Home

Feestelijk weekend
voor ijsgekken 

De zon is nog niet op, maar in de uiterwaarden bij Wageningen is de dag al geslaagd.

Gewapend met stokken en een rugzak vol droge kleren klikt zondag een groepje schaatsers uit de Randstad zijn ijzers onder.

Terwijl het rode ochtendlicht door de wilgen schijnt, maken ze hun eerste slagen.

De ijsplaat is wit en hard, hij houdt en hij glijdt. De beloning van een week lang zoeken.

‘Dat ene maagdelijke stukje geul, dat was het mooiste’

Door Tjerk Gualthérie van Weezel

Fotografie en video Henk Wildschut

In heel Nederland beproeven ijsgekken zondagochtend hun geluk na een bitterkoude nacht. Weinigen hebben zich zo grondig voorbereid als de leden van de HLSK, de vereniging van Zweedse schaatsers in Nederland. Hun week stond in het teken van de vraag waar zondagochtend het mooiste ijs van Nederland zou liggen.

Belangrijke bron van informatie is vanzelfsprekend de ‘pluim’ van het KNMI. De grafiek met tientallen lijntjes waarin het weermodel van het meteorologisch instituut de 15-daagse verwachting heeft berekend. Al dagen tekent zich een voor schaatsers heerlijk patroon af: strenge vorst vanaf het weekend, tot ruim in de volgende week.

Toch spreekt HLSK-lid Max Kohnstamm dinsdag al van een ‘treiterpluim’. Want hoewel de temperatuurverwachting on-Nederlands laag is, zijn andere weerindicatoren veel minder gunstig. Er is nog heel veel sneeuw, bewolking en wind. Dat is juist weer zeer ongunstig voor de kwaliteit van het ijs. Ook irritant: waar de pluim eerst wijst op vorst tot woensdag, wordt die voorspelling een dag later bijgesteld naar maandagochtend.

Zweedse natuurijsschaatsers benaderen hun sport als een soort horizontaal alpinisme, met als doel veilig op maagdelijk ijs te schaatsen. Het gaat er serieus aan toe: met opleidingen, gidsen, drijvende rugzakken, werplijnen, diepgravende analyses van weer en ijsvorming, en het verkennen van het ijs.

‘Op basis van de huidige voorspellingen krijgen we de voor Nederland bijzondere situatie dat er veel ijs zal liggen dat de Zweden stöpis noemen’, voorspelt Dirk Hoonakker donderdag. Hoonakker is ‘bijna’ gediplomeerd gids bij de HLSK en mede verantwoordelijk voor de tocht van zondag. ‘Er is geen goede Nederlandse vertaling voor het woord stöpis. Maar het is ijs waarop sneeuw is gevallen die vervolgens is volgezogen met water en helemaal hard is geworden.’

Daar kun je goed op schaatsen als het dik genoeg is. Maar het is niet zo mooi als het ijs waar de Nederlandse schaatspret om bekend staat. Het keiharde ‘zwarte ijs’, dat zo lekker kan kraken en waarvan al minder dan 5 centimeter genoeg is om een mens te dragen. Dat is wat de Zweden kärnis noemen, kern-ijs.

Rampzalig voor het schaatsen, aldus Hoonakker: snöis, een dikke laag sneeuw op het ijs die nog niet ‘gestöpt’ is. ‘Dat moeten we niet hebben. Hopelijk dooit en waait het de komende dagen hard genoeg zodat alle sneeuw die nu valt zich volzuigt.’

Zaterdag wordt door HLSK-leden in het hele land driftig informatie verzameld, gedeeld en besproken. Naast de temperatuur en neerslag, kijken ze ook naar de wolken. Want ‘uitstraling naar het heelal’ is extreem goed voor de ijsaangroei.

Rond de middag bestudeert Hoonakker samen met Rodrigo Coesel ook nog de laatste satellietfoto’s. Op zoek naar plekken die nog open liggen en na een nacht harde vorst en windstilte misschien goed zullen dichtvriezen.

En dan zijn er nog de ijs-observaties – ‘isobs’van leden in het land. Die worden gepost op skridskonät, de besloten website van rijders uit landen die op de Zweedse manier schaatsen. Op een kaart verschijnen elke dag bolletjes met waarnemingen. Rood voor onmogelijk, geel voor mogelijk schaatsbaar en groen voor goed ijs.

Groene bolletjes zijn er volop in Scandinavië en één in Duitsland, waar leden van de HLSK bij Mecklenburg hun geluk beproeven. In Nederland houdt het allemaal niet over, is zaterdagavond in een whatsappcall de conclusie. Er ligt veel volgezogen sneeuw, maar het is dun en er ligt weinig kern-ijs onder. Alleen groepslid Marc Teutink heeft al geschaatst, op een vennetje in de buurt van Hilversum. ‘Daar kom ik altijd, er is verder niemand. Maar het is 800 meter, heen en weer. Mooi, maar je bent er snel klaar mee.’

Ook het Leersumse Veld op de Utrechtse Heuvelrug, waar het zeker kan, laten ze links liggen. ‘Daar gaat mijn zwager met zijn noren ook heen’, zegt Teutink. ‘Ik mag hem graag hoor, maar ik zie hem liever op een verjaardag dan op het ijs.’

Dat er spanning is tussen Zweeds schaatsen en Hollandse ijspret blijkt zondag in Wageningen. Als de groep op het ijs stapt en met stokken prikt om de dikte te meten, reageert een vroege vogel die zijn noren onderbindt, zeer ontstemd. ‘Hou daarmee op man!’

Het stöpis schaatst prima, alleen onder een bruggetje ligt een flinterdun laagje helder ijs dat golft als Teutink eroverheen gaat. De rest volgt en zo vordert de groep gestaag, passeert een beverburcht en wandelt naast een zwak stuk ijs door het riet.

Niet veel later ligt Teutink, de waaghals van de groep, op zijn buik om zijn gewicht maximaal te spreiden. Als een zeehond heeft hij net zijn doel bereikt als nagenoeg op dezelfde plek een man in lycra plompverloren een krukje op het ijs zet om zijn schaatsen onder te binden. Het houdt maar heel kort.

‘Heb je droge kleren bij je?’, vraagt Teutink als de man na enig gespartel op de kant staat.

Man: ‘Nee, maar ik woon in de buurt.’

Aan de andere kant wacht een maagdelijk stukje geul. ‘Daar doen we het voor’, zegt Erica van den Akker trots. ‘Wij gaan door waar anderen stoppen.’

Terwijl zich op de Wageningse nevengeul een winterlandschap vormt à la de 17de eeuwse schilder Hendrick Avercamp, verlaat de groep het ijs. Via sociale media komt een gestage stroom van filmpjes en foto’s op gang. In het westen blijkt het ijs ook heel goed begaanbaar. Toch rijden auto’s hier oostwaarts.

Naar de Rijnstangen, een watertje bij Zevenaar. Daar blijkt het veertig minuten later inderdaad een stuk rustiger. Na tien minuten winters wandelen door een uiterwaard is het avontuurlijk zoeken, schaatsen, klunen. Duitsland is in zicht. Er ligt ook glad zwart ijs, maar veel te dun om op te schaatsen.

Op de terugweg pakt een deel van de groep ook nog wat ijs mee in Maarsseveen. Om onder grijze luchten aan het einde van de dag te concluderen: dat ene maagdelijke stukje van de nevengeul, vanmorgen. Dat was het mooiste.

Van langlaufen tot paardsleeën, winters weer brengt niet alleen chaos en ellende

Maandagmiddag rond half 2 plaatste het KNMI een foto waarop een rolmaat uit de sneeuw stak. ‘Sneeuwhoogte in De Bilt is 23 centimeter’, luidde het bijschrift. Ook elders zag Nederland sneeuwwit.

Tot het ijs komt, hangen ijsberen ‘hangry’ rond het stadje Churchill

Jaarlijks trekken duizenden toeristen naar het Canadese Churchill, de ‘ijsberenhoofdstad van de wereld’, om de witte reuzen in het echt te zien. Maar hoe ziet de toekomst van het stadje eruit nu klimaatverandering het ijs in de Hudsonbaai, waar de ijsberen niet zonder kunnen, bedreigt?

Sneeuwpoppen met sixpacks, sjaals en snorharen

Een sneeuwpop met borsten, een met een rugbyshirt en een van bijna 3 meter lang: mensen zijn volop aan het bouwen geslagen nu er een dik pak sneeuw ligt. ‘Het is de eerste keer dat ik sneeuw zag vallen. Ik heb het gegeten en het smaakt raar.’

Source: Volkskrant

Previous

Next