Home

Het sportjaar 2025: van de tennisperfectie van Alcaraz tot aan de wedergeboorte van durfal Wout van Aert

Het was een sportjaar met vele, zeer uiteenlopende gezichten. Dit is de keuze van de sportredactie van de Volkskrant van de mooiste, krankzinnigste en bizarste sportmomenten van 2025.

Barcelona - Internazionale (heen en terug)

Als ik voetbal even niet leuk maar lelijk vind, en dat gebeurde in 2025 nogal eens, dan kijk ik even naar de samenvattingen van Barcelona-Internazionale (30 april) en Internazionale-Barcelona (6 mei) en dan kan ik er weer even tegenaan.

Het is in deze dubbel uit de halve finales van de Champions League een aaneenschakeling van knappe passes, prachtige doelpunten, technische en tactische trucs, onstuitbare rushes, harde tackles, atletische hoogstandjes, wereldreddingen, homerisch gejuich en drama, véél drama. Voortdurend wisselde het plot.

Barcelona leek weer op het Barcelona van tien jaar terug. Die onverslaanbare tikmachine, met excellente denkers op het middenveld, balvaardige doeners achterin en razendsnelle artiesten voorin. Internazionale transformeerde tot de ploeg van 2010; een elftal vol stripfiguren met uiteenlopende levensverhalen en achtergronden. En tóch met een enorme eenheid van denken en een gigantische strijdlust, tot de trainer aan toe.

Wat het zo speciaal maakte was dat de eerste wedstrijd in Barcelona (3-3) al zoveel spektakel was. En dat de return in Milaan zes dagen later nóg gekker werd. Met Barcelona dat dacht de finaleplek binnen te hebben, maar nota bene de voormalige alcoholist en kankerpatiënt Francesco Acerbi die in de 93ste minuut de 3-3 binnenwerkte, na, uiteraard, weer een voorzet van Denzel Dumfries.

Met Inter-doelman Yann Sommer die als tovenaar Gandalf Raphinha en Lamine Yamal daarna de toegang tot zijn doel ontzegde. Met invaller Davide Frattesi die prachtig met open mond de hekken inklom na zijn winnende treffer. ‘Het is geen achtbaan, het is geen zweefmolen, het is het complete pretpark!,’ jubelde commentator Wytse van der Goot.

De stijlenclash werd perfect verbeeld door de Nederlandse basisspelers. Dumfries manifesteerde zich als wereldtopper met zijn onophoudelijke gedraaf langs de lijn, zijn acrobatische treffers en puntgave voorzetten. Dumfries werkte een leven lang devoot naar dit moment toe.

De begiftigde Barcelona-spelmaker Frenkie de Jong werd altijd al verwacht op een dergelijk podium. Een enkelblessure leek zijn carrière te nekken, maar in 2025 bewees de makkelijkst voetballende Nederlander van zijn generatie dat hij fit genoeg is om topwedstrijden naar zijn hand te zetten.

Het WK komende zomer zal sowieso veel lelijks bevatten, maar met een fitte De Jong en Dumfries wordt het voor Nederland misschien ook wel een heel leuk en historisch toernooi.

Bart Vlietstra

Wereldrecord Femke Kok

Op een zomerse zaterdagavond in een Beiers hotel, waar ze verbleef voor een trainingskamp, verviel Femke Kok in een lange aanloop vol zelfverwijt. Dit klinkt heel lullig, zei ze. En heel dom. ‘En’, haastte de schaatsster, enig kind uit een hecht Fries gezin, zich ook om te melden na een zoektocht naar de juiste woorden, ‘ik ben heel erg trots op mijn moeder, op wat ze heeft bereikt.’

Kort daarvoor kreeg de meervoudig wereldkampioen op de 500 meter een dilemma voorgeschoteld: de opening van Lee Sang-hwa óf de Elfstedentocht van haar moeder, die de tocht in 1997 als recreant wist uit te rijden.

De meeste topsporters zouden moeiteloos voor Lee kiezen. De Zuid-Koreaanse die in 2013 – Kok was destijds pas 12 – in Salt Lake City haar eigen wereldrecord op de 500 meter verbrak met 36,36. Onwaarschijnlijk snel was haar opening destijds: 10,09 over de eerste 100 meter. Geen vrouw deed dat ooit eerder. Ter vergelijking: zelf kwam Kok, de afgelopen jaren onbetwist de rapste vrouw van het schaatscircuit, tot dit seizoen niet verder dan 10,31.

Op dat moment, juli 2025, stond geen wereldrecord schaatsen zo lang als dat van Lee. Schaatsgeneraties waren elkaar opgevolgd, de schaatssport was verder ontwikkeld en spectaculaire nieuwe records op andere afstanden rijker, maar die 500 meter van de Zuid-Koreaanse bleef maar staan.

Ondertussen bestudeerde Kok die race minstens honderd keer, op eigen wijze: vol bewondering, zonder afgunst. Hoe kun je nou zo snel zijn, vroeg ze zich steevast af. Wat knap. Zelf had ze sinds 2024 met 36,83 het nationaal record in handen; bijna een halve seconde langzamer. Ze keek de afgelopen jaren honderden schaatsfilmpjes, maar slechts één race sloeg ze op in haar telefoon: die 500 meter van Lee.

Op een zonnige zondagochtend in november, exact twaalf jaar nadat Lee haar recordtijd had neergezet, speelde Kok die race nog maar eens af. Niet wetende dat zij een paar uur later verwoed met haar handen zou wapperen om de tranen terug te dringen. Daar in Salt Lake City werd Femke Kok de negende Nederlandse vrouw ooit met een wereldrecord in het schaatsen. Niet met een kleine verbetering, maar met een megasprong: 36,09.
Lisette van der Geest

Tennisfinale voor de eeuwigheid

Ze zijn zonder twijfel al de beste tennissers van het moment, maar op deze zomerse zondag in Parijs stuwen Carlos Alcaraz en Jannik Sinner elkaar naar niet eerder bereikte hoogten. In de langste Roland Garros-finale ooit drijven de nummers 1 en 2 van de wereld elkaar tot het uiterste, culminerend in een wedstrijd voor de eeuwigheid.

Maar liefst 5 uur en 29 minuten lang bestoken ze elkaar met meedogenloze services, onwaarschijnlijke returns, verwoestende forehands, loepzuivere backhands en fluisterzachte dropshots, die de vijftienduizend toeschouwers in het stadion en mij – thuis op mijn werkkamer – het voorstellingsvermogen te boven gaan. Is dit echt of zijn Alcaraz en Sinner door AI gegenereerd?

De ene keer spring ik na weer een onmogelijk punt op uit mijn stoel. De andere keer schreeuw ik ‘wooow’ tegen mezelf nog voordat ik het doorheb. Even komt mijn vriendin poolshoogte nemen of het wel goed met me gaat – normaal schreeuw ik niet en blijf ik gewoon zitten als ik voor werk sport kijk en een stuk moet schrijven. Maar dit is anders.

Ik realiseer me dat ik naar iets zit te kijken waar nog in lengte van jaren over zal worden gepraat, al roept dat ook een wrang gevoel bij mij op. Een paar dagen eerder zat ik zelf nog op de perstribune van Court Philippe-Chatrier, waarin het monumentale gevecht zich afspeelt. Maar toen Tallon Griekspoor in de achtste finale als laatste Nederlander werd uitgeschakeld, zat ook mijn tijd in Parijs erop.

Als sportjournalist wil je niks liever dan lijfelijk aanwezig zijn, op een paar meter afstand van de werkelijkheid, om de trillingen van het stadion te voelen en het moment in je op te nemen. Dus had ik bij mijn sportmoment van het jaar ook kunnen kiezen voor het indrukwekkende afscheid van Rafael Nadal op Roland Garros of de historische zege van PSV tegen Liverpool op Anfield. Toch niet.

Op deze zondag in Parijs komt alles samen wat sport mooi maakt: rivaliteit, wederzijds respect, spanning, verwondering, een comeback en een ongekende climax in de vorm van een match-tiebreak. En dat op het allerhoogste podium. Alcaraz wint, al kent deze wedstrijd eigenlijk geen verliezer.

Na afloop zegt Sinner: ‘Het resultaat doet pijn, maar ik ben trots dat ik deel mocht uitmaken van deze wedstrijd.’

Guus Peters

Comeback van een doorzetter

Toen ik vier jaar geleden als sportjournalist begon, gaf mijn ervaren collega Willem Vissers me een wijze les. Het was de dag na een prachtige voetbalwedstrijd, waar hij als liefhebber van had genoten. Maar, zei hij erbij, zijn humeur hing niet af van de prestaties van teams die hij volgde, daar wilde hij niet van afhankelijk zijn.

Ik knoopte de Wet van Willem in mijn oren, maar dit jaar werd die flink op de proef gesteld. In mijn zoektocht naar hét sportieve hoogtepunt gleed 2025 in mijn hoofd voorbij. Het mislukte EK van de Nederlandse voetbalsters? Het was fascinerend om te zien hoe een team implodeerde, met een hoofdrol voor de vertrekkende bondscoach Andries Jonker. Maar een hoogtepunt?

De worsteling van John Heitinga’s Ajax dan. De Amsterdamse club begon weer te winnen toen ik me met andere zaken bezig moest houden. Zou het aan mij liggen, dacht ik? Gaat ieder team dat ik volg vanzelf slecht presteren?

Gelukkig vlogen de Nederlandse handbalsters op het WK in eigen land naar de halve finale. Dat was al zes jaar niet gebeurd en het handbalfeest in Ahoy werkte aanstekelijk. Maar de handbalsters vergaten zichzelf te belonen en dropen af met een frustrerende vierde plek.

Het lichtpunt kwam uiteindelijk uit onverwachte hoek, want in dit jaar van sportieve teleurstellingen bracht ik vele uren door met een geblesseerde handballer. In januari scheurde Thomas Houtepen de voorste kruisband van zijn rechterknie, een jaar eerder was dat al in zijn linkerknie gebeurd.

Maar of ik hem nou zag in Middelburg, op Papendal of in het Deense Holstebro; zijn reactie was altijd hetzelfde. ‘Het gaat goed hoor’, zei hij, alsof hij niet al twee jaar nauwelijks had gespeeld. Stoïcijns werkte hij aan zijn terugkeer en een paar weken geleden werd zijn doorzettingsvermogen beloond.

Op 7 december maakte Houtepen weer zijn eerste minuten. Zijn teamgenoten kregen er kippenvel van, vertelde hij een dag later. Dat begreep ik maar al te goed. Voorlopig zal het nog spannend blijven, maar Houtepen mag weer dromen van nieuwe mijlpalen. Dat is mijn sportieve hoogtepunt van 2025, geen twijfel mogelijk, al die anderen hebben de keuze hoogstens makkelijker gemaakt.

Dirk Jacob Nieuwboer

Doorbraak van Quinten Post

Als hij al speelminuten in de grote NBA in Amerika zou krijgen, zouden het er waarschijnlijk niet al te veel zijn. Quinten Post, een 2,13 meter lange basketballer uit Amsterdam, was in de zomer van 2024 ingelijfd door Golden State Warriors, maar moest zich eerst bewijzen bij een ontwikkelingsclub in het nabijgelegen Santa Cruz.

‘Het was helemaal niet vreemd geweest als ik daar het hele seizoen had gespeeld’, zei hij later. Maar het liep anders.

Zijn grote doorbraak kwam in januari van dit jaar. Het draaide niet bij de Warriors, de ploeg had behoefte aan een nieuwe impuls. Aan Post, bijvoorbeeld, een boomlange center die uitzonderlijk goed van afstand kan schieten. Hij greep zijn kans met beide handen, alsof hij een rebound van de borden graaide.

Aanvankelijk moest hij het doen met kruimeltjes. Een paar minuten hier en daar, als de wedstrijd al beslist was. Maar al snel kreeg hij een serieuzere rol toebedeeld. Op 23 januari speelde hij zich tegen Chicago Bulls definitief in de schijnwerpers, met 20 punten, waarvan liefst vijf rake driepunters. Vanaf dat moment was Post een vaste waarde voor de Warriors.

Als puber was hij nog anderhalf jaar gestopt met basketballen bij Apollo in Amsterdam. Zijn ouders lagen in scheiding, hij moest wisselen van middelbare school en een flinke groeispurt pijnigde zijn lichaam. Zijn hoofd stond niet naar basketballen. Toen hij terugkeerde, moest hij aansluiten bij het derde team onder 18 jaar van Apollo.

Nu was hij opeens teamgenoot van Stephen Curry, een van de beroemdste sporters van Amerika. Een doodnormale jongen, merkte Post. Toen hij na een uitwedstrijd gestrand was op het vliegveld van San Francisco, gaf de wereldster hem een lift naar zijn hotel.

Op dit moment is Post bezig aan zijn tweede seizoen in de NBA, een competitie waarin sinds 2012 geen Nederlander meer te vinden was. Hij werd een betere verdediger en zag zijn speelminuten toenemen. Vaak begint hij in de basisopstelling. Post kan zich verheugen op een lange carrière in de Amerikaanse topcompetitie.

Koen van der Velden

Tranen om Telstar

Telstar? Dat stelde niet zoveel voor, toch? Beetje cult. Klein. Fijn. Rauw. Sinds 1999 woon ik in de gemeente Velsen, maar de club uit die stad was nooit zo’n dingetje. Nog nooit was ik zelfs in het stadion geweest als journalist. Dat moest dus anders.

Mijn zoon en zijn vriendjes mochten soms een voorwedstrijd spelen, voor een echte competitiewedstrijd van Telstar. Ze liepen aan de hand van een echte prof het veld op. Voorzitter Pieter de Waard hield een toespraak. De jongens kregen chips of een frietje. Er was een man die XXL-frikandellen verkocht. De finale van het schoolvoetbal was ook in het stadion van Telstar. Alle ouders zaten op de tribunes.

Met mijn jubileum voor de krant gingen we met een groep collega’s naar Telstar, tegen Helmond Sport of TOP Oss, ik weet het niet meer precies. Visje eten in de Witte Leeuwenkooi en bier drinken, in het heerlijke vooruitzicht van een vermoedelijk slechte wedstrijd, om daarna nog meer bier te drinken. Ronald Koeman was er ook die avond, om naar zijn zoon te kijken, de doelman die ook Ronald heet. Hij vroeg zich af wat al die journalisten hier deden. Was dit zo’n belangrijke wedstrijd? Helemaal niet. Of hij ook een biertje wilde? Ja hoor.

Telstar was niet belangrijk. Telstar was leuk. Soms zat ik vrijdag op de bank en dacht ik opeens: weet je wat, ik ga naar Telstar. Stond je in een rijtje voor een ouderwets kassahokje, onder een paar bomen, voor een kaartje van 5 of 10 euro op de Oosttribune. Zo zou het altijd blijven, tenzij Telstar failliet ging.

Maar toen, opeens, was daar die onweerstaanbare opkomst onder trainer Anthony Correia. Play-offs gehaald. Dat was al een geweldige prestatie. Gewonnen van ADO Den Haag, van Den Bosch, inclusief een veldbestorming en een vechtende meute. Willem II, ook verslagen. Voetbal ging om geld, om een groot stadion, om de beste spelers. Dat dachten we altijd. Nu ging voetbal om het hart.

Ik ging na de promotie even kijken naar de ontvangst van de spelersbus bij het stadion, rond middernacht. Ongekende taferelen. Ik moest er bijna van huilen, als import-Velsenaar.

Willem Vissers

Wedergeboorte van durfal Wout van Aert

Jemig, Wout, wat ruk je hard aan mijn stuur. Het is van carbon gemaakt, weet je nog, op dit soort krachten ben ik niet berekend. Rustig aan over die kasseien. Straks stuitert m’n balhoofd nog los. Of erger, klappen we weer tegen de grond. Kijk, mij vervangen ze zo, maar voor jou geldt dat niet. Mensen beginnen aan je te zien wat dit leven van je vraagt. Die littekens op je knie zijn het ergst. Die repareer je niet.

Ik snap dat je getergd bent, zeker na zo’n lange revalidatie en het moeizame seizoen dat erop volgde. We wonnen samen in de Giro, maar voor een kampioen als jij was dat niet genoeg. Je bleef het proberen, ook deze Tour, maar stuitte telkens op een sterkere renner. Ik kreeg ook het gevoel dat je niet meer door gaatjes durfde te sturen zoals vroeger.

Er was soms aarzeling, je handen bij mijn remmen. Wij zijn onklopbaar als we in harmonie samenwerken, maar als er twijfel via jouw hoofd naar je vingertoppen stroomt, wordt het een lastig verhaal. Ik kon er slechts voor je zijn. Klaarstaan als je me nodig had. Maar zonder jouw benen ben ik maar een doodgewoon frame.

Oké, je wilt er vol voor gaan, hier en nu, in de heksenketel van Montmartre. Dat geschreeuw, ongelooflijk, ik kan mezelf niet eens horen schakelen. Trap maar, ram op mijn pedalen. Niet omkijken, niet nadenken. Alleen maar geven. Ik doe met je mee.

Zoveel overtuiging heb ik lang niet meer bij je gevoeld. Kijk nou Wout, kijk, we rijden weg bij Tadej Pogacar, de beste renner ter wereld, bergop nog wel. Dat deed niemand ons dit jaar na. Het gat wordt groter, we zijn los.

Nu nog omlaag, hemel, wat gaat dit hard. Het is spekglad door de regen, maar ik geloof niet dat je dat uitmaakt. Je beweegt weer zonder angst. We driften, glibberen, zoals in het veld. Dit geven we niet weg, niet vandaag.

Daar zijn we Wout, de Champs-Élysées. Vier jaar geleden moesten we sprinten, nu is er tijd om te genieten. Laat mijn stuur maar los, zodat je je armen in de lucht kan steken. We hebben het weer geflikt. Samen.

Dennis Boxhoorn

De droom van Eze

Dit was het jaar van de vogel in het Engelse voetbal. De eksters (Newcastle United) grepen de League Cup, de adelaars (Crystal Palace) wonnen de FA Cup, de haantjes (Tottenham Hotspur) pakten de Europa League en de mythische Liverbird werd onder leiding van Arne Slot landskampioen. De meest gedenkwaardige wedstrijd voor de vogelaars was de winnende treffer die de super eagle Eberechi Eze in de FA Cup-finale scoorde tegen Manchester City.

Het was een schitterende en typerende tegenaanval van Oliver Glasners team. De sterke spits Jean-Philippe Mateta hield een lange bal vast om deze na een korte combinatie af te leggen aan de opkomende vleugelverdediger Daniel Munoz. Diens voorzet werd door Eze op technisch perfecte wijze afgerond. Met wilskracht, tactisch vernuft en een beetje mazzel met de arbitrage hielden de Londenaren stand, om voor het eerst in het 164-jarige bestaan een grote prijs te winnen.

Dat is de essentie van de Engelse bekercompetitie: het verwezenlijken van dromen. Crystal Palace schaarde zich in een lijst van onverwachte bekerwinnaars, in navolging van onder meer Sunderland (1973 tegen Leeds), Wimbledon (1988 tegen Liverpool) en Wigan (2013 tegen Manchester City). Hoewel geld steeds dominanter wordt in het Engelse voetbal en de topclubs bescherming genieten van de voetbalbond, is het nog steeds mogelijk dat de ‘underdog’ zegeviert.

Het was een persoonlijke zege voor Eze, die ook in de kwart- en halve finale een hoofdrol had gespeeld. Deze Londenaar van Nigeriaanse komaf is een laatbloeier. Als tiener werd hij afgetest door Arsenal, waarna een lange zwerftocht begon langs Fulham, Reading, Millwall, Queens Park Rangers en Wycombe Wanderers om uiteindelijk tot bloei te komen bij Crystal Palace. Deze zomer kwam Ezes droom uit toen Arsenal aan de deur klopte, de club waar de 27-jarige nummer 10 sindsdien wekelijks zijn klasse toont.

Patrick van IJzendoorn

Dolle marathonvreugde Paternain

Met grote ogen blikte marathonloopster Julia Paternain om zich heen in het Nationale Stadion in Tokio. Was er ergens een scorebord waarop ze kon zien op welke plek ze de marathon had afgesloten? Nee, nergens. Alleen een klok waar haar eindtijd van 2.27,23 al was gepasseerd.

Helemaal in haar eentje stond ze daar, in het niemandsland achter de finish. Pas toen ze een official aan de zijkant in het oog kreeg, die nadrukkelijk drie vingers in de lucht stak, drong het tot haar door. In de tweede marathon van haar carrière had ze brons veroverd op de WK. Haar verlorenheid maakte plaats voor ongeloof. Ze stak zelf ook drie vingers op. Echt waar?

Ze pakte de eerste WK-medaille ooit voor Uruguay, al kende de atlete dat statistische feitje niet op dat moment. Paternain werd geboren in Mexico, groeide op in Groot-Brittannië en woont in de Verenigde Staten. Maar ze koestert haar band met het land van haar familie, vertelde ze na afloop.

Paternain had halverwege de bloedhete marathon door de straten van Tokio door dat ze lekker bezig was. Ze schatte in rond de twaalfde plaats te lopen. Ze haalde steeds meer concurrenten in. En toeschouwers riepen ongetwijfeld in de laatste heuvelachtige kilometers dat ze op de derde plaats liep. Maar ja, dat deden ze in het Japans. Zelf vermoedde de 26-jarige loopster de zesde, of misschien vijfde positie.

Eenmaal in het atletiekstadion had ze geen benul of ze driekwart ronde moest lopen of nóg een extra 400 meter. Met haar vragende ogen gericht op een official langs de kant wees ze naar voren. Is dat de finish? Ze had alleen maar aandacht gehad voor wat ze onderweg moest doen: energie sparen, kalm blijven en hopen dat ze geen dreun van de warmte zou krijgen. Op hoe het allemaal af zou lopen, daar had ze zich niet op voorbereid. En op een huldiging nog minder.

De dolle vreugde die zich van Paternain meester maakte was ontroerender en daarmee besmettelijker dan het juichen van kampioen Peres Jepchirchir een kleine drie minuten eerder. Dat is vaker zo; dat de diepst gevoelde emoties in topsport juist niet bij de besten te vinden zijn.

Erik van Lakerveld

Einde van een golfvloek

Met schokkende schouders zit Rory McIlroy op zijn knieën op de strak gemaaide green van de iconische golfbaan Augusta. Zijn tranen houdt hij verborgen onder een witte pet. Alle opgekropte emoties en frustraties van de afgelopen tien jaar komen er op deze broeierige lentedag uit.

Op de slotdag van het meest prestigieuze golftoernooi ter wereld, The Masters in de VS, bewijst McIlroy wel degelijk over stalen zenuwen te beschikken. Tijdens zijn zeventiende deelname weet de 35-jarige Noord-Ier na een bloedstollende ontknoping The Masters te winnen. Het groene jasje is eindelijk voor hem.

Dankzij zijn overwinning voltooit McIlroy – na een majordroogte van elf jaar – zijn ‘career grand slam’. Als zesde golfer in de historie heeft hij nu alle vier de majortoernooien gewonnen. Eerder was hij de beste op de US Open (2011), PGA Championship (2012 en 2014) en The Open (2014).

In zijn lange carrière is McIlroy al vaker dicht bij de winst op The Masters geweest, maar er lijkt een vloek te rusten op zijn optreden op Augusta National Golfclub; de golfbaan die bekendstaat om zijn bloeiende paarse en roze azalea’s en spierwitte bunkers. Met het verstrijken der jaren neemt de druk op zijn schouders gigantische proporties aan.

Mede dankzij de hulp van golfpsycholoog Bob Rotella slaagt McIlroy erin fouten te accepteren, een positieve mindset te creëren en veerkracht te tonen. Op 13 april 2025 komt alles samen. McIlroy begint de slotdag met een voorsprong van twee slagen op zijn naaste concurrent en alles gaat crescendo. Totdat hij de bal opeens in het water slaat en vervolgens in de bunker. Ondertussen komt de stoïcijnse Engelsman Justin Rose steeds dichterbij en uiteindelijk op gelijke hoogte.

Na 18 holes – en ruim vier uur opperste concentratie – moet een play-off de beslissing forceren. Nadat Rose op de extra hole niet verder is gekomen dan een par (baangemiddelde) heeft McIlroy alles in eigen hand met kans op een birdie-putt (-1).

De bal ligt op 60 centimeter van de hole. Vanuit alle hoeken en standen bestudeert McIlroy de ligging. Hij zakt nog eens door zijn knieën om de puttinglijn goed te lezen, plukt wat aan zijn polo voordat hij gaat staan voor de belangrijkste putt van zijn leven. Ten overstaan van duizenden toeschouwers rond de green houdt hij zijn hoofd koel.

Natasja Weber

Verstild geel van Mathieu van der Poel

In de finishstraat van Boulogne-sur-Mer is het ineens stil. Mathieu van der Poel laat zich op het asfalt zakken en blijft liggen. Ik sta ernaast en kijk naar beneden. Geen gejuich, geen ontlading. Alle aandacht gaat naar zijn ademhaling. Mond wagenwijd open, lucht naar binnen. Van der Poel (30) heeft een paar tellen eerder de tweede etappe van de Tour de France gewonnen en de gele trui veroverd, maar aan hem is geen blijdschap af te lezen.

Misschien dat hij in die stilte al terugdacht aan vier jaar geleden. Ook toen won hij de tweede etappe in de Tour en mocht hij het geel aantrekken. Toen was er die ontlading, die tranen, een vinger naar de hemel. In Mûr-de-Bretagne overheersten de emoties, met in het hoofd zijn grootvader Raymond Poulidor, die nog geen twee jaar daarvoor was overleden. Deze overwinning voelt anders, zal Van der Poel later zeggen. Nu zijn de emoties minder, is het vooral de trots die overheerst.

In de langste etappe van deze Tour de France heeft iedereen zijn naam opgeschreven. Het klassiekerachtige profiel moet Van der Poel goed liggen, dat weet hij zelf ook. En dus houden ze hem de hele dag in de gaten. Zodra de finale in zicht komt, volgen de demarrages elkaar snel op. Aanvallen van Wout van Aert, Jonas Vingegaard en Julian Alaphilippe. Ze worden teruggehaald en Van der Poel heeft het allemaal nog onder controle.

Wanneer ze aan de korte slotklim beginnen, weet Van der Poel precies wat hem te doen staat: als eerste door de bocht en dan nog zo’n 150 meter overleven. Steeds iets verder schuift hij op naar voren en zodra de bocht begint, zet hij de sprint in. Ze proberen hem te volgen, maar dat lukt niet. Zelfs Tadej Pogacar kan er niet voorbij. Tegen die kracht is niet op te fietsen.

Terwijl de renners achter hem binnenkomen en de finishstraat volstroomt, blijft Van der Poel nog even liggen. Hij blaast een paar keer diep uit en staat dan op. Hij hoort zijn ploegmaat Jasper Philipsen schreeuwen en ineens verschijnt er een glimlach op zijn gezicht. Alsof Van der Poel zich dan pas realiseert wat hij opnieuw heeft geflikt.

Maud Wiersma

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next