Rechtszaak hulpverleners Door de rechtszaak tegen 24 hulpverleners op Lesbos varen er al sinds 2018 geen reddingsboten van ngo’s in de Griekse wateren, uit angst voor vervolging. Hun vrijspraak kan veel betekenen. „Maar intussen heeft het al die jaren wél levens gekost.”
Pieter Wittenberg, Sean Binder, Nasos Karakitsos en Sarah Mardini buiten de rechtbank van Mytilini op Lesbos, die hen donderdag vrijsprak van onder meer mensensmokkel.
Twaalf uur zitten ze al op een houten stoel. Acht jaar lang stond hun leven stil. Voor 24 oud-hulpverleners – rechtenstudenten, advocaten, artsen, een professioneel zwemster die zelf vluchtte uit Syrië, een Nederlandse weldoener van in de zeventig – veranderde alles toen zij in 2018 werden aangeklaagd door de Griekse justitie.
De Ierse Seán Binder is inmiddels advocaat, maar mocht zijn beroep zolang de zaak liep niet uitoefenen. De Syrische Sarah Mardini kampt met ernstig psychische problemen. De Griekse Athanasios Karakitsos verloor zijn baan. De Nederlandse Pieter Wittenberg kan al jaren aan weinig anders denken. Ze zijn moe.
Dan begint de rechter eindelijk te lezen. „Iedereen is onschuldig verklaard.” Geen criminele organisatie. Geen mensensmokkel. In de zaal springt iedereen overeind. Er wordt gejuicht, geklapt, gehuild en geknuffeld. Maar onder de euforie ligt woede: over de jaren die zijn weggeraakt, en over wat er in die tijd op zee gebeurde.
Sarah Mardini is boos dat ze nog altijd moet uitleggen waarom ze hielp. „Mijn hart is gebroken dat ik beschuldigd word van mensensmokkel terwijl ik zelf als vluchteling in een bootje heb gezeten”, zegt ze met trillende stem tegen de rechters. „Deze zaak heeft mijn leven kapot gemaakt.” Wittenberg gooit tijdens zijn getuigenis zijn armen in de lucht. „Ik heb mensen in nood geholpen. Nooit had ik gedacht dat ik tien jaar later voor u moest uitleggen waarom dat geen criminele daad is.”
De 24 hulpverleners die werden vervolgd voor onder andere mensensmokkel werden donderdag vrijgesproken door de Griekse rechtbank van Mytilini, de hoofdstad van het Griekse eiland Lesbos. De zaak geldt als de grootste rechtszaak rondom de criminalisering van hulpverlening sinds 2015, het jaar waarin ruim 850 duizend mensen naar Griekenland vluchtten.
De aanklacht was gebaseerd op een onderzoek van het Griekse Openbaar Ministerie, waaruit bleek dat het Emergency Response Centre International (ERCI), de organisatie waar veel verdachten voor werkten, een criminele organisatie zou zijn die zich schuldig maakte aan spionage, witwassen en mensensmokkel. In werkelijkheid, oordeelde de rechtbank, ging het om hulp aan mensen in nood: een groep vrijwilligers die in de chaos van de aankomsten samenwerkte met de kustwacht om mensen van de verdrinkingsdood te redden.
Afgelopen december, toen de zwaarste aanklachten voor het eerst inhoudelijk werden behandeld, bleek volgens Wittenbergs advocaat Maria Spiliotakara al dat het OM-dossier rammelde. De kustpolitiechef die het onderzoek leidde vond het „verdacht” dat vrijwilligers „versleutelde berichten in een geheime groep” stuurden. Die ‘geheime groep’ bleek een gewone WhatsAppgroep. „24 mensen gaan al acht jaar door een hel door een willekeurige verdenking van één man”, zei Spiliotakara. „Dit had nooit voor de rechter mogen komen.”
Maar dat deed het wel. En het effect ervan gaat verder dan de levens van de verdachten. Sinds 2018 zijn ngo’s op Lesbos grotendeels gestopt met ‘search and rescue’. Vrijwilligers beperken zich tot hulp aan mensen die al geregistreerd zijn als asielzoeker.
Esther Vonk, directeur van Stichting Bootvluchteling, noemt de zaak tegen de hulpverleners „bijzonder effectief” voor „het Griekse afschrikbeleid”. Alleen wanneer er sprake is van direct levensgevaar wordt melding gemaakt bij de kustwacht, zegt ze. Het strand op gaan om zelf te helpen is geen optie meer. „Dat risico kunnen we niet lopen.”
Terwijl hulp hard nodig is. Volgens data van de International Organization for Migration (IOM) zijn op de migratieroutes naar Europa tussen 2014 en 2023 meer dan 28.000 mensen verdronken of vermist. Alleen al in 2024 registreerde de IOM naar schatting meer dan tweeduizend doden en vermisten op zee.
De uitspraak is een lichtpunt in een donkere tijd, zegt Vonk. In Athene liggen juist voorstellen op tafel die de ruimte voor hulporganisaties verder kunnen beperken. Een fout van één vrijwilliger kan genoeg zijn om een organisatie haar registratie of toegang tot opvanglocaties te laten verliezen. Juristen van de Griekse ngo Refugee Support Aegean noemen dat een directe aanval op hulpverlening.
De Griekse reddingswerker Iasonas Apostolopoulos getuigde donderdag in de rechtbank over zijn werk op Lesbos tijdens de piek van de aankomsten. Buiten de rechtszaal is Apostolopoulos zichtbaar boos. Hij noemt de aanklacht „een verzonnen verhaal met een cynisch politiek motief”.
Apostolopoulos ziet een Europese ontwikkeling waarin „solidariteit wordt gecriminaliseerd”. Na Lesbos werkte hij op reddingsschepen in Italië, waar hulpverleners geregeld worden aangeklaagd. In 2017 werd het reddingsschip Iuventa in beslag genomen; zeven jaar later staakten de autoriteiten de strafzaak wegens gebrek aan bewijs. Volgens Amnesty International werden tussen 2015 en 2018 minstens 158 mensen in de EU onderzocht of vervolgd vanwege hulp aan migranten.
Volgens Apostolopoulos is dat precies waarom de uitspraak in Mytilini zo belangrijk is. „Elke rechter die zegt: vluchten of helpen is geen misdaad, maakt het mogelijk om weer de zee op te gaan.” De afwezigheid van ngo’s betekent volgens hem niet alleen minder hulp bij noodsituaties, maar ook minder toezicht. Hij vervolgt: „Zolang er geen reddingsschepen voor Lesbos varen, kan de Griekse overheid ongehinderd pushbacks uitvoeren.” Volgens Aegean Boat Report werden in 2024 14.482 mensen illegaal teruggeduwd door Griekse autoriteiten, een praktijk die bekend staat als pushbacks.
Of de vrijspraak echt iets gaat veranderen aan het werk op zee, durft Vonk nog niet te zeggen. „We moeten nu echt met alle organisaties om tafel”, zegt ze. „Wat gaat de werking hiervan zijn? Worden mensen nu echt niet meer vervolgd of aangeklaagd?” Dat de verdachten zouden worden vrijgesproken, voelde voor veel hulpverleners al langer als onvermijdelijk, zegt Vonk. „Maar intussen heeft het al die jaren wél levens gekost.”
Op de trappen voor de rechtbank van Mytilini zijn de vrijgesproken hulpverleners strijdbaar. „Ik ga gelijk weer de zee op”, zegt Athanasios Karakitsos. „Dat had ik zonder deze uitspraak ook wel gedaan.” Pieter Wittenberg, met zijn 78 jaar en na een slopende dag nog bijzonder energiek, vult aan: „Ik weiger te geloven dat mensen in nood redden ooit daadwerkelijk strafbaar kan zijn.”
Source: NRC