Home

Hoe houdbaar is het Zuivelmuseum?

Wie denkt dat er in Wapenveld niets valt te beleven, heeft het Zuivelmuseum over het hoofd gezien. In Erve IJzerman, de historische Gelderse boerderij die het museum huisvest, ontvluchten nostalgiezoekers de urban vibe tussen karntonnen en bedsteden boven de paardenstal; er komen gezinnen en grootouders met kleinkinderen voor „een loeigoed uitje”; en natuurlijk liefhebbers van all things melk en zuivel. Ruim vijfduizend bezoekers dit jaar.

Maar mogelijk valt het doek voor het enige Nederlandse museum dat de geschiedenis van de hele zuivelketen „van gras tot glas” laat zien. Aan de exploitatie hoeft het niet te liggen. Die is, dankzij overheden, fondsen en bedrijven, voor drie jaar gedekt. Ware het niet dat het Zuivelmuseum de boerderij huurt van nonprofitstichting BOEi, die cultureel erfgoed een nieuwe bestemming geeft en de boerderij heeft gerestaureerd.

En die veertigduizend euro huur per jaar zijn „killing”, zegt vice-voorzitter Wim van Dommelen (70) als hij met curator Rob van Vliet (63) koffie (met plastic cupjes koffiemelk) schenkt in de oude huiskamer, waar een heteluchtkacheltje snort. Allebei komen ze „uit de zuivel”. Van Dommelens vader was melkveehouder en zette zijn bussen nog langs de weg om opgehaald te worden door de coöperatie. Van Vliet is opgeleid als zuiveltechnoloog in Wageningen.

Het idee was altijd al dat het museum dit rijksmonument uit 1898 van de stichting zou kopen. Van de benodigde 960.000 euro ontbreekt nog 275.000 euro. „Het algemene gevoel is: waar heb je het nog over?” zegt Van Dommelen.

Dan heb je het over sluiting. Het museum heeft zelf per 1 januari de huur opgezegd en als het geld er voor 1 april niet komt, is het schluss. Hoewel er nog „gesprekken lopen” is het museum een crowdfunding-actie begonnen; „Samen geven we het verhaal van de zuivel een thuis.”

Dagen van Melk van Jutta Chorus, over opkomst en ondergang van zuivelbedrijf Menken, had al een bodempje gelegd. Zo wist ik dat melk een bron van besmettingen was, totdat de Duitse bezetter pasteuriseren verplicht stelde. En dat de gegarandeerde literprijs na de oorlog tot boterbergen en melkplassen leidde.

Ook ik ben gehersenspoeld door het Nederlands Zuivelbureau: ‘Melk is goed voor elk’, ‘Melk, de Witte Motor’, ‘Met melk meer mans’ en natuurlijk Joris Driepinters ‘Drie glazen melk per dag!’. Dat was in de tijd dat melk, in Chorus’ woorden, „bijna als geneesmiddel werd aangeprezen”. Dat is voorbij; melk en melkproducten kregen vroeger twee forse taartpunten in de Schijf van Vijf, nu nog maar één smal partje.

„Het beste voedingsadvies is: eet gevarieerd en matig, maar daar onderscheid je je niet mee van de concurrent”, zegt Van Vliet.

Het Zuivelmuseum laat het allemaal zien: melkbussen, de hondenkar waarmee de melkboer langs de huizen ging, flessen in soorten en maten, de opkomst van de coöperaties, een laboratoriumpje om het vet- en eiwitgehalte te meten, een houten roomijsmachine. En er is een rijdende ‘winkel aan huis’ van SRV, de organisatie die de ‘melkman’ vanaf 1966 nieuw elan moest geven. Er is zelfs een hoekje dat uitlegt hoe de keten ‘van gras tot glas’ dankzij slimme enzymen misschien ooit zonder de schakel ‘koe’ kan.

De crowdfundmeter staat op 12.000 euro, maar dat is pas na één week, en in januari gaat het museum „gericht” op zoek, vooral in de zuivelsector, zegt Van Dommelen. „Er is al zoveel bereikt, wie durft het nu nog te laten klappen?”

Hans Steketee doet elke maandag ergens vanuit Nederland verslag

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Cultuurgids

Elke donderdag de mooiste verhalen over kunst en cultuur: interviews, recensies en achtergronden

Source: NRC

Previous

Next