Home

Terugkijken: het jaar waarin bioplasticfabriek Avantium bijna de eindstreep niet haalde

Duurzaam ondernemen Tom van Aken van bioplasticmaker Avantium had het „zwaarste jaar van zijn carrière”. Maar het lijkt erop dat het goed komt met zijn bedrijf. Hardlopen helpt hem het vol te houden. „Als het even tegenzit, zeggen mijn dochters: kom op, pap. Je bent nu al zo ver.”

Nooit rende Tom van Aken hier zo vaak als afgelopen jaar, toen zijn bedrijf Avantium in het zicht van de finish alsnog leek te struikelen.

‘Mijn vrouw vindt het onwijs saai”, zegt Tom van Aken. „Die heeft zoiets van: je loopt alleen maar heen en weer. Er is hier niks.”

Voor Van Aken is het therapeutisch. Hardlopen, op en neer op het strand. Vaak begint hij bij het zuidelijkste puntje van Zandvoort. Onderweg naar Noordwijk keert hij halverwege om. Nooit wijkt hij af van zijn routine, rent hij bijvoorbeeld de duinen in.

Vandaag, een doordeweekse ochtend in december, lopen de grijstinten van het water over in de bewolking boven de zee. Het uitzicht over het lange strand eindigt in een mistbank honderd meter verderop.

„Het is grappig, want het ziet er zo ongelooflijk monotoon uit. Maar naar de zee kan ik eindeloos blijven kijken.”

NRC zoekt hem hier op, ’s ochtends vóór zijn werkdag, en twee maanden eerder in Delfzijl in zijn fabriek. Van Aken is de baas van Avantium, dat op een innovatieve manier plastic kan maken uit planten (in plaats van olie of gas). De fabriek is bijna opgestart om commercieel te produceren en het bioplastic te verkopen aan klanten als Albert Heijn en bierfabrikant Carlsberg.

Maar afgelopen jaar dreigde Avantium af te stevenen op een faillissement toen het in acute geldnood kwam. Na maanden grote financiële onzekerheid besloot het ministerie van Klimaat en Groene Groei staatssteun te verstrekken. Samen met banken, aandeelhouders en InvestNL schoot het te hulp.

Avantium geldt als grote belofte binnen de groene chemie. Maar innovatieve start-ups worden zelden groot in Nederland. Ze krijgen mondjesmaat financiering, gaan met een te krap budget van start en de opschaling blijkt complex. Hermans wilde met de steun „nieuwe innovatieve bedrijven beter ondersteunen”, want, zo schreef ze aan de Tweede Kamer, zij zijn hard nodig voor de verduurzaming van de Nederlandse chemie. En anders, aldus Hermans, verdwijnt de innovatie naar het buitenland.

NRC sprak Van Aken – twintig jaar topman van het bedrijf – afgelopen jaar meerdere keren. Hoe is het om leiding te geven in een sector die zich maar moeilijk laat vergroenen? In die gesprekken blikt hij terug op het ondernemen tegen de stroom in en het „zwaarste jaar uit zijn carrière”.

Gedachten ordenen

Van Aken ziet er met zijn jongensachtige gezicht jonger uit dan zijn 55 jaar. Hij rent in rustig tempo over het zand, in korte broek, op blauwe hardloopschoenen. Hoe verder de bebouwing van Zandvoort achter hem raakt, hoe leger het strand. Tot hij alleen is, met de meeuwen die tot hun enkels in het water staan. En met een zeehond die zijn grijze kop boven het water steekt en een stukje lijkt mee te zwemmen.  

Nooit rende Tom van Aken hier zo vaak als afgelopen jaar, toen zijn bedrijf Avantium in het zicht van de finish alsnog leek te struikelen.

Hier kan hij zijn gedachten ordenen. De gebeurtenissen van het werk krijgen een plek. „Wat is erg? Wat is vervelend, maar overkomelijk? Dat soort dingen kan ik beter zien als ik rustig aan het hardlopen ben.”

Nooit was hij hier zo vaak als afgelopen jaar, toen Avantium in het zicht van de finish alsnog leek te struikelen. „Er waren momenten dat ik dacht: goh, gaan we dit redden? En dat mensen om me heen wanhopig naar mij keken. Van: geloof jij nog steeds dat we dit gaan redden?”

Hij kijkt terug op een zomer waarin hij met collega’s „zeventig, tachtig uur per week” werkte. En hoe harder hij werkte, hoe meer hij het nodig had om hier te rennen. Soms om de dag.

Het was een manier van werken die hem terug deed denken aan zijn vader. Tom van Aken werd geboren in Amsterdam, groeide deels op in Canada, en woonde daarna in Amstelveen. Het gezin werd met name door zijn moeder gerund. Zijn vader was internist, gespecialiseerd in bloedveiligheid (bijvoorbeeld het voorkomen van de overdracht van virussen bij transfusies). Hij was zes, soms zeven dagen in de week aan het werk, veel in het buitenland. „Hij kwam nooit naar hockeywedstrijden, nooit op een schoolvoorstelling, of een tienminutengesprek.”

Zijn vader was met geneeskunde zelf nog een uitzondering geweest. Het was een bèta-familie, waar mensen werktuigbouwkunde, natuurkunde of chemische technologie hadden gestudeerd. Ook voor Tom van Aken, de enige zoon uit een gezin van drie kinderen, was de verwachting duidelijk. „Een natuurwetenschappelijke studie was de enige richting die mijn vaders kant van de familie een echte studie vond.”

Aken ging scheikunde studeren in Utrecht. Maar hij vond die studie erg theoretisch. Voor de afwisseling deed hij er een paar jaar economie bij. Na zijn studie kreeg hij een baan bij DSM. Hij klom op tot director business development, waarvoor hij veel in Azië kwam.

Van Aken, nog een twintiger, moest een markt vinden voor producten van DSM, met name jodiumproducten. Niet bijster spannend, zo leek, maar juist op dat moment besloot de Chinese regering dat kaliumjodide (een vorm van jodium) moest worden toegevoegd aan Chinees tafelzout. In die tijd leerde Van Aken pas echt onderhandelen. DSM had een goede uitgangspositie, dus in westerse landen was het snel tot een deal gekomen. Maar in China bleek dat niet zo te werken. De onderhandelaars gingen er „schaamteloos” hard in. „Was er eindelijk een akkoord over de prijs, dan begon een nieuwe onderhandeling: de betalingsvoorwaarden. En daarna de onderhandeling over hoe het verscheept wordt. En dan over wie er zou betalen voor verzekeringen.” Bij onderhandelingen in Japan leerde hij nooit te zeggen wanneer zijn vlucht naar huis zou vertrekken. „Want dat wordt gewoon keihard tegen je gebruikt.”

Mensen met een slim idee

Toen Van Aken later voor DSM in de Verenigde Staten werd gestationeerd, raakte hij bevangen door de cultuur van biotechondernemers. Mensen met een slim idee huurden een kantoor, haalden een paar miljoen op bij investeerders, schroefden een logo op de gevel en gingen aan de slag. Zo spannend was het niet bij het grote, logge DSM.

Van Aken begon rond te vragen: hoe kwam hij nou bij zo’n start-up? Tot hij werd gebeld door een headhunter: of hij eens bij Avantium in Amsterdam wilde komen praten. Zijn vader, juist trots dat zijn zoon bij DSM werkte, zag het niet zitten. „Hij had zoiets van: Avantium? Nee, daar heb ik nog nooit van gehoord. En ik zei: ik ook niet, maar who cares?”

Avantium richtte zich met name op het ontwikkelen van katalysatorsystemen, processen om chemische reacties te kunnen versnellen. Chemici dachten op dat moment al decennia na over het maken van plastic uit suikers. „De eerste stap – suiker oplossen – deden onderzoekers altijd met water”, zegt Van Aken. „Dat gaat goed met suiker. Maar als de in water opgeloste suiker met een zure katalysator moet reageren, wordt het stofje onstabiel. Dan krijg je later in het proces allerlei problemen.”

Gert-Jan Gruter, Avantiums technologie-expert en hoogleraar duurzame chemie aan de Universiteit van Amsterdam, besloot in 2007 hetzelfde proces te proberen met suiker die was opgelost in alcohol. Met een zakje suiker uit de kantine wordt het succesvol getest. Van Aken: „Mijn enige bijdrage was zeggen: maar zó simpel kan het toch niet zijn?”

Het was een doorbraak die er uiteindelijk toe geleid heeft dat er nu een fabriek staat op het winderige industrieterrein in het Groningse Delfzijl. Als de fabriek commercieel draait, zullen vrachtwagens fructosesiroop uit tarwezetmeel aanleveren uit Frankrijk. De eerste stap van het proces, suiker oplossen in alcohol, gebeurt straks in grijze reactorvaten op de begane grond van de fabriek. Met het proces kan Avantium uit tarwe, maïs, of bijvoorbeeld landbouwafval FDCA maken. Dat is de belangrijkste chemische bouwsteen voor PEF, de plantaardige variant op het plastictype PET.

Maar de weg naar de fabriek was lang. Van Aken klopte de afgelopen twintig jaar bij „honderden” investeerders aan. „Mensen uit de chemische industrie gingen in het begin soms bijna lachen”, zegt Van Aken. „Van ja, kom op: ga jij nou als start-up aan een nieuw plasticmateriaal werken?”

Uiteindelijk lukte het Avantium in 2011 om een proeffabriek in Geleen te openen. In 2012 zat Van Aken in het vliegtuig naar Coca-Cola met een eerste, nog een beetje gelige PEF-fles, als alternatief voor de petflessen van het frisdrankmerk. Een fles die zelfs beter zuurstof en CO2 blijkt te kunnen tegenhouden. Zo blijft drank langer houdbaar.

Echt trots

In 2017 gaat Avantium (na een mislukte beursgang in 2007) naar de beurs. De ouders van Van Aken zijn erbij. „Dat was voor het eerst dat mijn vader echt trots was. ‘Ik zat verkeerd’, zei hij ook.”

Begin 2020 maakt Avantium bekend in Delfzijl een commerciële fabriek te gaan bouwen. Op dat moment denkt het bedrijf de fabriek in 2023 te openen, en met (minstens) 150 miljoen klaar te zijn. Eind 2025 is het kostenplaatje al opgelopen tot 255 miljoen.

Directeur Tom van Aken van Avantium op het ChemiePark in Delfzijl.

Dat dit soort opschalingsprojecten vaak tegenvallen en complex zijn, hoort Van Aken vaker terug van collega’s in de chemische industrie. Het onbegrip komt vooral van buiten. „Media, soms ook investeerders. Ook de ceo van Coca-Cola veronderstelde in 2012 dat de nieuwe PEF-flessen binnen een jaar of vijf wel in de supermarkt zouden kunnen liggen. Je zag mensen van de innovatie-afdeling toen al vertwijfeld kijken.”

Najaar 2024 is de fabriek eindelijk echt afgebouwd. Als Van Aken koningin Máxima een rondleiding geeft, noemt hij de fabriek „zijn vierde dochter”. Ze zegt het leuk te vinden dat hij de fabriek vrouwelijk aanduidt.

Wat rest is alleen nog het opstarten van de fabriek. Dat is niet gewoon: de knop aan, dat wist Van Aken ook wel. „Je stuit op dingen in de software die niet goed zijn, kleppen die niet goed werken, filters die het niet goed doen. En dan zet je het stil, en ga je dat fixen.”

Toch valt de opstartfase tegen. Avantium heeft meer financiering nodig. Het bedrijf kondigt in maart aan 40 miljoen via een aandelenuitgifte op te willen halen. Maar dan veroorzaakt Trump aan de andere kant van de oceaan chaos met zijn heffingen. De aandelenmarkt krijgt een dreun, en zeker kleine, risicovolle bedrijven. Tussen eind februari en begin april verliest Avantium twee derde van zijn beurswaarde. „Opeens zaten we met de situatie dat de aandelenmarkt dicht zat”, zegt Van Aken. „De banken wilden pas de rente voor onze schulden verlagen en de terugbetaaltijd verlengen als we eerst nieuw aandelenkapitaal hadden aangetrokken. We kwamen in hele korte tijd diep in de financiële problemen.”

Zeven dagen werken en wakker liggen

Er is nog maar geld om het een paar maanden uit te zingen. Er breekt een periode aan van crisis, van zeven dagen per week werken, van wakker liggen. Een deel van het team gaat zich voorbereiden op het doemscenario: een financiële ondergang. Van Aken zelf niet. „Ik zei: sorry, maar mijn focus moet volledig liggen op een oplossing vinden.”

Als het spannend wordt, zo leert Van Aken, gaan banken adviseurs en advocaten inhuren. Waar Avantium voor moet betalen. „Wij klopten aan bij de overheid. Die stelde adviseurs aan. Er waren toen zoveel adviseurs dat wij ook adviseurs moesten aanstellen om met de adviseurs te schakelen.”

Van Aken gaat alle raden van besturen van Nederlandse banken af. Hij zit bij het ministerie, bij investeerders, bij de provincie Groningen. In het begin „keek iedereen naar elkaar”, zegt Van Aken. „Maar adviseurs zijn natuurlijk niet alleen maar vervelende mensen, ze helpen je ook. Ze hebben heel goed naar het businessplan gekeken en kwamen met het advies: je moet toch meer geld ophalen dan je oorspronkelijk dacht. Om te zorgen dat je goed gefinancierd bent.”

Avantium weet in juni en juli twee keer overbruggingsfinanciering van 10 miljoen euro aan te trekken. Maar daarmee is de crisis niet weg.

De zomervakantie met zijn vrouw en drie dochters naar Griekenland gaat toch maar door. Al zijn er „alleen maar foto’s waarbij ik achter mijn laptop zit, of zit te bellen”, zegt Van Aken. „M’n dochters grapten dat ik twee weken mijn kantoor heb verplaatst naar Griekenland.”

Tot overmaat van ramp ziet een medewerker van Avantium in augustus dat een buis in Delfzijl een vreemd verkleurde lasnaad heeft. Er wordt een onderzoek gestart.

In het proces van Avantium wordt een uit suiker vervaardigd molecuul opgelost in azijnzuur, zodat er later de bouwsteen FDCA mee gemaakt kan worden. Van Aken wijst op de vierde verdieping van zijn fabriek naar buizen, waar nu stukken uit ontbreken. „We werken met hete azijnzuur en broom. Dat is ongeveer de meest corrosieve [roestende] combinatie die ik me kan voostellen. Titaniumbuizen kunnen daartegen, maar bepaalde lasnaden mogelijk niet. Als een lasnaad open zou gaan, zou je een enorm ongeluk kunnen krijgen.” Kortom: een extra probleem voor Avantium.

Doorbraak dankzij ministerie

De doorbraak in de crisis komt uiteindelijk door het ministerie van Klimaat en Groene Groei. „Ze zeiden: wij willen meedoen, maar dan moet iedereen bijdragen.”

Er komt een akkoord, waarbij Avantium de balans uiteindelijk met 85 miljoen zal versterken door de uitgifte van nieuwe aandelen. De staat neemt 15 miljoen daarvan op zich, en andere grootinvesteerders doen samen voor ruim 12 miljoen mee.

Het pakket komt wel met voorwaarden. De belangrijkste: Avantium moet reorganiseren. Van de 300 mensen moesten er 40 vertrekken.

„Rationeel kan ik het helemaal uitleggen”, zegt Van Aken. „We maakten een omslag van een research & development-bedrijf, naar een commercieel bedrijf. Maar van goede mensen afscheid moeten nemen… Dat vind ik gewoon hartstikke pijnlijk.”

Al met al werd 2025 het „zwaarste jaar uit mijn carrière”, zegt Van Aken. „Ook omdat er zoveel verschillende partijen aan tafel zaten. Het was ongelooflijk lastig om alle kikkers in de kruiwagen te houden.”

Volgend jaar

Na het hardlopen stapt Van Aken licht bezweet binnen bij Tijn Akersloot, een strandpaviljoen op het zuidelijkste puntje van de Zandvoortse boulevard. Soms, als zijn agenda het toelaat, drinkt hij hier nog een cappuccino voordat hij naar het hoofdkantoor van Avantium in Amsterdam rijdt. Nu neemt hij de tijd om nog even vooruit te blikken.

Volgend jaar moet – eindelijk – de fabriek gaan draaien, het product op de markt zijn. Wanneer dat is? „Nee, daar ga ik niet in de krant iets over zeggen”, zegt Van Aken. Het zal in in ieder geval nog een „aantal weken” in het nieuwe jaar duren voordat het probleem met de lasnaden is opgelost.

Opvallend genoeg kan Avantium door een draaiende fabriek nog niet winstgevend zijn. ‘Delfzijl’ kan straks 5 kiloton plastic per jaar produceren. Ter vergelijking: oliereus Shell heeft afgelopen jaren in Pittsburg een fabriek neergezet die 1.600 kiloton plastic per jaar kan maken.

Avantium wil met de fabriek vooral aantonen dat het commercieel kán. De winstgevendheid moet komen door licenties die Avantium wil verkopen aan chemiebedrijven, die daarmee „grotere fabrieken bouwen”. „Het is de bedoeling dat er fabrieken worden gebouwd die minstens 100 kiloton kunnen produceren, dus 20 keer groter zijn.”

Vanuit Japan, Korea en Thailand, en ook vanuit de Verenigde Staten is er interesse voor een licentie. Van Aken heeft al meerdere delegaties in de fabriek een rondleiding gegeven. „Maar iedereen zegt: ik wil eerst dat deze fabriek draait voordat ik een licentie af ga nemen.”

Interesse uit China is er ook, maar dat houdt hij af, geeft Van Aken toe. „We zijn bang dat als we één licentie in China verkopen, dat er dan tien fabrieken worden gebouwd. Het is moeilijk je intellectueel eigendom te beschermen in China.”

Een andere complicerende factor voor het toekomstig businessmodel is dat PEF voorlopig relatief duur is. PEF uit de fabriek in Delfzijl wordt vijf tot tien keer duurder dan het massaal geproduceerde fossiele broertje PET.

Toch ziet Van Aken het zonnig in. Omdat zijn plastic betere eigenschappen heeft, én minder vervuilend is. Veel bedrijven sloten al contracten, zoals biermakers Ambev, Carlsberg, en het moederbedrijf van Louis Vuitton. Sommige klanten willen van het bioplastic garens en stoffen maken.

Van Aken kijkt er „met name naar uit” om niet meer zoveel te hoeven praten „over waarom het langer duurt”. „Dat ik mijn tijd kan besteden aan praten met chemische bedrijven over het bouwen van grotere fabrieken en nieuwe projecten.”

Onderhandelen is ‘heerlijk’

Daarbij kan hij zijn oude onderhandelingstechnieken weer van stal halen. „Sommige mensen vinden dat uitermate ongemakkelijk. Maar als ik bij klanten zit en er wordt onderhandeld, dan denk ik: o heerlijk, hier ga ik even voor zitten.”

Nu in de wintermaanden is er eerst wat rust, ook voor het gezin. Dat vindt Tom van Aken belangrijk. „Ik denk dat als je het aan mijn kinderen vraagt, ik wel een ander soort vader ben dan de mijne was. Ik was wel bij de schoolavonden, bij de hockeywedstrijden.”

Aan de andere kant, zegt Van Aken, „zit er natuurlijk een enorme drive in mij om dit te doen. Dat probeer ik ook uit te leggen aan mijn dochters. En ze vinden dat eigenlijk ook wel mooi. Als het even tegenzit, zeggen ze: kom op pap. Je bent nu al zo ver.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next