Home

De laatste stappen
terug naar de top

In deel 3: Keert handballer Thomas Houtepen met succes terug op het veld na zijn kruisbandblessure?

Handballer Thomas Houtepen (23) scheurde een jaar geleden zijn kruisband. De Volkskrant volgde hem op de weg terug. Nu een rentree aanstaande is, stelt de voorzichtige aanpak van zijn Deense club zijn geduld flink op de proef.

Door Dirk Jacob Nieuwboer

Fotografie Eelco Wortman

De kruisbandblessure

Jaarlijks scheuren meer dan tienduizend Nederlanders een voorste kruisband. Ingrijpend voor iedereen, maar voor topsporters heeft die blessure een extra lading. De revalidatie haalt een flinke hap uit hun korte carrière. En er blijft lang onzekerheid: houdt de knie het? Kom ik weer op mijn oude niveau?

De Volkskrant volgde Thomas Houtepen op zijn weg terug. Dit is deel 3, het slot: bij zijn nieuwe Deense club wordt het geduld van de handballer nog een keer op de proef gesteld. Keert hij met succes terug op het veld?

Opeens was daar die bekende stem, Thomas Houtepen kon haar duidelijk horen in de Gråkjær Arena. Ze kwam boven alle Deense fans van TTH Holstebro uit en de handballer wist meteen wie het was. ‘Kom op Tho!’, schreeuwde zijn zus hem toe.

Eindelijk kon het weer, na bijna een jaar revalidatie. Begin 2025 hadden zijn ouders hem opgevangen in Middelburg, nadat hij opnieuw zwaar geblesseerd was geraakt. Al die tijd keken zijn familie en hij uit naar dit moment: de eerste wedstrijd waarin ze hem eindelijk weer konden aanmoedigen.

‘Zij vonden het misschien nog wel spannender dan ik’, zegt Houtepen (23) een dag later aan de telefoon. ‘Ik was natuurlijk ook nerveus, maar ik heb nooit gedacht: wat als ik nu weer mijn kruisband scheur? Ik dacht alleen maar: o jee, ik hoop niet dat ik de eerste bal meteen de tribune ingooi.’

Houtepen kan zich weer zorgen maken over zijn spel, en na bijna twee jaar blessureleed voelt dat als een bevrijding. In januari 2024 scheurde hij de voorste kruisband van zijn linkerknie, op 10 januari 2025 overkwam hem hetzelfde met zijn rechterknie. Sindsdien volgt de Volkskrant hem op zijn weg terug.

In de twee voorgaande afleveringen was te zien hoe Houtepen herstelde van zijn operatie en hoe hij zich op sportcentrum Papendal afbeulde om zijn knie en lichaam weer sterker te maken. Fysiek is zijn revalidatie vrijwel vlekkeloos verlopen. Zo goed zelfs dat hij zich aan het begin van de zomer afvroeg of hij misschien in januari 2026 zou kunnen meedoen aan het EK.

Al die tijd wist Houtepen ook wat er na de zomer boven zijn hoofd ging. Van het krachthonk en de veilige trainingen met fysiotherapeuten moest hij langzaam weer terugkeren naar het handbalveld. Hij zou weer gaan trainen met het team, fysiek contact maken met zijn medespelers, bewegingen maken waardoor hij geblesseerd zou kunnen raken en dus ook dé beweging waarmee hij zijn kruisband scheurde.

‘Deze fase is echt het moeilijkst. Ik heb het gevoel dat ik alles weer kan, maar toch word ik voortdurend met mijn neus op de feiten gedrukt.’

Houtepen zegt het half oktober in een koffietentje in Holstebro, een Deens provinciestadje. Want dat komt er ook nog bij: de lastigste maanden van zijn revalidatie moet hij beginnen in een nieuwe omgeving. Vlak voor hij voor de tweede keer geblesseerd raakte, tekende hij bij de ambitieuze Deense subtopper Holstebro. Hoe blij hij daar ook mee is, het laatste wat hij wil is met één been in het team staan en met het andere erbuiten.

‘Dit is natuurlijk echt niet leuk’, zegt hij vlak na een training in de Gråkjær Arena. Een dag voor een wedstrijd oefenen zijn ploeggenoten op een snelle aanval. Drie aanvallers nemen het op tegen twee verdedigers. Maar Houtepen mag niet meedoen, hij trekt naast het veld in zijn eentje sprintjes.

‘Ik snap eerlijk gezegd niet zo goed waarom ik nu niet mee mocht doen’, zegt de handballer. ‘Dit zou ik moeten kunnen, maar de fysio durfde het toch nog niet aan. Als iemand van achteren op me springt, dan is dat toch een beetje gevaarlijk.’

Denen staan bekend om hun geduldige aanpak bij kruisbandrevalidaties. Daar is Houtepen vooral blij mee, hij is de laatste die zit te wachten op een nieuwe blessure. Maar na al die maanden is het ook onvermijdelijk dat zijn geduld op de proef wordt gesteld.

‘Niemand pusht ons’, legt fysiotherapeut Thomas Graagaard uit, ‘de club niet, de trainer niet. Dat is ideaal voor een revalidatie. In veel andere landen houden ze negen maanden aan; wij gaan uit van negen tot twaalf, en hoe dichter op de twaalf hoe beter.’

Het heeft ook met verwachtingsmanagement te maken, want geen enkele revalidatie verloopt hetzelfde. De ene gaat iets sneller, de andere heeft wat meer tijd nodig. Het is juist stap voor stap zoeken naar de juiste opbouw, waarbij communicatie tussen de fysio’s en de geblesseerde cruciaal is. Maar kun je een ambitieuze speler wel vertrouwen?

‘Dat is een goede vraag’, lacht Graagaard. ‘Spelers zijn meestal gretig, zo gretig dat ze bereid zijn risico’s te nemen. Maar als we de gevaren uitleggen, dan snappen ze het meestal. En Thomas hoef ik dat na de afgelopen twee jaar eigenlijk niet uit te leggen.’

Al die maanden heeft Houtepen zonder morren aan zijn terugkeer gewerkt. Ook bij zijn nieuwe club wekken zijn discipline en positiviteit bewondering op. ‘Misschien had ik wel twee slechte kruisbanden’, zegt hij vlak na zijn tweede operatie. ‘En nu twee goeie. Dat zou toch kunnen?’

Maar hij zit er heus ook weleens doorheen, zoals die keer toen hij in zijn nieuwe flatje de tv aanzette. Om handbal te kijken, zoals zo vaak, maar toen zag hij hoe een speler zijn kruisband scheurde. ‘En ik wist dat het hem ook al twee keer was overkomen. Dat is natuurlijk mijn nachtmerriescenario. Als ik zoiets zie, ben ik wel even overstuur. Dan zet ik de tv meteen uit.’

Gelukkig voelt hij veel vaker dat hij stap voor stap dichter bij zijn terugkeer komt. Al die maanden revalidatie hebben ook een voordeel: zijn lichaam is nu beresterk. Al in de voorbereiding op het nieuwe seizoen maakt hij indruk met een ‘crashtest’ met oefeningen als bankdrukken en squats. ‘Daar scoorde ik echt heel hoog. En elke keer mag ik iets meer doen, dat zijn steeds kleine overwinningen voor mezelf.’

Nog steeds werkt hij zich vrijwel dagelijks in het zweet in het krachthonk, nu in de catacomben onder de tribune van de Gråkjær Arena. Tussendoor is hij een paar keer op Papendal voor een Cybex-test, om de kracht in zijn benen te meten. Voor de zomer was zijn rechterbeen – met de knie die het laatst geblesseerd was – al goed hersteld, maar zijn linkerbeen was nog veel sterker. Nu kruipen de resultaten naar elkaar toe.

Het verschil in kracht tussen de rechter- en linker-quadriceps van Thomas wanneer hij zijn been buigt. Elke lijntje is één poging op de Cybex-test. In oktober is het verschil tot een minimum verkleind.

*De waarden van deze tests zijn niet direct vergelijkbaar, in april was Thomas’ rechterknie nog te kwetsbaar om op maximale weerstand te testen.

Dat is belangrijk, want een te groot verschil vergroot de kans op blessures, nu hij meer en meer met zijn team gaat trainen. Van een paar wankele sprongetjes bouwt hij op naar tientallen sprongschoten per dag. Van trainen met de fysio die hem voorzichtig duwtjes geeft, gaat het naar stevige duels met steeds meer medespelers.

‘Met mijn explosiviteit, sprongkracht en snelheid zit ik er al heel dichtbij’, zegt hij in het koffietentje. ‘Maar mijn timing gaat alle kanten op. De ene keer gaat het echt heel goed, maar vijf minuten later denk ik: waar ben ik mee bezig? Onder druk beslissingen nemen vind ik megamoeilijk, dat heb ik bijna een jaar niet hoeven doen.’

Holstebro heeft een klein, knus centrum, de spelers van de handbalclub eten er vaak in restaurant Sprød, een van de sponsoren. Na een mooie overwinning pakken ze een biertje in een van de cafés en ze brengen veel tijd door op de golfbaan.

Houtepen is na een paar maanden al behoorlijk geïntegreerd, interviews doet hij in het Deens en hij kan goed opschieten met zijn teamgenoten. Al kreeg hij een ‘Ronaldo-boete’ vanwege alle aandacht die hij krijgt van de Volkskrant. De straf van 40 Deense kronen (5,35 euro) moet ervoor zorgen dat hij niet naast zijn schoenen gaat lopen.

‘Ze leven allemaal enorm met me mee’, zegt de Zeeuw niettemin. Dat merkte hij toen hij bij een training flink in botsing kwam met twee ploeggenoten. Zoiets gebeurt om de haverklap bij handbal – Houtepen vond het grappig, al was het maar omdat hij gescoord had. ‘Maar ik hoorde mijn trainer schreeuwen, die was echt heel erg geschrokken.’

Op andere momenten gaat hij juist onzichtbaar voor iedereen een drempel over. Zoals die keer dat hij weer precies dezelfde beweging maakte als waarmee hij geblesseerd raakte. Hup, daar ging hij, tussen twee spelers door en daarna passte hij zijwaarts naar links.

‘Ik kreeg echt een flashback, in die milliseconde besefte ik echt: dit is die beweging. En ik dacht: ik moet nu echt mijn voet goed zetten. Eigenlijk denk ik nooit meer aan dat moment, maar toen kwam het opeens weer terug. Bizar, maar het gaf me ook megaveel vertrouwen. Ik was niet echt bang geweest, en toch voelde het als het overwinnen van een angst.’

Als hij even een wandeling door zijn buurtje maakt, klinkt opeens een stem uit een raam. ‘Wanneer ga je spelen?’, vraagt een Deense buurvrouw. Hij moet helaas antwoorden dat hij nog niet zover is, het zal nog zeker een maand duren, denkt hij. Als zijn team die avond tegen HØJ Elite speelt, is hij er in ieder geval nog niet bij.

‘Dit soort wedstrijden vind ik het moeilijkst’, zegt hij na afloop van het duel dat Holstebro dik verliest. De ruim drieduizend fans in de Gråkjær Arena foeteren wat af, teleurgesteld druipen ze af nadat hun plaatselijke trots er deze avond een potje van heeft gemaakt.

Houtepen zit bij wedstrijden altijd vlak achter de spelersbank. Hij kan de vreugde voelen na een doelpunt, maar ook de frustratie ruiken als het misgaat. ‘Ik maak deel uit van het team, maar ook weer niet. Ik weet vaak niet wat voor houding ik moet aannemen.’

Trainer Arnór Atlason heeft er na de nederlaag tegen HØJ flink de pest in. De IJslander vertelt zijn spelers dat ze de ochtend na de wedstrijd vroeger dan normaal worden verwacht. Een half uur na de wedstrijd staat zijn gezicht nog steeds op onweer. Maar als hij over Houtepen praat, kost het hem geen moeite om vriendelijk te zijn.

‘Nee, nee, nee, dat zou de makkelijke oplossing zijn’, antwoordt hij lachend. De vraag was of hij na een avond als deze niet denkt: kan die Houtepen niet wat sneller revalideren? ‘Ik zou het heerlijk vinden om hem terug te hebben, maar zeker na zo’n grote blessure gaan we geen risico nemen. Thomas is klaar als hij klaar is, mentaal en fysiek. En dan pas gaan we hem laten spelen.’

Oktober gaat voorbij, in november traint Houtepen volop mee met de groep, zijn uitzonderingspositie wordt met de dag ietsje minder. Het is wachten op die nieuwe grote stap, zijn terugkeer naar het veld, zijn rentree als handballer.

‘Het gaf me echt een goed gevoel’, zegt Houtepen als die stap op 7 december is gezet. ‘Het is eigenlijk hetzelfde als trainen, maar alles eromheen is anders: het publiek, de verwachtingen. Dat is lastig hoor, want ik wil meteen iets moois laten zien.’

Hij deed vijf, zes aanvallen mee, en dat is prima. De kop is eraf, maar het plan is nog steeds om heel langzaam weer op te bouwen. Het EK, waar hij in de zomer nog stiekem van droomde, heeft hij inmiddels uit zijn hoofd gezet.

‘Dat zou gekkenwerk zijn’, zegt hij nu. ‘En het is ook nog in januari, mijn horrormaand. Ik ben al die tijd optimistisch gebleven, dat heeft me enorm geholpen, maar ik besef natuurlijk ook hoe kwetsbaar ik ben. Daar sta ik nu veel meer bij stil en daar wil ik ook bij stilstaan, want het is niet niks wat er is gebeurd.’

Spelen met het Nederlands team, Europees spelen, handballen op zo veel mogelijk plekken, dat is waar hij voor zijn blessures van droomde. ‘Maar ik heb nu vooral heel veel zin om gewoon weer te spelen. Dat je toeleeft naar die wedstrijd, dat je wint en daarna in de kleedkamer zit. Dan maakt het niet uit waar ik speel of wat ik ervoor moet doen, dat gevoel maakt alles goed.’

Source: Volkskrant

Previous

Next