Olympisch Kwalificatietoernooi De tot voor kort volstrekt onbekende Stijn van de Bunt (21) won zondag na de 5.000 meter ook de 10.000 meter. Voor de bondscoach is hij nu ook kandidaat voor het team van de ploegenachtervolging.
Stijn van de Bunt liet de concurrentie ver achter zich op de 10.000 meter.
Rustig en ontspannen stond hij erbij, in de tunnel naar het middenterrein van Thialf. Je zou niet denken dat Stijn van de Bunt (21), afkomstig uit Lopik, zojuist officieel de sensatie van het Olympisch Kwalificatietoernooi (OKT) was geworden. Hij had een rit gereden op 10.000 meter die, het kon niet anders, goed zou zijn voor plek één in de einduitslag – en een startplek op de Spelen. Met een verbluffende tijd (12:36.35, slechts een seconde boven het Nederlands record) zou hij – zo bleek later inderdaad – alle gevestigde namen achter zich laten. Achter Van de Bunt knokte de oude strijder Jorrit Bergsma (39) zich naar plek twee; ook hij lijkt zeker van deelname aan de Spelen.
Van de Bunts overwinning kwam twee dagen nadat hij de schaatswereld al had verbluft met een zege op de 5.000 meter. En dat terwijl hij afgelopen zomer nog zijn rug en enkele ribben had gebroken bij een fietsongeluk in Andorra, waar hij op trainingskamp was. Drie dagen in het ziekenhuis, acht dagen niet trainen – een eeuwigheid voor een topsporter. Na de vijf kilometer op vrijdag, vertelde Van de Bunt, was zijn telefoon op zwart gegaan door de vele berichten die hij had ontvangen („Ik dacht eigenlijk dat hij kapot was”). Van de opwinding had hij maar vier uur geslapen.
Toch stond hij er opnieuw, zondag bij de 10.000 meter. Hij wist dat hij goed in vorm was: de tien kilometer is eigenlijk nog meer zijn afstand dan de vijf kilometer. Maanden had hij hier naartoe gewerkt, zo vertelde zijn coach Erik Bouwman na afloop. „Dus we wisten ook echt dat hij ging knallen vandaag.” Van de Bunt had van tevoren geen rondetijden in zijn hoofd, was „gewoon op gevoel en techniek weggegaan”.
En zo zag het er ook uit, bezien vanaf de tribune. Met lichte en ontspannen slag ging Van de Bunt over het ijs – de 24 rondjes leken hem geen enkele moeite te kosten. Zijn rondetijden waren volkomen vlak. Na zes kilometer dook hij onder de 30 seconden – en iedere keer dat hij dat opnieuw deed, ging het publiek in Heerenveen harder klappen en juichen. Op de finish bleek Van de Bunt achttien seconden van zijn persoonlijk record te hebben afgesnoept. Dat hij zelfs een tijd lang zelfs onder het Nederlands record van Patrick Roest had gereden, hoorde hij pas naderhand van zijn coach.
Met zijn dubbelslag op het OKT is de tot twee dagen geleden volstrekt onbekende Van de Bunt in één klap ’s lands hoop op de lange afstanden geworden. De 5.000 en 10.000 meter zijn voor Nederlandse schaatsliefhebbers al tijden een bron van zorgen: de Nederlandse mannen worden er op hun voormalige koningsnummers afgereden door de buitenlandse concurrentie. Voorafgaand aan het OKT waren de verwachtingen daarom laaggespannen.
Met Van de Bunt, die nog niet eerder internationale wedstrijden reed, lijkt er straks in Milaan toch ineens een Nederlandse kandidaat voor het podium te zijn. Gevraagd naar die hoge verwachtingen, reageerde hij met opvallend veel zelfvertrouwen. Ja, hij snapte dat hij de nieuwe hoop van de natie was. ,,En ik ga graag die hoop vervullen. Ik vind zelf ook dat ik daaraan moet voldoen.”
De kans is groot dat het voor Van de Bunt op de Spelen niet zal blijven bij een startplek op de vijf en tien kilometer. Na afloop de 5.000 meter solliciteerde hij openlijk voor een plek in de ploegenachtervolging. Hij had er „de snelheid voor”, zei hij, plus ervaring uit zijn tijd bij de junioren. De bondscoach kon hem zeker bellen. „Ik ben er klaar voor.”
Alles wijst er inmiddels op dat dat telefoontje inderdaad zal komen. De resultaten op de 5.000 en 10.000 meter hebben bondscoach Rintje Ritsma namelijk opgezadeld met totaal nieuwe situatie. Van zijn beoogde team voor de Spelen, dat hij al twee seizoen lang bij alle wedstrijden opstelt, heeft zich maar één rijder rechtstreeks gekwalificeerd voor Milaan: Chris Huizinga, die tweede werd op de 5.000 meter. Het lijkt niet waarschijnlijk dat schaatsbond KNVB de afvallers een aanwijsplek gaan geven ten koste van twee andere schaatser. En dus, zei Ritsma al voor aanvang van de 10.000 meter tegen NRC, komt hij vanzelf uit bij Van de Bunt: „Ik zal wel moeten, anders krijg ik het team niet gevuld.”
Na zijn zege op de 10.000 meter legde Van de Bunt nóg een optie op tafel: de massastart. Daar is Jorrit Bergsma de eerste keus van bondscoach Ritsma, maar nummer twee Bart Hoolwerf wist zich op het OKT niet de selectievolgorde in te schaatsen. Het zou „heel mooi zijn”, als hij ook dat onderdeel zou mogen rijden, zei Van de Bunt. Bij de junioren had hij wel eens een massastart gereden, „en gewonnen ook”. Door zijn verleden in het skeeleren, zo vervolgde hij, heeft hij ervaring in een peloton – en hij kan ook aardig sprinten. „Ik denk dat ik een handige jongen ben die snel kan schakelen.”
Stijn van de Bunt in actie op de tien kilometer. Eerder won hij ook al de 5.000 meter.
Source: NRC