Onafhankelijk China heeft geen ‘grillen’. De economische en politieke strategie van het land is juist heel duidelijk. Maar dan moet je wel bereid zijn die te zien, stelt Eva Rammeloo.
Auto's in de Chinese havenstad Nanjing.
Onlangs opende Eurocommissaris Stéphane Séjourné een magneetfabriek in Estland. Om minder afhankelijk te zijn van de ‘grillen’ van China, zo klonk het in het NOS Journaal. Maar China heeft geen grillen. De Amerikaanse president is onberekenbaar, díé heeft grillen. Xi Jinping niet. Zo is er het vijfjarenplan van de staatsgestuurde economie, en geven beleidsdocumenten een goede inkijk in een langetermijnstrategie. Maar het is nóg belangrijker om te kijken naar wat de Chinese overheid doet.
Eva Rammeloo werkte tien jaar als journalist in China, en schreef het boek Alles onder controle. Leven in de kieren van de Chinese dictatuur
Tien jaar geleden schreef ik als correspondent in China over de elektrische auto, waarvan er destijds al veel meer in Shanghai rondzoefden dan op de Nederlandse wegen. Een batterijfabrikant met de wat suffe naam Build Your Dreams had zich op accu’s toegelegd en werd volop gesteund door de Chinese staat. Beijing had zich namelijk gerealiseerd dat de lucht in steden schoner moest én zag een gat in de markt. Volkswagen en consorten waren op het gebied van elektrisch rijden nog goed in te halen. Dit was een duw die de hele auto-industrie in beweging zette.
Toch bleef het in het Westen bij oppervlakkige conclusies en symptoombestrijding. Konden de Chinezen dankzij staatssteun de Europese Unie overspoelen met goedkope zonnepanelen en elektrische auto’s? Dan kwamen er hogere importheffingen en een wuivend vingertje naar de Chinese president. Telkens weer gelooft men dat de Chinese regering zich houdt aan de regels die wij als Westen hebben bedacht, en van zulke maatregelen onder de indruk zou zijn. Een enkele regeringsleider durfde groter te denken; in paradigma’s en strategieën. De Franse president Macron pleitte al sinds zijn aantreden in 2017 voor een autonomer Europa.
Decennialang was China zélf afhankelijk van het Westen. Om sterker te staan, was het zaak om de rollen om te draaien en andere landen van China afhankelijk te maken, wist de Communistische Partij (CCP). Na de auto’s volgden de chips. Nu kan China de meest geavanceerde chips nog niet zelf maken. Maar hoe lang blijft dat zo?
Ik herinner me ook dat de Chinese provincie Anhui aankondigde dat ze eigen chipfabrieken wil bouwen. Zoals tien jaar geleden ieder dorp een eigen autofabriek wilde hebben omdat dát de sleutel tot succes was, moeten nu overal in het land chipfabriekjes staan. Meer dan 99 procent zal waarschijnlijk mislukken, maar er zou over een paar jaar best een nieuwe gigant kunnen opstaan. Denk aan de wereldwijde schok toen een Chinees bedrijf begin 2025 AI-chatbot DeepSeek voorbracht. Het land is verder dan we denken.
Dat betekent niet dat China uit is op wereldheerschappij. De Chinese regering focust op haar eigen land. Het economische beleid is nauw verbonden met de geopolitiek, maar alles dat buiten de eigen strategie valt, is voor Beijing niet interessant. Oftewel: met geopolitiek geruzie houdt het land zich niet bezig, tenzij er heel duidelijke, concrete voordelen zijn.
Xi had de Europeanen bijvoorbeeld te hulp kunnen schieten in de oorlog die Rusland in Oekraïne begon. Xi en Poetin zijn immers dikke vrienden. Een bemiddelende rol, de steun aan Rusland stoppen en misschien zelfs Poetin bestraffend toespreken – bij succes had dat China fijne concessies van de Europese Unie kunnen opleveren, zoals misschien wel het verlagen van de importheffingen op elektrische auto’s en de toegang tot geavanceerde chips.
Er zouden ook geopolitieke voordelen zijn. Europa losweken van de Verenigde Staten, en de EU aan zijn kant krijgen – het was binnen handbereik voor Xi. Toch koos hij ervoor om Poetins afhankelijkheid te voeden. De CCP wil van het land een sterk economisch en politiek blok maken, van niemand afhankelijk en met ‘partners’ die China harder nodig hebben dan andersom.
Dat dit in dertig jaar gelukt is, is een grootse overwinning. In de jaren negentig onthaalde Deng Xiaoping Europese leiders in Beijing in de hoop investeringen uit het Westen binnen te halen. Nu gaan Europese leiders bij Xi Jinping langs om hem over te halen in Europa fabrieken neer te zetten. Macron ging twee weken geleden, en Starmer en Merz tekenen ook al in op een plekje in Xi’s agenda. Vanuit die afhankelijkheidspositie in de jaren negentig creëerden de Chinezen een langetermijnstrategie. Hebben wij die strategie inmiddels ook door?
Dit is geen betoog om ván China te leren. Het land is een éénpartijstaat, met alle gevolgen van dien voor de mensenrechten, en mét het ‘voordeel’ dat de CCP niet langs vijf schijven hoeft om een project door te voeren. (Het stikstofprobleem was in China al lang opgelost.) Maar daar gaat het niet om. Europa moet óver China leren.
Het Westen besloot nu eenmaal om China in de wereldeconomie op te nemen, dus nu moet het leren met het land om te gaan. We moeten begrijpen op welke manier China zijn economie verbindt met zijn buitenlandse politiek. En inzien dat de Chinese economie een belangrijke zwakke plek heeft: ze moet altijd blijven groeien. Het bestaansrecht van de CCP leunt op de belofte aan de Chinese bevolking dat die het onder haar bewind altijd beter zal krijgen.
Xi Jinping en de zijnen halen allerlei toeren uit om de economie maar te laten groeien, en die toeren leunen veelal op buitenlandse vraag. China is wel zo’n beetje uitgebouwd namelijk, en op de binnenlandse automarkt is het aanbod ook groter dan de vraag. De groei moet nu komen uit leningen aan en investeringen in fabrieken, havens en spoorlijnen in Europa, Afrika en elders ter wereld.
Het zou een stuk gezonder zijn als die groei uit de eigen bevolking kwam. Chinezen met vertrouwen in de toekomst, die van baan durven te veranderen, een bedrijf durven te beginnen of een huis durven te kopen. Dat vertrouwen is sinds de covidpandemie, die alles op z’n kop zette, tanende. De staat zou het sociale vangnet kunnen verstevigen. Piepkleine pensioentjes en magere uitkeringen nodigen niet bepaald uit tot het nemen van risico’s. En zonder betaalbare kinderopvang zien Chinese stellen af van gezinsuitbreiding die de vergrijzing van de nationale arbeidsaanbod kan afremmen.
Er zijn genoeg China-deskundigen om dit soort inzichten te analyseren en er verstandige conclusies uit te trekken. Misschien moeten ambtenaren, ministers en regeringsleiders daar eens naar gaan luisteren.
Europaredacteuren praten je bij over de belangrijkste ontwikkelingen in de EU
Source: NRC