Hoewel Thunderbirds het na anderhalf seizoen al voor gezien hield, spreekt de poppenserie uit 1965 nog steeds tot de verbeelding. Volgens bewonderaar Merlijn Kerkhof moet iedereen dit wereldwonder aanschouwen; dat leidt tot een leuker leven.
is redacteur klassieke muziek van de Volkskrant.
In mijn kamer staat een magisch eiland. Hoewel het eigenlijk van plastic is – een rots met twee gebouwen, een zwembad en een landingsbaan erop –, wordt die magie bevestigd door vrijwel iedere mannelijke generatiegenoot die mijn huis bezoekt. Ze zeggen: ‘Jij hébt het gewoon nog’, waarna ze zich afvragen waarom zij – of hun ouders, die dan worden vervloekt – ‘het eiland’ ooit weg hebben gedaan.
Dan gaan de handen richting het zwembad, want zij kennen het geheim. De duikplank. Als je eraan draait, gaat het zwembad open. En dan verschijnt daar in volle glorie het hypersonische, raketvormige, grijs-blauwe vliegtuig met rode punt: de Thunderbird 1.
Dit is het mooiste speelgoed ooit, gebaseerd op de mooiste serie ooit: Thunderbirds. Een serie met poppen nota bene. Het is zestig jaar geleden dat Thunderbirds voor het eerst werd uitgezonden, maar nog altijd blijft de serie fascineren. Wat verklaart de aantrekkingskracht?
Het eiland waarvan de replica in mijn kamer staat, heet Tracy Island. Het is de geheime basis, volgens de overlevering in de Stille Zuidzee, van de reddingsorganisatie International Rescue, waar de serie om draait.
Thunderbirds speelt zich af in de verre toekomst, de jaren 2060. Jeff Tracy, industrieel en voormalig astronaut, heeft nadat hij zijn vrouw heeft verloren, besloten om een organisatie op te richten die mensen in nood kan helpen, waar ook ter wereld.
Het werkt zo: je zegt ‘calling International Rescue’ tegen je radio, en je komt in contact te staan met de Thunderbird 5, de satelliet van de organisatie. Daar, ver in de ruimte, zit John Tracy (zoon van Jeff), die eerstelijnshulp biedt en doorschakelt naar de basis, waarvandaan de Thunderbirds naar de plek des onheils vliegen.
De helden zijn de vijf zoons van Jeff Tracy. Ze dragen coole uniforms, blauw, maar met plaats voor individualiteit; iedereen heeft een sjerp in een eigen kleur. En, het belangrijkste, iedereen heeft ‘zijn’ Thunderbird.
De basis herbergt naast de Thunderbird 1 de Thunderbird 2: een groen transportvliegtuig waarin containers kunnen worden vervoerd met precies de benodigde machine. Moet er een gat gegraven worden? Dan komt The Mole (de mol) mee. Brand? Dan is daar The Firefly.
Thunderbird 2 zit verstopt achter een rotswand die open blijkt te kunnen gaan. Als de Thunderbird 2 de landingsbaan op rolt, gaan vanzelf de palmbomen naar beneden. Aan het andere uiteinde van het eiland vind je de Thunderbird 3, de scharlakenrode raket waarmee International Rescue ruimtemissies uitvoert. Probleem op zee? Dan komt de Thunderbird 4 in actie, de gele onderzeeër die in de buik van Thunderbird 2 naar de bestemming wordt gebracht.
Hoewel je volop Amerikaanse en Australische accenten hoort (de serie moest een trans-Atlantische uitstraling hebben), is Thunderbirds op en top Brits. Vanaf 1965 werd het in het Verenigd Koninkrijk uitgezonden door het onafhankelijke ITV-netwerk. Ook in Nederland, waar de Avro het uitzond, was de serie meteen een succes. En dat terwijl de kijkers hier al die flitsende Thunderbirds niet eens écht konden zien: de uitzendingen waren nog in zwart-wit, het programma werd nagesynchroniseerd.
Baanbrekend was de wisselwerking tussen de televisie-uitzendingen en het speelgoed dat direct op de markt kwam, waardoor kinderen de avonturen na konden spelen.
In een krappe twee jaar werden 32 afleveringen gemaakt. Dat het bij anderhalf seizoen bleef, kwam doordat de Britten een te hoge prijs vroegen voor de Amerikaanse markt. Uiteindelijk bleef er geen partij meer over. Bovendien flopte de bioscoopfilm die in dat tweede jaar werd gemaakt: met 50 minuten per aflevering werden de televisiekijkers al genoeg verwend.
Toch beschouwen velen Thunderbirds als de meest bijzondere kindertelevisie ooit. Hoewel de serie ook bedoeld werd om volwassenen aan te spreken. ‘Kidult’, noemde mede-bedenker Sylvia Anderson (verantwoordelijk voor de personages) het.
Ik hoor bij die bewonderaars. Thunderbirds is een mijlpaal in de geschiedenis van de mensheid, een wereldwonder. Dankzij Thunderbirds is mijn leven 20 procent leuker. Minstens.
En dan te bedenken dat je naar poppen zit te kijken, iets wat je verbazingwekkend snel vergeet. Dat je je in kunt leven in hun gevoelens is misschien wel de grootste prestatie.
De poppen die werden gebruikt door het visionaire bedenkersechtpaar Gerry (1929-2012) en Sylvia Anderson (1927-2016), waren ongeveer een halve meter hoog, en uitgerust met elektronica waardoor ze heel naturel de onderlip en oogleden konden bewegen. Om emoties uit te drukken, konden ze worden voorzien van verschillende koppen met uiteenlopende gezichtsuitdrukkingen. ‘Supermarionation’ werd het genoemd, waarbij super een understatement is.
Wie zijn de helden waar Thunderbirds om draait? Scott (donker haar, lichtblauwe band, de oudste zoon) bestuurt de Thunderbird 1. Virgil (donker haar, gele band) vliegt in de Thunderbird 2. Alan (blond, witte band, de jongste) mag met de raket Thunderbird 3 de ruimte in. Gordon (rood haar, oranje band) is de aquanaut.
En John (blond, lilakleurige band) zit dus in de satelliet, waarin je je overigens zonder ruimtepak kunt voortbewegen, waar blijkbaar zwaartekracht is en een bandrecorder meeloopt – de digitale revolutie is in de jaren-2060 nog ver weg.
Heel af en toe wordt John afgelost door een van zijn broers, die tussen de operaties door wel lekker in de zon aan het zwembad kunnen zitten. Die opofferingsgezindheid tekent de jongens, die het op het eiland met maar één vrouwelijke leeftijdsgenoot moeten doen: Tin-Tin, de dochter van de eveneens inwonende bediende Kyrano. De oma van de broers woont ook op het eiland en draaft op als kok of raadgever. En dan is daar Brains, de ingenieur die alle Thunderbirds heeft bedacht.
Ik moet zes of zeven zijn geweest toen ik in 1993 in de ban raakte van de serie; Thunderbirds is meermaals herhaald. Ik ben een fan van de tweede generatie: ook gasten (m) van in de zestig zie ik verlekkerd nostalgisch naar mijn eiland (1992) kijken. En nieuwe fans zijn alweer in aantocht.
Mijn moeder had het eiland bij het opruimen van zolder gehaald en het voor me meegenomen. Misschien vond mijn zoontje het leuk om ermee te spelen? Dat bleek. Nog diezelfde dag vloog de Thunderbird 1 door de kamer.
Natuurlijk moest ik die serie ook wel even laten zien, alleen al om de iconische intro. ‘Five, four, three, two, one... Thunderbirds are go!’ (ook de grammatica is futuristisch) – en dan stijgt de Thunderbird 1 op. Thunderbirds leek me het beste excuus om een einde te maken aan de schermvrije opvoeding. Hij is bijna 4, moet kunnen. Het loopt bovendien altijd goed af.
Is Thunderbirds eng? Welnee. Oké, de aartsvijand, The Hood, met zijn zwarte bijna-monobrauw, kale schedel, gouden pak met robijnen en geel oplichtende ogen, lijkt me iemand om te vermijden. Deze in een Maleisische tempel woonachtige crimineel die zich in hypnose en telepathie bekwaamt, probeert de geheimen van International Rescue te stelen.
Alleen voor de aflevering Attack of the Alligators, waarin alligators reusachtige proporties aannemen nadat er een chemisch goedje in het moeras is verspreid, was hij misschien nog niet helemaal klaar. Komt nog wel.
Nee, Thunderbirds is vooral grappig, zeker in de afleveringen met Lady Penelope en haar butler Parker. Penelope is een Engelse aristocrate die als geheim agent voor International Rescue werkt; haar butler is een Cockney sprekende ex-gedetineerde. Zijn boevenverleden stelt hem in staat om iedere kluis te openen. Ze rijden rond in een roze Rolls-Royce.
Wat het meest fantastische is: dat niets op het eiland is wat het lijkt. Portretten aan de muur blijken ineens schermen waarmee Jeff met zijn jongens kan beeldbellen. Als Alan naar zijn Thunderbird 3 moet, gaat hij gewoon op de bank in de huiskamer zitten, die dan plotseling door de vloer naar beneden zakt. Virgil bereikt zijn Thunderbird 2 door tegen de muur aan te gaan staan, die dan kantelt, waarna hij via een ingenieus glijbaanachtig systeem binnen de kortste tijd rechtop in de cockpit zit.
De fantasie die de makers hebben gehad, is ongekend: Thunderbirds is een bruisbal van verwondering, die ook ver weg van het beeldscherm doorwerkt, zie ik aan mijn zoontje. Zo loop ik met hem langs de Kralingse Plas, zegt hij dat hij de Thunderbird 4 ziet. Inderdaad: in de verte zie ik een boei, geel en met een 4 erop. (Het is aan Thunderbirds te danken dat hij de cijfers kent – in Nederlands én Engels.)
Hoe kwamen Gerry en Sylvia hier toch allemaal op?
De inspiratie voor Thunderbirds kwam door een mijnramp in West-Duitsland in 1963, of vooral: de reddingsactie, die het Wonder van Lengede wordt genoemd. Een mijn stroomde vol met modder. Van de 129 mijnwerkers konden er 79 al in de eerste uren ontkomen, voor de rest werd de toestand kritiek.
Een rouwdienst stond al gepland, maar na twee weken vast te hebben gezeten, werden er alsnog elf mannen gered, na op 60 meter diepte in een luchtbel te hebben gezeten. In totaal stierven 29 mijnwerkers. De speciale reddingscapsule fascineerde Gerry Anderson.
Dat de nadruk in Thunderbirds nogal ligt op vliegtuigen (en bijna-rampen daarmee), is te verklaren aan de hand van de levensloop van Gerry Anderson. Zijn oudere broer Lionel zat bij de Royal Air Force (RAF) en kreeg training in de Verenigde Staten. Vanuit Arizona schreef hij in een brief aan zijn familie over een vliegveld, ‘Thunderbird Field’.
In april 1944 kwam Lionel tijdens een nachtpatrouille om het leven toen zijn Mosquito werd geraakt door Duits luchtafweergeschut. Hij stortte neer op vliegbasis Deelen. Hij ligt begraven op Moscowa in Arnhem.
In 1947 werd ook Gerry Anderson opgeroepen voor de RAF. Daar zou hij getuige zijn van een groot ongeluk, bij een vliegtuigshow waar juist de slag om Groot-Brittannië werd herdacht. Later zag hij een Spitfire die dreigde te crashen op het allerlaatste moment een doorstart maken.
Het is verleidelijk om Thunderbirds te zien als rouwverwerking. In een interview zei Gerry Anderson dat hij graag met zijn broer zou hebben geruild. De piloten zijn in Thunderbirds de allergrootste helden; aquanaut Gordon blijft in de serie een flat character en komt weinig aan bod.
Ik ben Gerry, zijn broer, en Sylvia bovenal enorm dankbaar. En dat zal mijn zoontje ook zijn. Iedere avond voor hij gaat slapen, moet ik een Thunderbirds-verhaaltje voor hem verzinnen. ‘Wij zijn fan van de Thunderbirds’, zegt hij.
Dan smelt ik, en sowieso krijg ik al tranen in mijn ogen als ik aan die prachtige serie denk. Nu ik samen met hem naar de afleveringen kijk, zie ik de serie door zijn ogen én valt me op wat ik destijds niet opmerkte. Hoe sensationeel die ontwerpen zijn, hoe origineel de esthetiek. Dat de man-vrouwverhouding in meerdere opzichten nogal sneu is (vijf jongvolwassen broers in de bloei van hun leven, één jonge vrouw), daar had ik geen erg in.
Ik kijk op tegen de ambachtelijkheid: hier werd met honderd man aan gewerkt, en alsnog is het een prestatie dat ze dit in zo’n kort tijdsbestek hebben gemaakt. De special effects, al die explosies: levensecht. En nu hoor ik pas hoe rijk, uitbundig, intelligent en vol leidmotieven de muziek is van Barry Gray.
De allermooiste aflevering? Security Hazard. Bij een reddingsactie kruipt een jongetje de openstaande container van Thunderbird 2 in. Hij wordt pas opgemerkt als ze op het eiland zijn. Daar wordt hij door de trotse, opscheppende zoons rondgeleid, die vertellen (met flashbacks naar eerdere afleveringen) over hun reddingsacties. Het is zo fantastisch, omdat je meer geheime gangen van het eiland ziet dan ooit.
Dat jongetje wil je zijn. Alleen, één probleem: de jongen weet te veel, straks weet wellicht iedereen van hun geheimen. Ze besluiten hem in bed te stoppen. Als hij in slaap valt, vervoeren ze hem met bed en al in Thunderbird 2 en brengen ze hem thuis. Als hij wakker wordt, denkt hij dat hij alles heeft gedroomd.
Een droom, dat is het, Thunderbirds.
De afleveringen van Thunderbirds zijn terug te zien op het YouTube-kanaal van ITV. Remakes (zonder poppen) van na de jaren zestig kunnen beter worden vermeden. Wel zeer aanbevolen: de pastiche (met poppen) Team America: World Police (2004), van de makers van South Park: het ultieme eerbetoon.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant