Op dag drie van de Barendrechtse zedenzaak deden gezinsleden van de slachtoffers hun verhaal. Ze spraken over geschonden vertrouwen en blijvende angst, en vroegen zich af of hun kinderen ooit nog onbezorgd kunnen leven. ‘Hij heeft haar geen enkele nacht met rust gelaten.’
is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
Even schraapt een man zijn keel voordat hij donderdagochtend het woord neemt in de rechtbank in Rotterdam. ‘Ik ben de vader van een van de slachtoffers in deze zaak’, zegt hij, terwijl hij zijn blik kort laat rusten op Mels van B. ‘Hij heeft mijn dochter op verschrikkelijke wijze misbruikt, over een periode van meer dan een jaar.’
In het volste vertrouwen liet hij zijn dochter bij Van B. achter, eerst een enkele nacht, later meerdere achtereenvolgende nachten. ‘Hij heeft haar geen enkele nacht met rust gelaten.’
Nooit had hij kunnen bevroeden wat een misbruikzaak met hem als vader zou doen. ‘Je voelt het in je kaken, schouders en hoofd.’
Inmiddels is hij uitgevallen op werk. ‘Het besef dat ik als vader niet heb kunnen voorkomen dat Mels zich aan mijn dochter heeft vergrepen en haar met een hoge dosis slaappillen in gevaar bracht, verandert alles. Het beïnvloedt hoe je dagelijks functioneert. Het neemt je hele leven over.’
Tijdens dag drie van de Barendrechtse zedenzaak kregen donderdag de familieleden van de slachtoffers de gelegenheid om te vertellen welke impact de zaak op hun leven heeft gehad. Mels van B., die heeft bekend, wordt verdacht van het fysiek seksueel misbruik van 18 meisjes. Dertien andere meisjes zijn slachtoffer van onder meer heimelijke video-opnamen.
De ouders schetsen een indringend beeld van intens verdriet en diepe verbijstering over het vertrouwen dat zo ernstig is geschonden. Ze spreken over mentale en fysieke klachten, over de angst nooit meer onbevangen anderen te kunnen vertrouwen en over de vrees dat hun dochter een levenslang trauma heeft opgelopen.
Een van de moeders vertelt dat haar dochter zichzelf beschadigt sinds het misbruik. ‘Mijn dochter probeert haar leven op te pakken alsof er niets is gebeurd. Maar we zien elke dag dat dat niet lukt.’ Het meisje kraste zichzelf met scherpe voorwerpen in haar arm en schouder. ‘Het was een manier om controle te voelen. Controle die ze ooit volledig verloor. En om het nare gevoel in haar hoofd te verdrijven.’
Een andere moeder richt zich rechtstreeks tot Van B., terwijl de vader naast haar staat en zijn hand op haar zij legt. Ze vraagt of hij zich wil omdraaien als ze tegen hem spreekt. ‘Voor mijn eigen verwerking is het fijner om dit in je gezicht te zeggen.’
‘Als u toestemming geeft, wil ik dat doen’, zegt Mels van B. tegen de rechter. Als hij dat krijgt, draait hij zich om. Een politieagent gaat uit voorzorg dichter bij de vader staan.
De moeder vertelt hoe ze haar dochter geen moment meer uit het oog verliest en haar nergens meer laat logeren. Hoewel onduidelijk is wat haar dochter precies heeft meegekregen, worstelt ze met nachtmerries. ‘Hoe komt het dat zij droomt dat ze een spuit van iemand krijgt? Door dit alles heeft ons gezin levenslang gekregen.’
Van B. hoort het aan, knikt af en toe instemmend, maar toont gedurende de dag weinig zichtbare emoties.
Moeder Evelien Ligthart worstelt met de vragen van haar dochter, waarop ze maar moeilijk antwoord kan geven. ‘Mama, ben ik dan een van die meisjes? Hoezo heeft hij dat dan gedaan? Wat is een pedofiel? Wat is gedrogeerd? Mam, wat vind jij het ergste dat hij met mij heeft gedaan?’
Vrijwel alle sprekers hopen dat Van B. levenslang achter slot en grendel verdwijnt – een enkeling wenst hem zelfs toe dat hij ‘wegrot in de gevangenis’. Maar dat geldt niet voor ditzelfde meisje, blijkt uit een audiofragment dat Ligthart laat horen.
Daarin zegt zij: ‘Veel mensen vragen zich af hoe het is als om als minderjarige seksueel misbruik mee te maken. Als ik bewust erbij was geweest, had het me simpeler geleken. Maar ik sliep, dus dat is een ander verhaal. Het antwoord ligt ingewikkeld.’
‘De meesten hopen dat hij nu een afschuwelijk leven krijgt’, vervolgt ze. ‘Eerlijk gezegd is dat niet wat ik hoop. Ik hoop dat hij goede hulp krijgt en zich realiseert wat hij heeft gedaan. Ik hoop dat hij het goed heeft in de gevangenis en snel naar de tbs-kliniek kan. En ik hoop dat hij spijt heeft.’
Vrijdagochtend vinden de laatste slachtofferverklaringen plaats. In de middag komt het Openbaar Ministerie naar verwachting met de strafeis.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant