Cafébrand Volendam Vijfentwintig jaar geleden, op Oudejaarsavond even na middernacht, brak brand uit in het Volendamse café ’t Hemeltje. Er vielen 14 doden en 241 gewonden. Simon Keizer, de helft van het voormalige duo Nick & Simon, was er die avond ook.
Simon Keizer: "Al die tijd denk je: ik heb geluk gehad, ik mag niet klagen, ik heb het overleefd."
Café ’t Hemeltje aan de haven van Volendam bestaat nog, maar niet meer als café. Het is op aanvraag te bezoeken door slachtoffers en nabestaanden van de ramp 25 jaar geleden, toen op Oudejaarsavond even na twaalven de kerstversiering aan het plafond vlamvatte. Eén hevige steekvlam, verschroeiende hitte – de temperatuur liep op tot 500 graden Celsius – een café bomvol Volendamse tieners en geen of geblokkeerde nooduitgangen. Veertien jonge mensen overleden, 241 raakten gewond, van wie 200 zeer ernstig. In Volendam is geen familie niet geraakt door de ramp van toen.
De gevel van het pand aan Haven 154-156 is onaangetast – de brand woedde binnen. Op de begane grond, waar ooit bar Wirwar zat, is nu Experience Volendam gevestigd waar toeristen foto’s kunnen laten maken in Volendamse klederdracht. In het souterrain – daar zat café Blokhut – kun je virtueel meevaren met een Volendamse vissersboot. Alleen de ramen van ’t Hemeltje op de eerste verdieping ogen doods en donker – destijds sprongen de cafébezoekers er uit pure paniek uit. Wie weet het nog? Niet de toeristen die over de dijk slenteren met bakken kibbeling en zakken Vlaamse frites. Niet de jongens die hun fietsen neersmijten tegen de winkelpui van Jonk Keizer waar vuurwerk wordt verkocht.
Voormalig café ’t Hemeltje. In de nieuwjaarsnacht van 2001 kwamen hier veertien jongeren om het leven door een brand in het café.
In het Volendams museum, in het centrum van het dorp, zijn nauwelijks toeristen maar wel Volendammers, en veel ook. Ze komen lopend of op de fiets en lopen rechtstreeks naar de hoek waar drie overlevenden van de brand een tijdelijke expositie hebben ingericht over wat er 25 jaar geleden gebeurde. Televisie-journaals en krantenberichten, knuffels en kaartjes die op de stoep bij ’t Hemeltje waren neergelegd en al die tijd bewaard zijn, gefilmde getuigenissen van soms ernstig verminkte overlevenden – de meesten zijn nu rond de 40 jaar. Maar ook zijn de verhalen te horen van wie niet gewond raakte of zelfs niet in het café was, maar het wel zag gebeuren. En dat is voor het eerst. Alle aandacht ging altijd, terecht, naar de „echte slachtoffers”, zegt één van hen. Voor en over hen zijn monumenten opgericht, boeken geschreven, documentaires, tentoonstellingen en podcasts gemaakt.
Deze week presenteert Simon Keizer (41), helft van het voormalige duo Nick & Simon, zijn luisterboek, Wat moed dat moet: mijn leven in flarden (Storytel) Hij vertelt erin hoe zijn herinneringen aan de brand jaren in hem hebben liggen smeulen, zonder dat hij er erg in had. „Al die tijd denk je: ik heb geluk gehad, ik mag niet klagen, ik heb het overleefd.” De ánderen hadden elke maand een operatie, de anderen begroeven hun zus, hun broer, hun kind en wat had hij nou helemaal meegemaakt?
Hij wás er die avond, zegt hij in het Van der Valkhotel in Katwoude, langs de snelweg naar Volendam. Met elf van zijn beste vrienden, Nick Schilder hoorde daarbij, hij zou later tot de gewonden behoren. Ze hadden aan de tafel bij de wenteltrap zullen zitten, maar het werd een tafel bij de ingang. Het vuur ontstond bij die wenteltrap. Een jongen stak sterretjes af, de kersttakken aan het plafond vatten vlam. Later bleek dat de versiering niet geïmpregneerd was met brandvertrager – wat wel had gemoeten. Sowieso bleek dat het café de vergunningen niet op orde had, en al helemaal niet voor zoveel gasten. De jongens bij de wenteltrap overleefden het niet.
Hij droeg die avond een zwarte spijkerbroek, een T-shirt en een bruin velours overhemd. Zijn moeder zei nog toen ze het samen kochten in het winkelcentrum in Purmerend: „Wel een brandbaar stofje.” Die nacht trok hij die kleren uit thuis in een bijschuurtje, de brandgeur viel er later met geen mogelijkheid meer uit te wassen. Weken laten hoestte hij nog roet op. „Slijm met zwarte spikkeltjes.”
Wat hij zich herinnert zijn flarden, maar kraakheldere. Het licht ging uit, de muziek stopte. Geen opstootje zoals hij dacht, maar kortsluiting. Vuur heeft hij niet gezien, alleen de hitte gevoeld. „Instinctief dook ik naar de vloer.” Mensen liepen over hem heen, hij kroop over de lichamen naar de bar. Zag daar twee vrienden, Martijn en René. Lachen om elkaars zwartgeblakerde gezichten. Naast hem een meisje, Liesbeth, ze droeg alleen een bh en een string en haar huid was onnatuurlijk bleek, alsof die gesmolten was. Nee, ze had geen pijn, zei ze. Later begreep hij dat bij een ernstige derdegraadsverbranding ook de zenuwen verschroeien en pijn niet meer te voelen is. Liesbeth is later aan haar verwondingen overleden.
Voormalig café ’t Hemeltje. In de nieuwjaarsnacht van 2001 kwamen veertien jongeren om het leven door een brand in het café.
Eén, twee keer is hij terug gegaan het café in. Hij heeft geschud aan de bebloede benen van Tom, die nog bleek te leven. Later die avond heeft de vader van zijn toenmalige vriendinnetje hen nog naar het ziekenhuis gereden. Wat hij dáár heeft gezien. Zo vol, zo veel gewonden. Slachtoffers werden die nacht nog overgebracht naar ziekenhuizen in België en Duitsland. Zij werden naar huis gestuurd. „Onze klachten waren niet ernstig genoeg.”
Elf dagen voor de brand hadden Nick Schilder en hij voor het eerst als duo opgetreden bij de kerstviering op school. Bij de eerste herdenking op 1-1-2002 hadden ze hun tweede optreden ooit, ze zongen een lied dat Simon had geschreven over de dood van zijn vader – een jaar vóór de brand, aan maagkanker. „De geboorte van Nick & Simon ging hand in hand met de brand.” Tot dat inzicht is hij nog maar net gekomen.
Want in al die jaren samen touren, uren in de studio opnemen en soms 360 optredens in een jaar, is de brand nooit een gespreksonderwerp geweest, zegt hij. „De eerste weken na de ramp wél, heel intens. We zaten bij de ouders van onze vriend Wim thuis – hij lag in een ziekenhuis in Antwerpen. Nick werd drie weken in coma gehouden in het toenmalige AMC. „We praatten over wie er waar lag, wie er hoeveel procent verbrand was. Wat we deelden waren onze zorgen om de anderen.”
De drankkaart in voormalig café ’t Hemeltje.
Zijn vrouw, Anne Marie Hoek, was ook in ’t Hemeltje die avond. Toen ze verkering kregen, wisten ze van elkaar dat ze er geweest waren, maar meer dan een vaststelling is dat onder Volendammers niet. „Was jij er? O, ik ook.” Vijf jaar geleden, toen de ramp twintig jaar geleden was, hebben ze het er voor het eerst in detail over gehad. „Ze was bedolven geraakt onder de mensen. Dat is haar schild geweest.”
Hun middelbare school, het Don Bosco college in Volendam, was fantastisch, zegt hij. „Aangrenzend aan de school zit sportzaal Opperdam waar we elke dag werden opgevangen en samenkwamen voor elke begrafenis.” Vorige week was daar een herdenking, georganiseerd door zijn neefje dat nu 15 is, bijna zo oud als hij toen. „Ik zat naast Merith en zij had haar schoolagenda’s uit die tijd bewaard. Eerste uur: begrafenis Christine. Vierde uur: Duits.” Zo waren de weken, maanden tot de zomervakantie, zegt hij. „En daarna leek het alsof we collectief besloten: klaar ermee en door.”
De grote doorbraak van Nick & Simon kwam kort na zijn 21-ste, in 2006, met de hit ‘Steeds weer’. Ze speelden jaar in jaar uit in een uitverkocht Gelredome (33.000 plaatsen), in Ahoy (12.000 plaatsen), in Ziggo Dome (17.000 plaatsen). „Ik weet nog dat ik op de catwalk stond in Ziggo, het optreden liep fantastisch, het publiek om me heen ging uit z’n dak en ik dacht: ik vind het wel kicken, maar echt iets vóelen, nee, dat doe ik niet.”
Achteraf weet hij dat zijn gevoel al die jaren was „afgevlakt”. Hij moest ervoor naar de andere kant van de wereld om die conclusie te trekken. In 2023 reisde hij naar Costa Rica voor een retraite van 12 dagen, El cielo heette het oord, de hemel. Hij zat er met acht vreemden, zonder telefoon. Mediteren, praatsessies, ademhalingsoefeningen en een stappenplan op zoek naar zijn ‘Werkelijke Ik’ en ‘Liefdevolle Zelf’. „Op mijn bed lag een ontvangstbriefje met: leave your preferences behind.” Laat uw voorkeuren achterwege. Hij lacht: „Door de jaren heen was ik best een luxepoes geworden. De oude Simon had allang bij de lobby gestaan om een andere kamer te vragen.” Op een van de laatste dagen, tijdens een stiltewandeling, schuilde de groep voor de regen in een barretje dat precies leek op die in ’t Hemeltje. „En ineens was daar weer die doodsangst. Zo ver weggestopt dat ik niet eens meer wist dat ik ‘m had.”
De retraite in Costa Rica was op advies van zijn therapeut bij wie hij sinds 2019 regelmatig kwam. En hij was bij haar gekomen toen zijn „gevoelloosheid” hem in de weg begon te zitten. In 2017 was zijn dochtertje Kiki geboren en hij voelde wel wat, maar niet de overweldigende liefde die hem was voorspeld. En na twee jaar voelde hij het nog niet. „Wat ik bij Anne Marie zag, die intense vreugde, die was er bij mij niet.”
Voormalig café ’t Hemeltje.
Bij zijn therapeut was het vooral over de dood van zijn vader gegaan. „Ik heb de brand wel genoemd, maar in mijn beleving had ik dat zo’n beetje verwerkt.” Zijn vaders dood had hem geleerd zich te vermannen. „Mensen zeiden: nu ben jij de man in huis.” Dus die brand en de naweeën daarvan, daar kon hij mee dealen, dacht hij. School deed op enig moment een enquête onder de leerlingen. Een van de vragen was of hij wel eens dacht aan zelfdoding. Ja, had hij aangekruist. Stóm. Moest hij tekst en uitleg komen geven bij de klassenmentor, in een leeg lokaal, met twee onbekende mannen erbij. Daar en toen besloot hij „mijn shit voortaan voor mezelf te houden”. Tot die dus in Costa Rica werd opgerakeld.
Die retraite was in juni 2023, het duo Nick & Simon was in april van dat jaar op zijn verzoek gestopt. Toeval? „Lang heb ik gedacht dat het één niets met het ander te maken had. Nu lijkt het me superlogisch, privé en zakelijk moest rigoureus het roer om. Alles in me schreeuwde om een nieuwe start.” Zelfs hun trouwgelofte hebben Anne Marie en hij dit jaar opnieuw afgelegd.
Volgende week gaat hij met twee vrienden voor het eerst terug naar ’t Hemeltje. „De bar schijnt nog intact te zijn, de potglazen waar iedereen geld instopte staan er nog op.” Hij heeft vernomen dat de tentoonstelling over de brand van het Volendams museum permanent wordt ondergebracht in het souterrain onder het ’t Hemeltje. „Dan is alles mooi rond.” Maar eerst gaat hij een paar dagen weg met zijn gezin. Met Oud en Nieuw blijven ze nooit in Volendam.
Source: NRC