Polen misschien vijf countertenoren en deze dames kenden ongetwijfeld de weg niet op YouTube. Bovendien klonk mijn stem natuurlijk niet zoals nu. Ik had nauwelijks enige scholing.”

Datzelfde gold aanvankelijk voor Benoit. Ze kreeg op de middelbare school wat zanglessen en wilde in de stad Rennes verder studeren voor onderwijzer. „Mijn zangdocent raadde me aan om bij het operakoor te gaan: ‘Dat is leuk en je kunt er wat geld mee verdienen.’ De auditie was rommelig. Ze gaven me een lied en tien minuten om het voor te bereiden. Maar ik kon niet van blad zingen, dus de eerst noot ging nog goed en vervolgens moest de pianist me souffleren. Toch werd ik aangenomen.”

In het koor begon Benoits fascinatie voor opera en zang. Op een dag ontmoette ze de Franse sopraan Valérie Guillorit, hoofdvakdocent aan het Conservatorium van Amsterdam. „Na een paar lessen vroeg ze of ik er wat voor voelde om bij haar te studeren. Uiteraard moest ik wel auditie doen. Mijn klassieke scholing was gering, mijn vaardigheid in noten lezen liet te wensen over, maar hier in Amsterdam focusten ze op wat ik wel kon: ze hoorden een prachtige stem en muzikaliteit.”

„Bij mij ging het net andersom”, zegt Orlinski. „Ik was de buitenstaander, de jongen van de straat, met de nodige gebreken waar de nadruk op werd gelegd. En ik bezat zelfs niet eens een uitgesproken mooi geluid. Opnamen van mijn eerste examens klinken pieperig en rauw, maar er school ontegenzeggelijk muzikaliteit in wat ik deed.”

‘Geen magie, maar arbeidsethos’

Ondanks hun achterstand klommen beide zangers gestaag naar de wereldtop in de opera. „Voor wie zijn of haar roeping ‘laat’ ontdekt, is niks vanzelfsprekend”, ervaart Benoit. „Tot mijn achttiende was opera voor mij een terra icognita. En dus werk ik gericht en bewust aan de ontwikkeling van mijn talent. Een mooie klank is geen kwestie van magie, maar van arbeidsethos. Er is altijd nog zo veel te leren.”

„Je blijft je talent voortdurend bevragen”, vindt Orlinski. „De onzekerheid die dat kan meebrengen, moet je achterlaten in de studieruimte. Want bij concerten en opera’s laat je het beste van jezelf zien. Die boodschap kreeg ik van een 80-jarige Poolse bariton, die insprong toen mijn zangleraar even op reis was. Hij drukte me op het hart: ‘Eenmaal op het podium – of het nu om een concert of een auditie gaat – is jouw aanwezigheid een zegen voor het publiek. Dus geniet van zulke momenten.’ Het heeft wat jaren gekost, maar het lukt.”

Inmiddels noemen muziekcritici Orlinski „the real deal” en „de eerste operaster die GenZ weet in te palmen”. En Benoit wordt geprezen om de „hypnotiserende bezieling” waarmee ze personages tot leven brengt en om de kleurenrijkdom en uitdrukkingskracht van haar sopraan. In Händels drama Semele krijgen beiden alle ruimte om hun gaven aan te spreken.

Repetitie van ‘Semele’ bij DNO.

Semele: ‘een intrigerend karakter’

Het oorspronkelijke verhaal van Semele beslaat maar zo’n zestig regels in de vuistdikke Metamorfosen, het boek van de Romeinse dichter Ovidius. Koningsdochter Semele (Benoit) wordt uitgehuwelijkt aan de prins Athamas (Orlinski), maar weigert te trouwen omdat ze een verhouding heeft met oppergod Jupiter. Diens jaloerse echtgenote Juno spant een fatale valstrik voor Semele. In deze regie van Claus Guth is Semele een kind van onze tijd, die zich zo diep in haar verbeelding verschanst dat ze die voor werkelijkheid aanziet.

„Een intrigerend karakter”, vindt Benoit. „Gekweld en gespleten leeft ze tussen euforie en depressie. En tenslotte brandt Semele van binnen op. Ze groeit op in een soort Amerikaans gezin dat er voor de buitenwereld volmaakt wil uitzien. Het betekent dat haar psychische problemen al jaren worden genegeerd. In de fantasie vindt ze vervolgens haar toevluchtsoord. We zien deze ontwikkeling overal om ons heen: mensen die zich afkeren van de realiteit en een muur optrekken rond een zelf geschapen wereld.”

„Claus omschrijft zijn regie als Las Vegas op Instagram”, zegt Orlinski. „Aan het einde zit Semele in zichzelf gekeerd op een stoel en trouwt haar verloofde – mijn personage Athamas – met haar zus. Iedereen viert feest, maakt selfies en poseert lachend voor de huwelijksfotograaf. Wat betreft de familie is de crisis bezworen en het plaatje weer perfect.”

Het muziekdrama Semele van Georg Friedrich Händel is te zien van 17 tot en met 29 januari bij Nationale Opera en Ballet in Amsterdam. Info: operaballet.nl

Elsa Benoit als Semele bij De Nationale Opera.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next