Home

Iedereen die wordt opgevangen na de brand in Utrecht heeft dezelfde vraag: ‘Leeft mijn huis nog?’

Hulpverleners aan het werk bij het pand aan de Visscherssteeg in Utrecht, waar donderdag brand ontstond na een explosie.

Verdomme, denkt Jolien Egberts als donderdagmiddag de stalen deuren van haar huis in de Utrechtse binnenstad beginnen te trillen, dat moet een cobra zijn. Ze was net gaan liggen voor een middagdutje maar springt op, pakt haar hondje Noele, trekt haar sloffen met panterprint aan en rent naar buiten. Daar ziet ze dat de gevel van een huis weggeblazen is en dat er overal in de Visscherssteeg glas ligt. Een man roept: „Weg! Weg! Weg!”

Michael de Bruijn was nog net niet begonnen met het knippen van een klant als de ruit van zijn kapperszaak op de hoek van de steeg en de Springweg eruit vliegt. Er wordt geschoten, denkt hij. Het glas vliegt naar binnen. Buiten beginnen mensen te rennen. Als hij en zijn klanten ook naar buiten gaan, zien ze dat er daken van huizen zijn gevlogen en voorgevels zijn weggeblazen.

Bert Vonk voelt een enorme druk op de ramen van het middeleeuwse pand van de Duitsche Orde, zo’n honderd meter van de steeg. Hij rent naar buiten en ziet de vlammen uit een huis in de Visscherssteeg slaan. Mensen rennen weg. Dan klinkt er een tweede explosie en weet ook hij: wegwezen.

Die ene, enorme knal

Alles begint donderdagmiddag in Utrecht met die ene, enorme knal, die tot ver in de stad gevoeld wordt. Daarna volgt nog zeker één explosie, een stuk zachter, dat wel, waardoor de vlammen verder oplaaien. Sommige omstanders zeggen er daarna nog een gehoord te hebben. Om precies veertien seconden voor half vier komt de eerste 112-melding binnen, vanaf de nabijgelegen Mariaplaats. Drie seconden voor half vier een tweede melding, vanaf de Zadelstraat. En veertien seconden na half vier een derde, vanaf de Springweg. Twee minuten later schalen de hulpdiensten op naar ‘grote brand’. En om vier minuten over half vier naar ‘GRIP 1’: een incident waarbij „goede afstemming tussen de hulpdiensten noodzakelijk is”.

In de tussenliggende minuten zijn uit de omliggende straten overal bewoners uit hun huizen gerend en winkeliers uit hun zaken. Overal zien ze hetzelfde: een ravage zoals ze die nog nooit zagen.

Een dronefoto van de Visscherssteeg.

Direct komen er tientallen auto’s van hulpdiensten met sirenes aangereden. Zeker tien ambulances, hoewel de meesten daarvan urenlang ongebruikt in de omgeving blijven staan. Er zijn brandweerwagens met ladders en spuiten en units om de hulpverlening te coördineren. Er zijn politieteams om mensen te helpen, een drone om boven de huizen te vliegen en te zien wat er nou precies brandt, later arriveert ook de forensische opsporing om duidelijk te krijgen wát er ontploft is, en hoe.

Buurtbewoners worden opgevangen

Met een kraan blussen brandweerlui het vuur. Meerdere panden storten in die uren in. Vier gewonden kunnen geholpen worden, maar of er ook mensen niet op tijd konden wegkomen is onduidelijk.

Overbuur Egberts vreest het ergste. Ze kent de bewoners van de steeg allemaal. „Het is ons kent ons”, vertelt ze in haar pyjama voor de deur van Hotel Karel V. Buurtbewoners die thuis waren, worden daar al kort na de explosies opgevangen en zitten binnen aan een bord ravioli met salade en brood. Buurtbewoners die niet thuis waren, druppelen in de uren daarna gestaag binnen. Allemaal hebben ze dezelfde vraag als die Egberts aan een agent stelt: „Leeft mijn huis nog?”

Source: NRC

Previous

Next