Home

Afrikaanse striptekenaars geven zwarte bladzijden hun eigen kleur terug

Met stripverhalen pakken jonge Afrikanen steeds meer de regie over hun plaats in de geschiedenis.

Tekenaars vertellen verhalen die eerder door koloniale machten onderdrukt of platgeslagen werden.

Voor zijn afscheidsverhaal gaat correspondent Joost Bastmeijer langs bij deze tekenaars.

Want op het Afrikaanse continent stonden de laatste jaren overal stripboekenmakers op, die soms uitgroeiden tot grote, succesvolle uitgeverijen.

Door Joost Bastmeijer

Fotografie Carmen Yasmine Abd Ali

Illustraties Minas Halefom

Een donkerbruine boekenkast staat als een altaar midden in de kleine woonkamer van striptekenaar Seydina Sow. Zijn vingers glijden voorzichtig langs de ruggen. ‘Deze boeken komen uit Frankrijk, België, de VS, Japan’, zegt de lange Senegalees in zijn bescheiden woonkamer in Dakar. ‘Dus al deze superhelden zijn spierwit.’ Als kind vroeg de nu 37-jarige Sow zich al af: ‘Waar blijven de zwarte, Afrikaanse superhelden?’

De boekenkast van striptekenaar Seydina Sow staat vol inspiratie.

Eenmaal volwassen besloot hij zelf stripboeken te maken, mét Senegalese superhelden in de hoofdrol.

Zijn bekendste boekenreeks, Cayor, volgt de jonge prins Mody, die zijn koninkrijk moet redden nadat zijn vader is afgezet door zijn machtsbeluste oom.

Het verhaal is losjes gebaseerd op de val van de befaamde koning Birima Fall, van het Cayor-koninkrijk, dat bestond in het westen van het huidige Senegal.

Het verhaal is slechts een van de vele verhalen over de Afrikaanse koninkrijken waarover niet of nauwelijks wordt gerept in westerse geschiedenisboeken.

De Cayor-boeken zijn geen droge geschiedenisverhalen over prekoloniaal West-Afrika, benadrukt Sow – hij wilde voor lezers de stap van bekende Superman- en Batmanboeken (die hij zelf in zijn jeugd las) naar zijn strips zo klein mogelijk maken. ‘Daarom heb ik Mody superkrachten gegeven’, lacht hij. ‘Want de meeste mensen willen nu eenmaal strips lezen over bovennatuurlijke helden die de wereld redden.’

Strips zoals die van Sow zijn in opkomst. Dat past in het nieuwe zelfbewustzijn dat in heel Afrika voelbaar is – een tendens die zo’n twintig jaar geleden werd ingezet, en de laatste jaren in een stroomversnelling raakte. Na decennia van koloniale onderdrukking, waarin Afrikaanse vertellingen over mythen, legenden en geschiedenis moesten wijken voor westerse gebruiken en narratieven, zag ik de afgelopen jaren als Afrika-correspondent hoe jonge Afrikanen de regie over hun plaats in de geschiedenis terugnemen. Of zoals Sow zijn werk omschrijft: ‘We moeten onze eigen verhalen zelf vertellen, zodat jonge Afrikanen zich erin herkennen.’

Sow schrijft ook stripboeken voor kinderen: Sadio droomt van een profcarrière en vecht om zijn voetbalveld ‘Bois des Anges’ (Engelenbos) te redden.

Het past bij de toenemende drang op het continent om ook cultureel te dekoloniseren; zich te ontworstelen van de erfenis van de koloniale machthebbers als Groot-Brittannië en Frankrijk. Ik zag in alle windstreken van Afrika hoe stripboeken en cartoons, die dankzij sociale media nu gemakkelijk kunnen worden gedistribueerd, illustratief zijn voor die drang, en bijdragen aan een breed gedragen, nieuw Afrikaans bewustzijn. De strips worden omarmd door jongeren die over het hele continent strijden voor systeemverandering.

Uit marktonderzoek en publicatiecijfers blijkt dat stripboeken van Afrikaanse auteurs door hun overzichtelijke teksten en tekeningen door een steeds groter publiek worden gelezen. Afrika is met een gemiddelde leeftijd van 19 jaar nu al een jong continent, maar de komende jaren komen er alleen nog maar meer jongeren bij. Terwijl de wereld vergrijst, worden er in Afrika zo veel kinderen geboren dat een kwart van de wereldbevolking in 2050 Afrikaans zal zijn – die ingrijpende verandering zal de interesse in stripverhalen alleen maar verder doen toenemen, verwachten experts.

Bewustzijn

De afgelopen tien jaar stonden overal op het Afrikaanse continent stripboekenmakers op, die in sommige gevallen uitgroeiden tot grote, succesvolle uitgeverijen die inmiddels op wereldwijde schaal boeken uitbrengen. Vooral stripmakers uit Engelstalige landen als Kenia, Zuid-Afrika en Nigeria bouwden door hun voertaal een internationale fanschare op. Veel bedrijven maakten hun eerste strips met online inzamelingsacties, die geld uit de Afrikaanse diaspora in Europa en de Verenigde Staten ophaalden. Inmiddels staan veel stripboekenuitgevers op eigen benen.

Beast from Venus uit Kenia

Kahawa uit Kenia

Kola uit Benin

Ìrètí uit Nigeria

De steun van de Afrikaanse diaspora in het ‘mondiale noorden’ is niet alleen veel waard vanwege het financiële aspect. De culturele referenties naar wat veel zwarte artiesten, modeontwerpers en filmmakers zoals Beyoncé, Ryan Coogler en Kendrick Lamar als ‘het moedercontinent’ beschrijven, zijn misschien nog wel belangrijker voor stripmakers en kunstenaars in Afrika. Door de nadruk op Afrika als de spirituele en historische oorsprong van de zwarte diaspora hebben de creatieve uitingen uit Afrika zelf de wind in de zeilen.

Vooral Black Panther, een stripverfilming uit 2018, heeft het werk van Afrikaanse stripmakers een grote boost gegeven. De film gaat over een futuristisch Afrikaans koninkrijk, dat lichtjaren voorloopt op de rest van de wereld. Hoewel stripmakers blij zijn met die aandacht, hebben zij ook kritiek: Sow vindt de hitfilm bijvoorbeeld ‘overduidelijk gemaakt door Amerikanen’, die een ‘eendimensionale’, platgeslagen versie van Afrika neerzetten.

‘De makers hebben duidelijk gekeken naar wat ze uit alle folklore, mythen en legenden van 54 Afrikaanse landen konden combineren in één film over een fictief Afrikaans land’, zegt hij. ‘Dat doet geen recht aan de veelzijdigheid van het Afrikaanse continent.’

Beeldtaal

Met stripverhalen over de verscheidenheid van alle Afrikaanse landen bevechten stripmakers uit die landen het westerse idee dat Afrika ‘één groot land’ is. Zo wil Seydina Sow met zijn Cayor-boeken juist benadrukken dat het Afrikaanse continent in de prekoloniale tijd bestond uit een veelvoud aan koninkrijken, die vaak enorme gebieden omvatten. Die gebieden zijn pas later opgeknipt en verdeeld door koloniale machten tot de Afrikaanse landen die we nu kennen.

Uitgaven van Cayor

In de landen die door Europese bezetters werden gekoloniseerd en in 1884 en 1885 werden verdeeld over Europese machten, moesten de oorspronkelijke culturen en religies wijken voor de nieuwe staat en bijbehorende, vaak christelijke wetten van de kolonisator. Verhalen uit de klassiek-Griekse en Romeinse cultuur en Bijbelse verhalen werden geïntroduceerd, mythen en legenden uit Afrikaanse landen werden in de ban gedaan. In het Oost-Afrikaanse Kenia werden verhalen over heilige bergen, bossen en rivieren bijvoorbeeld gezien als heidens en opruiend – wie de verhalen toch doorvertelde, riskeerde een gevangenisstraf wegens politiek verzet.

‘Veel Kenianen hebben door de koloniale periode weinig kennis over hun voorouders’, zegt de Keniaanse stripmaker Salim Busuru aan de telefoon vanuit Nairobi. Busuru maakte daarom een stripversie van de legende van Luanda Magere en zijn kinderen – de boektitel Wana Wa Magere betekent in het Swahili ‘de kinderen van Magere’. Het heldenepos over hoe Magere zijn volk en hun vee tegen het kwaad beschermde, werd door de Britse kolonisten als ‘onwenselijk’ bestempeld, waardoor het verhaal niet mocht circuleren in scholen, kerken of op officiële bijeenkomsten.

Luanda Magere

In de legende is Luanda Magere onsterfelijk, totdat zijn vijanden erachter komen dat zijn schaduw zijn kwetsbare plek is. Wanneer ze die aanvallen met een speer, wordt Luanda uiteindelijk geveld. ‘Luanda Magere is duidelijk de oorspronkelijke verdediger van het gebied’, zegt tekenaar Busuru over de legendarische held, de Britten zagen dat als een verhaal dat bevestigt dat het land van de oorspronkelijke bewoners is en niet van een koloniaal gezag. ‘In het Swahili hebben we een gezegde’, zegt Busuru; ‘de geschiedenis herhaalt zichzelf niet, maar ze rijmt.’ Daarmee verwijst hij naar de Kenianen van nu, zij kunnen lessen trekken uit het heldenepos – helden kunnen sterven, maar hun identiteit blijft voortbestaan.

De geest van lezers dekoloniseren kan ook met het omwerken van verhalen uit de koloniale periode. Dat laat de Ethiopische striptekenaar Minas Halefom zien met zijn strip Agga. Voor het stripverhaal volgt hij Abdissa Agga, een Ethiopiër die in de jaren dertig en veertig vocht tegen de Italiaanse fascisten (die inmiddels meewerkten met nazi-Duitsland). Abdissa belandde in een Italiaans concentratiekamp, waaruit hij wist te ontsnappen. Hij sloot zich aan bij het verzet en zette zijn strijd tegen de onderdrukkers voort – in 1944 marcheerde hij door het bevrijde Rome met een Ethiopische vlag.

Pagina’s uit de historische strip Agga.

Agga is zowel historisch als cultureel een expliciet dekoloniserend werk: het boek wordt verteld vanuit het standpunt van een Afrikaanse protagonist, en Europese karakters vervullen de bijrollen. In het boek laat Halefom bewust veel Ethiopische landschappen, en traditionele kleding en rituelen zien. Agga vertelt daarmee niet alleen een onderbelicht verhaal over een Ethiopische held, maar is ook visueel een overduidelijk Ethiopisch boek.

Voor zijn tekenstijl liet de illustrator zich inspireren door de de Ethiopische religieuze schilderkunst: hij beeldt zijn figuren vaak frontaal af en geeft ze een stijve, statische houding. ‘Al in de 17de eeuw tekenden Ethiopische priesters stripachtige Bijbelverhalen op gevouwen stroken perkament en houten panelen’, zegt Halefom. Die beeldtaal is nog steeds in onze oude kerken te zien. Het zijn de voorlopers van de stripboeken die makers als Halefom nu maken. ‘Europeanen zien stripboeken misschien als een westers product’, zegt hij aan de telefoon vanuit Addis Abeba, ‘maar net als Europeanen hebben wij in Ethiopië een oude cultuur van grafische vertellingen.’

In de meeste Afrikaanse landen kwam pas in de jaren zestig een einde aan de onderdrukking die met kolonisatie gepaard ging. Dat die koloniale erfenis nog altijd grote gevolgen heeft, laten stripmakers graag in hun verhalen zien. Zo besloot het Nigeriaanse stripbedrijf Panaramic in 2018 een strip te maken over de toenemende discussie rondom de beroemde Benin Bronzen: hoe kan het eigenlijk dat die beelden grotendeels in Europese musea liggen? En is het niet eens tijd dat die beelden terugkeren naar de rechtmatige eigenaren?

1897 beschrijft de geschiedenis van het historische koninkrijk Benin (gelegen in het huidige Nigeria) en de geroofde bronzen beelden.

Die vragen poogt stripboek 1897 te beantwoorden, zegt Panaramics hoofdredacteur en striptekenaar Tunji Anjorin. Het boek visualiseert de strafexpeditie van het Britse leger, dat het koninkrijk Benin – gelegen in het huidige Nigeria – verpletterde nadat heerser Oba Ovonramwen had geweigerd in gesprek te gaan met de Britse kolonisator. Bij de aanval werden duizenden waardevolle kunstvoorwerpen, waaronder de beroemde Benin Bronzen, geroofd. ‘Dit is een uitermate politiek verhaal’, zegt Anjorin, aan de telefoon vanuit Lagos. ‘We wilden ook duidelijkheid scheppen over de politieke versie van de geschiedenis, en daarmee de Nigeriaanse kant van het verhaal vertellen.’

Pas onlangs keerde een deel van de Benin Bronzen terug naar Nigeria – Nederland gaf de beelden uit de collectie van het Leidse Wereldmuseum in mei dit jaar terug aan de Nigeriaanse staat.

Om te stellen dat het stripboek over de Britse strafexpeditie veel heeft bijgedragen aan het terugbrengen van de Benin Bronzen, gaat misschien wat ver. Toch spelen stripboeken wel degelijk een rol in de beweging om de touwtjes meer in eigen handen te krijgen.

Protest

Dat was ook te zien bij de protesten in Kenia, waarbij gen Z’ers net als bij de strijd tegen kolonialisme de straat opgingen tegen ongelijke machtsverhoudingen, politieke uitsluiting en een groeiend wantrouwen tegen de Keniaanse overheid, die als onderdrukkend wordt gezien. Op sociale media deelden jonge Kenianen ontelbaar veel digitale cartoons en memes die de zittende macht belachelijk maakten. ‘Het hervonden gevoel van eigenwaarde en nieuwe trots zorgden ervoor dat Keniaanse gen Z’ers opkwamen voor hun rechten’, merkte de striptekenaar Busuru.

Ook in de Senegalese hoofdstad Dakar kwamen jongeren de afgelopen jaren regelmatig in opstand tegen de staat. Net als in Kenia golden cartoons en strips als culturele katalysatoren: ze vormden hoe mensen dachten, spraken en de spot dreven met de machthebber, ex-president Macky Sall.

Seydina Sow

Striptekenaar Seydina Sow kwam erachter dat zijn strips het erg goed deden bij de jonge demonstranten: prints van oud-president Macky Sall als koning die ‘niet wil loslaten’ (verwijzend naar zijn vermeende plannen om zich voor een ongrondwettelijke derde termijn verkiesbaar te stellen) en Sall afgebeeld als marionet van Frankrijk of internationale instellingen (Sall onderhield goede banden met oud-kolonisator Frankrijk) werden door jongeren gretig geliked en gedeeld. Nooit werd in de strips expliciet opgeroepen de straat op te gaan, maar de strips verwoordden een collectieve verontwaardiging die de protestbeweging snel liet groeien.

Sommige tekeningen, die Sow op zijn Instagramaccount had gezet, werden zelfs op borden en pamfletten afgedrukt. ‘Mijn ouders belden me ongerust op’, lacht Sow. ‘Ze waren als de dood dat ik door de autoriteiten zou worden opgepakt.’ Toch bleef Sow politieke tekeningen maken en uploaden, die daarna weer door de protestbeweging werden gedeeld. ‘Zeker toen jonge demonstranten werden doodgeschoten door de oproerpolitie, zag ik het als mijn plicht om daar strips over te maken.’

Sows stripboek Sidy gaat over een gelijknamige hoofdpersoon, die van een Senegalees dorp naar Dakar verhuist.

In de grote stad wordt hij beroofd, kan hij geen studentenflat vinden en wordt zijn studiebeurs niet uitbetaald.

Het duurt niet lang, of Sidy wordt meegesleept in de grote demonstraties die Dakar in zijn greep houden.

Sow legt uit dat hij in dit boek juist de uitdagingen van het huidige leven wil benadrukken – om dezelfde reden werkt hij nu aan een boek over jongeren die Senegal willen verlaten en per boot naar de Canarische Eilanden proberen te vertrekken.

Literatuurhoogleraren die onderzoek deden naar hoe stripboeken gelezen worden, zeggen dat de boeken bij uitstek geschikt zijn om compassie op te wekken. De combinatie van beeld en tekst in wat door kenners ‘serieuze stripboeken’ worden genoemd, kunnen volgens hen helpen bij het bestrijden van wat zij ‘compassiemoeheid’ noemen – een lethargie die optreedt als nieuws te vaak een beroep doet op je vermogen om mee te leven met andermans leed.

In Europese landen is vooral migratie zo’n nieuwsonderwerp waarbij compassiemoeheid zich kan manifesteren – precies de reden dat een stripmaker als Sow hoopt dat zijn toekomstige boek over migratie ook door een westers publiek gelezen zal worden. Hij wijst naar een boek als Alpha, geschreven door de Gabonees-Zwitserse schrijfster Bessora, die het aangrijpende verhaal van een migrant volgt die van de Ivoriaanse stad Abidjan dwars door de Sahara en over de Middellandse Zee naar Parijs trekt. Dat boek werd ook in Europa veel gelezen, zeker nadat het de prestigieuze English Pen Award had ontvangen.

Alpha van Bessora

In Dakar neemt Sow me mee naar de pan-Afrikaanse boekwinkel Plumes du Monde. Hij wil laten zien dat er naast boeken over (al dan niet prekoloniale) superhelden ook nog een ander genre in opmars is: stripboeken over een sciencefictionachtige toekomst van Afrika. Populair zijn bijvoorbeeld de ‘afrofuturistische’ boeken van het grote Nigeriaanse uitgevershuis Comic Republic, over een superheld die Guardian Prime heet. Die boeken combineren Afrikaanse mythologie en moderne technologie, en volgen een superheld die niet gestoken is in de Amerikaanse driekleur, maar in het groen-wit-groen van de Nigeriaanse vlag.

Guardian Prime uit Nigeria

Maar niet alle boeken schetsen een rooskleurige Afrikaanse toekomst, laat boekwinkeleigenaar Ramatoulaye Diaw zien. Ze wijst op het Zuid-Afrikaanse stripboek Cottonstar, van auteurs Danelle Malan en Ben Geldenhuys. Het verhaal volgt hoofdpersoon Renier du Preez, een matroos op een schip dat dezelfde naam als het boek draagt. In een toekomstversie van Zuid-Afrika strijden Du Preez en zijn bemanning tegen een corrupte overheid in een dystopische, post-apocalyptische setting: bijna de hele wereld is vanwege klimaatverandering onder water gelopen.

Ramatoulaye Diaw in de boekwinkel Plumes du Monde.

Sow bladert met ontzag door de boeken van zijn collega’s. Gaat hij ook nog een afrofuturistisch boek maken? ‘Het lijkt me heel leuk om te spelen met wat-als-scenario’s’, zegt hij. ‘Wat als Afrika zijn grondstoffen voor een eerlijke prijs verkoopt? Wat als Afrikaanse landen worden geleid door jonge leiders, die niet meedoen aan corruptie?’ De fictieve boeken vol toekomstmuziek hebben de antwoorden op die vragen. Want de meeste stripmakers zijn het erover eens: er gloort er een veelbelovende toekomst voor hun continent.

De kamelenbrigade waakt waar terreinwagens niet kunnen komen

Temidden van het geweld dat zich de laatste jaren over de Sahel heeft verspreid, slaagt Mauritanië erin het jihadisme aan de grens tegen te houden. Met dank aan een speciale legereenheid van ‘mannen uit de woestijn’.

In Zuid-Soedan vlucht de bevolking in comedy: ‘Een avondje lachen is onze enige vorm van therapie’

De oorlog in buurland Soedan heeft Zuid-Soedan nog dieper in een economische crisis gestort. Door hyperinflatie is een explosieve situatie ontstaan in de jongste staat van de wereld. Tijdens een comedyavond in hoofdstad Juba vergeten de bezoekers de ellende even.

Attractiepark Rotterdam: het luchtkasteel aan de Maas

Attractiepark Rotterdam, het pretpark in de voormalige afvalcentrale aan de Maas had het levenswerk van miljonair Hennie van der Most moeten worden. Wat ging er mis?

Source: Volkskrant

Previous

Next