Home

Aanwezigheid microplastics in lichaamsweefsel ineens ter discussie: ‘We weten niet hoe erg het is’

Microplastics lijken haast overal te zitten: het brein, de placenta, de lever. Maar er is een probleem. Studies die de aanwezigheid van microplastics in lichaamweefsels claimen, blijken vaak te rammelen.

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Het gaat daarbij niet om bedrog, maar om meet- en onderzoeksfouten. Zo zouden sommige van de weefselstudies ten onrechte vetweefsel aanzien voor plastics. In andere gevallen zou het onderzoek niet genoeg rekening houden met de vervuiling van de plastic spullen waarmee onderzoekers werken.

Het staat vast dat de wereld een enorm probleem heeft met microplastics en de nog kleinere nanoplastics. De afbraakproducten worden overal gevonden, van de diepzee tot hoog in de bergen. Dat mensen microplastics binnenkrijgen, staat ook buiten kijf. Vandaar dat er toenemende zorg is over wat dat eventueel doet met de gezondheid. Cruciaal daarbij is de vraag of en hoeveel plastic er in het lichaam zit.

Dat is veel, oppert een gestage stroom onderzoeken. Zo werden de deeltjes aangetoond in de lever, nieren, vaatwanden, testes en tal van andere weefsels en organen, vaak met grote media-aandacht tot gevolg. Neem de ontdekking van micro- en nanoplastics in het brein, een jaar geleden. Ook deze krant meldde dat het brein tot wel een plastic lepeltje bevat aan onzichtbaar klein plasticgruis.

Te klein om waar te nemen

Maar de laatste tijd groeit de academische kritiek. Cruciaal probleem is dat de plastics te klein zijn om waar te nemen. In de regel worden ze indirect aangetoond, door een monster te verdampen en de plasticmoleculen te ‘vangen’ uit de verbrandingsrook. Het probleem is echter dat vetten een vergelijkbaar signaal geven.

‘Dat microplastic-in-hersenen-artikel is een grap’, zegt de Duitse chemicus Dušan Materić in de Britse krant The Guardian, in een uitgebreid stuk over de kritiek. ‘Van vet is bekend dat het valspositieven geeft voor polyethyleen. En het brein bestaat voor 60 procent uit vet.’

Dat is niet alles, zegt de Leidse hoogleraar milieutoxicologie Willie Peijnenburg desgevraagd: ‘Het begint al met het voortraject. Elke operatiekamer en elk laboratorium is vergeven van plastic materiaal. Organen worden weggehaald door een patholoog, die niet gewend is zonder plastic te werken, en monsters worden soms langdurig in plastic bewaard.’

Omgevingsplastic

Alle kans dat er in elk geval in sommige studies gewoon omgevingsplastic te zien is. Peijnenburgs conclusie: ‘We hebben nu tientallen jaren onderzoek gedaan en eigenlijk weten we nog steeds niet wat de omvang is van het probleem.’ Het is best denkbaar dat het lichaam ergens microplastics vasthoudt, denkt hij. ‘Maar niet in de grote hoeveelheden die vaak worden gesuggereerd. En dan nog weten we niet hoe erg het is.’

Enigszins geruststellend is zijn indruk wel: ‘In laboratoriumstudies met gekweekte cellen zien we maar weinig effecten van microplastics. Bovendien worden plastics al op grote schaal gebruikt sinds de jaren vijftig. Als het echt heel dramatisch was, hadden we het wel geweten.’

Eigenlijk, zegt hoogleraar Bart Koelmans van het microplasticlaboratorium van de Universiteit van Wageningen, ‘zou je een tijdje radiostilte willen, tot we echt iets weten’. Maar dat kan niet: ‘Er zit toch wel zorg in de samenleving. Dus worden er antwoorden van ons verwacht.’

Kwaliteitseisen onderzoek

In een nog ongepubliceerd onderzoek legde Koelmans groep honderd microplasticonderzoeken langs een strenge meetlat van veertien kwaliteitseisen. Geen enkele studie voldeed aan alle criteria.

‘Ik acht het best denkbaar dat er microplastics in het lichaam achterblijven. Maar je hoort ook enige aarzeling in mijn stem’, vat Koelmans zijn indruk samen. Als er deeltjes in weefsels zitten, is de kans dat die schade aanrichten aanzienlijk, verwacht hij. ‘We weten van andere deeltjes zoals roet immers ook dat ze kleine ontstekinkjes kunnen veroorzaken.’

Aan de Amsterdamse VU gaat hoogleraar analytische chemie en microplasticonderzoeker Marja Lamoree een eind met de kritiek mee. ‘Ook wij vinden dat er een hoop onderzoeken verschijnen waarin de data ter discussie staan. Zelf zou ik bijvoorbeeld nooit hebben opgeschreven dat er zoveel plastic in het brein zit.’ Tegelijk is ze ook mild: ‘Dit veld is nog zo nieuw. We zijn echt nog van elkaar aan het leren. Met vallen en opstaan.’

Toen haar groep vier jaar geleden rapporteerde dat er microplastics in bloed zitten, was Lamoree voorzichtig: ‘Ik heb altijd gezegd: of het nou 1 of 5 microgram per milliliter bloed is, daar durf ik mijn hand niet voor in het vuur te steken.’ Maar dat de microplastics er zijn, staat voor haar buiten kijf: ‘Daarom kozen we voor bloed. Omdat je dan niet al die vervuiling van buitenaf hebt.’

28 aandachtspunten

Peijnenburg heeft inmiddels met collega’s een vakartikel afgerond met daarin 28 punten waarop onderzoekers die zoeken naar microplastics zouden moeten letten. Zoals: als je een weefselmonster test, zorg dan eerst dat al het biologische materiaal weg is.

Koelmans schreef net een vergelijkbaar artikel voor vakgenoten, dat een dezer dagen verschijnt in vakblad Environment & Health. ‘Pas op als je in menselijke monsters meet. Wat je ziet, kan ook iets anders zijn’, vat hij de strekking samen. ‘We moeten echt zorgen dat we goed zitten.’

Peijnenburg zou daaraan nog een advies toevoegen: blaas minder hoog van de toren. ‘Het valt me op dat sommige groepen wel heel snel populistische conclusies trekken. We hebben een plastic lepel in onze hersenen, we eten een creditcard per week. Zo maak je mensen vooral bang. Zonder echte wetenschappelijke gegevens die dat rechtvaardigen.’

Koelmans wijst op een vuistregel in de wetenschap: ‘Bij een nieuw onderwerp is de eerste publicatie altijd het spannendst. Daarna gaan andere onderzoekers ermee aan de slag. En doorgaans blijkt de waarheid uiteindelijk genuanceerder te liggen.’

Geen enkele reden overigens om te doen alsof er niets aan de hand is. Alleen al omdat het plasticprobleem veel meer kanten heeft: van natuurvervuiling tot stoffen zoals pfas of plasticweekmakers, die meekomen met de plastics. ‘Ik denk niet dat je iemand kunt aanwijzen en zeggen: die is overleden aan microplastics’, denkt Koelmans. ‘Hooguit dat dit in de hele mix van andere stoffen die we binnenkrijgen, welvaartsziekten en leefstijlfactoren een extra gevoeligheid toevoegt.’

Alles over wetenschap vindt u hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next