Boekentop-50 De boekenredacties van NRC en De Standaard vroegen aan professionele lezers wat zij de 50 beste Nederlandse boeken van de 21ste eeuw vonden. De uitslag laat zien hoe de literatuur in 25 jaar tijd veranderd is.
NRC en De Standaard vroegen aan 81 professionele critici, academische Neerlandici, deskundigen op het gebied van non-fictie en geschiedenis, publieke figuren en redacteuren van onze eigen kranten uit Nederland en Vlaanderen wat volgens hen de 50 beste Nederlandstalige boeken van de 21ste eeuw zijn.
De deskundige lezers kozen ieder een top-10 boeken. Een plek op nummer één leverde tien punten op, een plek op nummer twee leverde negen punten op, enzovoorts. De volgorde van de top-50 is gebaseerd op de som van deze punten. Tot en met donderdag 6 maart tellen we dagelijks af naar de nummer één, elke dag verschijnen tien nieuwe boeken in de ranglijst.
Aan het verwerken van deze lijst werkten onder meer mee: Peter de Bruijn, Jeroen van der Kris, Michel Krielaars, Thomas de Veen, Margot Poll, Rosan Hollak, Felix Voogt, Steven van Ammel, Peter Jacobs, Sanne van Griensven, Arjan de Jongh, Sarah Kartono, Sonny Lensen, Loes Witschge, Melle Meijer, Miriam Vieveen, Isa van der Brugge, Ruud Puylaert en Jan-Paul van der Wijk. Voor de gehele productie van de boekentop-50 zie nrc.nl/boekentop50 Wat zijn jullie favoriete boeken? Bekijk hier de publiekslijst
Cees Nooteboom
Deze verhalenbundel van Nooteboom werd in 2010 bekroond met de Gouden Uil. Alle zes verhalen gaan over de wisselwerking van de herinnering en de verbeelding van het verleden. Vooral het derde, ‘Heinz’, maakt indruk. De titelheld is honorair viceconsul der Nederlanden aan de Italiaanse noordwestkust, een man die op oude foto’s staat als „nog niet ingehaald door de drank, schalks en, nog zo’n woord, onschuldig, een glimp van boosaardigheid in die vreselijk blauwe ogen, ein Mensch”. Nooteboom beschrijft zijn ondergang meesterlijk, met op de achtergrond een jonggestorven vrouw, een verstandshuwelijk en een verlangen naar een ver eiland.
Charlotte Mutsaers
Na het vroegtijdige overlijden van Barend, de enige broer van Charlotte Mutsaers, ontfermt ze zich met haar zus over het leegruimen van diens huis, dat tevens het huis is waarin ze opgroeiden. Daarbij wordt de vertelster geconfronteerd met de diverse vormen die een erfenis kan aannemen. Er is niet alleen de gigantische verzameling porno die het huis uit moet, ze wordt ook geconfronteerd met karaktertrekken die ze blijkt te delen met haar broer de kluizenaar. Nog voor de huidige hausse aan autofictie was er dit genadeloze zelfonderzoek, en dat van de koningin van de onbeteugelde verbeelding.
Peter Middendorp
Over de schuldvraag bestaat geen twijfel: hij heeft het gedaan, een meisje verkracht en vermoord. Maar waarom deed hij het? Hoe laat dit zich verklaren? Peter Middendorp laat hem zijn verhaal doen in Jij bent van mij. Omdat Middendorp in zijn ijzersterke roman verleidt om diens redeneringen te slikken, ontwikkelt de lezer steeds meer inzicht in de mechanismen die hem tot het moorden leidden – al mogen we dat zelf tevoorschijn puzzelen. Je zou bijna vergeten dat Jij bent van mij óók een schitterende boerenroman is, hard, noest en aards, met een tragisch randje van vergankelijkheid.
Bart Van Loo
Francofiel Bart Van Loo publiceerde in 2019 een vuistdik geschiedenisboek over hoe de Bourgondische hertogen vanaf de veertiende eeuw door erfenissen, moorden, huwelijken, veldslagen en aankopen de Lage Landen vormgaven. De kracht van Van Loo is zijn oog voor exuberant detail en zijn enthousiasmerende, barokke vertelstijl die de lezer meesleurt. Het boek werd een bestseller en in de belangrijkste Europese talen als Frans, Duits en Engels vertaald. Van Loo verdient ook een plek vanwege zijn aanpak: met zijn tv-optredens in Vlaanderen en in Nederland, podcasts en een theatertournee hield hij de aandacht van zijn publiek vast.
Mariken Heitman
In haar tweede, met de Libris Literatuurprijs bekroonde roman Wormmaan onderzoekt biologe Mariken Heitman onze impact op het ecologisch systeem en onze omgang met de menselijke verscheidenheid. Twee persoonlijke geschiedenissen worden daarbij ingenieus met elkaar verweven. Het verhaal van de jonge androgyne Ra, een prehistorische vrouw aan wie bijzondere krachten worden toegeschreven omwille van het nieuwe gewas waarover ze zich ontfermt, haakt 9000 jaar later aan bij het verhaal van zaadveredelaar Elke die via domesticatie terug wil naar de oerversie van datzelfde tweeslachtige gewas: de erwt. De evolutieleer, zinloze determinatiedrang en een eigenzinnige kijk op gender en identiteit: Heitman brengt het allemaal samen in gebald, vitalistisch proza.
Bas von Benda-Beckmann
Historicus Bas von Benda-Beckmann, kind van een Nederlandse moeder en een Duitse vader, was geïntrigeerd door het verleden van zijn Duitse familie. Hij wist dat een deel daarvan overtuigd nazi was. Zo was zijn (oud-)tante Luise getrouwd met Alfred Jodl, één van Hitlers trouwste generaals. Een andere tante zegde haar lidmaatschap van de NSDAP op nadat ze verliefd werd op een Joodse arts. De familie van Von Benda-Beckmann, fervente schrijvers van dagboeken en brieven, blijkt een historisch goudmijn. In Het kleedje voor Hitler beschrijft hij hoe zijn adellijke familie vanaf de negentiende eeuw langzaam vatbaar werd voor radicale ideeën, en hoe het verleden nog altijd doorwerkt in de familie.
Tobi Lakmaker
Dit debuut is eerder een verzameling intieme, met humor neergeschreven anekdotes, herinneringen en overpeinzingen dan een klassieke roman. Het is het verhaal van de zoektocht van een jong iemand naar zichzelf en hoe hij worstelt met zijn ongedefinieerde identiteit en treurt over de dood van zijn moeder. Lakmakers talent werd met dit debuut alom erkend. De Standaard noemde het „een komeet aan de literaire hemel”. Hoogtepunten zijn de autobiografische verhalen over zijn ervaringen met jongens en meisjes en over zijn ontmaagding tot voor zijn aanmelding bij een medisch centrum, waar je „minder meisje en meer jongen kunt worden”.
Gaea Schoeters
Het multitalent Gaea Schoeters overtrof zich met de roman Trofee. In dit spannende en indringende boek weet ze ongemakkelijke vragen over (post)kolonialisme, trofeejacht, dierenbescherming en ontwikkelingshulp te stellen. De witte westerling Hunter White is verslingerd op de trofeejacht op groot wild. Maar als hij naar Afrika vertrekt om een zwarte neushoorn te schieten, de laatste van de Big Five die hij nog niet neerlegde, krijgt het verhaal een grimmige wending. De droom wordt een nachtmerrie die hem steeds dichter bij de duisternis in zijn eigen hart brengt. DSL-recensent Maria Vlaar noemde Trofee „een nachtmerrie op adrenaline”.
Tommy Wieringa
Tommy Wieringa bevestigde zijn reputatie met Dit zijn de namen, een roman over vluchtelingen en religie – de titel verwijst naar het Bijbelboek Exodus – waarmee hij zowel de Libris Literatuurprijs als de publieksprijs van de Gouden Uil won. De illegale vluchtelingen zijn gelukszoekers die bedrogen werden door mensensmokkelaars. Tijdens de maandenlange tocht die hen uiteindelijk naar een stadje in de steppe tegen de Russische grens brengt, dunt de dood hun rangen uit. Dit zijn de namen is een boek „waarin stilistische bravoure, filosofische diepgang en aforistische kracht gepaard gaan met een hecht getimmerde compositie”, vond de Librisjury.
Lieke Marsman
Met haar debuut als prozaschrijver zet filosoof en gelauwerd dichter Lieke Marsman hoog in en schrijft ze de eerste Nederlandse klimaatroman. Opgetrokken uit gedichten en essayistische reflecties draait het verhaal slim en geduldig rond de centrale vraag: hoe een goed mens te zijn? Sinds klimaatwetenschapster Ida als kind uit nieuwsberichten over de oorlog in Joegoslavië leerde dat de mens slecht is, heeft ze als doel het tegenovergestelde van een mens te worden. Een stage in de Italiaanse Alpen -ze gaat aan de slag bij een project om een stuwmeer op te blazen- biedt ruimte om te dromen van een andere wereld en te reflecteren over de rol van de mens daarin.
Doeschka Meijsing
Bij de uitreiking van de AKO Literatuurprijs (die ze won) werd Doeschka Meijsing liefdevol aangeprezen als grumpy old woman. Nu valt er wel meer dan die drie woorden te zeggen over de ironische, scherpe, erudiete en roes-zoekende schrijfster. Door haar onverwachte dood in 2012 werd het bekroonde Over de liefde ook haar laatste boek. De roman ging de geschiedenis in als de weerslag van haar relatie met journaliste Xandra Schutte, al schreef NRC destijds dat het om een sleutelroman noch een afrekening ging. Over de liefde, concludeerde de criticus, is veel meer dan een roman over de liefde, een indrukwekkend essay over schaamte.
David Van Reybrouck
Na zijn internationaal gesmaakte geschiedenis van Congo schreef auteur, cultuurhistoricus en archeoloog David Van Reybrouck Revolusi, over de dekolonisering van Indonesië, een strijd die zijn hoogtepunt bereikte in de jaren veertig van de vorige eeuw. De schrijver deed er langer dan vijf jaar over: hij dook uitgebreid in de archieven en gaf orale geschiedenis zijn plaats in zijn boek. Hij sprak met een tweehonderdtal laatste nog levende getuigen van de onafhankelijkheidsstrijd. Alleen al daardoor verdient Revolusi de epitheta ‘monumentaal’ en ‘aangrijpend’.
Net als in Congo tilt Van Reybrouck in dit boek de strijd rond de Indonesische onafhankelijkheid van het lokale naar een internationaal politiek niveau. Indonesië en het ontstaan van de moderne wereld is dan ook de veelzeggende ondertitel van het internationaal bejubelde boek.
Lize Spit
Ruim 250.000 lezers can’t be wrong. Met haar debuutroman Het smelt leverde Lize Spit een meesterproef vertellen af. Dertien jaar na een zomer vol gruwelijk uit de hand gelopen kinderspelletjes keert een jonge vrouw terug naar haar geboortedorp met in haar kofferbak een blok ijs. Wraak serveer je immers best koud. De roman overtuigt met een razend strakke compositie en weldadig gebruik van beeldspraak. Volleerd schakelt Spit daarbij tussen drie tijdslijnen, wat de psychologische roman over de gevolgen van emotionele verwaarlozing tot een rauwe en grimmige pageturner maakt.
Willem Jan Otten
Zijn eerste roman in tien jaar leverde Willem Jan Otten in 2005 niet alleen de Libris Literatuurprijs en de Inktaap op maar ook een grote schare nieuwe lezers. Daarbij mogelijk aangetrokken door het unieke vertelperspectief. Het verhaal van een jonge schilder die door een rijke industriëel verzocht wordt een portret te maken van diens overleden zoon, wordt verteld door het schildersdoek zelf. Uit de dood leven scheppen, was de opdracht die Otten zichzelf met deze roman stelde. Net als in eerder werk speelt de verhouding tussen een vader en zoon een cruciale rol, nieuw is de aandacht voor het belang van geloof.
Arnon Grunberg
De vierde roman van Arnon Grunberg is een kroniek over een relatie tussen de (ex-)schrijver Christian Beck die nastreeft illusies door te prikken en zijn vriendin ‘vogel’ die het gedrag van dieren bestudeert. Schijnbaar uit het niets deelt ‘vogel’ haar vriend mee dat ze wil trouwen met een uitgeprocedeerde Algerijn, de asielzoeker uit de titel van het boek. De aantrekkingskracht van de roman schuilt vooral „in de verschillende onderdelen: in kleurrijke episodes, in losse zinnen en in soms snelle registerwisselingen”, aldus de NRC-recensent destijds. De roman won in 2004 de AKO Literatuurprijs.
Gerrit Kouwenaar
„Mijn gedichten barsten van de emotie, alleen je moet ze afkoelen om ze op papier te krijgen.” De laatste dichtbundel van Vijftiger Gerrit Kouwenaar bestaat uit vier afdelingen, waaronder een reeks bij het werk van graficus Aat Verhoog. Met de laatste acht gedichten neemt de dichter op ingetogen wijze afscheid van zijn kort voordien overleden vrouw Paula. Aan deze cyclus ontleent de bundel niet alleen de titel maar ook blijvende roem. De dichter bekende ‘nog nooit zo dicht bij het particuliere’ geweest te zijn, wat mag blijken uit het gebruik van de persoonlijke voornaamwoorden ‘ik’ en ‘jij’, die voor het eerst in decennia weer opduiken in zijn werk.
Els Beerten
De lezer vertwijfeld achterlaten, dat was de inzet van Els Beerten met deze Bildungsroman gesitueerd in de Tweede Wereldoorlog. Met haar roman werd de Vlaamse jeugdliteratuur in één klap volwassen. Ze koos voor niet minder dan vier jonge vertellers om een meerstemmig verhaal te brengen over goed en kwaad en de verwoestende keuzes die gemaakt worden in naam van liefde en oorlog. De sobere stijl – doorspekt met sappige Vlaamse uitdrukkingen – stuwt het ingenieus opgebouwde verhaal voort. „Het is een verhaal geworden van nuance”, aldus Beerten. „De waarheid is niet zwart-wit en dit is ons wapen tegen extremisme.”
Stefan Hertmans
„Dius, de fantasierijke sleutelroman over de kunstscene, is vintage Stefan Hertmans: grote emoties en zintuiglijke beschrijvingen wisselen af met uitgesponnen gedachten, en wat begint als een kunstenaarsroman blijkt een schrijversportret”, schreef recensent Christophe Van Gerrewey in DSL. De roman uit 2024 gaat over de jarenlange vriendschap tussen kunstdocent Anton en student-kunstenaar Dius. „Hertmans heeft zichzelf met Dius vooral een spiegel willen voorhouden, om te zien of woorden zich met beelden kunnen meten, en hoe een schrijver ook een kunstenaar kan zijn.”
Dius is Hertmans’ recentste roman in een reeks successen die begon met Oorlog en terpentijn in 2013.
Peter Buwalda
Siem Sigerius, ex-topjudoka en briljant rector magnificus van de Twentse universiteit in Enschede, schudt op een receptie handjes wanneer hij plotseling zijn dochter Joni meent te herkennen als het naaktmodel van zijn favoriete pornowebsite. Ze drijft samen met haar vriend Aaron een internethandeltje dat ze voor haar vader verborgen wil houden. Buwalda maakte met deze thrillerachtige psychologische roman een opvallende entree in de Nederlandse letteren. DSL bestempelde de familie- en zedenroman in de Amerikaanse traditie met zijn sterke opbouw en „verbluffende stijl” als „verslavende lectuur”. Het boek werd een bestseller. Buwalda is „het Nederlandse antwoord op Jonathan Franzen”, schreef NRC.
Jeroen Brouwers
Deze benauwende en tegelijkertijd humorvolle roman vol meanderende zinnen leest als een opera buffa over overspel, mislukking, verboden verlangens en hysterie. Hoofdpersoon is een oud-leraar geschiedenis die met zijn vrouw en een oude, ruftende hond op een afgelegen woonboot een stuk gelopen huwelijk probeert voort te zetten. Hij ontwaakt uit zijn misantrope somberheid als zich een vroegere, eveneens getrouwde vriendin aandient, een operazangeres die hem tot wanhoop zal drijven. Brouwers zet in deze roman een duistere wereld neer vol slagregens, bloed, zweet en tranen, en vooral zuigende, ploppende modder. In het beschrijven van die grondstoffelijke werkelijkheid schittert hij als geen ander.
Sacha Bronwasser
De veel bejubelde tweede roman van kunsthistorica Sacha Bronwasser, werd al snel een verkoopsucces, al greep het net naast de Libris Literatuur Prijs. In deze roman richt de voormalige fotografiestudente Marie zich tot haar oud-docent Flo, die ze al tijden niet heeft gezien en die gewond is geraakt tijdens de terroristische aanslagen van 2015 in Parijs. Het is een ingenieuze vertelling die Bronwasser weet te vervlechten met het verhaal van Philippe Lambert, een Parijzenaar die op zijn manier is verbonden met de verteller. Het levert een roman op waarin wordt gespeeld met perspectieven, onbetrouwbare herinneringen en met versies van een gebeurtenis verteld vanuit verschillende oogpunten.
Annejet van der Zijl
Een grote liefde tussen een Scheveningse pensionhoudster en een zeventien jaar jongere Surinaamse student. Het op ware feiten gebaseerde Sonny Boy, het succesvolle derde boek van Annejet van der Zijl dat in 2011 werd verfilmd, gaat over de Surinaamse Waldemar Nods en de Nederlandse Rika van der Lans, een echtpaar dat in de Tweede Wereldoorlog Joodse mensen liet onderduiken en later zelf werd opgepakt. Het aangrijpende boek – het verhaal van Waldermar vertoont gelijkenissen met dat van Anton de Kom – is gebaseerd op een aantal brieven die Waldemar vanuit het concentratiekamp aan zijn zoon Waldy (de Sonny Boy van de titel) schreef. Waldy Nods, die in 2015 op 85-jarige leeftijd overleed, vertelde in diverse interviews dat hij ontroerd was door de biografie van Van der Zijl. „Het boek heeft me mijn ouders teruggegeven,” aldus Nods.
Stefan Brijs
De engelenmaker leverde Stefan Brijs een publiekssucces en nominaties voor de grote literaire prijzen op. Zijn psychologische roman gaat in essentie over de botsing van wetenschap en geloof. De introverte dokter Victor Hoppe belandt met zijn drie kinderen in een slaperig stadje aan het drielandenpunt van België, Nederland en Duitsland. De ernstig zieke identieke kinderen zijn kloonexperimenten van hun vader, „een man die zich ten doel heeft gesteld God het nakijken te geven”, zo oordeelde recensent Arjen Fortuin in NRC. De jury van de Libris Literatuurprijs, die dit boek in 2006 op de shortlist zette, vond dat De engelenmaker ging „over het onvermogen met het onvolmaakte om te gaan, over de fixatie op perfectie en over het mateloze streven naar controle en manipulatie dat onze mythe, onze blindheid is geworden.”
Niña Weijers:
„Compromisloos, razend ambitieus en vol branie”, schreef De Standaard over deze debuutroman uit 2014. Het boek werd bekroond met onder meer de publieksprijs van de Gouden Boekenuil, de Van der Hoogt-prijs en de Opzij-prijs. „Bovendien behoort Weijers tot de generatie jonge, Nederlandse schrijfsters die het hedendaagse literaire landschap van de lage landen domineren”, schreef DSL. Hoofdpersonage Minnie Panis is op haar 27ste een succesvolle kunstenares, die radicaal haar eigen leven als basismateriaal gebruikt voor conceptuele kunst. Als een vriend haar in haar slaap fotografeert en de foto’s publiceert, verplicht zij hem als tegenprestatie haar drie weken als een stalker te volgen.
Paul Verhaeghen
In Omega minor, omschreven als een „epische, encyclopedische roman over de gevolgen van verraad in de Tweede Wereldoorlog”, verwijst de Vlaamse schrijver en hoogleraar psychologie Paul Verhaeghen vaak naar Goethe’s Faust: de mens is in ruil voor kennis bereid zijn ziel te verkopen. Het in barokke stijl geschreven boek begint in Berlijn, vijftig jaar na de dood van Hitler. Hoofdpersonage van een van de verhaallijnen is de opportunistische Duitse atoomfysicus en Nobelprijswinnaar Goldfarb, die meewerkt aan de wedren naar de eerste Amerikaanse atoombom en zich weinig zorgen lijkt te maken over de ethiek van daarvan. Richard Powers noemde het boek „de hele twintigste eeuw in één roman.”
Hafid Bouazza
Een roman „als een Arabisch sprookje dat zich vermengd heeft met een Griekse mythe en een hedendaagse tragedie.” De jury van De Gouden Uil verslikte zich in 2004 haast in vergelijkingen om de laureaat te prijzen. Gesluierd in somptueuze zinnen voert dit migratieverhaal ons van Morea – lees Marokko – naar Amsterdam. De stad die door de familie Baba Baloek verkeerdelijk Paravion genoemd wordt, naar de naam op de luchtpostenveloppen. Al snel blijken er meer misverstanden te bestaan en opent er zich een haast onoverbrugbare kloof tussen de nieuwe zondige wereld waarin de migrantenmannen terechtkomen en het geïdealiseerde sprookjesland uit hun jeugd, waar hun vrouwen achterblijven.
Jeroen Brouwers
In deze fysieke, benauwende roman draait alles behalve om de kracht van de taal ook om volharding. Brouwers’ roman speelt zich af op een katholiek jongensinternaat in 1953, waar de leerlingen seksueel worden misbruikt door de Franciscaner kloosterlingen. Brouwers geeft de kerk de volle laag en laat in alle opzichten zien dat niet de oppermachtige kerk, maar hij de baas is in het verhaal. Alles in deze roman is benauwend en donker. Bloed, sperma en zweet spetteren soms van de pagina’s. Al Brouwers’ zinnen bulderen van de betekenissen en bijbetekenissen, wat zijn roman veel trekken van zijn gevreesde polemieken geeft.
Jeroen Olyslaegers
Wilfried Wils is bij het begin van de Tweede Wereldoorlog hulppolitieagent in Antwerpen, maar wil eigenlijk dichter worden. Om niet op te vallen schippert hij ongemakkelijk tussen verzet tegen en collaboratie met de bezetter. Hij probeert zich op de vlakte te houden, hoopt niet te moeten kiezen. Dat is de kern van deze roman, het derde deel van een trilogie. Wil betekende de doorbraak van Olyslaegers. Deze historische fictie met de deportatie van de Antwerpse Joden als verschrikkelijke achtergrond provoceert de lezer en doet hem nadenken over de vrij algemeen aanvaarde grens tussen goed en kwaad, en slaat zo de brug naar vandaag.
Charlotte Van den Broeck
In Waagstukken bundelt dichter Charlotte Van den Broeck dertien verhalen over mislukte architectuur en tragisch gesjeesde architecten die aan hun ‘mislukkingen’ ten onder gingen. De schrijver reisde ervoor drie jaar lang de wereld rond, van Frankrijk tot de VS. Over alle architecten in dit boek wil de legende dat ze zelfmoord hebben gepleegd vanwege ‘fatale fouten’ in hun ontwerp. Die gaan van financiële problemen over instortingen tot gras dat niet wil groeien. Van den Broeck schakelt moeiteloos van filosofische mijmeringen naar journalistieke passages, vond recensent Maria Vlaar in DSL. Door de verfijnde essaystijl heen klinkt meermaals de stem van de dichter.
Charlotte Mutsaers
In haar eerste roman sinds het baanbrekende Rachels Rokje neemt de verbeelding van Mutsaers een hoge vlucht. De vereenzaamde schrijver Maurice Maillot – kind van overleden dierenrechtenactivisten – gaat langzaam ten onder aan een writer’s block sinds de dood van zijn kat. De toevallige vondst van een mobiele telefoon in het Vondelpark en de daaropvolgende zoektocht naar de eigenares zet het leven van Marcel weer op de rails. Tegen een achtergrond van grootsteedse eenzaamheid, medelijden in de meest diverse vormen en de sores van moderne communicatie, schildert Mutsaers een groots en vaak hilarisch portret van een man die langzaam weer het leven in wordt gelokt.
P.F. Thomése
Een kind zonder ouders is wees. Maar hoe heten de vader en moeder van een gestorven kind? Schaduwkind, genomineerd voor de NS Publieksprijs en de Libris Literatuur Prijs, was het boek waarmee P.F. Thomése in 2003 echt doorbrak. Het autobiografische werk handelt over de dood van het zes weken jonge dochtertje van de schrijver. Thomése probeert, zoekend en aftastend, de periode na haar dood te beschrijven. In 49 korte hoofdstukken reflecteert hij op het verlies, het gebrek aan woorden in de taal en op het leven in een toekomst zonder Isa. Voor Thomése was het zijn meest noodzakelijke boek om te schrijven, vertelde hij in 2012 in een interview in NRC. Lezers waren hem dankbaar en zagen hun eigen verdriet onder woorden gebracht.
Radna Fabias:
Met haar poëziedebuut won Radna Fabias meteen alle prijzen die er te krijgen waren. Habitus is een bundel met een sterke verhalende lijn, over een migrant die terugkeert naar haar geboortegrond, een Antilliaans ‘eiland’. Met originele eigen beelden, uit rauwe taalregisters, samengebracht in een meeslepend ritme, vult Fabias een klassiek migrantennarratief op eigenzinnige wijze in. Het lyrisch ik in de gedichten wordt geconfronteerd met een wereld waar zij niet meer bij hoort, terwijl ze ook in het witte Nederland niet door de sociale ballotage komt. Fabias schrijft aangrijpend over verlangen, vrouwelijkheid, religie en sociale conventies. Wanneer zij de ruimte neemt om een intieme en broeierige sfeer op te wekken, galmen de donkere ondertonen van haar werk des te harder.
Lucas Rijneveld
De opvolger van Booker International-prijswinnend succesdebuut De avond is ongemak werd door sommigen nog beter gevonden en door de meesten nog weerzinwekkender, maar daarmee niet minder indrukwekkend – integendeel. Dus Mijn lieve gunsteling werd óók bekroond, met de Bordewijkprijs en de eerste Boon – en internationaal begint het pas net. Rijnevelds tweede roman vertelde het verhaal van een „verboden liefde”, de grensoverschrijdende affaire van een minderjarige boerendochter en een volwassen veearts. Door hem verteld, verklaard, verdedigd. Die apologie is een zangerig, gelaagd, veelkantig en daarmee toch ook echt genuanceerd verhaal, verknoopt met trauma’s, goede bedoelingen en de wereldliteratuur, maar bovenal een verbluffend blok proza van een uitzonderlijk gerijpt jong talent.
Jeroen Brouwers
Deze roman over de aftakeling van een vastgegespte bejaarde man in een rusthuis is een grote, taalvirtuoze monologue intérieur, die bruist van levenskracht. In een proustiaanse taal van meanderende zinnen voert Brouwers je mee op de golven van de gedachten van zijn hoofdpersoon, die je voortdurend op een dwaalspoor zet en het mysterie over zijn leven alleen maar groter maakt. Maar het bijzondere aan deze roman is toch echt de taaltovenarij. Vooral de vele lange filippica’s waarmee Busken zich verzet tegen zijn naderende dood zijn spectaculair. Ze lezen als poëzie, zo rijk en dicht van betekenis zijn de woorden die Brouwers in dit meesterwerk gebruikt.
Annet Schaap
Annet Schaap was als illustrator allang een grote naam in de Nederlandse kinderboekenwereld, maar met haar debuut Lampje (2017) vestigde ze zich in een klap óók als schrijver. En een nieuwe kinderboekklassieker was geboren, Schaap won met Lampje alle denkbare prijzen. Het boek gaat over een vuurtoren op een schiereiland, waar een meisje met haar vader woont. Zij, Lampje, moet iedere avond de trappen van de toren beklimmen om met een lucifer het vuur aan te steken. Dat gaat goed totdat er ineens een storm uitbreekt. Wat volgt is een wervelend, uiterst meeslepend avontuur maar de kracht van het boek schuilt ook in de overtuigende uitwerking van een getroebleerde vader-dochterrelatie.
Wessel te Gussinklo
„Woorden moesten het doen”, weet de blaaskaak Ewout Meyster, „houding, streng en onvermurwbaar zijn en vooral nooit reageren op wat ze zeiden of deden, nooit op iets ingaan, maar direct zelf met iets nieuws komen, iets verrassends, zodat ze afgebluft waren en het niet meer wisten.” Maar als de hoofdpersoon uit De hoogstapelaar – zeventien jaar, pedant maar onzeker – iets niet kan, is het kracht uitstralen. Aarzelen, talmen en verzanden: dat is zijn lot, wat Te Gussinklo in zijn eigenzinnige en idiosyncratische oeuvre uiterst precies weergeeft als een seismograaf van de neurotische psyche. De coming-of-ageroman De hoogstapelaar is er het puntgave hoogtepunt uit.
Anjet Daanje
Net als de rest van Anjet Daanjes oeuvre was ook De herinnerde soldaat bijna over het hoofd gezien, recensieloos in de vergetelheid verdwenen, maar de Libris-longlist schudde lezers wakker – voor iets uitzonderlijks. Een soldaat is in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog zijn geheugen verloren, maar zijn vrouw herkent hem en neemt hem mee naar huis – dan zal zijn geheugen toch wel terugkeren? Of is zijn herkenning een illusie? Daanjes reusachtige boek is door de lange, aaneengeschakelde zinnen een veeleisende leeservaring, maar ook een hypnotiserende, zowel een zeer intieme als ontgoochelend grootse roman over liefde en oorlog, (zelf)bedrog en identiteit.
David Van Reybrouck
Congo is een van de meest besproken boeken van het begin van deze eeuw. „Voor België is dit het boek van de eeuw, voor Europa het boek van het decennium”, schreef cultuurfilosoof Peter Sloterdijk in de Süddeutsche Zeitung. Van Reybrouck trekt naar het hart van Afrika, dat volgens hem „barst van de grondstoffen die onontbeerlijk zijn in onze moderne tijd – én van de gruwelijke conflicten”. Het boek beschrijft vanuit het perspectief van mensen die proberen te overleven, de „verbijsterende” geschiedenis van het land dat in 1960 onafhankelijk werd. Congo is een excellent voorbeeld van literaire non-fictie, een genre dat sindsdien opgang kent.
Connie Palmen
Legendarisch was de verzengende, verzwelgende liefde tussen Sylvia Plath en Ted Hughes – zo groot, zo destructief. Beminnen was vechten, liefde een gewelddaad, want pas in de razernij van complete overgave zou de passie ultiem zijn en de geliefden hun ware zelf. Het eindigt in haar zelfmoord, waar hij de schuld van zou krijgen. Connie Palmen evoceert die liefde en dat geweld in haar hoogst geprezen roman (Libris Literatuur Prijs 2016), door het woord te geven aan Hughes, de vermeende verrader. De gefictionaliseerde apologie Jij zegt het is ook een uniek palmeneske hybride, waarin ze de diepten van haar schrijverschap aanraakt en met fictie de werkelijkheid naar haar hand zet.
Patricia de Martelaere
De titel van de vijfde en laatste roman van filosoof en writers’ writer Patricia de Martelaere (1957-2009) verwijst naar La réponse imprévue (1933), een werk van de Belgische surrealist René Magritte. Dat schilderij toont een deur waaruit een vormeloos silhouet is weggesneden. Afwezigheid en tomeloos verlangen behoren tot De Martelaeres thema’s, ook in dit obsessieve boek. In de eerste hoofdstukken wordt de mysterieuze Godfried H. bekeken door de ogen van verschillende vrouwen. Het zesde hoofdstuk bestaat uit brieven aan H., maar nergens, ook niet in het zevende en laatste hoofdstuk, wordt H. een personage met duidelijke contouren. „Het boek dendert van de hartstocht”, zei schrijver Saskia De Coster erover.
Ilja Leonard Pfeijffer
La Superba: de stad waar Ilja Leonard Pfeijffer naartoe migreerde, Genua, is een pleisterplaats, een poort naar Europa, trotse vergane glorie, en een verduiveld doolhof, waarin je al even gemakkelijk hoogmoedig verdwaalt als in het spel van feit en fictie dat deze schrijver zo graag speelt. Dat speelt hij superieur in La Superba (Libris Literatuur Prijs 2014), dat behalve een ode aan zijn geliefde domicilie ook een sleutelboek in Pfeijffers oeuvre is, waar de verbeelding hoogtij viert én de wereldse realiteit om aandacht vraagt. Behalve een virtuoze liefdes- en kunstenaarsroman is het een indrukwekkende migratieroman, waarmee Pfeijffer de status van groot schrijver naar zich toe schreef.
Geert Mak
Aan het einde van de twintigste eeuw reisde journalist en schrijver Geert Mak een jaar lang langs plaatsen in Europa die belangrijk waren in de voorbije honderd jaar, van Verdun tot Stalingrad en van Tsjernobyl tot Diksmuide. Bijna dagelijks stuurde hij een stukje naar NRC Handelsblad. In In Europa, een mengeling van reisreportage en geschiedschrijving, maakt hij 1200 pagina’s lang de balans op: hoe lag het continent er rond de eeuwwende bij? Het was een bloedige eeuw, met twee wereldoorlogen en een aantal dictatoriale regimes. Maar aan het einde van de eeuw leek er iets te veranderen: minder gruwelijkheden, meer samenwerking.
Ilja Leonard Pfeijffer
„De roman van het jaar”, kopte NRC bij verschijning van wat Pfeijffers grootste bestseller werd. Een boek waarin hij een cultuurpessimistisch spektakelstuk optuigde over de bedreigde Europese cultuur, die in handen van barbaren dreigt te vallen – oftewel: van de sprinkhanenplaag die de massa is. Door massatoerisme ruim baan te geven gooit het continent zijn authenticiteit in de uitverkoop – maar de vraag is of dat erg is. Hoofdpersoon Ilja Leonard Pfeijffer, het theatrale alter ego van de auteur, hopeloos klassiek romanticus, outdated seksist en daarmee belichaming van de nostalgische Europeaan-in-verval, probeert zich enigszins te voegen naar de nieuwe tijd, door evenveel te knipogen naar De Da Vinci Code als naar De Toverberg.
Stefan Hertmans
Oorlog en terpentijn is dé Vlaamse roman van het eerste kwart van deze eeuw. Met het verhaal van zijn grootvader, een kleine oorlogsheld die ervan droomde kunstenaar te worden. Hertmans baseerde zijn verhaal op de cahiers die zijn grootvader hem had nagelaten. Jarenlang liet de schrijver ze ongelezen liggen. Toen hij ze las raakte hij in de ban van het leven van zijn grootvader: de armoede aan het einde van de negentiende eeuw in de industriestad Gent, de oorlog aan het front, het verlangen om kunstenaar te worden dat verweven raakt met liefdestragiek. Een meeslepend en aangrijpend boek.
Tommy Wieringa
De wervelende ontwikkelingsroman Joe Speedboot van Tommy Wieringa beleefde al zijn 57ste druk. Het boek gaat over de vriendschap tussen de jonge vliegtuigbouwer Joe Speedboot en de zwaar invalide Fransje Hermans, de ‘verteller’ van het verhaal – we lezen zijn fantasie en gedachten want zijn spraakvermogen verloor de veertienjarige door een ongeluk. Joe Speedboot zou je allereerst moeten lezen om de stijl, schreef onze recensent destijds. Op bijna iedere bladzijde is wel een mooie zin of een humoristische zinswending te vinden. In 2025 wordt het boek, na eerder onenigheid over het script, alsnog verfilmd.
Tom Lanoye
Sprakeloos speelt zich af in Lanoyes geboortestreek en is het verhaal van zijn moeder, een gevierde amateur-actrice en een ‘diva’ die door een beroerte haar spraakvermogen verliest. De roman vertelt op een eerlijke, aandoenlijke manier hoe ze aftakelt. Tegelijkertijd maakt Lanoye de balans van zijn jeugd op. Lanoye kreeg relatief weinig literaire prijzen, ondanks zijn succes bij het publiek. Pas in 2024 volgde meteen de hoogste in ons taalgebied: de Prijs der Nederlandse Letteren. De kwaliteit van Sprakeloos is ongetwijfeld een van de argumenten geweest om hem die toe te kennen. Het is een pakkend eerbetoon en een prachtig moederboek.
Lucas Rijneveld
Een Nederlandse debuutroman die niet alleen vertaald wordt, maar ook meteen de wereldwijd toonaangevende prijs voor naar het Engels vertaalde fictie wint – internationaal is De avond is ongemak (winnaar van de Booker International Prize 2020) vooralsnog hét Nederlandse literaire visitekaartje van deze kwarteeuw. Enerzijds haakte Lucas Rijneveld aan bij een goede vaderlandse literaire traditie, met een coming-of-ageverhaal van getraumatiseerd kind in een rouwend gezin op het beklemmende, streng gereformeerde platteland. Anderzijds tuigde dit jonge talent met een volstrekt eigen, van buitenissige associaties buitelende stijl, een wreed en intens universum op dat geen lezer onberoerd liet.
Arnon Grunberg
Zijn baan, zijn spaargeld, zijn dochter: alles wat zijn onaantastbaar geachte status bepaalde, glipt Jörgen Hofmeester uit handen. Wie ‘9/11’ als dé bepalende gebeurtenis van de 21ste eeuw tot dusver beschouwt, vindt in Arnon Grunbergs meest geprezen en strakst gecomponeerde roman Tirza de ultieme bijpassende Nederlandstalige roman. Hofmeester ziet zijn tienerdochter Tirza in de armen vallen van Choukri, in zijn ogen de dubbelganger van één van de aanslagplegers op de Twin Towers – waarmee Grunberg de crisis van het westen verpakt in een kitchen sink drama. Evenzeer ernstig als ironisch en thrillerachtig, met de onbetrouwbare verteller als meesterlijk ingezette literaire techniek, luidt Grunberg hier de neergang in van de westerse witte man.
Manon Uphoff
Het alom geroemde Vallen is als vliegen werd door NRC en Humo uitgeroepen tot beste Nederlandstalige roman van 2019. Deze vierde roman van Manon Uphoff, onder meer genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs, raakt als een mokerslag. Het is het relaas van een vertelster die stelselmatig seksueel is misbruikt door haar vader. Op onvoorstelbaar krachtige wijze maakt Uphoff inzichtelijk hoe grensoverschrijdingen bij een kind ieder grensbesef vernietigen. Goed en slecht, slachtoffer en dader, macht en machteloosheid, opwinding en angst. Wat deze roman zo huiveringwekkend maakt, aldus de recensent in NRC, is niet het immense contrast tussen deze uitersten maar juist het ontbreken van dit contrast.
Anjet Daanje
Een elfdelige roman, die anderhalve eeuw omspant, die op klassieke wereldliteratuur en tijdsfilosofie voortborduurt, spookverhalen, sociaal realisme, liefdesgeschiedenissen, driehoeksverhoudingen, horror, een obsessieve speurtocht en een intiem rouwverhaal herbergt. Op het oog megalomaan, maar de compromisloze Anjet Daanje volbracht titanenwerk, in een roman die erkend wordt als onomstreden hoogtepunt in de jongste Nederlandse literatuur. Teruggebracht tot de essentie gaat Het lied van ooievaar en dromedaris over de dood en wat daarna rest van het leven – en daarmee over wat literatuur vermag, namelijk voortbestaan, ook wanneer de schepper ervan al in de tijd verloren is geraakt.
Het laatste boekennieuws met onze recensies, de interessantste artikelen en interviews
Source: NRC