Home

Tot het ijs komt,
hangen ijsberen ‘hangry’ rond het stadje Churchill

Jaarlijks trekken duizenden toeristen naar het Canadese Churchill, de ‘ijsberenhoofdstad van de wereld’, om de witte reuzen in het echt te zien. Maar hoe ziet de toekomst van het stadje eruit nu klimaatverandering het ijs in de Hudsonbaai, waar de ijsberen niet zonder kunnen, bedreigt?

Door Sterre Lindhout

Fotografie Veerle Haan

Het is nog donker als Will Adams (25) een dozijn toeristen en hun camera’s in zijn groene busje propt. De onverharde hoofdstraat van het Canadese Churchill is verlaten – de inwoners slapen hun Halloweenkater uit. De dikke mist is doorweven met de eerste sneeuwvlokken van een lange winter.

Busjes vol toeristen rijden richting de Hudson baai.

‘Echt ijsberenweer’, constateert de jonge gids van North Star Tours, een van vele bedrijfjes die tegen betaling zoeken wat buitenlandse gasten op deze afgelegen plek willen vinden: ijsberen.

‘Kijk, rechts!’ Na een paar kilometer rijden wijst Adams naar drie sjokkende silhouetten in de verte. Terwijl hij parkeert verschijnt er over weggetjes die weinig meer zijn dan ingesleten bandensporen een kleine armada van busjes, SUV’s en pick-uptrucks, tot er in totaal zo’n dertig voertuigen en honderden mensen van gepaste afstand naar drie beren staan te turen. Als een van de gidsen door zijn verrekijker een vierde beer ontdekt, slapend onder een klein sparretje – Churchill ligt ongeveer op de arctische boomgrens – klinken enthousiaste uitroepen in het Engels, Japans, Duits en Spaans.

Toeristen met professionele fotoapparatuur hopen het perfecte ijsberenplaatje te schieten.

Het stadje dat zichzelf tot ‘ijsberenhoofdstad van de wereld’ heeft gekroond, is vanuit de lucht niet meer dan een hoopje grauwe huizen op de plek waar de taiga ophoudt en de Hudsonbaai begint. Er voert geen weg naar Churchill, in het hoge noorden van de Canadese provincie Manitoba. De bewoonde wereld in het zuiden is slechts bereikbaar per spoor en met een dagelijkse vlucht vanaf het kleine vliegveldje.

In Churchill wonen zo’n achthonderd mensen. Elk jaar in oktober, als de eerste vorst de bruingroene toendra zilver kleurt, krijgen die gezelschap van ongeveer net zoveel ijsberen, die rond het stadje wachten tot de zee bevriest en ze het ijs op kunnen om op zeehonden te jagen. En van duizenden toeristen die van overal ter wereld naar Churchill trekken om de ijsberen te zien.

Twee ijsberen zien hoe zich in de verte een groeiende groep mensen verzamelt, die speciaal naar Churchill is gekomen om hen te kunnen fotograferen.

Vroeger lag het zee-ijs er uiterlijk half november, maar als gevolg van de klimaatverandering bereikt de polaire kou (temperaturen tot min 60 graden Celsius) Churchill steeds later. Dit jaar vroor het westelijke gedeelte van de baai pas op 7 december dicht, dat gebeurde slechts één keer eerder sinds de Canadese overheid in 1979 begon met de registratie via satellietbeelden.

In de afgelopen veertig jaar is de ijsberenpopulatie in het zuidelijke deel van de Hudsonbaai met 30 procent gekrompen. Boven Churchill hangt dus de vraag wat dit op termijn betekent voor de ijsberenpopulaties in de zuidelijke en westelijke Hudsonbaai, en voor het stadje dat zijn identiteit ontleent aan de witte reuzen, getuige het levensgrote berenbeeld aan de rand van de bebouwde kom.

Op Halloween, in het schemeruur, stopt voor het beeld een rode Honda. Er springt een politieagent uit, gevolgd door een spook en een kleine panda. Met tasjes vol snoep onder hun arm huppelen ze naar de openstaande voordeur van een van de verweerde houten huizen. In de voortuin wiegen manshoge, opblaasbare pompoenen heen en weer in de wind. In de verte glinsteren de golfjes. Het is 31 oktober en er is nog geen vliesje ijs te bekennen.

De temperatuur schommelt vandaag rond het vriespunt. ‘Best warm’, vindt Doreen Spence, de bestuurder van de Honda. Ze rookt een sigaret uit het open raam, terwijl ze wacht op haar verklede kleindochters Kelly (7), Camille (9) en Cassidy (3) om ze straks naar het volgende huizenblok te rijden.

Jonge inwoners van het stadje worden met de auto van deur tot deur gebracht om snoep op te halen met Halloween.

Alles is hier op loopafstand. Toch vervoeren de bewoners van Churchill hun kinderen tijdens de jaarlijkse snoepjacht per auto. Omdat het normaal gesproken kouder is, maar ook vanwege de ijsberen. Want als die maar hongerig genoeg zijn, beschouwen ze ook mensen als potentiële prooi. In de nog noordelijker gelegen provincie Nunavut doodden twee ijsberen vorig jaar een man die reparatiewerkzaamheden verrichtte bij een radarstation.

Churchill ligt voor Europese begrippen niet erg noordelijk; ter hoogte van Denemarken. Dat de Hudsonbaai zeven tot acht maanden per jaar dichtvriest, komt doordat de koude golfstroom er vanuit de Noordelijke IJszee tegen de klok in doorheen stroomt. Churchill ligt aan de monding van de gelijknamige, brede rivier. En omdat zoet water sneller bevriest dan zout water, vormt het zee-ijs zich hier eerder dan elders in de baai. Daarom is het enige door mensen bewoonde stukje kust toevallig ook de plek waar de regionale ijsberenpopulatie ’s zomers aan land gaat en in het najaar weer het ijs op.

Veiligheidsbordjes waarschuwen dat ijsberen in dit gebied dichtbij kunnen komen. De inwoners van Churchill leren van kinds af aan dat ze afstand moeten houden tot de dieren, toeristen lijken daar meer moeite mee te hebben.

Tot het zover is hangen de beren rond, in toenemende mate ‘hangry’ – chagrijnig en hongerig – omdat ze sinds juli niets fatsoenlijks hebben gegeten. De grootste landroofdieren ter wereld eten van alles, maar hebben een flink rantsoen zeehondenvet nodig om de polaire winters te kunnen overleven.

‘Hier in Churchill is de kans op ongelukken relatief klein, omdat mensen al eeuwen gewend zijn aan het samenleven met beren’, zegt Ian van Nest. De zogeheten ‘Polar Bear Controller’ van de provinciale parkendienst spiedt vanuit zijn groene pick-uptruck de omgeving af naar grote witte gedaanten tussen de heuveltjes. ‘Gisteren dook er precies hier een op. Ik ben altijd weer verbaasd hoe ze ondanks hun omvang zo plotseling kunnen verschijnen.’

‘Polar Bear Controller’ Ian van Nest op patrouille.

In het berenseizoen, zegt Van Nest, gaat niemand hier zomaar een stukje wandelen of hardlopen. Hij wijst op de waarschuwingsborden die in elke straat staan, de beerbestendig gemaakte vuilnisbakken, vertelt over de jaarlijkse preventielessen voor alle leerlingen van de enige school in Churchill en een zoemer die elke avond om 10 uur afgaat, een avondklok voor minderjarigen die geen wettelijke plicht is maar wel een sterke aanbeveling. (Een groepje verklede tieners zegt later schoorvoetend er ‘meestal’ wel rekening mee te houden.) Ook geldt de ongeschreven maar streng toegepaste regel dat niemand in Churchill zijn auto op slot zet, zodat die indien nodig als toevluchtsoord kan dienen.

Toch gaat het ook hier weleens mis, voor het laatst in 2013 op Halloween. Op de terugweg van een feestje werd een bewoonster overmand door een beer en raakte daarbij zwaargewond, net als de man die haar te hulp schoot en de beer probeerde uit te schakelen met een schep. ‘IJsberen zijn superslimme dieren en de meeste blijven buiten de stad’, zegt Van Nest. ‘Maar net als bij mensen zitten er rotte appels tussen.’

De beer die hij een dag eerder ontdekte was zo’n exemplaar dat steeds opnieuw in de buurt van mensen kwam. Vroeger mochten de voorgangers van Van Nest zulke beren doodschieten, nu bevatten hun patronen slechts een verdovend middel en worden ze per laadbak naar de zogeheten ijsberengevangenis vervoerd, een loods buiten de stad. Vanuit hun detentie worden de beren zo snel mogelijk in een groot net onder een helikopter gehangen en aan de overkant van de riviermonding weer uitgezet.

Delinquente ijsberen worden verdoofd en overgebracht naar de ijsberengevangenis; een loods buiten de stad.

Churchill werd in 1717 gesticht als handelspost voor bontverkopers en ontwikkelde zich na de komst van een spoorlijn in 1929 – de noordelijkste op het Amerikaanse continent – tot graanhaven tijdens de zomermaanden. In de Koude Oorlog waren er zowel Amerikaanse als Canadese militairen gelegerd en telde de stad op het hoogtepunt zesduizend inwoners. Daarna raakte Churchill om verschillende redenen in verval. IJsberentoerisme is voor de bewoners, merendeels First Nations Canadezen (Inuit en Cree) nu de belangrijkste bron van inkomsten.

Overigens komen er ook ’s zomers toeristen naar Churchill, om te kanoën tussen de beluga’s, de mythische witte walvissen die dan door de baai zwemmen, of voor het Noorderlicht. Maar ijsberen zijn de hoofdmoot. Van de 25 duizend toeristen die Churchill in 2024 bezochten, kwam de helft in het ijsberenseizoen.

Churchill presenteert zichzelf als de ‘ijsberenhoofdstad van de wereld’.

Wellicht dat de lokale bevolking het onderwerp klimaatverandering daarom een beetje wegwuift. Net als Van Nest. Het is niet zo dat hij er niet in gelooft, bezweert hij. Maar hij ziet ‘geen lineaire ontwikkeling in een bepaalde richting’. Sommige winters beginnen inderdaad laat, andere ‘gewoon normaal’. Hij is geen bioloog, geeft hij toe, maar de beren die hij ziet, zien er goed uit. ‘Moeders krijgen veel tweelingen, dat is een teken van goede gezondheid.’

Bioloog Alysa McCall van Polar Bears International (PBI) begrijpt wel waarom mensen er zo lichtvaardig over denken: ‘De beren rond Churchill zien er niet uitgemergeld uit en omdat de klimaatverandering het berenseizoen verlengt, zijn ze voor mensen zichtbaarder dan ooit.’ PBI is een Amerikaans-Canadese organisatie op het snijvlak van wetenschappelijk onderzoek en activisme, opgericht in de jaren negentig toen de ijsbeer het gezicht van klimaatverandering werd. Ook wetenschappelijke prognoses over de toekomst van de ijsbeer lopen nogal uiteen. Maar de onderzoekers van PBI en andere wetenschappers die de populatie in deze regio bestuderen, hebben heel wat ‘anekdotisch’ bewijs verzameld dat hen zorgelijk stemt. Zo zijn de meeste mannetjesdieren hier kleiner en minder zwaar dan een paar decennia geleden.

Naarmate er meer sneeuw valt, wordt het moeilijker de dieren te spotten.

In het bezoekerscentrum, een blauw gebouw in de hoofdstraat waarin je met een beetje fantasie een ijsschots herkent, kunnen toeristen binnenlopen om zich te laten voorlichten. Op een krijtbord op een van de muren houdt het centrum bij hoeveel dagen de ijsberen al aan land zijn. McCall, met wie de Volkskrant videobelt, beaamt dat ijsberen meesters zijn in aanpassing en dat de populaties op andere plekken in de wereld de afgelopen decennia juist zijn gegroeid. ‘Ze kunnen overleven in ijskoude omstandigheden, honderden tot zelfs duizenden kilometers zwemmen, ze kunnen lang zonder eten.’ Dat maakt haar ‘best optimistisch’ over het voorlopige overleven van de soort wereldwijd.

Maar voor Churchill ziet ze het somberder in, vanwege het zee-ijs, een voor ijsberen onmisbare jachtgrond. En dat het zee-ijs in de Hudsonbaai op zijn retour is, daarover zijn wetenschappers het wél eens. Zeeijs-onderzoeker Feiyue Wang van de Universiteit van Manitoba zei onlangs tegen The New York Times dat hij ervan uitgaat dat de baai tegen het einde van deze eeuw helemaal niet meer dichtvriest. ‘Dus hoe sterk ijsberen ook zijn’, zegt McCall, ‘door die afhankelijkheid van ijs zijn ze ook grote, harige kanaries in de kolenmijn.’

Het busje van toeristengids Will Adams staat al bijna een uur op dezelfde plek. De vier beren zijn inmiddels vanuit alle denkbare posities vastgelegd. Een jonge Duitse die haar tussenjaar in Churchill begint en aan alles heeft gedacht, deelt zelfwarmende zakjes uit tegen koude vingers, terwijl haar medereizigers onverdroten doorfotograferen.

Diane Baldie (67) uit Christchurch, Nieuw-Zeeland kijkt ingespannen in haar camera. Haar man John staat geduldig te wachten met het statief onder zijn arm. Ze boekten de reis naar Churchill een jaar geleden ‘toen het nog enigszins betaalbaar was’.

John en Diane Baldie (links) kwamen speciaal over uit uit nieuw-Zeeland.

Ook de Baldies hadden verwacht in Churchill meer zichtbare gevolgen van klimaatverandering te zien. ‘Maar aan de beren zag je niets geks’, zegt John, die liever een verrekijker bedient dan een fototoestel. Maar Diane onderbreekt hem. Ze zagen namelijk wel een fenomeen dat wordt veroorzaakt door de opwarming van het gebied: een zogeheten ‘hybride vos’, een kruising tussen een witte poolvos en een gewone roodbruine vos. Ze straalt. ‘Prachtige foto’s!’

Op treinreis door ontspoord Canada, een land op zoek naar zichzelf

Door economische onzekerheid en politieke onvrede dreigt Canada zijn tolerante, open identiteit steeds meer kwijt te raken.

Van roofzuchtige aal tot duistere oehoe- Wildlife Photographer of the Year

Bij de verkiezing van Wildlife Photographer of the Year draait het niet alleen om natuurlijke schoonheid zo bewijzen de winnaars in alle categorieën van 2025. 

Voelen Groenlanders zich al de schatbewaarders van Donald Trump? ‘Amerika kan ons bevrijden van Denemarken’

Verlekkerd kijkt de Amerikaanse president Donald Trump naar Groenland en zijn bodemschatten. Hij wil het eiland, deel van het koninkrijk Denemarken, ‘hebben’. Voor politici die streven naar onafhankelijkheid een kans, zeker met de verkiezingen van dinsdag in aantocht.

Source: Volkskrant

Previous

Next