De AEX is na dagenlang worstelen door de grens van 1.000 punten. Stijgt de belangrijkste graadmeter van de Amsterdamse beurs verder door, of komt er na de sterke stijgingen een correctie aan?
is journalist en columnist van de Volkskrant, gespecialiseerd in financieel-economische onderwerpen.
Voor de tweede keer in de geschiedenis heeft de AEX-index, de graadmeter van de Amsterdamse beurs, donderdagochtend de barrière van 1.000 punten doorbroken. Gemakkelijk was het niet, want de index hikte er al maandenlang tegenaan. De eerste keer gebeurde dat op 7 augustus 1997, maar toen was de AEX nog in guldens en stond de index omgerekend in euro’s op 453,78 punten. Ten opzichte van die datum is de index meer dan verdubbeld.
Dat lijkt tegen te vallen. De reden is dat de AEX – in tegenstelling tot andere indices – geen herbeleggingsindex is. Er wordt geen rekening gehouden met uitgekeerde dividenden. Inclusief herbelegde dividenden zou de AEX nu al op 4.000 punten staan.
De AEX was een bedenksel van toenmalig optiebeursdirecteur Tjerk Westerterp die een optie wilde lanceren op deze graadmeter. De index begon op 3 januari 1983 op 100 punten in guldens. Toen waren er twaalf fondsen in opgenomen, nu zijn dat er dertig.
Hoe gaat het nu verder met de AEX? Stijgt de index verder door of is het succes van korte duur? Twee scenario’s.
Waarom? De AI-revolutie. Kunstmatige intelligentie zal een vierde industriële revolutie veroorzaken, waarbij the sky the limit is. Door AI zullen allerlei routinetaken worden geautomatiseerd, workflows worden gestroomlijnd en besluitvorming door data-analyse worden verbeterd. Werknemers kunnen zich richten op complexe en meer strategische taken. Dat kan de productiviteit en economische groei een enorme boost geven. Bedrijven die zich op AI richten zoals Nvidia, maar ook indirect ASML, zijn de grootste stijgers op de aandelenmarkten.
Overheden hebben zoveel schulden op elkaar gestapeld dat beleggers staatsobligaties niet meer vertrouwen. Dat geldt met name voor Amerikaanse treasuries, veruit de grootste markt voor staatspapier, waarin pensioenfondsen, financiële instellingen maar ook bedrijven het grootste deel van hun vermogen hebben gestoken.
Ook in Europa lopen de schulden van veel landen zo hoog op dat beleggers twijfelen aan hun kredietwaardigheid. Ze zoeken alternatieven. Dat is bijvoorbeeld goud. Maar goud is een kleine markt. En goud levert geen rendement op. Daarom worden obligaties verruild voor aandelen.
Het gaat om enorme bedragen. Op dit moment hebben de VS alleen voor 27 duizend miljard dollar (27 biljoen) aan obligaties uitstaan. Verwacht wordt dat die in de komende jaren verdubbelt tot 46 biljoen.
De centrale banken durven de rentes niet meer te verhogen, hoewel de markt daarom vraagt. Ze zijn minder onafhankelijk en laten hun oren vaker hangen naar politici, zoals Trump die de voorzitter van zijn eigen centrale bank willen ontslaan. Trump wil geen hogere rentes, omdat hierdoor de huizenmarkt stagneert, overheden in problemen worden gebracht en bedrijven niet meer durven te investeren. Lage rentes maken vastrentende waarden minder aantrekkelijk en aandelen aantrekkelijker. In de komende twee tot drie jaar wordt gerekend op minimaal acht renteverlagingen.
De winstgevendheid van bedrijven is nog altijd goed. De cijfers over het vierde kwartaal van 2025 moeten nog worden gepubliceerd, maar de beurzen zijn optimistisch. Deels komt dat door de vraag naar nieuwe digitale producten en diensten, deels door de consumptie van de oudere babyboomgeneratie die veel geld heeft verdiend aan vastgoed.
Daarnaast is de belastingdruk voor beursgenoteerde bedrijven nog altijd dalende doordat nationale overheden een race to the bottom hebben ontketend en daarnaast vele ontwijkingsmogelijkheden zijn ontstaan.
De welvaart in de wereld neemt nog steeds toe. Er komen nieuwe middenklassen in bevolkingsrijke landen als India, Indonesië, Vietnam en China met een groot verlangen naar westerse producten, technologie en memorabilia. Die nieuw opkomende landen kunnen de wereldeconomie aanzwengelen als een golf van protectionisme uitblijft. Daar wordt wereldwijd van geprofiteerd. De Nikkei-index van de beurs van Japan is al door de 50 duizend, de Dow Jones staat er dichtbij.
Aandelen zijn door de continue koersstijging veel te duur geworden. Dat blijkt uit allerlei historische indicatoren, zoals de koers-winstverhouding. Die geeft weer hoeveel keer de winst die bedrijven per aandeel maken in de beurskoers past. Normaliter is de gemiddelde koers-winstverhouding voor bedrijven 20, maar inmiddels is die voor de 500 grootste Amerikaanse bedrijven al opgelopen tot ruim 30.
Trump speelt geopolitiek hoog spel. De inval in Venezuela, de sancties tegen Iran en de dreigende inval in landen als Groenland plus de handelsoorlogen leiden tot internationale spanningen. Die vertalen zich nog niet in een economische crisis, maar als er daadwerkelijk militaire confrontaties komen zal ook de economie daaronder gebukt gaan.
In april vorig jaar kregen de aandelenmarkten daarvan al een voorschot toen de koersen instortten nadat Trump bekendmaakte importheffingen op te leggen aan bijna alle landen in de wereld. Hij sloot daarna handelsdeals met vele landen, waarna iedereen deed of er niets gebeurd was.
Maar sindsdien werpen veel landen om politieke of economische redenen importbarrières op. Dit betekent dat producten niet meer worden gemaakt en diensten niet meer worden verleend op de plek waar dat het meest goedkoop en efficiënt is.
Structurele problemen en uitdagingen worden onderschat, zoals de klimaatverandering en de vergrijzing. De klimaatdoelstellingen worden zoals het er nu naar uitziet niet gehaald. Landen willen er minder geld aan uitgeven en de uitstoot van bedrijven – drill, baby, drill, aldus Trump – wordt niet langer aan banden gelegd.
Maar als er nu niet wordt geïnvesteerd, wordt de rekening naar de toekomst doorgeschoven. En dan wordt de rekening meestal alleen maar hoger. Ook voor de toekomstige kosten van de vergrijzing hebben politici nauwelijks oog.
Voor oudedagsvoorzieningen en zorg zal veel meer geld moeten worden uitgetrokken, net als voor herbewapening. En dan zal de overheid ook steeds meer geld moeten ophoesten vanwege massaclaims voor in het verleden gemaakte fouten.
Als er echt een mondiale schuldencrisis ontstaat en banken gaan omvallen doordat de schulden voor vele landen onhoudbaar worden, zal een zware beursval onvermijdelijk zijn. Tijdens de vorige kredietcrisis tussen eind 2007 en begin 2009 daalde de AEX van 560 naar 195 punten. In oktober 2025 kwamen voor het eerst sinds lange tijd drie financiële instellingen in problemen: First Brands, Tricolor en First Lend.
De AEX is inmiddels het lelijke eendje van de beursindices geworden. Er zitten weliswaar nu dertig fondsen in, maar vele daarvan zijn veredelde beleggingsfondsen of zijn van buitenlandse origine. De AEX is overgeleverd aan het wel en wee van enkele grote bedrijven, vooral in de techsector. Die hebben nu voor de index de barrière geslecht. Maar als daar het tij keert, krijgt de AEX meteen een lelijke knauw.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant