Home

Mega-investeringen en koersexplosies, komt er een dag waarop de AI-bubbel barst?

Amerikaanse techbedrijven pompen astronomische bedragen in de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie. Steeds vaker klinken waarschuwingen voor een economische bubbel. Hoelang gaat dit nog goed?

Door Pepijn de Lange en Niels Waarlo

Op een stuk land in de staat Louisiana waar voorheen sojabonen groeiden, happen nu graafmachines grond weg om ruimte te maken voor de toekomst. Meta, het bedrijf achter Facebook, Whatsapp en Instagram, bouwt hier een gigantisch nieuw datacenter ter waarde van 27 miljard dollar. Het doel: nog krachtigere modellen trainen voor kunstmatige intelligentie.

Inclusief ondersteunende infrastructuur, zoals energiecentrales, kantoren en koelinstallaties, zal de zogenoemde Hyperion Campus een terrein beslaan van 11 vierkante kilometer, becijferde het Amerikaanse onderzoeksbureau Epoch AI onlangs. Ongeveer een derde hiervan is gereserveerd voor het datacenter zelf.

Artist’s impression van wat ’s werelds grootste datacenter belooft te worden: de Hyperion Campus van Meta in het noorden van de Amerikaanse staat Louisiana.

Foto Meta

Mark Zuckerberg, oprichter en baas van Meta, steekt zijn trots op de bouwplannen niet onder stoelen of banken. Ter illustratie van de omvang, deelde hij deze zomer een afbeelding waarop het complex een groot deel van Manhattan in New York bedekt. Ook vergeleken met het centrum van Amsterdam is de grootte van het complex indrukwekkend.

Meta is niet het enige Amerikaanse techbedrijf dat nieuwe datacenters uit de grond stampt. Geen land ter wereld steekt momenteel meer geld in de wedloop om de beste en snelste AI-modellen dan de Verenigde Staten. Zo rekent Google er voor dit jaar op 91 miljard dollar in AI te investeren. Microsoft heeft het over 80 miljard in 2025, en Meta 70 miljard.

In het Amerikaanse landschap manifesteren deze abstracte bedragen zich als enorme blokkendozen, wier brommende koelsystemen tot in de wijde omtrek te horen zijn. AI is een belangrijke reden voor de opmars van datacenters, maar niet de enige: ze zijn nodig voor de cloudopslag van bedrijven tot het streamen van series. Wel zijn de datacenters die de grote techbedrijven voor AI bouwen vaak vele malen groter.

Al die datacenters leiden niet alleen tot zorgen vanwege de enorme vraag naar stroom en water. Er klinken ook twijfels over de vraag of techbedrijven hun monsterinvesteringen wel kunnen terugverdienen. Beleggers rekenen op enorme winsten door AI. De koersen van betrokken bedrijven als Meta, Nvidia en Google-moederbedrijf Alphabet zijn door die hoge verwachtingen de afgelopen drie jaar verdubbeld (of nóg sterker in waarde gestegen dan dat). Maar of dat houdbaar is?

Financiële toezichthouders waarschuwen voor het risico op overspannen verwachtingen, die kunnen leiden tot een beurscrash.

Bij nieuwtjes over tegenvallers in de AI-wereld dalen de koersen direct: een teken dat beleggers zenuwachtig zijn.

Ook de bazen van techbedrijven zelf zijn er niet geheel gerust op.

Waar geld wordt uitgeven, wordt geld verdiend. In geval van AI profiteren momenteel vooral de producenten van de benodigde chips en andere hardware die datacenters vullen. Dat is goed terug te zien in berekeningen van het in New York gevestigde databureau Syntax Data, die keek naar het aandeel AI-gerelateerde omzet in de beursindex S&P 500.

Deze beursindex is opgebouwd uit de vijfhonderd grootste beursgenoteerde Amerikaanse bedrijven en biedt daarmee een brede blik op de Amerikaanse economie. De acht meest waardevolle bedrijven zijn stuk voor stuk techbedrijven die zich met AI bezighouden, waaronder Nvidia, Meta, Amazon en Alphabet.

De omzet uit kunstmatige intelligentie zit sterk geconcentreerd bij een beperkt aantal bedrijven. Van de vijfhonderd bedrijven uit de beursindex halen momenteel 24 bedrijven een deel van hun omzet uit de ontwikkeling van deze nieuwe technologie, blijkt uit de gegevens van Syntax Data.

De grote winnaar van de opkomst van kunstmatige intelligentie is tot nu toe Nvidia. Dit Amerikaanse chipbedrijf uit de jaren negentig werd vooral bekend van zijn chips voor videogames. Een jaar of tien geleden besloot het bedrijf zich te richten op de productie van AI-chips en daar profiteert het nu op ongekende schaal van. Bij de bouw van AI-datacenters als de Hyperion Campus van Meta vormen gespecialiseerde AI-chips, die tienduizenden euro’s per stuk kosten, de grootste kostenpost.

In drie jaar tijd is de winst van de Amerikaanse chipontwerper ruwweg vertienvoudigd tot meer dan 70 miljard dollar vorig jaar. Niet voor niets is Nvidia met een totale beurswaarde van zo’n 4,5 biljoen dollar momenteel ’s werelds waardevolste bedrijf.

De techbedrijven die al die chips opkopen, verwachten deze investering op termijn dubbel en dwars terug te verdienen. Ze zien AI als een van de meest revolutionaire technologieën uit de geschiedenis en willen er koste wat het kost voor zorgen dat zij erin vooroplopen.

Liever te veel dan te weinig investeren, is het credo. ‘Als blijkt dat we een paar honderd miljard dollar aan het verkeerde hebben uitgegeven, is dat natuurlijk heel spijtig’, zei Meta-topman Mark Zuckerberg onlangs in de podcast Access. ‘Maar ik zou zeggen dat het risico van het omgekeerde groter is.’

Van links naar rechts: de techbazen Jensen Huang (Nvidia), Sundar Pichai (Google) en Mark Zuckerberg (Meta), in het Capitool in Washington.

Foto AFP

De enorme winsten waar techbazen als Zuckerberg op hopen, moeten komen van gebruikers en bedrijven die betalen voor chatbots als ChatGPT en andere AI-diensten. Denk aan programma’s die programmeurs helpen coderen, of aan AI-assistenten in de betaalde softwarepakketten van Microsoft. Investeerders steken bovendien miljarden in start-ups die allerlei AI-toepassingen ontwikkelen: in de gezondheidszorg, marketing, accountancy, robotica en ga zo maar verder.

Twee werknemers lopen door de gangen van een groot datacenter in Ashburn in het noorden van Virginia, niet ver van de Amerikaanse hoofdstad Washington.

Foto The Washington Post via Getty

Veel van deze ideeën moeten zich in de praktijk nog bewijzen. En die praktijk is nog weerbarstig: deze zomer bleek uit een onderzoek van het Amerikaanse Massachusetts Institute of Technology naar AI-pilots bij Amerikaanse bedrijven dat ze in 95 procent van de gevallen geen meetbaar financieel voordeel opleverden. Voorlopig rekent een bedrijf als OpenAI, de maker van ChatGPT en de meest waardevolle startup ooit, zelf nog een paar jaar op zware verliezen.

Het is een situatie die analisten geregeld vergelijken met de befaamdste bubbel uit de recente geschiedenis: de internetzeepbel, of dotcombubbel.

Verlekkerd over de eindeloze nieuwe mogelijkheden van het internet, sprongen investeerders vanaf halverwege de jaren negentig massaal op aanbieders van nieuwe online diensten. Beurskoersen stegen tot recordhoogtes.

Tot het ze begon te dagen dat hun verwachtingen misschien wat aan de hoge kant waren, de bubbel barstte en techkoersen instortten. Aanstormende internetondernemingen vielen om, met als iconisch voorbeeld dierenwebwinkel Pets.com, dat door torenhoge marketing- en verzendkosten nooit in de buurt van winst kwam. De wereldeconomie raakte in een recessie.

Dat er een bubbel op barsten stond, was achteraf terug te zien in de verhouding tussen de beurswaarde van bedrijven en hun daadwerkelijke winst. Stijgt deze koers-winstverhouding, dan lopen de verwachtingen van beleggers en daadwerkelijke opbrengsten verder uiteen. En wordt de klap pijnlijker in het geval dat die verwachtingen niet uitkomen.

Toch zijn de AI-hausse en de dotcombubbel niet op alle vlakken hetzelfde. De huidige situatie ‘rijmt’ op veel vlakken met de dotcombubbel, volgens analisten van zakenbank Goldman Sachs. Maar dat vooral stevige, bestaande spelers vooroplopen in de AI-race en niet een massa nieuwelingen, achten zij een cruciaal verschil.

Waren belangrijke spelers destijds nieuwelingen, leunend op hun nieuwe internetdiensten, nu gaat het veelal om giganten die financieel veel meer vlees op de botten hebben. Googles moederbedrijf Alphabet, bijvoorbeeld, boekte vorig jaar nog een nettowinst van ruim 100 miljard dollar, grotendeels dankzij advertenties en clouddiensten. Het kan dus wel tegen een stootje.

De stad Abilene, in de Amerikaanse staat Texas, huisvest een van de grote datacenters van OpenAi, het bedrijf achter ChatGPT.

Foto ANP/NYT

De analisten van Goldman Sachs zien ook geen bewijzen dat de beurskoersen zijn losgezongen van de potentiële winsten die in het vat zitten. ‘Nog niet.’ Anderen zijn stelliger. ‘De getallen die rondgaan zijn zo extreem dat het heel, heel moeilijk is om ze te begrijpen’, aldus David Einhorn, oprichter van beleggingsfonds Greenlight Capital. Hij acht het mogelijk dat er een ‘enorme hoeveelheid kapitaalvernietiging’ aankomt.

In de woorden van Financial Times-columninst Katie Martin: ‘De enige manier om een echte bubbel te spotten, is als-ie barst. En dat zou nog jaren kunnen duren.’

Hoewel de AI-investeringen in Europa niet te vergelijken zijn met die in de Verenigde Staten, zou een knappende AI-bubbel ook veel Nederlanders direct in de portemonnee raken. Deze maand gaf toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) een scherpe waarschuwing aan pensioenfondsen. Zij beleggen meer dan 150 miljard euro in techbedrijven, twee keer zo veel als vijf jaar geleden. Dat heeft de fondsen de afgelopen jaren veel geld opgebracht, wat gepensioneerden zullen terugzien in een hogere uitkering. Mochten de beurskoersen dalen, dan zijn de fondsen kwetsbaar voor het omgekeerde.

Ook de Nederlandse chipindustrie, in het bijzonder chipmachinemakers als ASML en ASM International, verdient aan de opmars van kunstmatige intelligentie. Zo verwacht het al extreem winstgevende ASML de komende jaren nog flink te groeien, grotendeels omdat zijn geavanceerde chipmachines onmisbaar zijn bij de productie van AI-chips.

ASML-topman Christophe Fouquet toont zich steevast stoïcijns over een mogelijke bubbel of de opkomst en ondergang van AI-bedrijven. ‘Wen er maar aan’, zei hij begin dit jaar, toen de Chinese AI-chatbot DeepSeek beleggers de stuipen op het lijf joeg omdat het veel goedkoper en efficiënter werkt dan chatbots van Amerikaanse bedrijven. ‘AI biedt enorme kansen, heel veel bedrijven zullen die willen grijpen. Het heeft geen zin om vandaag al winnaars uit te roepen.’

Pensioenen zijn kwetsbaar voor een barstende AI-bubbel, waarschuwt De Nederlandsche Bank

Mocht er sprake zijn van een AI-bubbel, dan kan dat de pensioenen van miljoenen Nederlanders raken. Pensioenfondsen beleggen meer dan 150 miljard euro in techbedrijven, twee keer zo veel als vijf jaar geleden.

Het feest bij OpenAI is wel even voorbij: de vier plagen die het bedrijf achter ChatGPT treffen

Drie jaar geleden maakte het publiek kennis met het AI-programma ChatGPT. Het veranderde de wereld. Maar gaat maker OpenAI de revolutie overleven die het zelf ontketende?

Volgens OpenAI’s Sam Altman is er een AI-bubbel. Heeft hij gelijk?

De investeringen en de beloftes zijn duizelingwekkend: het lijkt niet op te kunnen met kunstmatige intelligentie. Toch lijken er barstjes te ontstaan. Wellicht is het optimisme te groot.

Source: Volkskrant

Previous

Next