De operaklassieker Cavalleria rusticana is oorspronkelijk gesitueerd in een Siciliaans dorpje met Siciliaanse dorpelingen. Maar het werk blijkt ook op een ongebruikelijke locatie in Friesland tot zijn recht te komen. Productiehuis Nootstroom vertaalde het drama naar de truckerswereld.
is redacteur van de Volkskrant. Ze schrijft onder meer over voedsel en cultuur.
Het Halleluja komt in de kersttijd van alle kanten aanwaaien, maar op een afgelegen bedrijventerrein is het geen voor de hand liggende muziek. Vrachtwagens staan in lange rijen opgesteld op het terrein in het Friese Heeg. Ook in de enorme distributieloods ernaast staan enkele veeltonners. Fijne biotoop voor artiesten als Henk Wijngaard en Tina Trucker, maar juist hier klinkt een gedragen Halleluja (‘Prijst de Heer’) – en dat is geen actie van een religieus bevlogen trucker. Het is opera.
Arnaud Oosterbaan (45), dirigent, artistiek leider en maker van aanstekelijke opera’s op locatie, heeft een internationaal transportbedrijf in Heeg bereid gevonden om onderdak te bieden aan zijn nieuwste productie, Cavalleria rusticana. Als componist Pietro Mascagni in 1890 een Siciliaans dorpje vond kunnen voor zijn verhaal, kan het drama zich ook ontrollen in het truckerswereldje, dacht Oosterbaan, ook een hechte gemeenschap tenslotte, van gewone mensen.
Als maker van opera’s op locatie geeft hij de omgeving een hoofdrol in zijn producties. De vissersopera Peter Grimes van Benjamin Britten, een verhaal over de zee, liet hij in 2021 opvoeren op het Friese wad. Vorig jaar situeerde hij Giacomo Puccini’s Suor Angelica in een enorme boekenhal.
Nu schrijdt een statig koor naar voren tussen geparkeerde trucks in de hal: honderd zangers gekleed in dezelfde gele veiligheidshesjes als de truckers elders op het terrein. Onder hen zijn veel regionale rekruten, leden van het Noord Nederlands Concertkoor en het Prins Claus Conservatorium in Groningen. Het decor: pallets, vrachtwagens en heftrucks. Ervoor: een tijdelijke tribune met plaats voor 1.200 bezoekers. Halleluja – in het operaverhaal gaat de gemeenschap ter kerke, terwijl zich buiten een drama ontvouwt over liefde, overspel en wraak.
Het was een buitenkans, zegt Oosterbaan, die distributiehal. Hij maakt met zijn productiehuis Nootstroom jaarlijks een opera ergens op zijn Friese geboortegrond, en deze kans kon hij niet laten lopen. ‘Een keer per jaar zijn alle vrachtwagens van logistiek bedrijf Veenstra|Fritom een paar dagen thuis, tussen kerst en oud en nieuw. Ik kwam in contact met de directie, die het een fantastisch idee vond om in de rustige periode het bedrijf open te stellen voor een opera.’ Oosterbaan heeft er een legertje vrijwilligers en bedrijven uit Heeg en omgeving bij betrokken.
De locatie vroeg om souplesse van alle partijen. Je kunt zestig orkestmusici niet in een koude hal laten repeteren, dus schoof de afdeling planning een deel van haar kantoorburelen aan de kant voor de operamensen. ‘We hebben niks geen last van de muzikanten’, zegt een transportplanner. Op repetitiedagen liep het vrachtwagen- en operavolk door elkaar in de bedrijfskantine, bij de koffieautomaat ontstonden gesprekken over elkaars werelden.
Het publiek betreedt het terrein door een haag van vrachtwagens, wordt vervolgens ontvangen door medewerkers van het transportbedrijf die over hun werk vertellen, en komt uit in een hal waar eten en drinken te koop is, ‘een dorpsplein’. In de aanpalende hal wordt daarna de opera opgevoerd. Dat ‘plein’ sluit aan bij de oorspronkelijke dorpse setting van het stuk, zegt Oosterbaan.
Pietro Mascagni was een van de eerste componisten die alleen gewone mensen liet opdraven in een opera: boeren, arbeiders, soldaten, schorriemorrie ook – het begin van het verismo (realisme) in de opera. Tot dan toe gingen voorstellingen vaak over de high society, over verheven idealen. Het verisme gaf ruimte aan rauwe emoties, inclusief korte lontjes en ordinaire vechtpartijen.
De vertaalslag van een Siciliaans dorp naar de Friese transportwereld vergde geen grote ingrepen in het verhaal. Regisseur Paul Carr – hij maakte eerder enkele producties voor de Nederlandse Reisopera, alsook Peter Grimes op het wad – laat de locatie haar werk doen. Het dorpsmeisje Santuzza komt in de Friese variant onder een Daf-truck vandaan gekropen in een overall – ze is monteur. Sopraan Charlotte Janssen mag zich als de bedrogen Santuzza lekker laten gaan in het verdriet en de woede over haar vriend Turiddu: hij gaat vreemd met zijn ex, Lola (mezzosopraan Marijke Beute). In een vrachtwagencabine, waar anders.
Turiddu – leren jasje, gouden ketting – mag fel en verontwaardigd de driftkikker uithangen, wat tenor Eric Reddet hartstochtelijk doet. Zijn rivaal Alfio (bas-bariton Sven Weyens), de man van Lola, beweegt zich over de betonvloer op een kleine heftruck. ‘Hoefde ik niet lang over na te denken’, zegt Carr, ‘in het oorspronkelijke verhaal heeft Alfio een paard en wagen: hij is chauffeur.’ Pallets dienen als tafels, de herberg waar het dorpsvolk zich verzamelt na de kerkgang is hier een kroeg in een open trailer. En hé: wordt daar niet toevallig beerenburg geschonken, een knipoog naar de lokale cultuur?!
Of werkt het misschien drempelverlagend? Ongeveer 40 procent van het Nootstroom-publiek is nog nooit naar een opera of een klassiek concert geweest, weet Oosterbaan. Ook de jonge chauffeur niet die tijdens een repetitie zijn grommende truck tot stilstand brengt voor de hoofdingang. ‘Ik ben er niet bekend mee’, zegt hij vriendelijk, nadat hij zich uit zijn cabine heeft laten glijden. ‘Ik dacht eigenlijk dat opera iets was voor oude mensen.’
Cavalleria rusticana door Nootstroom. Bij Veenstra|Fritom in Heeg, 27 t/m 30/12.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant