Home

Controversiële Venezuela-adviseur en golfvriend van Trump aast op asfaltproductie Curaçao

Asfalt De omstreden Harry Sargeant III, golfvriend en Venezuela-adviseur van president Donald Trump, heeft vergevorderde plannen om op Curaçao asfalt te produceren met Venezolaanse olie. Een tanker met Venezolaanse olie meerde deze week aan op het Caribische eiland.

De Isla-raffinaderij in Willemstad. De raffinaderij is al decennia een speelbal van de geopolitieke ontwikkelingen in de regio.

Premier Gilmar Pisas van Curaçao ontvangt in april vorig jaar belangrijk bezoek. De Amerikaanse miljardair Harry Sargeant III is afgereisd naar Willemstad. Twee jaar eerder had Pisas een contract gesloten met deze golfvriend van Donald Trump: de Amerikaanse oliemagnaat wil asfalt gaan produceren in een deel van de grotendeels vervallen olieraffinaderij op het eiland.

De deal is belangrijk voor premier Pisas: de sluiting van de raffinaderij in 2019 was een aderlating voor het eiland – er gingen zo’n 900 banen verloren. Pisas noemde heropening in 2024 nog een „prominente doelstelling” voor de werkgelegenheid. Met de deal met Sargeant III kan Pisas een deel van die belofte waarmaken: de asfaltfabriek kan zo’n 200 banen opleveren.

Maar Sargeant III, die vlak bij Trump aan de kust van Florida woont, komt met slecht nieuws. Een van zijn vertegenwoordigers zit weliswaar in een shirt met „Make Asphalt Great Again” tegenover de premier aan tafel, blijkt uit een foto op Instagram, maar de asfaltproductie kan niet van start. Het asfalt moet geproduceerd worden met Venezolaanse olie en Donald Trump heeft dat voorjaar de sancties tegen Venezuela aangescherpt om de druk op het Maduro-regime op te voeren. Sargeant krijgt de Venezolaanse olie het land niet uit, blijkt uit stukken van het Curaçaose ministerie van Financiën. Bovendien is er onenigheid over het gebruik van installaties die nodig zijn voor de asfaltproductie, meldt het Antilliaans Dagblad.

Terwijl Sargeant III al tientallen miljoenen dollars in de asfaltfabriek stak, legt hij de activiteiten op Curaçao nog diezelfde maand stil. Een paar medewerkers van zijn bedrijf blijven achter op het Caribische eiland. De situatie lijkt uitzichtloos.

Tot 3 januari dit jaar, wanneer president Donald Trump de Venezolaanse president Nicolás Maduro in de vroege ochtend ontvoert. Ineens ligt alles weer open. De eerste tanker met Venezolaanse olie kwam woensdag al aan op Curaçao, waar de olie in tanks wordt opgeslagen. Deze olie is voor zover bekend niet bestemd voor asfaltproductie.

In een post op Instagram is de ontmoeting te zien tussen premier Gilmar Pisas en Harry Sargeant III (recht tegenover Pisas), in april 2025. Een van Sargeants vertegenwoordigers draagt een shirt met „Make Asphalt Great Again”.

De regering-Trump heeft Sargeant III ingeschakeld als adviseur om te zorgen dat Amerikaanse bedrijven de Venezolaanse olie kunnen gaan winnen, berichtte Reuters vorige week. Sargeant, die ook nauwe banden heeft met het Venezolaanse regime en vorig jaar namens de VS betrokken was bij een migrantendeal met Venezuela, staat vooraan in de rij om de Venezolaanse olie te gaan exporteren. Hij sloot de afgelopen jaren contracten met het Venezolaanse regime waarmee hij tot wel 400.000 vaten olie per dag kan produceren. En Curaçao, een eiland binnen het Nederlandse Koninkrijk op slechts enkele tientallen kilometers van Venezuela, is daarvoor een ideale uitvalsbasis.

Plots is de Curaçaose raffinaderij de inzet van een geopolitiek spel over olie en macht. Terwijl de zorgen over de onrust in de regio groot zijn – vorige maand botste in het Curaçaose luchtruim nog bijna een passagiersvliegtuig op een Amerikaans militair toestel omdat die z’n transponder had uitgezet – ziet Curaçao ook grote economische kansen nu de Venezolaanse olie weer naar het eiland komt. Het is de realpolitik van een kleine eilandstaat in een onrustige regio.

Sargeant III is „bad news”

„Wij houden van hoog-risico-landen”, zei Harry Sargeant III (68) in 2019 in een interview met Reuters. De oliemagnaat, die als twintiger als gevechtspiloot diende in het Amerikaanse leger, schrikt niet terug voor autocratische of politiek instabiele oliestaten. Al in de jaren tachtig sloot hij deals in Venezuela. Begin deze eeuw verwierf hij miljardencontracten van het Amerikaanse leger voor het leveren van olie aan de troepen in Irak.

Daarbij hield hij zijn handen niet schoon, blijkt uit Amerikaanse overheidsstukken. In een civiele rechtszaak zei de advocaat van de Amerikaanse staat dat Sargeant door middel van „omkoping en fraude” de olie via buurland Jordanië Irak binnenkreeg. Uit een audit van het Pentagon in 2009 bleek bovendien dat Sargeant zo’n 200 miljoen dollar te veel in rekening had gebracht aan het leger. Sargeant ontkende in Amerikaanse media de „omkoping en fraude”. Negen jaar later, tijdens de eerste presidentstermijn van Trump, concludeerde het ministerie van Defensie in een nieuw onderzoek dat er „geen frauduleuze kwetsbaarheden” waren gevonden in de oliecontracten.

Het familiebedrijf Sargeant Marine Inc. bekende in 2020 bovendien tegenover de Amerikaanse justitie schuld in een omkopingszaak in Venezuela, Brazilië en Ecuador. In 2020 was het bedrijf na een familieruzie in handen gekomen van Harry Sargeants broer Daniel, maar een deel van de steekpenningen was, zo blijkt uit informatie van justitie, betaald toen Harry Sargeant III nog bij het bedrijf betrokken was.

Sargeant III reageert ondanks meerdere contactpogingen via telefoon, LinkedIn en WhatsApp nog niet op vragen van NRC. Ook contactverzoeken via zijn bedrijf en zijn zoon blijven onbeantwoord. Een medewerker van zijn bedrijf laat weten dat het management „op dit moment geen inhoudelijke reactie” geeft.

Sargeant III is „bad news”, hoorde Trumps buitenlandadviseur Fiona Hill van collega’s. Dat verklaarde ze in 2019 onder ede aan een onderzoekscommissie van het Huis van Afgevaardigden. Hill was een van Trumps topambtenaren in zijn eerste presidentstermijn en onder meer verantwoordelijk voor Oekraïne in de Amerikaanse Veiligheidsraad.

Over dit artikel

NRC sprak voor dit artikel met tien betrokkenen, onder wie drie oud-medewerkers van de raffinaderij. Daarnaast analyseerde NRC documenten van het Curaçaose ministerie van Financiën, van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden en van de Amerikaanse justitie. NRC vroeg de KvK-dossiers op van de betrokken bedrijven, raadpleegde mediaberichten in Curaçao, de VS en Venezuela en bekeek video’s van Statenvergaderingen en persconferenties van premier Pisas.

De directie van Global Oil Management Group reageert niet op telefoons, mails, apps en voicemails. Een medewerker laat weten dat het management „op dit moment geen inhoudelijke reactie” geeft. Harry Sargeant III reageert ook nog niet op telefoontjes en schriftelijke vragen van NRC. Premier Pisas en zijn woordvoerder reageren evenmin. Het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties laat weten dat Nederland geen bemoeienis heeft met de activiteiten of contracten van het overheidsbedrijf 2Bays. Curaçao is sinds 2010 een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden.

Ook in Oekraïne probeerde Sargeant III, die de afgelopen jaren miljoenen heeft gedoneerd aan Trumps verkiezingscampagnes, voet aan de grond te krijgen. Sargeant probeerde in 2019 met andere Trump-vertrouwelingen de directie van het Oekraïense staatsgasbedrijf Naftogaz af te zetten, blijkt uit stukken van de Amerikaanse onderzoekscommissie. Zo wilde hij met zijn eigen bedrijf lucratieve contracten in handen krijgen, schreef de Amerikaanse nieuwssite AP.

Aan dat plan kwam volgens Trumps buitenlandadviseur Fiona Hill een einde vanwege een geheime deal tussen Trump en Poetin, zo verklaarde zij onder ede tegenover de onderzoekscommissie. De twee presidenten spraken volgens Hill toen – enkele jaren voor de Russische invasie van Oekraïne in 2022 – af „uit elkaars achtertuin” te blijven: Oekraïne was voor Poetin, en in ruil daarvoor zou Trump in Venezuela ongemoeid zijn gang kunnen gaan. Hill reisde naar Moskou om door te geven dat de deal akkoord was.

Voor Sargeant raakte Oekraïne daarmee onbereikbaar. Tegelijkertijd werden zijn zakelijke belangen in Venezuela juist gediend en beter beschermd. Hill verklaarde voor de onderzoekscommissie dat Sargeant volgens collega-topambtenaren bekendstond als iemand die in Venezuela „niet volgens het boekje” handelt. Sargeant III verkreeg in Venezuela toegang tot de „beste olie van de wereld voor asfaltproductie”, vertelde hij in een interview met Bloomberg in 2023. In datzelfde jaar tekende hij met zijn bedrijf Global Oil Management Group het contract om een deel van de Curaçaose raffinaderij nieuw leven in te blazen.

Ketels en fornuizen

„Het lijkt mij een no-brainer dat de asfaltproductie snel gaat opstarten”, zegt Karel van Haren begin januari 2026 telefonisch vanuit Curaçao tegen NRC, enkele dagen na de Amerikaanse ontvoering van Maduro. Van Haren was tot 2018 waarnemend directeur van de Curaçaose raffinaderij. Lange tijd zag het er naar uit dat de raffinaderij nooit meer open zou gaan, er kwamen plannen om er een duurzaam ecopark van te maken. Maar nu de olie uit Venezuela weer lijkt te gaan stromen, liggen er kansen voor de olie-economie op het eiland.

Die economie ontstond toen Shell begin twintigste eeuw van Venezuela een concessie verkreeg om daar olie te winnen. Shell zocht een politiek stabiele plek met diepe havens om de olie te raffineren: dat werd Curaçao, dat toen nog een Nederlandse kolonie was. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de Isla-raffinaderij een van de belangrijkste toeleveranciers van de geallieerden. Maar de prijs voor Curaçao was hoog: de raffinaderij staat midden in Willemstad, een stad met zo’n honderdvijftigduizend inwoners, en legde een deken van zwaveldioxide en fijnstof over het eiland. Tevens dumpte Shell zware olieresiduen in een nabijgelegen lagune. Dit ‘asfaltmeer’ vol met zware olierestanten ligt er nog altijd – al heeft dat ondanks de naam niets te maken met het asfalt dat Curaçao nu weer met Sargeant wil gaan produceren.

De raffinaderij was de afgelopen decennia een speelbal van de geopolitieke ontwikkelingen in de regio. Toen Venezuela in de jaren zeventig de oliesector nationaliseerde, trok Shell zich terug. In 1985 droeg Shell de raffinaderij voor 1 gulden over aan de Curaçaose staat. Die kreeg daarmee zelf zeggenschap over de raffinaderij, maar werd tegelijkertijd verantwoordelijk voor alle vervuiling die Shell had achtergelaten. Het eilandbestuur verhuurde de raffinaderij aan het Venezolaanse staatsoliebedrijf PDVSA, tot daar in 2019 een einde aan kwam nadat Amerika de sancties tegen Venezuela aanscherpte. De vervuiling werd decennialang voor lief genomen.

Het complexe raffinageproces nu weer opstarten, zoals premier Pisas vorige week tijdens een persconferentie nog suggereerde, is volgens oud-directeur Van Haren en andere kenners vrijwel kansloos. De raffinaderij werd in de jaren negentig voor het laatst vernieuwd, is gebouwd op een type Venezolaanse olie dat nauwelijks nog gewonnen wordt, en was ook in goede tijden al amper winstgevend.

Maar in asfaltproductie ziet Van Haren wel kansen. In tegenstelling tot de rest van de raffinaderij zijn de ketels en fornuizen voor de asfaltproductie voldoende onderhouden. Die zijn snel weer aan de praat te krijgen en kunnen zo’n 30.000 vaten olie per dag verwerken. Productie van asfalt is bovendien eenvoudig vergeleken met raffinage. Voor asfalt hoeft de ruwe Venezolaanse olie alleen verwarmd en gedestilleerd te worden, waarna het oliebestandsdeel bitumen overblijft dat als basisgrondstof voor asfalt dient.

Curaçao heeft daarbij een groot voordeel ten opzichte van de VS, vertelt Selwyn Maduro, die jarenlang als coördinator op de raffinaderij werkte, telefonisch vanuit Curaçao. De Venezolaanse olie die gebruikt wordt om asfalt te maken moet vervoerd worden in schepen die verwarmd zijn tot honderd graden. De olie is zo stroperig dat die anders stolt in de leidingen. Als die verwarmde schepen helemaal naar de VS moeten varen, is dat een flinke kostenpost. Curaçao, op slechts enkele tientallen kilometers varen van Venezuela, is dan stukken voordeliger.

Dat ziet ook Sander Rijsdijk. Hij is door het Havenbedrijf Rotterdam in Curaçao gedetacheerd om op een deel van het haventerrein „duurzame economische activiteiten” te ontwikkelen. „Ik denk dat Venezuela kansen biedt”, zegt hij aan de telefoon op de vraag hoe de situatie is veranderd na de gevangenneming van Maduro. Maar hoe verhoudt zich dat tot de duurzame ambities in het havengebied van Curaçao? „Ja…”, zegt Rijsdijk voorzichtig. „Curaçao kan het zich niet permitteren om te zeggen: ‘olie bestaat niet meer, we gaan ons alleen op biobrandstoffen en waterstof richten’. De eerste prioriteit hier is om het hoofd boven water te houden, om geld te verdienen.”

De Isla-raffinaderij staat midden in Willemstad, een stad met zo’n honderdvijftigduizend inwoners.

Patrick Newton van het Curaçaose staatsbedrijf 2Bays, dat de raffinaderij en de haventerreinen beheert, bevestigt het economische belang in een schriftelijke reactie aan NRC. Hij ziet „grote kansen” als de Venezolaanse olie-export van de grond komt, „met name voor op- en overslag in Bullenbaai en Emmastad.”

De Curaçaose haven is geschikt voor grote zeeschepen en is dus ideaal gelegen voor de op- en overslag van Venezolaanse olie. De eerste tanker met Venezolaanse olie is woensdag al aangemeerd. De oude opslagtanks van Shell worden nu gebruikt om in opdracht van de Amerikaanse regering de olie op te slaan.

Amerikaanse functionarissen zijn na de gevangenneming van Maduro al naar Curaçao afgereisd om te praten over ingebruikname van de oliefaciliteiten in Emmastad en Bullenbaai en verdere ontwikkeling van vrije gronden en kades in het havengebied, bevestigt 2Bays.

Reageren? onderzoek@nrc.nl

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Amerika

Volg de laatste politieke ontwikkelingen in de VS op de voet

Source: NRC

Previous

Next