Chinese criminele organisaties maken mensen wereldwijd miljarden afhandig met uitgekookte digitale oplichterij. Sinds kort pakken China en de Verenigde Staten deze misdaad harder aan. Werkt dat? Vijf vragen.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Vlaskamp was 18 jaar correspondent in Beijing.
Om welke fraude gaat het?
Dit fenomeen wordt pig butchering genoemd, oftewel varkens slachten. De slachtoffers worden ‘vetgemest’ via online chats die beginnen op datingsites en sociale netwerken. Op doortrapte wijze bouwen de oplichters een persoonlijke relatie op met het doelwit.
De slachtoffers worden op geraffineerde wijze overgehaald geld over te maken, bijvoorbeeld voor niet bestaande buitenkansjes zoals investeren in cryptomunten. In andere scenario’s doen oplichters zich voor als politiemensen die slachtoffers wijsmaken dat ze de hoofdverdachte in een corruptieonderzoek te zijn. Om hun onschuld te bewijzen, moeten ze ‘meewerken aan politieonderzoek’ door geld over te maken naar digitale bankkluizen die zogenaamd van de politie zijn.
De in Nederland bekende Whatsapp-fraude, waarbij na enkele appjes al om geld wordt gevraagd, is kinderspel vergeleken bij de tijdrovende en ingewikkelde scenario’s waarmee deze slachtoffers maandenlang worden bewerkt door meerdere, met elkaar samenwerkende oplichters. Als er geen geld meer te halen valt, verdwijnen de oplichters.
In China stak deze criminaliteit rond 2016 de kop op. De werkwijze waaierde daarna uit over Zuidoost-Azië en groeide spectaculair tijdens de coronapandemie. Op jaarbasis gaat er volgens schattingen van het bureau voor drugs en criminaliteit van de Verenigde Naties (UNODC) 37 miljard dollar in om.
Waarom is dit fenomeen moeilijk te bestrijden?
Op fraude op industriële schaal krijgen opsporingsdiensten nauwelijks vat. Het handwerk vindt plaats in ommuurde, zwaarbewaakte clusters van kantoren en slaapzalen, de scamcentra. Bij invallen worden daar duizenden kleine oplichters gearresteerd, maar deze daders zijn tevens slachtoffers.
Al enkele jaren verdwijnen mensen van allerlei nationaliteiten in Myanmar, Cambodja en delen van Thailand, nadat ze hebben gereageerd op betrouwbaar overkomende personeelsadvertenties voor banen in bijvoorbeeld de ICT. Hun nieuwe ‘werkgever’ brengt ze naar scamcentra, waar ze met grof, soms dodelijk geweld tot oplichting worden gedwongen.
De leiders van deze criminele organisaties zijn vaak in de bovenwereld belangrijke geldschieters van bijvoorbeeld vastgoedprojecten. Het is niet in het belang van de plaatselijke autoriteiten om hun grootste investeerders te arresteren.
Welke aanpak heeft succes?
Sinds kort zetten de Britse en Amerikaanse regering met financiële sancties druk op criminelen die hoger in de pikorde staan. In oktober is de 37-jarige Vincent C., een tot Cambodjaan genaturaliseerde Chinees met een Brits paspoort, zowel in de Verenigde Staten als in het Verenigd Koninkrijk in staat van beschuldiging gesteld.
Als hoofd van het Prince-conglomeraat, dat in Cambodja vastgoed financiert, zou C. tienduizenden mensen als moderne slaven in scamcentra laten werken. De voortvluchtige crimineel kan niet meer bij zijn geld. De VS hebben beslag gelegd op 15 miljard dollar aan cryptomunten, de criminele winsten van de Prince-groep. De Britse politie heeft beslag gelegd op negentien Londense woningen en kantoorgebouwen. Met de aankoop daarvan zou de Prince-groep criminele winsten witwassen. Een van die Londonse panden kostte 133 miljoen dollar.
Is de belangrijkste speler daarmee uitgeschakeld?
De Prince-groep is het topje van de ijsberg. Ook in Myanmar floreert de scamindustrie. Daar hebben Chinese maffia en plaatselijke krijgsheren na de militaire coup in 2021 een monsterverbond gesloten. Ze hebben de chaos en wetteloosheid gebruikt om vele honderden reusachtige scamcentrales in het grensgebied met China en Thailand te vestigen.
Onder de naar schatting 200 duizend mensen die gedwongen worden fraude te plegen zijn veel Chinezen die andere Chinezen oplichten. Wegens maatschappelijke onrust hierover in China zet de Chinese regering het Myanmarese generaalsregime onder druk om harder op te treden. In november riep Beijing daartoe ministers uit Thailand, Myanmar, Cambodja en Laos bijeen.
Ook voelen scammers de hete adem van de Amerikanen in hun nek. Amerikanen zouden jaarlijks in totaal 10 miljard dollar aan deze fraude verliezen. Vandaar dat Amerikaanse opsporingsdiensten recent een task force op Thaise bodem hebben opgetuigd.
De Myanmarese regering blaast onder druk van China en de VS nu vrijwel dagelijks gebouwen op die bekend staan als scamcentra. 466 van de 635 gebouwen van het industrieterrein KK Park in de grensstad Shwe Kokko zijn vernield.
Heer en meester in KK Park was de Chinese Yatai-groep, die met 15 miljard dollar een compleet nieuwe stad vol casino’s heeft gebouwd. De gokindustrie dient als dekmantel voor scamcentra. Maar KK Park is slechts een van zeker dertig soortgelijke scamcentra in Myanmar. Die zijn nog steeds actief, omdat ze deels in handen zijn van milities die banden hebben met de militaire junta.
Worden er ook kopstukken van de Chinese maffia gearresteerd?
De topmannen van de Chinese onderwereld zijn vrijwel onaantastbaar, omdat ze het vuile werk voor overheden opknappen in ruil voor bescherming. Zo beweert Zhijiang S., hoofd van de Yatai-groep in de Myanmarese casinostad Swe Kokko, tegenover de Arabische nieuwszender Al Jazeera achter politieke Chinese infiltratie op de Filipijnen te zitten.
Hij zou geholpen hebben een Chinese vrouw, Alice Leal Guo, op een burgemeesterspost in een Filipijnse plattelandsgemeente te krijgen. Daarna veranderde het plaatsje in een mekka voor Chinese scammers en goksyndicaten.
Guo is recent tot levenslang veroordeeld wegens het smokkelen van mensen die gedwongen werden in scamcentra te werken. Ook S. zit sinds 2022 vast. De Chinese regering hem liet vallen en vaardigde een internationaal arrestatiebevel tegen hem uit. Hij wacht in een Thaise cel op uitlevering aan China.
Luister hieronder naar onze podcast de Volkskrant Elke Dag. Kijk voor al onze podcasts op volkskrant.nl/podcasts.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant