Home

Een thermometer in de allerlaatste Nederlandse sneeuw

Sneeuw wordt heel zeldzaam, terwijl er nog zo veel te checken is. Want geleerden kunnen heel veel beweren.

Sneeuwcirkels rondom bomen.

Pas over vijf jaar zal er opnieuw sneeuw vallen en dan zal die nog korter blijven liggen dan vorige week. Wel zullen er dan nog meer NOS-verslaggevers in winterjassen langs de weg staan om ons tegen het goedje te waarschuwen: het is koud en glad en kan gaan klonteren en dan kan er van alles mis gaan. Het beste is, zullen de persmannen zeggen, het beste is in geval van sneeuw thuis te blijven en daar de adviezen van de minderheidsregering af te wachten.

Vroeger, toen de boomers nog klein waren, bleef de sneeuw vaak zes weken liggen en had het gras alle kleur verloren als het er weer onder vandaan kwam. Vroeger lag er soms een halve meter sneeuw op platte daken zonder dat die een kik gaven. Vroeger kreeg de sneeuw de tijd om te verwaaien zodat sneeuwduinen ontstonden waar complete treinen in vastliepen. De passagiers lachten erom.

Wij van AW hebben alvast afscheid genomen van de sneeuw. Nog eens goed gekeken, nog eens een proefje gedaan. Een thermometer gestoken in verse sneeuw waar keukenzout doorheen was geroerd en bevestigd gezien dat de temperatuur met 22 graden daalde. Bedacht dat hetzelfde zout de sneeuw op straat doet smelten. Daarna geprobeerd na te gaan of grote sneeuwvlokken sneller vallen dan kleine, zoals Minnaert beweert, maar er weer niet uitgekomen. Wel goed kunnen zien dat sneeuwvlokken tegen een grijze wolkenhemel eerder zwart dan wit lijken. Niemand gelooft dat. Bekijk wat de kunstenaar ervan maakt.

Het is wel jammer dat sneeuw zo zeldzaam wordt terwijl er nog zoveel te checken is. Er zijn geleerden die beweren dat er een meter diep onder het sneeuwoppervlak nog steeds 1 procent daglicht heerst. Anderen denken dat er in verse sneeuw (zeg: van 0,2 gram per cm3) op 25 cm diepte nog 4 procent daglicht is te vinden. Afgelopen zondag is de proef op de som genomen: een cilindrisch drinkglas van 10 cm hoog werd tot de rand gevuld met sneeuw en gewikkeld in een koker van zwart papier. Keek je door de bodem naar de heldere hemel dan zag je geen spoortje licht (dat van de glaswand daargelaten). De transmissie lijkt lang zo groot niet als beweerd wordt.

Sneeuw veroudert verrassend snel

Misschien was in deze sneeuw, die van een autodak kwam, al veel compactie opgetreden, dat is mogelijk. Sneeuw veroudert verrassend snel en dichtere sneeuw (zeg: 0,3 gram per cm3) laat allicht minder licht door. Maar dan is er weer de vraag of dichte sneeuw meer of minder hemellicht weerkaatst dan minder dichte sneeuw. Daar is veel discussie over geweest: hoe staat het met het lichtweerkaatsend vermogen (het albedo) van sneeuw waar je even bovenop hebt gestaan? Het vermoeden was dat het albedo wat zou zakken, maar moderne theorie voorspelt dat het constant blijft zolang de sneeuwkorrels hun oorspronkelijke afmetingen behouden ook al komen ze dichter op elkaar te liggen. De voetstap die zondag van AW-wege in Gelderse sneeuw werd gezet was bepaald niet minder wit dan de omringende sneeuw.

Een voetstap in de Gelderse sneeuw.

Veroudering van sneeuw brengt hier op onze breedte meestal met zich mee dat de sneeuwkorrels in de bovenste sneeuwlaag uitgroeien ten koste van de korrels in diepere lagen. Het albedo van verouderende sneeuw neemt daardoor langzaam af. Je merkt er niets van omdat alle sneeuw om je heen even oud is. Krab je de bovenlaag van oude sneeuw weg dan moet je weer sneeuw tegenkomen die beter weerkaatst, maar dat is nu precies waarmee het afgelopen zondag in dat Gelderse bos mis ging. Vergeten te krabben.

Ook de onbesneeuwde cirkels rond de voet van bomen zoals ze hier vandaag op het plaatje staan kwamen niet tevoorschijn. De sneeuwvrije plekken vormen zich makkelijk en snel als het flink waait tijdens het sneeuwen, dan zijn er wervels die de stamvoet vrij houden. Aan allerlei details kun je vaak nog zien uit welke hoek de wind woei toen het gebeurde. Maar het woei te weinig deze keer.

De straling van boomstammen

Het kan ook anders: langzamer en lang nadat de sneeuw is gevallen, vooral als de winter tegen zijn eind loopt. Het mag zo zijn dat sneeuw zichtbaar licht en zijn bijbehorende warmte hoofdzakelijk weerkaatst en van zich af werpt, de warmte van de onzichtbare straling uit het nabije infrarood wordt juist uitstekend geabsorbeerd. Dat is uitgerekend de straling die boomstammen afgeven als ze overdag van tijd tot tijd wat zon ontvangen en warmer worden. Ze kunnen ook opwarmen van de straling die de sneeuw hun kant op stuurt. Op de lange duur doet deze boomwarmte de nabije sneeuw de das om.

Het verschil tussen de dooicirkels (thaw circles) en de windgevormde plekken is makkelijk te zien Wat de buitenstaander niet goed begrijpt is waarom de dooicirkels vaak zo volmaakt rond zijn.

De warmte brengt ons bij een Instagram-filmpje dat deze dagen alom verbazing wekt maar dat, bij nader inzien, al sinds 2013 in vergelijkbare vorm rondtrekt over internet. Je ziet een persoon een brandende aansteker houden onder een sneeuwbal die flink geblakerd raakt maar niet smelt. ’t Wordt als het bewijs gezien dat hedendaagse sneeuw geen sneeuw meer is maar een soort kunststof die minderheidsregeringen uitstrooien om ons bedotten. Zo zijn ze.

In 2014 liet astronoom Phil Plait op YouTube zien wat hier gebeurde: de sneeuw smelt wel degelijk maar het smeltwater wordt gewoon opgezogen in de nog resterende sneeuwmassa. Het roet komt van de onvolledige verbranding van het propaan en/of butaan uit de aansteker. Niks bijzonders. Je kunt het ook op een schoteltje laten neerslaan. Maar wie gelooft er nu een astronoom?

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Source: NRC

Previous

Next