Na de ontvoering van Nicolás Maduro werd er buiten Venezuela gefeest, maar in eigen land blijven de straten leeg. Het regime lijkt na de val van zijn leider nog stevig in het zadel te zitten. ‘Gelukkig is niemand gaan feestvieren.’
Door Joost de Vries en Camille Rodríguez
Fotografie Ana Maria Arévalo Gosen
Het appartementencomplex Blok 12 in de Venezolaanse kustplaats Catia La Mar mist zijn voorgevel. Een Amerikaanse raket opende het gebouw als een poppenhuis en doodde één bewoner. Halverwege de week, vier dagen na Trumps bommenregen, behoeden houten palen de plafonds voor instorten. In het poppenhuis ontbreekt het meubilair, mannen met bouwhelmen zijn in de weer met kabels en sloophamers.
Herstelwerkzaamheden aan het appartementencomplex in de Venezolaanse kustplaats Catia La Mar, dat werd geraakt door een Amerikaanse raket.
Voor het gehavende gebouw staat een partytent met stoelen en koffie voor de buurtbewoners. Aan de tent hangt een spandoek van ‘Grote missie, nieuwe buurt’, een overheidsprogramma dat oude volkswijken nieuw leven inblaast. Op het doek prijkt een jonge, strijdvaardige Nicolás Maduro, de vuist in de lucht, zijn juichende volk om hem heen.
De kracht van de bom blies de ramen uit het appartementje van Zenaida Hernández, maar de 61-jarige gepensioneerde docent houdt de moed erin. ‘Godzijdank is het hierbij gebleven en is het geen groter conflict geworden’, zegt ze in haar flatje pal naast het geraakte Blok 12. Een losgeslagen kozijn heeft ze voor nu maar even naast de bank gezet.
Haar woonplaats Catia La Mar ligt in de noordelijke deelstaat La Guaira aan de Caribische Zee. Vanuit die zee kwam al maandenlang de dreiging en uiteindelijk – maar toch nog onverwacht – de aanval. Raketten vielen op de haven van La Guaira, op legerbases in de hoofdstad Caracas en elders in het land.
Hernández heeft de pech dat ze precies in de vuurlinie woont. Ze kan er met haar verstand nog steeds niet bij. ‘Wat hebben die mensen met Venezuela?’ Met twee handen slaat ze op haar forse dijen. ‘We zijn een land van vrede!’
Bij haar buren is de wijkvernieuwing in volle gang. ‘Venceremos’, roepen de bouwvakkers wanneer ze hun dienst beginnen. ‘We zullen overwinnen.’ Het is een kreet van wijlen Hugo Chávez, de populaire socialistische oud-president aan wie de regerende chavisten dertien jaar na zijn dood nog steeds hun naam danken. Zijn opvolger Maduro bleef altijd dat: zijn opvolger, hoezeer de autoritaire leider het land sinds 2013 ook naar zijn hand zette.
Zicht op La Guaira aan de Caribische Zee.
Nu zit de gevallen autocraat in een Amerikaanse cel. Maar net als Blok 12 staat het Venezolaanse regime nog overeind, al liet de ontvoering van Maduro kortstondig een gapend gat achter. Venceremos, zeiden de resterende kopstukken van de regering deze week tegen elkaar en begonnen aan de herstelwerkzaamheden.
Wie zeven dagen na de Amerikaanse invasie de balans opmaakt, moet concluderen dat de transitie (zij het niet die transitie waarop veel Venezolanen hadden gehoopt) voorspoedig verloopt. Vicepresident Delcy Rodríguez is beëdigd als president en heeft afspraken gemaakt met Donald Trump over het leveren van 50 miljoen vaten Venezolaanse olie. Ze is erkend door buurlanden Brazilië en Colombia. Er is geen vluchtelingenstroom op gang gekomen, er is geen Venezolaan de straat opgegaan tegen de regering.
Het Venezolaanse leger heeft zijn doden een eervolle begrafenis gegeven. De 32 gedode Cubaanse lijfwachten zijn postuum geëerd als martelaren van het vaderland. Binnenlandse vluchten zijn hervat, buitenlandse vluchten worden hervat. Het regime heeft als teken van goede wil enkele (buitenlandse) gevangenen vrijgelaten uit de helse gevangenissen El Helicoide en El Rodeo.
Drie soldaten die omkwamen bij de Amerikaanse aanval kregen 7 januari een militaire begrafenis in Caracas.
Er waren wel foutjes. Venezolaanse journalisten van internationale media werden uitgenodigd bij Rodríguez’ beëdiging, vervolgens opgepakt en weer vrijgelaten. De regering schoot op haar eigen drones, even was er paniek rond regeringspaleis Miraflores. Maar het mag geen naam hebben.
‘Gelukkig is niemand gaan feestvieren’, zegt de 70-jarige Nelly Duque die donderdag een bezoek brengt aan het winkeltje van de Onze Vrouwe van La Candelaria-kerk in het hart van Caracas. Het is niet zo dat ze geen enkele hoop voelt na de gebeurtenissen van zaterdag 3 januari, maar ze durft dat sprankje niet openlijk te laten zien.
Want terwijl het regime razendsnel opkrabbelt, houdt de bevolking angstvallig de adem in. De inwoners van Caracas wagen zich enkel sporadisch op straat. Het plein van de centrale wijk La Candelaria is in normale tijden een gezellige ontmoetingsplek waar buurtbewoners kopjes koffie drinken in de schaduw van de bomen, maar het is deze dagen vrijwel uitgestorven.
In het kerkwinkeltje levert Duque een paar handgemaakte armbandjes af bij medewerker Jalene Chinchilla (53), om te verkopen aan kerkgangers. ‘Ik denk dat de straten zo leeg zijn omdat mensen bang zijn’, zegt Chinchilla, die er verder het zwijgen toe doet.
Misschien, zo bidt Duque, betekent de Amerikaanse bemoeienis met Venezuela dat ze haar twee dochters in de Verenigde Staten spoedig zal weerzien. ‘Daar hoop ik op’, zegt ze, ‘en ik hoop dat Venezuela zich herstelt. We verdienen een beter leven.’
Jalene Chinchilla in het winkeltje van de de Onze Vrouwe van La Candelaria-kerk in Caracas.
Een dochter is sinds vijftien jaar in de VS, de ander vertrok drie jaar geleden. Ze weet dat als Venezuela op enig moment daadwerkelijk een vrij land wordt, lang niet alle Venezolaanse migranten zullen terugkeren. Ook haar dochter heeft ver van huis wortel geschoten. ‘Ik heb twee kleinkinderen.’
Meer nog dan op een nieuw Venezuela, hoopt Duque op een visum. ‘Misschien openen de Amerikanen binnenkort wel een ambassade hier en kan ik er eindelijk eentje aanvragen.’
Er is wel gefeest de afgelopen dagen, maar enkel door de Venezolaanse diaspora; de acht miljoen mensen die in het afgelopen decennium het bewind van Maduro en de economische misère ontvluchtten en nu de dictator in de boeien zien. Dit is góéd nieuws, roepen ze in hun nieuwe landen tegen de lokale demonstranten die zich verzetten tegen het geweld van Trump.
Maar de circa 28 miljoen inwoners van Venezuela kijken grotendeels zwijgend de kat uit de boom. In Caracas zien hoofdstedelingen de colectivos hun intimiderende rondes maken, de jonge mannen op motoren die van de staat een wapen kregen. Zij gehoorzamen nog steeds aan de gevreesde veiligheidsminister Diosdado Cabello.
Militairen bij Colombiaanse plaats Cúcuta, aan de grensovergang met Venezuala.
En ook landinwaarts blijven burgers vooral in hun huizen terwijl op straat de regering het geweldsmonopolie stevig in handen heeft. Reizigers tussen Caracas en de Colombiaanse grens moeten tekst en uitleg geven bij meer dan dertig politie-checkpoints. Met de rem erop wordt er desondanks geleefd. Bij tankstations staan rijen, markten worden opgetuigd, fruit wordt uitgestald.
Zaterdagochtend heb ik de winkel gewoon geopend’, zegt middenstander Yarvinson drie dagen na de Amerikaanse invasie. Met zijn vrouw baat hij een klein winkeltje uit langs de snelweg in de westelijke deelstaat Barinas. ‘Met wat we verdienen en hoe duur alles is, kunnen we niet anders.’ Ze hebben een zoontje van 3. Hij wacht af wat komen gaat. ‘Ik hoop dat het beter wordt.’
Die hoop heeft ook zijn nieuwe president Rodríguez. Haar Instagram-account vult zich rap met daadkrachtige video’s. ‘Van harte welkom bij een nieuw politiek moment voor ons land’, zegt ze donderdag in een opname van een kabinetsbijeenkomst in het statige paleis Miraflores.
Er komen mooie dingen aan, belooft ze. Een nieuwe mijnbouwwet bijvoorbeeld die ‘nationale en internationale investeringen kan aantrekken’. Venezuela wil met de hele wereld samenwerken, stelt ze. Kort staat Rodríguez stil bij ‘de wonden van de aanval van 3 januari’. Haar ontvoerde voorganger noemt ze niet. Hij komt enkel voorbij wanneer de camera een seconde blijft hangen op een portret van hem en zijn gevangengenomen vrouw Cilia Flores.
Een groentewinkel in Caracas.
‘Het chavismo had bijna al zijn idealen al verloren’, reageert socioloog Andrés Antillano telefonisch vanuit Caracas. ‘Alleen het anti-imperialisme was nog over en ook dat hebben ze nu ingeleverd.’
Toch is de naam van Maduro nog niet helemaal verstomd. Hij klinkt donderdag uit de kelen van de laatste gestaalde aanhangers van het chavismo die gewapend met vlaggen door het goeddeels lege centrum van Caracas trekken. Student Anyeliz Hernández belooft dat ze niet zal rusten voordat ‘onze president Nicolás Maduro’ terugkeert naar het vaderland. ‘We zullen nooit toestaan dat ons land een kolonie wordt van een Noord-Amerikaans imperium’, briest ze.
Een jonge vrouw achter haar, twee handen strak om een microfoon geklemd, schreeuwt nog harder. Uit luidsprekers klinkt tegelijkertijd technomuziek waar Maduro’s laatste vredesoproep doorheen is gemixt: ‘Yes peace. No war.’ De mars wordt geflankeerd door agenten en leden van de beruchte knokploegen.
Amerikaanse media meldden deze week dat de CIA en Trumps buitenlandminister Marco Rubio de Amerikaanse president zouden hebben geadviseerd om het land vooral niet te overhandigen aan oppositieleider María Corina Machado, die geen grip zou hebben op het leger. Hij kan beter zakendoen met de pragmatisch geachte Rodríguez en andere oudgedienden van het regime, luidde het advies.
Aanhangers van president Maduro gaan in het centrum van Caracas de straat op om zijn vrijlating te eisen.
De regering in Caracas lijkt het daar roerend mee eens. ‘We nodigen de Verenigde Staten uit om met ons samen te werken’, schrijft Rodríguez op sociale media. In werkelijkheid is het andersom en met het mes op de keel, maar Trump zal tevreden zijn over het voorlopige resultaat van zijn woeste avontuur.
Correspondent Joost de Vries deed verslag vanuit de Colombiaanse grensstad Cúcuta. De Venezolaanse journalist Camille Rodríguez en fotograaf Ana María Arévalo reisden voor de Volkskrant van Cúcuta naar de Venezolaanse hoofdstad Caracas.
Het Caribische eiland Trinidad leeft onder hoogspanning. Lijken spoelen aan op de stranden en al twee inwoners verdwenen na Amerikaanse aanvallen op boten. ‘Ik wil gerechtigheid. Mijn zoon was geen terrorist.’
Op de maandag na de Amerikaanse inval in Venezuela kijken Venezolanen en Colombianen in grensstad Cúcuta de kat uit de boom. Het lijkt op verandering, maar zo voelt het niet, nóg niet. ‘Naar huis? Over twee jaar misschien.’
Source: Volkskrant