Home

Iraanse Nederlanders wachten op een teken van leven van hun naasten. ‘De rest van de wereld ziet niks. Het regime kan zijn gang gaan’

Protesten Iran Iraanse Nederlanders maken zich zorgen om hun naasten in hun geboorteland. Contact met familie en vrienden verloopt moeizaam. „Ik heb geen idee of ze thuis zijn gekomen.”

Mojdeh Feili: "Met het nieuws over het aantal doden worden de zorgen steeds groter."

De afgelopen decennia zijn miljoenen Iraniërs hun geboorteland ontvlucht, vaak omdat ze daar vanwege hun politieke of maatschappelijke activiteiten of hun mening niet meer veilig waren. Sinds achttien dagen geleden grote demonstraties uitbarstten, heeft het Iraanse regime volgens mensenrechtenorganisatie HRANA tot woensdagochtend zeker 2.400 demonstranten gedood. Het daadwerkelijke dodental ligt waarschijnlijk hoger, omdat nog niet alle slachtoffers geïdentificeerd konden worden.

‘Ghorbat‘ betekent ballingschap in het Farsi. Ver van huis zijn, heimwee hebben, eenzaamheid voelen. Een woord dat de stemming van Iraniërs in Nederland beschrijft. De huidige golf van protesten in Iran zorgt voor gevoelens van wanhoop en machteloosheid aan de ene kant, maar ook voor groeiende hoop. Ze houden zo goed als het kan contact met hun familie en vrienden. Dat is extra moeilijk sinds donderdag, toen het regime al het internet- en telefoonverkeer stillegde.

Niki Padidar (45), regisseur en schrijver

Niki Padidar.

Regisseur en schrijver Niki Padidar is de hele dag aan het scrollen, tot ze er misselijk van wordt. Tijdens de Irak-Iranoorlog in de jaren tachtig vluchtte Padidar met haar ouders vanuit Teheran naar Nederland. Op zoek naar informatie ververst ze nu continu haar berichten; telkens kijkt ze of haar familie en vrienden online zijn geweest.

Twee van haar naasten lieten Padidar vorige week donderdagmiddag weten dat ze de straat op gingen. Dat was het laatste contact dat ze met hen heeft gehad. Elke dag ziet ze achter haar verstuurde berichtje slechts één vinkje. Niemand is online geweest. Dinsdag lukte het haar om met een familielid te bellen. Van al haar andere dierbaren weet ze niets.

„Ik heb geen idee of ze thuis zijn gekomen, of er iets is gebeurd, hoe het met ze gaat of hoe het eraan toe gaat op straat”, zegt Padidar. Mondjesmaat komen video’s binnen, maar lang niet zoveel als ruim drie jaar geleden. Tijdens die protesten, met als aanleiding de marteling en de dood van de 22-jarige Jina (Mahsa) Amini omdat haar hijab volgens de zedenpolitie niet goed zat, kon ze alles op de voet volgen. De onbereikbaarheid van nu heeft grote impact. „Mensen kunnen elkaar niet waarschuwen, ambulances kunnen niet worden bereikt en artsen hebben onderling geen contact. En: de rest van de wereld ziet niks. Het regime kan zijn gang gaan, in het donker.”

Mensen daar lopen tegen heftige dilemma’s aan, ziet Padidar. Zoals ouders die hun kinderen willen beschermen, maar hen tegelijkertijd niet willen verbieden op te komen voor hun vrijheid. „Ik heb het gevoel dat mensen zichzelf nu meer verdedigen dan in 2022”, zegt ze. „Ik heb beelden gezien van agenten die wegrennen omdat demonstranten terugduwen. Ze zijn met meer en het lijkt alsof ze voor zichzelf opkomen. Al is dat relatief, want de ene kant loopt met traangas, knuppels en wapens. De andere kant heeft bijna niks.”

Padidar is er de hele dag mee bezig. „Tegelijkertijd voel ik me compleet machteloos”, zegt ze. „Het enige wat ik kan doen, is delen wat er aan de hand is.” Maar zelfs dat voelt soms ongemakkelijk. „Het gaat niet om ‘ons’ hier, maar om hen. Wij kunnen hier wel van alles vinden, bedenken wie de volgende leider van Iran moet zijn, of wat er anders moet. Maar zij riskeren dagelijks hun levens.”

Yaghoub Sharhani (29), journalist

Yaghoub Sharhani .

In 2015 vluchtte de Arabisch-Iraanse journalist Yaghoub Sharhani naar Nederland. Vanuit Libanon, waar hij – destijds negentien jaar oud – studeerde. Zijn broer en andere activisten werden in Iran gearresteerd en de lange arm van Teheran was ook naar hem op zoek.

”Ik hoorde vijf dagen geleden van iemand, niet eens echt een bekende van mij, maar een indirecte naaste van mijn moeder”, vertelt Sharhani. Zo bereikt het nieuws hem. Via via hoorde hij dat mensen die hij kent de straat op zijn gegaan in zijn geboortestad Ahvaz, in het zuidwesten van Iran. Sinds donderdag heeft hij geen contact met het thuisfront, ook niet met zijn ouders.

In zijn provincie leeft de Arabische Ahwazi-minderheid al lange tijd op gespannen voet met het regime. Het is de armste regio van het land, waar tegelijkertijd het grootste deel van alle Iraanse olie wordt gewonnen. Onderwijs in de eigen Arabische taal is er verboden, de inwoners moeten zich cultureel schikken naar Teheran.

Thuis was hij Arabier, op school Iraniër. „Als je opgroeit in deze regio, in een bevolkingsgroep die tot een gediscrimineerde minderheid behoort, heb je een hele andere band met het land”, zegt Sharhani. Die relatie is door de grootschalige demonstraties van 2022 verder veranderd. „Verschillende Iraanse minderheden sloegen de handen ineen. Ze zijn het niet eens over de toekomst van het land, maar delen wel de mening dat het huidige regime weg moet.”

De demonstraties van toen hebben tot meer veranderingen geleid. „Vrouwen lopen bijvoorbeeld vaker zonder hoofddoek op straat”, zegt Sharhani. „En jonge generaties zien in dat als ze geen verdeeld Iran willen, er ook naar minderheden moet worden geluisterd.”

„De demonstraties van nu voelden in het begin veel kleiner dan die van een paar jaar geleden”, zegt hij. Ze begonnen onder winkeliers en marktkooplui in Teheran, maar breidden zich binnen enkele dagen uit tot grootschalige demonstraties. „Dat komt omdat het begon met economisch ongenoegen. Dat raakt iedereen. Ook mensen die normaal gesproken achter het regime staan.”

„Het regime is verzwakt door sancties, door Israëlische aanvallen, maar ook door de woede van demonstranten. Echte woede. Politiebureaus worden met molotovcocktails bekogeld. Mensen kijken naar Syrië en zien dat daar grote veranderingen zijn geweest. Ze krijgen hoop.” Niet dat het in Syrië perfect gaat, nuanceert Sharhani snel. „Maar de sancties zijn opgeheven, er is weer contact met de rest van de wereld.”

Dag en nacht volgt Sharhani de huidige demonstraties. Als hij ’s nachts wakker wordt, pakt hij meteen zijn telefoon om Amerikaans nieuws te checken. Is er een hoge overheidsfunctionaris geraakt? Is het regime van buitenaf aangevallen?

Hij denkt aan vorig jaar, toen de Verenigde Staten aanvallen uitvoerden en daarbij onder anderen generaals Mohammad Bagheri en Hossein Salami doodden. Op zoiets hopen veel Iraniërs „elke nacht nog steeds”, zegt Sharhani. Zelf noemt hij het hoop putten uit machteloosheid. „Wie die hoop kan bieden, maakt mij niet zoveel uit. Iedere verandering is goed.”

Mojdeh Feili (36), schrijver en activist

Mojdeh Feili.

Mojdeh Feili kwam samen met haar moeder naar Nederland toen ze zeven jaar oud was. Feili’s ouders waren allebei activisten, gericht tegen het regime. Haar Koerdische vader was al eerder gevlucht, na een gevangenschap van acht jaar in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran.

Normaal gesproken weet ze altijd hoe het met haar familie in Teheran gaat. Tot de demonstraties van 2022 ging ze nog met enige regelmaat terug naar Iran. Sinds ze zich tegen de autoriteiten heeft uitgesproken, is het contact alleen nog online. „Foto’s van bruiloften, dat soort dingen.”

Ze maakt zich vooral zorgen om haar neefjes van eind twintig, die in haar woorden „het gevaar voor hun eigen leven niet altijd heel belangrijk vinden”. Vorige week dinsdag hoorde ze voor het laatst van hen. „Met al het nieuws over het aantal doden worden de zorgen groter.”

De desinformatie die uit het land komt, duizelt haar. Zelfs zij vindt het moeilijk om te weten wat waar is. „Hoe moet dat dan zijn voor mensen die geen connectie met Iran hebben? Hoe kunnen zij kritisch naar informatie kijken?”

„Mensen zeggen dat de Mossad deze demonstraties orkestreert, of dat Reza Pahlavi [de zoon van de in 1979 afgezette sjah] alles aanjaagt. Er gaan zoveel theorieën rond. De redenen achter de boosheid van Iraniërs wordt daarmee tekortgedaan”, zegt Feili.

Bij de grootschalige protesten van 2022 hielp ze demonstraties organiseren, nu neemt ze zichzelf in bescherming. „Ik voel me verlamd, bijna alsof de informatie niet echt binnenkomt”, zegt Feili. Ze is terughoudend, durft hoop niet te veel ruimte te geven. Nadat de demonstraties een paar jaar geleden stopten en de executies begonnen, belandde ze in een depressie.

„Hoe goed we ook verbonden zijn met de mensen in Iran, wij hebben nooit volledig zicht op de situatie waarin zij zich bevinden. Het belangrijkste is hoe het met de mensen daar gaat. Ik denk dat het belangrijk is voor Iraniërs in de diaspora om na te denken over je rol. Sommigen roepen bijvoorbeeld Trump op om in te vallen, maar hoe weten wij wat het beste is voor de mensen daar?”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief Wereldzaken

Terugblikken, extra analyses en leestips bij de laatste uitzending van de podcast Wereldzaken.

Source: NRC

Previous

Next