Hoe is het ruim een jaar na de val van het Assad-regime in Syrië? Volkskrant-journalist Ana van Es verbleef drie weken in hoofdstad Damascus. ‘Het is allemaal erg fragiel.’
is chef van de wetenschapsredactie van de Volkskrant.
Dag Ana, in 2017 reisde je voor het eerst naar Syrië. Assad was toen nog aan de macht. Deze decembermaand was je er weer. Wat waren voor jou de in het oog springende verschillen?
‘Bij mijn allereerste bezoek werd ik constant vergezeld door een oppas, een ambtenaar van de regering-Assad. Die probeerde zich overal mee te bemoeien. Dan vertelden mensen me over luchtaanvallen door de regering en sprong hij er direct tussen: ‘Nee hoor, dat waren luchtaanvallen van de oppositie!’
‘Assad was toen nog oppermachtig, hij had net Aleppo veroverd. Nu kon ik vrijer reizen en makkelijker met mensen spreken. Mensen dúrven nu ook meer te praten, ook als ze kritisch zijn op de huidige regering of klagen over stijgende prijzen of werkloosheid.’
Dat is best bijzonder, na een halve eeuw dictatuur, waarbij elk kritisch geluid werd gesmoord.
‘Ja, maar het is allemaal erg fragiel. De nieuwe leider Ahmed al-Sharaa profileert zich als een gematigde stem. Hij is oud-commandant van de islamitische militantengroep Tahrir al-Sham (HTS), net als veel anderen in zijn regering. Met zo’n track record is het al best bijzonder dat er nu een functionerende overheid is.
‘Maar de stap naar een echte democratie is nog enorm. Ik zag dat bijvoorbeeld op een universiteit waar studenten verkiezingen voor een studentenraad wilden organiseren. Uiteindelijk besloten overheidsambtenaren dat ze toch het beste zelf die studentenraad konden selecteren.
‘En die studenten hadden daar nog begrip voor ook, want verkiezingen hebben in hun ogen een slecht imago. Assad organiseerde ook verkiezingen, maar bleef altijd zelf aan de macht. De bevolking kampt met een diep trauma na vijftig jaar dictatuur.’
Waar blijkt dat trauma nog meer uit?
‘Bijna iedereen in Syrië kent wel iemand die is opgepakt door de mannen van Assad, om daarna nooit meer terug te keren. Er zijn talloze massagraven, mensen wisten ook wel waar, maar durven die nu pas aan te wijzen. Ondertussen is er amper initiatief om onderzoek te doen naar wie daar ligt en wat hen is overkomen. Er worden zelfs geen archieven veiliggesteld.
‘Ik heb een berucht ziekenhuis bezocht van waaruit de logistiek werd geregeld om critici van Assad op te ruimen. Ik zag daar een lijst liggen met een rooster voor bewakers van september 2024, vlak voor de val van het regime. Zo’n lijst is cruciaal om informatie te kunnen vergaren over wat er met de vermisten is gebeurd, maar niemand bekommert zich erom.’
Er zullen Syriërs zijn die vergelding willen voor al die gemartelden en doden. Assad behoorde tot een religieuze minderheid, de alawieten. Moeten zij vrezen voor hun leven?
‘Ja, onder minderheden heerst veel angst. Ook bijvoorbeeld onder christenen. In de christelijke wijk van Damascus zie je overal kerstverlichting en hoor je kerstliederen. Dat oogt vrolijk, maar als je mensen spreekt, zijn ze doodsbang. Ik snap dat goed.
‘Toen ik de rekrutering bezocht van het nieuwe Syrische leger schrok ik me rot. Oud-strijders van HTS worden daar gewoon aangenomen, jongens van 19 jaar die opscheppen over hoe ze geplunderd hebben. Voor niet-moslims is er geen plek. Eén aanstaande militair wilde niet met mij praten, als ongelovige Nederlander.’
Luister hieronder naar onze wetenschapspodcast Ondertussen in de kosmos. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant