Turks-Iraanse grens Iraniërs die het land niet meer kunnen verlaten met het vliegtuig, proberen dat over land via de Iraanse grens met Turkije. Over een mogelijke Amerikaanse interventie hebben ze gemengde gevoelens. „Sommigen denken dat het kan helpen, maar Iraniërs zijn vooral bang.”
Iraniërs die net de grens zijn overgestoken staan bij de de grenspost Kapiköy in het oosten van Turkije.
‘Het was verschrikkelijk”, zegt Rojin (26) over de protesten in Teheran, terwijl ze net de grens is overgestoken van Iran richting Turkije. Ze staat met een dik bomberjack en een zwarte zonnebril voor een mini-winkel die dagelijks open is om reizigers op te vangen bij de grenspost Kapiköy in het oosten van Turkije. De gevoelstemperatuur is tien graden onder nul, alle heuvels in de omgeving zijn bedekt onder een laag sneeuw. Binnenin de ruimte van 15 vierkante meter wachten Iraniërs op vervoer naar de grensstad Van, op ruim anderhalf uur rijden.
Rojin wil niet met haar achternaam in de krant. Ze is aan de Iraanse kant van de grens flink ondervraagd door de politie. Ook hebben ze haar telefoon doorgelicht. In Teheran ging ze drie dagen protesteren en zag voor haar ogen hoe de situatie escaleerde. „Ze schoten op iedereen die op straat was. De zoon van een vriendin, zestien of zeventien jaar oud, werd in zijn nek geraakt, terwijl hij op een brug protesteerde. Een ander slachtoffer was een jong meisje dat toevallig op straat was. De politie schoot haar in haar oog. Beide ogen zijn verwijderd in het ziekenhuis. Ze ligt nu in coma.”
Door het extreme geweld door de Iraanse politie durven sinds twee of drie dagen minder mensen de straten op te gaan, zag Rojin. Zelf kreeg ze een wapen op zich gericht toen ze op een avondnaar haar huis liep. „Ze richten een soort licht in je ogen als potentieel doelwit. Later zei iemand dat ik dood had kunnen zijn, maar dat ze besloten hadden niet op me te schieten.” Na dat incident drongen haar ouders erop aan dat ze Iran zou verlaten. Nu gaat Rojin naar haar vader, die een maand op vakantie is in Turkije.
Omdat de meeste vluchten uit Iran zijn geannuleerd, proberen Iraniërs de grens via Turkije over te steken. Woensdagnacht sloot Iran om onduidelijke redenen het luchtruim volledig. Het Turkse ministerie van Defensie liet donderdag tijdens een persconferentie weten extra maatregelen te treffen aan de grens met Iran vanwege de aanhoudende protesten. Hoewel er volgens het ministerie geen sprake is van een massale migratiestroom, wordt de grensbeveiliging wel verder aangescherpt.
Tijdens de Twaalfdaagse Oorlog van vorig jaar, toen de Verenigde Staten in samenwerking met Israël bombardementen uitvoerden op nucleaire faciliteiten in Iran, ontstonden lange rijen aan de Turks-Iraanse grens van Iraniërs die het land probeerden te verlaten.
Mahmut Kacan is mensenrechtenadvocaat en gespecialiseerd in het helpen van vluchtelingen in de provincie Van. Ook hij vindt het nog te vroeg om te spreken van een migratiestroom uit Iran. „Iraniërs zijn nog aan het protesteren tegen hun overheid. Mocht er uiteindelijk een politieke omwenteling plaatsvinden, of van buitenaf ingegrepen worden zoals we afgelopen juni zagen, dan kan dat zomaar veranderen.”
Volgens Rojin is de angst wijdverspreid voor een aanval door de VS. De Amerikaanse president Donald Trump heeft herhaaldelijk gedreigd om in te grijpen als de Iraanse regering niet ophoudt met het doden van demonstranten. Het dodental loopt steeds verder op. Iraanse mensenrechtenorganisaties spreken van aantallen die schommelen tussen 2.000 tot ruim 3.500 doden. Rojin: „Sommige Iraniërs denken dat een Amerikaanse aanval goed is en dat het kan helpen, maar tegelijkertijd zijn mensen bang, want het blijft een aanval.”
Iran heeft buurlanden, waaronder Turkije, gewaarschuwd voor aanvallen op Amerikaanse militaire bases in die landen als de Amerikanen overgaan tot een militaire actie. Hakan Fidan, de Turkse minister van Buitenlandse Zaken, liet donderdag weten dat Turkije een geweldsescalatie tussen Israël, de VS en Iran niet zou goedkeuren. „Wij willen nadrukkelijk dat problemen via dialoog worden opgelost. Grootschalige destabilisatie in Iran is iets wat de regio niet kan dragen”, aldus Fidan. Volgens hem is het voorkomen van destabilisatie in Iran de hoogste prioriteit voor Turkije.
Volgens het Turkse ministerie van Defensie is nog geen sprake van een massale migratiestroom uit Iran richting Turkije.
Een reden hiervoor kan zijn dat een nieuwe vluchtelingenstroom op weinig steun kan rekenen van het Turkse volk. In het land zijn nog ruim 2,5 miljoen Syrische vluchtelingen die vanaf 2015 op de vlucht sloegen vanwege de Syrische burgeroorlog. Hoewel zij in het begin ruimhartig werden opgevangen, vindt inmiddels ruim 80 procent van de Turken dat zij terug moeten naar Syrië.
Daarbovenop liet Trump dinsdag weten dat landen die handel drijven met Iran heffingen moeten betalen van 25 procent op handel met de VS. De Iraanse export naar Turkije is vorig jaar gestegen naar 7,3 miljard dollar. Daarmee komt Turkije op de vierde plek na China, Irak en de Verenigde Arabische Emiraten.
In het centrum van Van komen normaal gesproken Iraniërs voor een weekendje de grens over naar Turkije om te drinken en dansen in uitgaansgelegenheden, vanwege de strikte regels in eigen land. Maar nu zijn de meesten op doorreis. In het Ramada Hotel net buiten de stad zit Maryam (40) al drie dagen te wachten op een vlucht richting Istanbul, zodat ze kan doorvliegen naar Californië. Daar is ze vijftien jaar geleden naartoe verhuisd vanuit Isfahan en werkt ze als technisch ingenieur.
Maryam was op bezoek bij haar ouders die in Iran wonen. „Zij wonen aan de rand van de stad in een rustige wijk, maar zelfs daar waren protesten, ik heb dit nog nooit eerder zo massaal gezien”, vertelt ze. Ze wil graag verandering zien in het land, maar is bang voor een Amerikaanse interventie. „Met andere landen in de regio, zoals Irak, is het niet goed afgelopen. Ik vond het daarom vreselijk om mijn ouders en Iran te verlaten, omdat ik niet weet wat ik de volgende keer aantref. Dan kies ik liever voor een kwaad dat ik ken, dan een kwaad dat ik nog niet ken.”
Source: NRC