is econoom en publicist.
Dit eindejaarsverhaal gaat over de beroemde Britse econoom John Maynard Keynes, over artificiële intelligentie, over geluk en over rivaliteit, en, zoals het een eindejaarsverhaal betaamt, is er aan het slot een moraal die tot nadenken stemt.
Beantwoord – als u mee wilt denken – deze twee vragen. De vragen gaan over uw voorkeuren; er zijn geen goede en foute antwoorden.
Vraag 1: Wat heeft u liever?
U heeft drie weken vakantie per jaar; anderen een week
U heeft vijf weken vakantie; anderen acht
Vraag 2: Wat heeft u liever?
Uw loon stijgt met 2 procent; het loon van uw collega’s stijgt met 3 procent
Uw loon stijgt 1 procent; het loon van uw collega’s stijgt niet.
Ik moest, door de stormachtige investeringen in artificiële intelligentie dit jaar, aan Keynes denken, in het bijzonder aan een essay dat hij schreef in 1930, Economic possibilities for our grandchildren.
Hij relativeert in dat stuk het economische pessimisme dat destijds, daags na de beroemde beurskrach van 1929, opgeld deed. Hij wijst erop dat de inkomens van mensen in de voorafgaande eeuw spectaculair zijn gestegen; bekijkt de beurskrach, de oplopende werkloosheid, de economische krimp van die tijd als een tijdelijke aanpassing; en schetst de economische mogelijkheden voor de kleinkinderen honderd jaar later.
Dankzij de voortschrijdende wetenschap en kennis; dankzij de accumulatie van kapitaal(goederen); dankzij steeds toenemende productiviteit, schrijft hij, zal het ‘economische probleem’ over honderd jaar zijn opgelost. Hij bedoelt hiermee dat ‘de kleinkinderen’ nauwelijks meer zullen hoeven te werken voor de productie van de ‘absolute behoeften’, zoals een dak boven het hoofd, voedsel en verwarming. Overvloed (in plaats van schaarste) en vrije tijd (in plaats van werktijd) zullen in 2030 ons deel zijn! Verveling is anno 2030 de grootste bedreiging!
We zullen moeten leren een betekenisvol leven te leiden zonder werk. Misschien, schrijft Keynes, moeten we nog wel een tijdje vijftien uur per week blijven werken – maar dan toch vooral om stapsgewijs af te kicken van de arbeid.
Had Keynes ongelijk? Nee, niet meteen ja zeggen omdat u niemand kent die wekelijks vijftien uur werkt om de verveling te bestrijden en tegelijkertijd baadt in weelde.
Keynes had namelijk gelijk. Ten eerste was zijn inschatting juist dat de economieën (van Groot-Brittannië, de VS maar bijvoorbeeld ook van Nederland) zo hard zouden doorgroeien (aan de hand van wetenschap, technologie, kapitaal) dat de inkomens per kop zeer fors zouden stijgen. Ook al zitten er een Grote Depressie en een Tweede Wereldoorlog tussen, onze ‘absolute behoeften’ kunnen we vandaag de dag inderdaad bevredigen met een fractie van de arbeid die hiervoor in 1930 nodig was. In die zin is ‘het economische probleem’ opgelost.
Artificiële intelligentie (AI) herhaalt Keynes’ belofte voor ónze kleinkinderen. De AI-technologie zal, net als de afgelopen honderd jaar de melkrobot, de personal computer en de boekhoudsoftware, allerlei arbeid overbodig maken, de productietijd van onze ‘absolute behoeften’ nog verder reduceren dan nu al het geval is.
Maar waarom werken we dan nog steeds zo veel? Omdat we, naast absolute ook ‘relatieve’ behoeften hebben. Keynes beschrijft ze als consumptie die ons het gevoel geeft superieur te zijn aan de mensen om ons heen. Zulke behoeften, schrijft Keynes, kunnen best eens onverzadigbaar blijken. Zit daar de kern van de zaak? Kijk in dit licht nog eens naar uw antwoorden op de twee vragen aan het begin.
Frank Kalshoven is econoom en publicist. Reageren? Email: frank@frankkalshoven.nl.
Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.