Home

Wie willen de Iraniërs als nieuwe leider(s) als het regime valt? ‘We weten weinig over wat de bevolking nu denkt’

Wie kunnen het overnemen als de Islamitische Republiek aan haar eind komt? Socioloog Ladan Rahbari, die Iran in 2015 verliet, kent genoeg kandidaten. Die zijn niet allemaal even serieus te nemen. ‘De MEK is een grap.’

schrijft vanuit Istanbul over Turkije, Iran, Israël en de Palestijnse gebieden.

Reza Pahlavi, de zoon van de in 1979 verjaagde sjah van Iran, werd de afgelopen dagen alom geportretteerd als het boegbeeld van de Iraanse oppositie, ook al omdat demonstranten in Teheran en andere steden zijn naam riepen. Maar hoeveel steun geniet hij precies in Iran? En welke andere personen en organisaties kunnen een rol gaan spelen, mocht de Islamitische Republiek aan haar eind komen?

Ladan Rahbari, een in 2015 uit Iran vertrokken socioloog die aan de Universiteit van Amsterdam onderzoek doet naar de Iraanse oppositie, is bij uitstek iemand die deze vragen zou kunnen beantwoorden. Toch maakt ze meteen een voorbehoud: niemand kan het precies weten. ‘We weten zo weinig over wat de Iraanse bevolking op dit moment denkt’, zegt ze.

Er bestaan wel peilingen, maar die zijn volgens haar niet altijd betrouwbaar. Evenmin kan het discours onder Iraniërs in het Westen maatgevend zijn, want ‘de diaspora is niet per se een representatieve afspiegeling van wat er binnen Iran gebeurt’.

Geen alternatief

Eerst het globale beeld. Een alternatief voor het ayatollahregime is niet ogenblikkelijk voorhanden. Een georganiseerde politieke oppositie in Iran bestaat niet (als dat met alle repressie al zou kunnen), en in de diaspora staat geen regering in ballingschap klaar.

En de zogeheten hervormers in Iran? Tot een jaar of tien geleden waren die prominent aanwezig. Mensen als Mehdi Karroubi en Mir-Hossein Mousavi, leiders van de Groene Beweging, en Mohammad Khatami, president van 1997 tot 2005. ‘Ze zijn er nog steeds, maar ik denk niet dat ze een grote rol zullen spelen’, zegt Rahbari. Bovendien, ondanks hun beloften van meer vrijheid en democratie bleven ze altijd met minstens één been in het systeem staan. Het is zeer de vraag of zij belichamen wat de bevolking wil.

Een vorm van georganiseerde oppositie is verder te vinden bij de etnische en regionale minderheden, zoals Koerden, Baluchi’s en Arabieren. ‘Zij hebben wel degelijk een stem’, zegt Rahbari. ‘Ze zijn actief en speelden altijd een belangrijke rol.’

Het linkse Koerdische Komala bijvoorbeeld is goed georganiseerd, opereert vanuit Irak en binnen Iran en heeft in Abdullah Mohtadi (77) een leider met een lange staat van dienst. Zo zijn er meer Koerdische groepen, en Arabieren in de regio Ahwaz hebben de Arabische Strijdbeweging voor de Bevrijding van Ahwaz (ASMLA). De vraag is welke rol deze groepen kunnen en willen spelen in de toekomst van een democratisch, verenigd Iran.

Ongeorganiseerde bewegingen

Verder telt Iran, een land met een hoogopgeleide bevolking en een rijk maatschappelijk middenveld, een groot aantal krachtige, aansprekende individuen, veelal verdedigers van de mensenrechten. ‘Die figuren zitten in ongeorganiseerde bewegingen, waaronder heel belangrijke, zoals de vrouwenbeweging. Die zou als voorbeeld voor de wereld moeten dienen, gezien hoe volhardend ze is binnen een theocratische dictatuur.’

Rahbari noemt een aantal van hen, toevallig of niet allemaal vrouwen. Narges Mohammadi, de mensenrechtenactivist die de Nobelprijs voor de Vrede ontving en nog altijd gevangen zit. Nasrin Sotoudeh, een mensenrechtenadvocaat die in de gevangenis zat. Sepideh Gholian, een activist die twee jaar in de cel zat om haar steun aan stakende arbeiders. Enkelen behoorden begin deze maand tot de zeventien kunstenaars en intellectuelen die in een verklaring opriepen tot een vreedzame democratische overgang.

‘Dan is er de studentenbeweging. Zonder bekende leider, maar wel erg actief’, zegt Rahbari. ‘In deze protestgolf zijn veel universiteiten, ook in kleinere steden, centra van verzet geworden. En er is de arbeidersbeweging, met diverse vakbonden en syndicaten. Zoals de arbeiders van de suikerrietfabrieken in Haft Tappeh, die vaak hebben gestaakt. Zij zijn zeer aanwezig.’

In de diaspora bestaat onder Iraniërs een duidelijke scheiding tussen links en rechts, volgens de onderzoeker, maar in Iran zelf is daarvan eigenlijk geen sprake. ‘Daar zie je mensen zich verzetten tegen de onderdrukking door het regime. Je kunt dat wel op een spectrum plaatsen, maar de indeling in links en rechts is niet per se zinvol. Burgerrechtenactivisten als Narges Mohammadi en Nasrin Sotoudeh passen niet binnen zulke kaders.’

De diaspora

Dan de diaspora. Een organisatie die in het oog springt, doordat ze in Europa en de Verenigde Staten zeer actief lobbyt en flyert, is de Nationale Raad van Verzet van Iran (NCRI), een mantelorganisatie van de Mojahedin-e-Khalq (MEK). Onder Iranexperts wordt de MEK niet erg serieus genomen. ‘Een grap’, meent Rahbari.

De beweging staat te boek als sectarisch en lijkt in Iran niet over veel aanhang te beschikken. Beelden van betogers die de naam van leider Maryam Rajavi scanderen, zijn er niet. De MEK maakte zich niet bepaald populair door in de jaren tachtig in de oorlog met Iran de zijde van Saddam Hussein te kiezen.

Verder zijn er, net als in Iran zelf, in de diaspora veel capabele intellectuelen. Soms organiseren ze zich in losse groepen, zoals recentelijk het pro-queer Iraans Diaspora Collectief (IDC). Veel meer bereik dan via hun website hebben ze vaak niet.

Effectieve propaganda

De organisatie van Reza Pahlavi is wél zeer serieus te nemen, maar ook daar is de vraag hoe groot de aanhang in Iran is. In ieder geval hebben de monarchisten een zeer effectieve propaganda in het Westen, zegt Rahbari. ‘Zij hebben daadwerkelijk invloed op hoe de internationale gemeenschap de oppositie ziet. Ze beheersen het narratief van buitenaf. Pahlavi had contact met Trump. Dat toont hun invloed.

‘Ze kunnen verhalen creëren die de wereld daadwerkelijk gelooft, zoals de bewering van Pahlavi dat hij de man achter de demonstraties is, een verhaal dat soms vrij kritiekloos door de media is overgenomen. Natuurlijk heeft hij aanhangers. Maar de manier waarop hij wordt neergezet als man van het volk vereist echt een hoog niveau van propaganda.’

Wel gelooft Rahbari dat de steun voor Pahlavi gaande het protest is toegenomen, omdat hij de enige is aan wie de wanhopige Iraniërs zich kunnen vastklampen. Andere leiders zijn niet voorhanden. ‘Vanuit historisch perspectief kan het echt rampzalig zijn als mensen in die val trappen. Het is precies de manier waarop ayatollah Khomeini in 1979 aan de macht kwam. Pahlavi kan zichzelf niet zomaar tot leider van de transitie benoemen. Ook dat moet door het volk worden beslist.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Lees hier alle artikelen over dit thema

Source: Volkskrant

Previous

Next