is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over natuur en biodiversiteit.
Haast niemand merkte het op, maar de Nederlandse natuur kachelde dit jaar officieel weer ietsje achteruit. Gelukkig zijn er nog lichtpuntjes aan het einde van het jaar.
Ah, eindelijk: daar plofte (drie weken geleden) de elfde Voortgangsrapportage Natuur op de digitale deurmat. Met daarin de resultaten van de zesjaarlijkse rapportages over de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Geef toe, daar had u ook lang reikhalzend naar uitgekeken.
Flauw: het nieuws uit de nota – door J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur toegezonden aan de Tweede Kamer – haalde wat vakbladen maar niet één algemeen medium. Daar waren journalisten en redacteuren te druk met het optuigen van kerstbijlagen en terugblikken voor alle eindejaarslijstjes; anderen staarden zich wellicht nog blind op de probleemwolf die al maanden door het medialandschap doolde. Hand in eigen boezem: dat gold dus ook voor deze krant, want ook hier las u er niet over.
Wat niet meehielp: het nieuws uit deze rapportage zat nogal stevig ingemetseld met een stugge specie vol vakjargon en ambtelijk taalgebruik. (Smult u even mee: ‘Het ANLb is per 1 januari 2023 gewijzigd. De leefgebieden ‘droge dooradering’ en ‘natte dooradering’ zijn samengevoegd tot leefgebied ‘dooradering’.’) Hoewel daar niets bijzonders aan is: als natuurjournalist word je wel vaker het bos ingestuurd.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Voor het juiste begrip: de rapportages bevatten de officiële cijfers die Nederland aan de Europese Commissie heeft gestuurd over de uitvoering van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn, ook al weer een hele mond vol. Daarmee laten EU-landen zien of hun benodigde maatregelen hebben geleid tot een verbeterde status van vogels of een verbeterde ‘staat van instandhouding’ voor habitattypen en -soorten. En dat dan over de periode 2018-2023; de data (afkomstig van diverse organisaties, zoals soortenverenigingen die het noeste telwerk in het veld door vrijwilligers verzamelen) worden in Nederland gecontroleerd en vastgelegd door het Centraal Bureau voor de Statistiek.
Dit alles betekent in de praktijk dat lidstaten verplicht zijn passende maatregelen te nemen om verslechtering te voorkomen. Zo belandde Nederland in de bekende stikstofcrisis.
Kortom: hoe staat het met de natuur en die soorten? Heeft het herstel eindelijk ingezet? U raadt het al: nee, natuurlijk. Volgens de rapportage is – excusez le jargon – het aantal habitattypen met een gunstige staat van instandhouding sinds de rapportage van zes jaar eerder gelijkgebleven, maar het aantal met een zeer ongunstige staat van instandhouding is gestegen van 28 naar 31. Van de soorten die onder de Europese Habitatrichtlijn vallen, hebben 20 van 91 (22 procent) een gunstige staat van instandhouding. Zes jaar eerder waren dat er nog 21 van de 81 (26 procent).
Met andere woorden: de cijfers tonen aan dat de natuur in Nederland weer wat achteruit is gekacheld en dat Nederland toch echt aan de bak zal moeten. Vandaar misschien dat het ministerie van Rummenie geen feestelijk persbericht uitstuurde; het zou de waakhonden van de democratie alleen maar wakker schudden en voor je het weet hangen ze in je kuiten.
Intussen is een nieuw kabinet in de maak, wist de Tweede Kamer ternauwernood een desastreus mestplan van landbouwminister Femke Wiersma (dat de waterkwaliteit verder zou verslechteren) tegen te houden, werd vanwege de vogelgriep de hobbyjacht op wilde vogels als eenden verboden en gaan we (hopelijk) de laatste oudejaarsavond in waarop nog miljoenen dieren de stuipen op het lijf wordt gejaagd door het oorlogsgeweld van onze ‘traditie’. Het zijn fonkelende sterretjes aan een donker firmament; eindelijk vuurwerk waar de natuur wel bij vaart – laat dat het hele nieuwe jaar maar knallen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant