Het Edese bedrijf Verkerke Reprodukties drukte in de tweede helft van de 20ste eeuw posters en reproducties die de slaapkamers van miljoenen dromende, hunkerende en smachtende jongeren sierden. Hun slapende jeugdherinneringen zijn nu wakker te schudden.
is kunstredacteur van de Volkskrant en schrijft over fotografie.
Veel hebben ze niet gemeen, de Argentijnse revolutionair Che Guevara, popzanger George Michael, de schilder Pablo Picasso, de filmsterren Marilyn Monroe en James Dean, de skyline van New York met de Twin Towers en de glanzende Ferrari-sportwagen. Behalve dan dat ze ooit prijkten op de posters die het Edese bedrijf Verkerke Reprodukties met miljoenen drukte. Het zijn posters die de slaapkamers van generaties jongeren vanaf de jaren zestig tot negentig van de 20ste eeuw hebben gesierd. En daarmee de dromen, idolen en identiteit van die jongeren mede hebben verbeeld.
In Ede, op de bescheiden (in een deel van de leeszaal van het plaatselijke cultuurcentrum opgestelde) en toch veelomvattende tentoonstelling Verkerke – Edese wereldspeler in posters, staan de displays waarvan alleen al het geluid, het tegen elkaar klepperen van de aluminium lijsten als je de posters bladerend bekijkt, je terugwerpen naar de vorige eeuw. Toen stonden die displays in talrijke winkels (zoals V&D), alle voorzien van posters en reproducties die door de firma Verkerke in de Veluwse plaats zijn gemaakt.
Voor zo’n 15 gulden kon de slaapkamerrevolutionair in de jaren zeventig zich spiegelen aan de knappe verschijning van Che Guevara, idool van de Cubaanse revolutie met zijn zwarte, golvende haardos, zijn baret met ster, zijn visionaire blik. (Zwijgen we over het bloed dat wegens moord op talrijke politieke tegenstanders aan zijn handen kleefde). De romanticus kon zich in zijn dromen vlijen in de armen van de wulpse Marilyn Monroe of zich als in Easy Rider achterop de motor vastklemmen aan de rug van Dennis Hopper of Peter Fonda. De bezitter van een Kreidler-bromfiets poetste in gedachten al de toekomstige Ferrari boven zijn bed tot die glansde. En hij, of zij of hen, keek nu en dan misschien smachtend naar de schaars geklede vrouw op de poster naast het monster op wielen.
Discriminatie en kwetsende afbeeldingen waren uit den boze, voor het overige kende Verkerke weinig taboes. Er was veel naakt, passend in de vrijgevochten jaren zeventig. Een kleurige ban-de-bomposter. Een aanklacht tegen de Vietnamoorlog, met Why? boven een stervende soldaat. Een fraai kleurig portret van de zwarte Amerikaanse activist Angela Davis. Ook aan protestuitingen kon geld worden verdiend.
Aartsvader van het wereldbedrijf Engel Verkerke (1924-2022) was een onorthodox, veelzijdig en gewiekst zakenman, zo blijkt uit de verhalen van tentoonstellingsmaker (en group controller bij het bedrijf van 1983 tot 1999) Rien Heijting. De directeur was een man met principes, ooit vurig communist, maar dus ook met flexibele opvattingen. Naast de antioorlogsposters naar ontwerp van huisvormgever Lex van Voorst waren er talrijke kunstaffiches, afbeeldingen van bossen (mateloos populair in de jaren zeventig), paarden, honden, katten en – bestseller – tijgers, alsook werken speciaal voor het bedrijf gemaakt.
Verkerke, telg uit een Rotterdams arbeidersgezin, werd in de Tweede Wereldoorlog tewerkgesteld in de Duitse oorlogsindustrie. Hij ontvluchtte de Arbeitseinsatz en kwam als drukker bij de communistische verzetskrant De Waarheid terecht. Werd na de oorlog verslaggever bij die krant, maar voelde zich daar niet thuis en verkaste naar de communistische boekhandel Pegasus in Amsterdam. Tot de inval van de Sovjet-Unie in Hongarije in 1956. Anders dan de gestaalde kaders van de CPN kon Verkerke zich niet verenigen met die gewelddadige inval – een standpunt dat leidde tot zijn vertrek uit de partij.
In een korte periode waarin Verkerke werkzaam was in de levering van schoolbenodigdheden, constateerde hij dat in het onderwijs schreeuwend behoefte was aan goedkoop beeldmateriaal om de gebouwen op te vrolijken – en ontdekte zo een gat in de markt. Hij begon in 1957 in zijn eigen bedrijf met de productie van reproducties, die hij liet drukken bij een bedrijf in Ede, dat dit werk tot in lengte van jaren zou blijven doen.
Een van de eerste reproducties die Verkerke op de markt bracht, was een tekening van Don Quichot van de wereldberoemde kunstenaar Pablo Picasso. ‘Verkerke reisde zelf naar het kasteel van Picasso in Zuid-Frankrijk en werd door hemzelf ontvangen. Hij vond een welwillend oor, zeker toen Picasso hoorde dat Verkerke afkomstig was uit Nederland.
‘Aha, het land van Rembrandt’, zou Picasso volgens Verkerke hebben gezegd. ‘Of dat waar is, durf ik niet te zeggen’, lacht Heijting, ‘maar de deal werd gesloten.’ De medewerking van Picasso betekende een vliegwiel voor andere contracten. Welke kunstenaar of fotograaf zou geen overeenkomst willen sluiten met het bedrijf dat Picasso tot zijn ‘stal’ mocht rekenen?
Verkerke groeide stormachtig. Eerst kwam er een vestiging in Duitsland (in 1963), gevolgd door Frankrijk, België, Engeland, Oostenrijk, Zwitserland, Canada en de Verenigde Staten. De buitenlandse vestigingen fungeerden als groothandel; het creatieve hart en de drukkerij bleven in Ede. Zo bouwde Verkerke zijn wereldbedrijf met 350 arbeidsplaatsen op, dat meer dan 100 miljoen posters heeft verkocht.
Verkerke bleef, herinnert Heijting zich, altijd een man die zijn afkomst niet verloochende: ‘Pas na lang aandringen van zijn boekhouder verruilde hij zijn eenvoudige woning voor een ruimer huis. En beschikten directeuren meestal over een Mercedes, Verkerke reed altijd in een eenvoudige Peugeot.’ Met zichtbare genegenheid praat Heijting over zijn voormalige baas: ‘Hij liet zich door iedereen adviseren, iedereen in het bedrijf was even belangrijk voor hem, en hij liet zich bij zijn keuzen voor posters door iedereen, ook door de koffiedame, adviseren.’
Verkerke verkocht zijn bedrijf in 1987 aan een Italiaanse firma, die het later doorverkocht aan het Amerikaanse Hallmark, wereldwijd bekend door zijn (wens)kaartenimperium. Heijting koos in 1999 voor een andere werkgever, moest het in 2014 noodgedwongen rustiger aan gaan doen en wijdt zich sindsdien aan de nalatenschap van wereldspeler Verkerke. Hij verzamelt posters en aanverwante parafernalia en is bijna alleen verantwoordelijk voor de samenstelling van de expositie. Daarin vindt de kunst- of posterliefhebber misschien iets te veel bedrijfsgeschiedenis, maar ruimschoots genoeg posters en vitrines om slapende jeugdherinneringen wakker te maken.
Een van de hoogtepunten in de tentoonstelling, geëerd met een aparte vitrine, is een poster uit de jaren zestig van Gerard Reve, met een foto gemaakt door Eddy Posthuma de Boer. Hij wordt vergezeld van een (kopie van) een kattenbelletje – het origineel is op raadselachtige wijze in het cultuurcentrum zoekgeraakt – dat de volksschrijver destijds aan Verkerke schreef: ‘Kunt U mij nog 25 affiesjes sturen? Die zijn voor mij, om kado te geven, een stuk goedkoper dan mijn veel-gelezen boeken, & maken ook meer indruk. Je kan op de plaat precies zien wie of wat ik ben, & met een boek van mij is dat veel moeilijker, want je moet het ook nog lezen.’
Verkerke – Edese wereldspeler in posters, Historisch Museum Ede (in cultuurcentrum Cultura) t/m 17/5.
Luister hieronder naar onze podcast Culturele bagage. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant