Het aanstaande minderheidskabinet heeft de Tweede Kamer dinsdag overvallen met een eerste gezamenlijke beleidsvoorstel: het grotendeels schrappen van het bonusplafond in de financiële sector.
is politiek verslaggever van de Volkskrant en schrijft over financiën en landbouw.
De drie formerende partijen willen het Nederlandse bonusplafond voor werknemers van financiële instellingen gedeeltelijk afschaffen. Dat plafond van maximaal 20 procent van het vaste salaris geldt nu nog voor bijna alle werknemers van Nederlandse banken, verzekeraars en andere financiële dienstverleners met een bankvergunning.
D66, VVD en CDA stelden dinsdagavond een wetswijziging voor die de bonusbeperkingen grotendeels opheft. Als de Tweede Kamer het amendement aanneemt, blijft het plafond alleen bestaan voor het topmanagement en andere grootverdieners in de onderneming. De grootverdieners vallen straks alleen onder het bonusplafond als hun werk een ‘hoog risicoprofiel’ heeft.
Het minderheidskabinet-in-oprichting voert aan dat de versoepeling van de bonusregels noodzakelijk is om het Nederlandse ‘vestigingsklimaat’ te beschermen. De financiële sector lobbyt al sinds de invoering van het bonusplafond voor de afschaffing dan wel versoepeling ervan. Banken, verzekeraars en fintech start-ups beweren dat ze geen goed personeel kunnen aantrekken als de bonusbeperkingen in stand blijven.
De Nederlandse bedrijven voelen zich benadeeld, omdat de bonusregels in Nederland strenger zijn dan in de rest van Europa. In andere EU-landen geldt het bonusplafond maar voor een klein deel van het personeel: de topbestuurders en grootverdieners in ‘hoog risico’-functies. Het voorstel van D66-CDA-VVD brengt de Nederlandse wet meer in lijn met de rest van Europa.
Overigens is het maximum van de variabele beloning in de EU-wetgeving 100 procent van het vaste salaris. De indieners van het amendement houden voor de top van de Nederlandse financiële sector vast aan een lager maximum van 20 procent. Daar verandert het amendement dus niets aan. Ook blijft een bonustotaalverbod van kracht voor financiële instellingen die (deels) eigendom zijn van de staat, zoals de Volksbank en ABN Amro, en voor banken en verzekeraars die nog staatssteun moeten terugbetalen.
De versoepeling van de bonusregels kan vrijwel zeker rekenen op een meerderheid in beide Kamers, omdat JA21, BBB en zeer waarschijnlijk ook Forum voor Democratie het voorstel steunen. D66 is op dit punt aan het zwalken, want de partij stemde in oktober 2024 nog vóór een SP-motie die het toenmalige kabinet opriep de ‘huidige bonusregels voor de financiële sector niet te verzwakken’.
Een aantal Kamerfracties sprak woensdag tijdens een Kamerdebat niet alleen zijn afkeuring uit over het amendement an sich, maar ook over de manier waarop het is ingediend. D66, VVD en CDA breken met hun bonusvoorstel zonder vooroverleg in op een wetsbehandeling die daar niets mee te maken heeft.
De Kamercommissie Financiën behandelde woensdagavond een wetswijziging die de beschikbaarheid van contant geld in het betalingsverkeer moet regelen. Het drietal gebruikt die wet nu als vehikel om de afzwakking van de bonusregels binnen twee weken in stemming te brengen, zonder dat daar uitvoerig over is gedebatteerd. Ook is het voorstel niet voorgelegd aan de Raad van State.
GroenLinks-PvdA, de SP, Denk en de SGP hebben daar grote moeite mee, bleek tijdens het debat. Een aantal woordvoerders impliceerde dat dit niet de manier is om de oppositie te verleiden tot een ‘constructieve houding’ ten aanzien van het aanstaande minderheidskabinet.
‘Ik was echt zeer verbaasd toen ik het amendement gisteravond in de mailbox zag binnenkomen’, zei SP-fractievoorzitter Jimmy Dijk. ‘En dit komt nota bene van de partijen die aan het formeren zijn en met de pet rondgaan bij oppositiepartijen om een beetje steun te krijgen.’
Ook inhoudelijk hebben sommige oppositiepartijen grote bezwaren tegen het grotendeels opheffen van de bonusbeperkingen. Die werden in 2014 ingesteld naar aanleiding van de kredietcrisis waarbij overheden overal ter wereld financiële instellingen met belastinggeld van de ondergang moesten redden.
De bonuscultuur bij grote financiële instellingen werd destijds aangewezen als een van de belangrijkste oorzaken van de crash van het wereldwijde financiële systeem. Bankmedewerkers die handelden in complexe financiële producten ervoeren ‘perverse prikkels’ om zo veel mogelijk risico te nemen. Zolang hun riskante transacties goed uitpakten, incasseerden zij en hun bazen torenhoge bonussen, terwijl de belastingbetalers de rekening gepresenteerd kregen toen het kaartenhuis in oktober 2008 instortte.
Zoals dat meestal gaat, is dat debacle na vijftien jaar uit het collectieve geheugen weggezakt. Met het verstrijken van de tijd wordt de herintroductie van bonussen weer politiek bespreekbaar. De niet-aflatende klachten van financiële instellingen dat het Nederlandse bonusplafond hun concurrentiekracht ondermijnt, vindt nu bij een Kamermeerderheid een gewillig oor.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant