#Eurostack Heel Europa is verslaafd aan de producten en diensten van Amerikaanse techbedrijven. Een groep Europeanen probeert dat te veranderen. Maar hoe krijg je 27 landen mee en verkoop je iets wat er nog niet is?
We moeten nú aan de bak, zegt Cristina Caffarra in Brussel. Europese soevereiniteit moet wat haar betreft een politieke topprioriteit worden.
Cristina Caffarra heeft een donkerrode avondjurk aan. Haar haar zit in een onbeweeglijke golf, in Beatrix-stijl. Met een glimlach gaat ze de tafels af en stelt ze mensen aan elkaar voor tijdens het sprekersdiner voorafgaand aan de jaarlijkse conferentie die ze in Brussel organiseert. Als thema heeft ze dit keer: digitale soevereiniteit.
Het is 29 januari en ruim een week nadat Donald Trump aan zijn tweede termijn is begonnen als president. De bazen van Amerikaanse techbedrijven zaten bij zijn inauguratie op de eerste rij. De regering-Trump vormt samen met de top van de techbedrijven een front tegen Europese techregulering. Het handhaven van die wetten staat volgens de nieuwe Amerikaanse president gelijk aan onterecht belasting heffen op Amerikaanse bedrijven. En dat maakt hem boos.
Overheden, bedrijven en burgers in Europa zijn kwetsbaar. Ze zijn de afgelopen decennia bijna volledig afhankelijk geworden van Amerikaanse techbedrijven. Dat besef veroorzaakt groeiend ongemak in de Europese hoofdstad. Het bonte gezelschap dat op 29 januari in Brussel borrelt en dineert vindt het hoog tijd voor actie. Europese overheden moeten een deel van hun aanbestedingen Europees gaan doen, vinden ze, en niet al hun budget voor software en dataopslag in Amerika besteden.
De van oorsprong Italiaanse econoom en mededingingsexpert Cristina Caffarra is een van de drijvende krachten achter die groep. Deze gebruikt de hashtag ‘EuroStack’ bij haar pogingen Europese overheden op te poken. Meestal spreken de ondernemers, academici, techjuristen en politici uit verschillende landen elkaar online en via Signal. Het sjieke diner in Museum Bellevue in Brussel is een kans om elkaar beter te leren kennen.
Gastvrouw Caffarra heeft goed verdiend met klussen voor grote Amerikaanse techbedrijven zoals Apple en Amazon en de Europese Commissie (in rechtszaken tegen Google) en kan het zich nu veroorloven te doen wat ze leuk en belangrijk vindt. Ze is goed in netwerken en peptalks geven. En ze neemt geen blad voor de mond, waarbij blijkt dat ze duidelijk meer op heeft met doeners uit het bedrijfsleven dan met politici en denktankers.
We moeten nú aan de bak, trapt Caffarra af als ze kort wat zegt bij het voorgerecht. De volgende dag herhaalt ze het vanaf een hoge kruk op het podium, in een andere rode jurk die opvalt tussen de pakken. „Vorige jaren waren we optimistisch. Achteraf kun je zeggen dat Europa slaapwandelde. (..) Nu overheerst het gevoel dat we in Europa ernstig bedreigd worden.”
Caffarra heeft van binnenuit gezien hoe de macht van de grote Amerikaanse techbedrijven groeide. Europese bedrijven werden overgenomen en konden niet concurreren met de Amerikanen. Getalenteerde Europeanen emigreerden. Ondernemers die kapitaal nodig hebben wijken nu uit naar de VS. En de EU is in hoog tempo veranderd in wat Caffarra een ‘digitale kolonie van Amerika’ noemt. Het frustreert haar en ze wil dat die ontwikkeling stopt. Maar hoe krijg je in 27 lidstaten zowel de ondernemers als de politici en toezichthouders in beweging?
Samen met een andere gedreven Italiaanse econoom, Francesca Bria, en met de baas van berichtendienst Signal, Meredith Wittaker, organiseert Caffarra in september 2024 een bijeenkomst in het Europarlement getiteld ‘Toward European Digital Independence’. De ondertitel is ‘Building the EuroStack’. Een lange lijst sprekers legt de politici uit wat ervoor nodig is om Europese alternatievenvoor het overweldigende Amerikaanse techaanbod te laten slagen.
De bijeenkomst vormt achteraf gezien de lancering van een beweging. De sprekers en een deel van de aanwezigen vindt elkaar op het thema digitale soevereiniteit. Ze beginnen een Signal-groep en vergaderen een paar keer online. De term ‘EuroStack’ bekt lekker en helpt om duidelijk te maken dat digitale infrastructuur uit lagen bestaat. Een ‘stapel’ die begint bij de (zee)kabels en die eindigt bij de software. Alleen als je serieuze Europese spelers opkweekt op alle terreinen, dus van kabels en datacenters tot chips en clouds, kun je enigszins onafhankelijk zijn. En dat doe je volgens Caffarra en consorten door vraag te scheppen. De hashtag ‘EuroStack’ plakken ze vanaf najaar 2024 achter allerlei uitingen.
Bij het diner voorafgaand aan Caffarra’s conferentie is de groep voor het eerst in vier maanden weer fysiek bij elkaar. De herverkiezing van Trump heeft het gevoel van urgentie behoorlijk aangewakkerd. Onder de aanwezigen zijn veel techondernemers, maar ook toezichthouders, bankiers, consultants, politici en journalisten. De sfeer is informeel en opgewekt. Een Duitse Europarlementariër van de Groenen en een Franse specialist in techregulering zijn druk in gesprek aan een van de ronde tafels.
De Fransman is opgetogen. De Brusselse lobbygroep van de grote Amerikaanse techbedrijven, de Chamber of Progress, heeft laten uitrekenen wat het de EU zou kosten als het de diensten van de huidige Amerikaanse techbedrijven in Europa wil vervangen door spullen van eigen makelij. De uitkomst: ten minste 25 keer de hele EU-begroting. De berekening is naar medium Politico gelekt, die er die ochtend over publiceerde. Toen hij erover hoorde heeft de Fransman met zijn EuroStack-bondgenoten gehighfived, vertelt hij. Tegengas van Big Tech is in zijn ogen erkenning dat EuroStack tractie krijgt. „Anders zouden ze ons gewoon negeren.”
In het stuk gebruikt Chamber of Progress de term digital curtain. De suggestie is dat Europeanen zichzelf achter een digitaal gordijn zetten als ze proberen alle technologie zelf in elkaar te knutselen – een verwijzing naar het leven achter het IJzeren Gordijn tijdens de Koude oorlog.
De EuroStack-mensen bepleiten geen totale loskoppeling van de VS. Hun boodschap is: overheden, stimuleer de vraag naar alternatieven voor de diensten van grote Amerikaanse bedrijven zoals Microsoft, Google en Amazon. Doe een percentage – bijvoorbeeld 20 of 30 procent –van de overheidsbestedingen Europees. Dan stimuleer je de vraag en gaan Europese bedrijven die producten en diensten ook ontwikkelen. Zo kunnen Europese bedrijven tot bloei komen naast de Amerikaanse reuzen. En ontstaat keuzevrijheid.
Toch leggen de lobbyisten van de Amerikaanse techbedrijven met hun digital curtain-waarschuwing hun vinger slim op een gevoelige plek. Want EuroStack klinkt aantrekkelijk, maar het is een hashtag waarachter een herculestaak schuilgaat. Hoe week je Europa los uit de Amerikaanse digitale greep. En hoe verkoop je iets wat er nog niet is?
Frank Karlitschek voelt verantwoordelijkheid, hij wil de Europese ‘techstack’ helpen bouwen. De Duitse softwarebouwer en ondernemer biedt met zijn bedrijf NextCloud kantoorsoftware aan à la Microsoft, maar met twee grote verschillen: het is Europees en open source. Ze werken daar met z’n tweehonderden aan, grotendeels vanuit Stuttgart en Berlijn.
Frank Karlitschek, CEO NextCloud, Munchen, 5 juni 2025 Foto Michaela Stache.
Karlitschek trekt nauw met Caffarra op. Hij is behalve ondernemer ook activist voor privacy en open internetstandaarden, zodat software toegankelijk en betaalbaar blijft. Iemand die zich thuisvoelt achter zijn computer maar wat minder op zijn gemak is bij netwerkbijeenkomsten dan Caffarra. Dat is te zien op de vele foto’s na ontmoetingen met politici, waar ze in de loop van het jaar samen op staan. Caffarra altijd professioneel poserend, met een grote lach, Karlitschek een tikje ongemakkelijk kijkend.
De belangstelling voor de producten van NextCloud en voor het idee van een ‘EuroStack’ stijgt exponentieel als Trump en zijn vicepresident JD Vance de confrontatie met de EU opzoeken. In februari zegt Vance tijdens een speech op de jaarlijkse veiligheidsconferentie in München onder meer dat Europa zichzelf van binnenuit uitholt. De democratie in de EU zou niet meer functioneren, wat onder meer zou komen door de Europese regels voor de digitale wereld – die in de praktijk vooral de grote Amerikaanse sociale mediabedrijven als Meta en X treffen.
Caffarra wordt platgebeld, vertelt ze half februari telefonisch vanuit de auto. „Ik zit acht uur per dag op Zoom. Het is als tijdens de coronapandemie.” Ze merkt dat de boodschap landt in lidstaten als Frankrijk en Zweden. De opstelling van het Europese industriële motorblok Duitsland, dat aan de vooravond staat van verkiezingen, is nog een vraagteken.
Caffarra wil dat de Europese industrie zich uitspreekt voor Europees aanbesteden en spreekt haar contacten in het bedrijfsleven hierover aan. Het resulteert half maart in een gezamenlijke brief van Europese ceo’s aan de voorzitter van de Europese Commissie en de Eurocommissaris van digitale zaken. „Je kunt jezelf niet uit de positie van achterblijver reguleren”, staat er onder meer. De lange lijst namen eronder illustreert vooral hoe onbekend de meeste Europese techbedrijven zijn. Er staan ook grotere spelers onder, zoals de topman van Airbus.
Karlitschek krijgt het razend druk. Iedereen wil informatie over zijn ‘Europese alternatief’. Maar NextCloud is geen Europese Microsoft. Het biedt alleen kantoorsoftware, voor zaken als videobellen, samenwerken in documenten en wat lijkt op Excel-diensten. Maar het heeft geen cloud en maakt geen specialistische software voor bedrijven die ‘hyperscalers’ als Microsoft, Amazon en Google wel bieden.
Wat die bedrijven voor hun klanten zo aantrekkelijk maakt, is dat achter één loket een hele wereld schuilgaat. Wie in Europa iets vergelijkbaars wil kopen, moet zakendoen met allerlei kleine en middelgrote bedrijven. En rekening houden met de kans dat die technische ‘oplossingen’ (ict-jargon) nét niet lekker op elkaar aansluiten.
Als de Europese techindustrie een schijn van kans wil maken om te bloeien in de schaduw van de Amerikaanse giganten zullen de bedrijven ervoor moeten zorgen dat hun producten onderling uitwisselbaar zijn en in samenhang gebruikt kunnen worden, legt Karlitschek begin maart uit in een videogesprek. „Ik geloof heel sterk dat we moeten samenwerken”, zegt hij. Hij klinkt wat bedrukt en druk. „Het moét lukken, voor de toekomst van Europa. Maar ik weet niet zeker of wij als Europa dat ook kunnen leveren.”
En dus probeert de NextCloud-topman de gefragmenteerde Europese ict-industrie in beweging te krijgen. Op 4 maart pakt Karlitschek het vliegtuig naar Milaan voor een EuroStack-bijeenkomst met vooral Europese ondernemers. Het is de bedoeling daar stappen te zetten richting een gezamenlijk Europees ict-aanbod. Ze spreken er een eerste stap af naar een gezamenlijke Europese standaard voor clouds.
Bert Hubert in het programma van Arjen Lubach
In Nederland hamert ict-expert Bert Hubert al jaren fanatiek op de noodzaak van meer digitale autonomie. De voormalige ondernemer en oud-toezichthouder op de inlichtingendiensten houdt er lezingen over, schrijft blogs en LinkedIn-posts en denkt mee met onderzoekers. Hij vindt nauwelijks weerklank. Maar na de inauguratie van Trump stroomt ook zijn inbox over van de verzoeken om te komen spreken en bellen dagelijks journalisten. Hij krijgt een hoofdrol in een item van Arjen Lubach over digitale soevereiniteit en wordt af en toe herkend op straat en in de trein.
Hubert is handig met metaforen, waarmee hij ingewikkelde techniek behapbaar maakt voor leken. Om duidelijk te maken wat afhankelijkheid van een Amerikaanse hyperscaler inhoudt, laat hij bijvoorbeeld slides met plaatjes van koffiezetapparaten zien. Koffie zetten kunnen we allemaal, maar ict-beheerders zijn de afgelopen jaren massaal aan de Senseo gegaan, en nu kunnen ze alleen nog maar van die dure koffiepads van dat ene merk kopen. In het voorjaar sluit Bert Hubert zich aan bij EuroStack. Hij behoort al snel tot de actieve kern.
Op het oog heeft de EuroStack-beweging succes. De Eurostack-aanbevelingen zijn onder leiding van Francesca Bria, econoom en specialist in digitaal beleid, samengebracht in een lijvig rapport dat begin juni wordt omarmd door de meeste fracties in het Europarlement. En het lukt in april – mede dankzij Duitse denktanks die goede banden met de CDU hebben – om EuroStack genoemd te krijgen in het Duitse coalitieakkoord tussen CDU/CSU en de SPD. Elon Musk helpt onbedoeld mee, door zich via zijn platform X met de Duitse verkiezingen te bemoeien en de radicaal-rechtse AfD te steunen.
Politiek lijkt de boodschap te zijn geland. Bert Hubert gaat mee naar een reeks ontmoetingen in Brussel, waaronder een uur durend gesprek met Eurocommissaris voor digitalisering Henna Virkkunen op een warme dag in juli. Caffarra is na afloop opgetogen en ervan overtuigd dat de boodschap doordringt, want Virkkunen heeft bij herhaling gezegd dat de Europese Commissie bezig is met de aanbestedingsregels. Caffarra speelt even de schooljuf als ze weer buiten staan. „Klas, ik ben trots op jullie.”
De Amerikaanse bedrijven spelen slim in op het Europese verlangen naar technologische soevereiniteit, door ineens allerlei producten en diensten ook ‘soeverein’ te noemen. Microsoft biedt een soevereine cloud-oplossing, Amazon ook, Google ook. De bedrijven beloven bijvoorbeeld datacenters in Europa te gebruiken. Of brengen een extra – Europese – bestuurslaag aan in hun bedrijf.
Krijgen Europeanen daarmee de verlangde onafhankelijkheid? De uiteindelijke eigenaren blijven Amerikaans. Sovereignty washing noemt de groep rond Caffarra het, analoog aan ‘green washing’, de ingeburgerde term voor bedrijven die net doen alsof ze duurzaam zijn.
De Amerikaanse bedrijven zeggen wel precies wat hun klanten willen horen. Tevreden klanten, waarmee ze langlopende relaties hebben. De kleine Europese bedrijven zijn de nieuwkomers, die er anders uitzien en anders klinken. Ze worden voorzichtig besnuffeld. Europese bedrijven en overheden beginnen pilots met hun diensten en producten, maar kopen nog nauwelijks op een andere manier in.
NextCloud organiseert presentaties om de onbekendheid weg te nemen. In Den Haag had het bedrijf aanvankelijk een zaaltje voor vijftig man geboekt. Er kwamen er meer dan driehonderd. Op 5 juni zit het ook bomvol als ze een ‘top’ organiseren in het Mariott hotel in München met panels over soevereiniteit. Caffarra krijgt er de lachers op haar hand als ze het idee dat je met meer Europese regulering een techindustrie kunt bouwen „een collectieve hallucinatie” noemt.
Het bedrijf doet een knieval om de drempel voor gebruikers zo laag mogelijk te maken. Bij hun update NextCloud Hub 10 passen ze het kleurenpalet aan. Zijn gebruikers er door jarenlange ervaring met Microsoft aan gewend dat een tekstverwerker à la Word blauw is, Excel groen en PowerPoint rood? Prima, dan werkt NextCloud met vergelijkbare kleuren.
Ambtelijke diensten die daadwerkelijk overstappen zijn echter nog schaars. De regering van deelstaat Schleswig-Holstein is sinds maart 2024 bezig met het vervangen van Microsoft-diensten door opensource-alternatieven voor de dertigduizend ambtenaren. Een Oostenrijks en een Frans ministerie volgen. Het tegenovergestelde gebeurt ook. Delen van de overheid, zoals de Nederlandse Belastingdienst, zetten de al eerder in gang gezette migratie naar Microsoft door. Ze zien op korte termijn geen Europese alternatieven.
Politiek en de inkoop van ict zijn twee compleet gescheiden werelden, schrijft Bert Hubert op zijn blog. „Ongeacht wat parlementen en ministeries zeggen, de inkoopafdeling zal blijven kopen wat ze altijd al kochten.”
Cristina Caffarra houdt vrijwel dagelijks ergens haar peptalk. Als het jaar vordert steeds vaker via videoverbinding, want het is allemaal niet meer te bereizen. Ze lanceert in juli haar eigen podcast, Escape Forward. En blijft fanatiek en uitgesproken op LinkedIn. Uit haar posts spreekt wel steeds meer frustratie. „Europese elites vernielen Europa zelf”, schrijft ze bijvoorbeeld als Europeanen begin december geschokt reageren op de Amerikaanse nationale veiligheidsstrategie, die uitgesproken anti-EU is. „Ze praten maar over hun waarden en de geweldige Europese manier van leven, maar hebben niet de minste interesse in het bouwen van een eigen digitale infrastructuur”, schrijft ze.
Tijdens zijn presentaties krijgt Hubert steeds dezelfde vraag. Wat ís dan het alternatief voor het Amerikaanse aanbod? Waarnaar kunnen we overstappen? En dan moet hij eind 2025 nog steeds hetzelfde antwoorden als een jaar eerder. Namelijk dat Europese bedrijven flink aan de bak moeten.
Hij raakt teleurgesteld over hoe de Europese bedrijven zich opstellen, vooral cloudaanbieders als Herztner, Leaseweb (Nederlands), OVH en Ionos. „Je zou verwachten dat die voorop zouden lopen in de strijd. Maar in plaats daarvan zeggen ze ‘Het ligt niet aan ons dat mensen onze spullen niet kopen’.”
Op 18 november bestijgen de Franse president Emmanuel Macron en de Duitse bondskanselier Friedrich Merz gezamenlijk het podium in een voormalige gasfabriek vlakbij de luchthaven in Berlijn. Frankrijk en Duitsland – het motorblok van de EU – hebben een top over Europese digitale soevereiniteit georganiseerd. Er zijn meer dan duizend gasten en ministers uit 23 EU-lidstaten.
Het gaat over plannen om het gemakkelijker te maken bij aanbestedingen niet-Europese bedrijven uit te sluiten, bijvoorbeeld met een verwijzing naar nationale veiligheid. En over het streven ‘eerst innoveren, dan reguleren’. Anti-Amerikaanse statements ontbreken. De aanwezige ministers en staatssecretarissen, waaronder de Nederlandse, tekenen een verklaring.
Daarin gaat het nadrukkelijk over autonomie en keuzevrijheid, niet over soevereiniteit, want iedereen weet dat volledige ontkoppeling een illusie is en niemand wil de regering Trump onnodig tegen de haren instrijken.Frank Karlitschek van NextCloud is een van vijftien ceo’s met een plek aan een ronde tafel bij Merz en Macron. Dat klinkt specialer dan het is, vertelt hij twee dagen later in een videogesprek. Ze hadden vijftien minuten totaal – ‘je mocht twee minuten iets vertellen’ – en daarna een groepsfoto.
De top bewijst dat het thema digitale soevereiniteit tot het hoogste Europese politieke niveau is doorgedrongen. Toch houdt Karlitschek er gemengde gevoelens aan over. „Het wordt heel breed en gaat alle kanten op. Ik ben een beetje bang dat we de focus verliezen.”
De dreigende taal van Trump en de techbazen heeft er intussen ook toe geleid dat Europa beseft dat het militair onafhankelijker moet worden van de VS. En daar is het gelijk boter bij de vis. In NAVO-verband is afgesproken dat Europese overheden hun uitgaven voor defensie fors opvoeren. En die industrie staat niet stil.
Aan dezelfde tafel met Karlitschek zitten vertegenwoordigers van onder meer het defensie- en elektronicabedrijf Thales en de Franse bouwer van gevechtsvliegtuigen Dassault. Defensie raakt aan digitale onafhankelijkheid. De thema’s overlappen onder meer bij cyberveiligheid. Er is geld te verdelen en dus te verdienen. Karlitschek voelt zich met zijn open sourceachtergrond en als privacyactivist niet direct thuis tussen in de wereld van de defensieorders.
Nu de boodschap politiek lijkt te zijn geland is het bij EuroStack tijd voor de volgende fase. „Tot nu toe waren we een los collectief. Ik, een paar ceo’s, een LinkedIn-kanaal. We boksten boven ons gewicht”, zegt Caffarra eind oktober telefonisch.
In november, dezelfde week als de Europese top in Berlijn plaatsvindt, registreren Caffarra en Karlitschek EuroStack als stichting in de Duitse hoofdstad. Caffarra wordt voorzitter, Karlitschek een van de bestuursleden. Anderen zijn bijvoorbeeld de ceo van Proton, de Zwitserse aanbieder van beveiligde mail en cloud, en een aantal Franse en Duitse techondernemers en investeerders.
De stichting moet helpen bij de stap van ‘praten naar actie’, staat in de verklaring. En dat het tijd is om te gaan ‘bouwen’ aan het Europese aanbod. Wat dit concreet betekent, is niet gelijk duidelijk. Het is vooral geen brancheorganisatie, zegt Caffarra telefonisch. Daarvan lopen er in Brussel al genoeg rond.
Caffarra hoopt met EuroStack vooral vraag en aanbod in Europa bij elkaar te brengen. Maar de stichting is geen consortium van EuroStack-bedrijven. Geen keurmerk. En al helemaal geen denktank, ‘die praten alleen maar eindeloos’. Ze reageert als door een wesp gestoken op de suggestie dat de EuroStack-stichting wel iets weg heeft van een ngo die ergens voor lobbyt, namelijk Europese digitale soevereiniteit. „Niemand betaalt me. Ik bepleit een zaak waarin ik geloof. In mijn eigen tijd en van mijn eigen geld. Als mensen je betalen, denken ze dat ze je bevelen kunnen geven.”
Ze is negatief over de politiek in Europa. „Er is geen leiderschap, geen visie”, zegt ze vlak voor Kerst in een interview met Bloomberg tv. „Maar de industrie komt in beweging. Ik denk dat we veel vertrouwen in Europese tech gaan zien.”
Aanvankelijk was de EuroStack-oproep vooral „Buy European” (gericht aan overheden), daarna ook „Sell European” (aan de bedrijven) en nu is het „Fund European”. Dat laatste gaat lukken, gelooft Caffarra. Ze noemt nieuwe Europese techfondsen, onder meer van het (Amerikaanse) Sequoia Capital en het in Zwitserland gevestigde investeringsfonds Lakestar. En hint telefonisch op fondsen waarvan ze de naam nog niet wil noemen, onder meer van rijke Europese families die zouden willen investeren in Europese tech, maar zeggen daarbij advies van EuroStack te willen gebruiken.
EuroStack heeft het thema digitale autonomie succesvol helpen agenderen, concludeert ict-expert Bert Hubert. „Een Italiaanse powerlady die niets met computers heeft was nodig om de boel aan te jagen.” Meer dan dat kan een beweging als EuroStack in zijn ogen niet doen: de stichting produceert zelf geen technologie en je kunt niet oneindig langs de zijlijn staan en roepen dat iedereen het anders moet doen.
Hubert: „De Europese industrie staat buitenspel. Maar vervolgens zijn de techbedrijven hier er ook niet in geïnteresseerd om de kar te trekken naar een oplossing.” Zijn conclusie: „EuroStack staat voor de onmogelijke uitdaging klanten die niet willen kopen te koppelen aan leveranciers die niet willen maken. Strategisch loop je dan dood.”
Hij besluit er wat afstand van te nemen en verlaat met een afscheidsboodschap de EuroStack-Signal-groepjes.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC