Home

Floradorpers vinden het maar overdreven, al die politie vanwege het verbod op hun vreugdevuur

Jaarwisseling Een verbod op het oudjaarsvuur in Floradorp leidde dit weekend tot rellen in de Amsterdamse buurt. Dat krijg je als een traditie wordt afgepakt, zeggen buurtbewoners. „Het vuur is om samen het jaar af te sluiten. Saamhorigheid, verbinding, dáár draait het om.”

Restanten van een brand in de Amsterdamse wijk Floradorp.

Op een zwartgeblakerd kruispunt staat Patrick van Bronswijk (46) zondagochtend voor een draaiende camera van Hart van Nederland. Hier begon het allemaal, zegt hij terwijl een waterig zonnetje doorbreekt. Gisterenmiddag, met een tonnetje op straat. „Een olievat met een keurig vuurtje erin.” Gemoedelijk was het. Zo’n zestig buurtbewoners hadden zich verzameld, kinderen, ouderen. André Hazes op de achtergrond. „Iedereen had kerst gevierd, en dan is het een soort traditie om even met het dorp bij elkaar te komen. ‘Hé, hoe was het? Lekker gegeten?’”Om een uur of zes was de wijkagent erbij gekomen. Die had gezegd dat de ton op de stoep moest, vertelt Van Bronswijk, om het verkeer niet te hinderen. Zo gezegd zo gedaan. „Maar daarna was het: ‘Nee, hij moet toch daar in de voortuin.’” Wijzend op een hekje: „Dat was ingewikkeld. Dus de mensen zeiden: het kan niet. Een kwartier later stond er een hele linie agenten in van die beveiligde kleding.”

In Floradorp, een buurt in Amsterdam-Noord, is de sfeer al een tijd gespannen. Tot frustratie van veel bewoners gaf de gemeente dit jaar geen toestemming voor het traditionele oudjaarsvuur. Op advies van de brandweer besloot burgemeester Femke Halsema in het voorjaar al dat zo’n vuur in een woonwijk te gevaarlijk was en te veel zou vragen van de hulpdiensten. Sindsdien rommelt het: een bewonersavond met Halsema eindigde in een scheldpartij, een gemeentecamera werd opgeblazen, bushokjes sneuvelden en ondergrondse containers gingen in vlammen op. Zaterdagavond ging het opnieuw mis. Dit keer greep de ME in nadat groepjes jongeren op verschillende plekken brandjes stichtten en agenten met zwaar vuurwerk werden bekogeld. Er werden geen aanhoudingen verricht.

„Niet wat je wil”, zegt geboren Floradorper Patrick van Bronswijk over de escalatie. Maar wel wat je krijgt, denkt hij, als mensen het gevoel hebben dat een traditie wordt afgepakt. „Het vuur  is om samen het jaar af te sluiten, het nieuwe jaar in te luiden, degenen te herdenken die er niet meer zijn. Saamhorigheid, verbinding, dáár draait het om.” Generaties groeiden ermee op, zegt hij. Het vuur is een van zijn vroegste herinneringen. „Ik hield als klein jochie m’n hand tegen het raam en had meteen een blaar.” In die tijd was het nog midden in de buurt. „De lantaarnpalen smolten, de dakgoten. Absoluut gezellig en absoluut niet veilig.”

Straatbeeld in Floradorp.

Kerstboombrandjes

Veiligheid was juist wel het idee achter het Floravuur. Eén groot, gezamenlijk vuur moest een einde maken aan de vele kleine kerstboombrandjes, zo werd besloten in 1951. Naarmate het vuur groter werd, verhuisde het naar een veldje aan de rand van de buurt. Maar ook daar liep het geregeld uit de hand. In 2002 – toen onder meer twee auto’s in vlammen opgingen – stelde burgemeester Job Cohen het jaar erop een verbod in. Het zorgde voor hevige rellen tijdens de jaarwisseling, waarbij de politie werd bekogeld met stenen en de ME werd ingezet. „De arrestatieteams lagen hier op de schuurtjes”, weet een oudere buurtbewoner te vertellen.

Een vlag in de Amsterdamse wijk Floradorp.

Sinds 2019 werd Stichting Flora4life, met Patrick van Bronswijk als voorzitter, verantwoordelijk voor de organisatie van het Floravuur. Eind 2022, nadat het twee keer vanwege corona niet doorging, werd het vuur op het allerlaatste moment afgeblazen vanwege de harde wind. Nadat omstanders vuurwerk op de brandstapel gooiden, vatte die kort voor middernacht toch vlam. De brandweer bleef de hele nacht paraat om de houten dijkhuizen vlakbij het veld te beschermen.

De afgelopen jaren voldeden ze aan alle mogelijke voorschriften, zegt Van Bronswijk, handen diep in de borstzakken van zijn zwarte winterjas. De stapel werd kleiner. Er kwamen beveiligers, verkeersregelaars, brandwachten. Sneeuwkanonnen hielden de dijkhuizen uit voorzorg nat.

‘Onkruid en rattengif’

„Nou, het was wel weer overdreven hè gisteren”, zegt een vrouw met vlechtjes nadat ze het raampje van haar lichtgrijze Volvo naar beneden heeft gedraaid. „Die megafoon… Het eerste wat je hoort is: als jullie nu niet weggaan, komt er geweld!”

Verderop steekt de bestuurder van een klein zwart autootje ook haar hoofd naar buiten.„Hoi schat!” roept Van Bronswijk.„Halsema komt zo bij me koffiedrinken”, roept ze terug. „Kom je ook?”„Ja hoor, gezellig.”„Met onkruid en rattengif!”„O, dan neem ik voor de zekerheid een bakkie thee.”

Aangekomen bij zijn karakteristieke roze huis groet Van Bronswijk zijn 71-jarige overbuurman Roel, die net zijn duivenhok wil gaan schoonmaken. Wat vindt hij van de hele toestand? „Ik ben een echte Noorderling”, zegt hij schouderophalend. „Ik ben wel wat gewend.” Maar – en nu wil hij zich netjes uitdrukken –  het verbieden van het vuur is natuurlijk belachelijk. „Dan moet je het Suikerfeest ook schrappen. En Chanoeka.”  Van Bronswijk: „In 74 jaar tijd is er nooit geen woning uitgebrand.”

Source: NRC

Previous

Next