Home

DNB kreeg een vriendelijke nieuwe baas. ‘Maar ik weet wat ik wil en wat ik niet wil’, zegt Olaf Sleijpen

De Nederlandsche Bank De komst van Olaf Sleijpen als chef van DNB in juli betekende een stijlbreuk met de periode-Klaas Knot. Op monetair gebied wil de Limburger de lijn vasthouden, maar met zijn bedachtzaamheid én met een pijnlijke reorganisatie drukt hij zijn stempel op de bank.

Een half jaar is Olaf Sleijpen nu president van De Nederlandsche Bank, maar aan sommige kanten van zijn rol moet hij nog wennen. „Verplichtingen in de avond, die alleen maar representatief zijn, daar ben ik niet altijd een fan van. Dan denk ik: ik zit liever gewoon thuis voetbal of iets anders te kijken”. 

Maar soms blijken die niet-monetaire verplichtingen alleszins mee te vallen. Eerder deze maand schoof Sleijpen in het Paleis op de Dam aan bij een staatsbanket voor de Finse president. „Als je aardige mensen naast je hebt zitten, dan blijkt het toch leuk. Zo’n staatsbanket heeft iets formeels, maar uiteindelijk was het ook wel weer, op z’n Nederlands, zo informeel dat je toch met allerlei mensen dingen kan bespreken. Dus ben je toch met de inhoud bezig”, zegt Sleijpen in zijn werkkamer.

Die ‘inhoud’ is: de economie, de prijsontwikkeling, de financiële sector. Als chef van DNB is Sleijpen (55) de hoeder van de financiële stabiliteit in Nederland. Uit hoofde van zijn functie zit hij in het bestuur van de Europese Centrale Bank, die de rentestand bepaalt.

Voor Sleijpen draait uiteindelijk alles om één ding, zo benadrukt hij: prijsstabiliteit. Om het bewaken van de waarde van het geld dus. „Dat is het beste wat je de economie kan geven en dat is ook wat het mandaat is van de ECB.” Sleijpen, die voor zijn presidentschap al in de DNB-directie zat, zelf afkomstig uit de DNB-directie, straalt wat dit betreft continuïteit uit met zijn voorgangers Klaas Knot, Nout Wellink en Wim Duisenberg – die hij tevens als leermeesters beschouwt.

Maar dat betekent niet dat er met het aantreden van Sleijpen, op 1 juli, niets is veranderd in het onlangs fraai gerenoveerde gebouw van DNB aan het Amsterdamse Frederiksplein. Een stijlbreuk is de komst van Sleijpen in elk geval. Zijn voorganger Knot, een geboren Groninger, opereerde afgemeten en straalde tegelijk, en zeker in zijn laatste jaren, zelfvertrouwen en ambitie uit. Sleijpen, afkomstig uit Limburg, maakt een bedachtzamer, zachtere indruk. „Het klopt, ik doe het op een vriendelijke manier en dat is ook de aard van het beestje. Maar ik weet ook wel wat ik wil en wat ik niet wil”, zegt hij ferm.

Voor Sleijpen was het een bewogen jaar, waarin hij – met veel vertraging – door het kabinet werd benoemd als president van DNB. En waarin hij, luttele maanden na zijn aantreden, een grote reorganisatie aankondigde bij DNB, mét gedwongen ontslagen.

Op deze grauwe dag vlak voor de kerstvakantie oogt het DNB-gebouw leeg: het jaar nadert zijn einde, maar de deur van Sleijpens werkkamer gaat nog even dicht voor een gesprek met NRC. We komen te spreken over die prijsstabiliteit die hij zo belangrijk vindt, maar ook over zijn leiderschapsstijl, over zijn benoeming, over de balans tussen werk en privé, over zijn inzet voor lhbti-rechten én over zijn geliefde geboortegrond Limburg.

Als u zegt dat u af en toe een avond thuis wilt zijn, is dat voor u belangrijk?

„Deze baan is zwaar. En daarvoor moet je ook gewoon goed uitgerust zijn en lekker in je vel zitten, lichamelijk goed zijn. Dat kun je niet doen door alleen maar te werken, te werken en te werken. Je moet af en toe ook de tijd de nemen om bij te komen. Zorgen dat je energie weer op peil komt. Joop Zoetemelk zei: de Tour de France, die win je in bed. Daarmee bedoelde hij: als je een keer een nacht niet goed slaapt, dan win je nooit de Tour. Dan heb je echt een probleem. En dat geldt hier ook.”

Hoe ontspant u?

„Ik ga drie keer in de week sporten. Dat is voor mij heel belangrijk. Eén keer in de week, op maandag, doen we dat hier met directie, daarnaast sport ik nog twee keer in de week zelf. Maar ik vind het hele simpele niks doen ook heerlijk, gewoon een film of een serie kijken. Ik kan er ontzettend van genieten om even thuis in de tuin een sigaartje te roken, ook in de winter, met een dikke jas aan. En ik ben degene die thuis kookt. Dat vind ik heel ontspannend.”

Sleijpen leidt nu de centrale bank waar hij ooit, als 23-jarige net afgestudeerde econoom, begon bij de afdeling Internationale Zaken. Dat was in 1993, vlak na het verdrag van Maastricht (1992), waarin werd besloten tot de oprichting van de euro. Sleijpen, geboren in het gehucht Schoonbron (destijds de gemeente Wijlre, nu de gemeente Valkenburg aan de Geul), had zelf in de Limburgse hoofdstad gestudeerd. „Europa was helemaal hot in die tijd. Ik wilde daar iets mee doen.”

De overstap naar Amsterdam viel hem niet licht. „De ruwheid van mensen, de directheid, dat was ik als zuiderling echt niet gewend.” Toch bleef hij in de Randstad werken, afgezien van enkele jaren (2001-2004) in Frankfurt, als adviseur van de eerste president van de ECB, de Nederlander Wim Duisenberg. Na een tussenpoos van krap zeven jaar in de pensioensector keerde hij in 2011 terug bij DNB, waar hij opklom tot directeur Monetaire Zaken.

Wat is de drijfveer in uw carrière?

„Ik heb altijd iets voor de publieke zaak willen doen. Dat komt denk ik vooral doordat mijn moeder voor het CDA in de gemeenteraad zat. Op de een of andere manier fascineerde mij dat, als klein kind al. Ik ging vaak mee, al begreep ik er geen snars van. Dan ging het bijvoorbeeld over de begroting van de gemeente. Maar ik vond het spannend om naar te luisteren. Met de publieke zaak in mijn hoofd ben ik economie gaan studeren.”

U heeft vele jaren voor DNB gewerkt. Wanneer dacht u voor het eerst: ik zie mezelf wel aan het roer van deze club?

„Eigenlijk pas toen het moment naderde dat de termijn van Klaas toch echt voorbij zou zijn. Ik denk in het najaar van 2024.”

Waarom past leidinggeven karakterologisch bij u?

„Pff, jeetje”, zegt Sleijpen eerst. Dan: „Als ik een idee heb over hoe dingen moeten, of anders moeten, dan voel ik dat ik daar ook de verantwoordelijkheid voor moet nemen. De dingen vooruit brengen, dat vind ik leuk. Dat kun je op verschillende manieren doen. Ik doe het graag met mensen samen, dus ik hoef niet altijd op de bühne te staan. Ik zie mezelf meer als een regisseur dan een acteur.”

U komt als een vriendelijke, zachte baas over. Maar om ergens de baas te worden, moet je dat misschien soms níét zijn. Waar zit het kartelrandje aan Olaf Sleijpen?

„Ik heb ook een duidelijke mening over dingen. We hebben nu als directie gezegd: er moet écht bezuinigd worden. Er zullen arbeidsplaatsen verloren gaan en dat kan niet zonder gedwongen ontslagen.”

Die ingreep komt na jaren van groei bij DNB. Het aantal medewerkers nam tussen 2019 en 2024 toe van krap 2.000 naar krap 2.500. De personeelskosten stegen mee, van 227 naar 337 miljoen euro. Onder Knot, eind 2024, merkte DNB in een rapport al op dat „de buitenwereld” klaagde over het gebrek aan „kostenbewustzijn” van de centrale bank. Tot de klagers behoorde de financiële sector, die zelf de kosten van DNB-toezicht moet ophoesten. Nu is besloten dat de kosten in 2030 op hetzelfde niveau moeten liggen als nu, wat gezien inflatie en loonstijgingen neerkomt op bezuinigen. Het leidt tot veel „onzekerheid” op de werkvloer, zegt Sleijpen. „Mensen zeggen: ik wil weten waar ik aan toe ben. En dat begrijp ik ook, we willen de tijd van onzekerheid zo kort mogelijk houden.”

Ondanks zijn drukke presidentschap heeft Sleijpen een paar nevenfuncties behouden. Ze geven kleur aan de persoon Olaf Sleijpen. Zo blijft hij deeltijdhoogleraar in Maastricht. „Ik vind het superleuk om te doceren, om studenten te begeleiden. Het houdt me scherp en ik houd op deze manier de economische literatuur bij.” Nog steeds begeleidt hij één PhD-student.

Voor Sleijpen is zijn hoogleraarschap ook een manier om de band te behouden met zijn geboortegrond, waarmee hij duidelijk begaan is. „Limburg is de mooiste provincie van Nederland, maar heeft soms wat last van een calimerocomplex. Terwijl er economisch ontzaglijk veel kansen liggen.

„Hier in het westen wordt Limburg vaak als heel ver weg gezien. Maar het ligt juist in het hart van Europa.” Helaas, zegt hij, is het door versnipperde wet- en regelgeving tussen EU-landen niet altijd mogelijk om die economische kansen ook te grijpen. „Voor mkb’ers, bijvoorbeeld in de bouw, is het bijna onmogelijk om over de grens zaken te doen. En soms blijven mensen zelf ook in hun nationale hokje zitten. In Aken ligt een van de beste technische hogescholen van Duitsland. Daar wordt wel mee samengewerkt, maar heel mondjesmaat.”

Op Sleijpens cv prijkt nog een andere nevenfunctie: Voorzitter van de Raad van Toezicht van Het Blauwe Fonds, een stichting die financieel projecten steunt voor lhbti-emancipatie. „Het ligt me na aan het hart”,  zegt Sleijpen, „want ik ben zelf deel van de gemeenschap.” Hij is homoseksueel.

Waarom geeft u hier via het Blauwe Fonds een publieke invulling aan?

„Of je het leuk vindt of niet, je bent toch een rolmodel. Dat merk ik aan collega’s hier die lhbti’er zijn. Er wordt naar je gekeken. Dus je zult daar echt in mee moeten. En dat bedoel ik niet negatief, hè? Om daarvoor te staan, dat vind ik echt heel belangrijk. Niet alleen intern, maar ook extern.”

„Kijk, ik heb een hele makkelijke jeugd en coming out gehad, deels omdat ik een hele fijne familie heb en ouders die daar heel goed en verstandig mee zijn omgegaan. Maar dat is niet voor iedereen zo. We doen bijvoorbeeld met het Blauwe Fonds veel projecten voor oudere lhbti’ers die een hele nare tijd hebben gehad. Dus dat is iets waar ik me voor wil inzetten.” Als hij in de zomer in het land is, neemt hij met andere DNB’ers deel aan de Amsterdamse Pride. „Trouwens, Klaas deed dat ook. Hij was echt een ally.”

‘Klaas’ is nu definitief weg. Als directielid vergezelde Sleijpen Knot al naar ECB-vergaderingen in Frankfurt, maar nu zit hij zelf op de eerste rij aan de Europese monetaire bestuurstafel. Ook doet hij nu zelf de belangrijke persconferenties en praat hij elke twee maanden met de minister van Financiën, thans demissionair, Eelco Heinen (VVD), die hij ook vaak spreekt bij internationale vergaderingen. Sleijpen – zelf ook „snurkend lid” van de VVD, zoals hij zegt – kan het op persoonlijk vlak goed vinden met de elf jaar jongere Heinen, vertelt hij. „Daarbij ben ik open, ik zeg gewoon wat ik van dingen vind en durf me kwetsbaar op te stellen. Ik heb geen verborgen agenda.”

Het is ook aan Heinen te danken dat Sleijpen de baan überhaupt heeft gekregen: het kabinet benoemt de president van DNB op voordracht van de minister van Financiën. Sleijpens benoeming kwam alleen heel laat tot stand: slechts tweeënhalve week voordat de termijn van Klaas Knot afliep op 1 juli.

Bij het bekendmaken van de benoeming kondigde Heinen ook onverwacht aan dat hij de zittingstermijn van nieuwe DNB-presidenten wil verkorten: van maximaal twee keer zeven jaar nu, naar maximaal twee keer vijf jaar in de toekomst. Sleijpens voorganger Knot had daar grote bezwaren tegen, omdat het de onafhankelijkheid die de centrale bank heeft van de politiek zou aantasten. Die onafhankelijkheid is gebaat bij relatief lange termijnen, omdat elke benoeming potentieel een moment van politieke beïnvloeding is.

Heeft u de termijnendiscussie al besproken met de minister?

„Kort voor mijn aantreden, en later ook, heeft de minister gezegd dat het iets is voor het volgende kabinet. Het lijkt me goed als wijze vrouwen en mannen naar dit voorstel gaan kijken. Europees, internationaal, ga je pas meetellen als je er een aantal jaren zit. Klaas’ tweede termijn was echt zijn meest invloedrijke. De onafhankelijkheid is ook belangrijk, dus die termijn moet niet te kort zijn. En aan de andere kant heb je het corporate governance-argument, dat in het bedrijfsleven geldt, dat een bestuurder na tien jaar zijn beste tijd gehad heeft.”

Weet u waarom het zo lang geduurd heeft voordat u werd benoemd? 

„De voorzitter van onze raad van commissarissen, Martin van Rijn, zei dat dit soort processen soms zo lang duren, omdat ze zo lang moeten duren. Ik denk ook dat de minister oprecht het net breed heeft uitgegooid, en niet voor de ogenschijnlijke makkelijke keuze wilde gaan, zo van: ‘we gaan voor Sleijpen’. En dat is ook goed.” Sleijpen had, als DNB-directielid met ervaring in de pensioensector én bij de ECB, sterke papieren, maar de rvc zocht ook onder meer in de financiële sector en in de academische wereld naar kandidaten.

De relatie tussen DNB en de politiek is een gevoelige. De centrale bank is gespitst op haar onafhankelijkheid van de politiek, maar neemt wel vaak de vrijheid om zich te mengen in Haagse economische en financiële beleidsdiscussies.

Enkele uren voor het interview deed DNB, bij de presentatie van economische ramingen voor 2026-2027, wederom meerdere oproepen aan politiek Den Haag. Trek de woningmarkt uit het slop, los het stikstofprobleem op, zorg voor minder netcongestie. Door die „knelpunten” aan te pakken kan een nieuw kabinet zorgen voor meer economische groei én voor minder inflatie, meent de centrale bank. Want al die knelpunten zorgen voor schaarste, en dus voor oplopende prijzen. Een nieuw kabinet kan nog op een andere manier helpen de inflatie – in Nederland met 3 procent zo’n procentpunt hoger dan in de eurozone gemiddeld – te beteugelen, stelt DNB. Dat is door strikter op de uitgaven te letten. Het in de woorden van DNB „expansieve” begrotingsbeleid jaagt de inflatie aan.

Hoe ziet u de rol van DNB in het politieke domein? Knot liet zich in 2024 kritisch uit over de Wet betaalbare huur en dat werd hem in Den Haag niet overal in dank afgenomen. Gaat u zich ook zo actief mengen in het publieke debat?  

„Nou ja, je moet wel kijken waarom je iets zegt. Ik ben president van De Nederlandsche Bank en die staat voor stabiliteit, van financiële instellingen, van het stelsel. Als ik iets ga vinden van vraagstukken waarbij de besluitvorming bij de politiek ligt, moet het wel raakvlak hebben met ons mandaat. Daarom zeg ik bijvoorbeeld wél iets over het begrotingsbeleid. Als dat ontspoort, heeft dat raakvlakken met financiële stabiliteit.

„Ik heb het me erg aangetrokken dat in 2022, toen de inflatie heel hoog was als gevolg van de Covid-pandemie en de oorlog in Oekraïne, mensen tegen mij zeiden: ‘Waar waren jullie in het debat over de inflatie? Jullie schrijven van alles over de woningmarkt en over klimaat, maar hier hebben we jullie gemist.’ Daar hebben ze echt een punt gehad, daar hadden we ons meer over moeten laten horen, zelfs als de conclusie was geweest dat we niet zoveel konden doen aan die hoge inflatie.”

DNB stelt nu dat het kabinetsbeleid de inflatie verhoogt. Begrijpen we goed dat DNB de schuld van de inflatie legt bij Den Haag?

„Nou, dat is net wat te kort door de bocht. De overheid kan wel de randvoorwaarden creëren om de inflatie laag te houden. Denk bijvoorbeeld aan de arbeidsmarkt, waar de tekorten bijdragen aan de druk op de lonen, en zo op de inflatie. De vraag is dan: hoe krijg je het onbenutte arbeidspotentieel in Nederland aan het werk? Dan denk ik aan mensen met een bepaalde afstand tot de arbeidsmarkt. Sociale partners hebben hierin ook een verantwoordelijkheid.”

Toch kijken mensen bij hoge inflatie allereerst naar de centrale bank. Is de rente die de ECB vaststelt niet simpelweg te laag voor Nederland?

„We zitten in een muntunie, en dan bepaal je niet je eigen nationale rente, zo simpel is het. Trouwens, de facto zitten we al sinds de jaren tachtig in een muntunie, want de koers van de gulden was heel lang gekoppeld aan de Duitse markt. Als de Duitsers de rente aanpasten, dan belden ze vijf minuten van tevoren met De Nederlandsche Bank en die volgde dan eenvoudigweg. We gingen er niet over. Nu, binnen de eurozone, zitten we in elk geval zelf aan tafel bij de ECB en worden we gehoord. Ik heb het daar natuurlijk niet alleen voor het zeggen, maar er wordt wel naar me geluisterd.”

En heeft u aan die ECB-tafel vooral de Nederlandse inflatie in uw achterhoofd bij het bepalen van de juiste rentestand? 

„Nee, dan kijken we in het bestuur allemaal echt naar het eurogebied als geheel. Als ik een besluit moet nemen dan doe ik wat goed is voor het eurogebied. Zo staat dat ook in mijn mandaat. Sinds de koppeling tussen de gulden en de Duitse mark gaan we niet meer als enige over ons eigen monetaire beleid. En sindsdien is de traditie gegroeid dat DNB over meer binnenlandse beleidsonderwerpen iets is gaan vinden, dat heet de traditie van het ‘gematigd monetarisme’. Via onze inbreng in discussies over begrotingsbeleid en loonbeleid proberen we te compenseren voor het feit dat we niet meer in ons eentje de Nederlandse inflatie kunnen regelen.”

U zegt dat u prijsstabiliteit het hoogste goed vindt. Dat zeggen toch alle centrale bankiers?

„Dat is waar. Maar voor mij betekent het ook echt dat je altijd moet kiezen voor inflatiebestrijding als de inflatie hoog is – óók als het economisch pijn doet. Daar sta ik voor, zo ben ik opgevoed als econoom, ook in dit huis.”

CV Olaf Sleijpen

Olaf Sleijpen (Wijlre, 1970) is sinds 1 juli 2025 president van De Nederlandsche Bank. Hij studeerde economie aan de Universiteit Maastricht en promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Sleijpen is getrouwd en woonachtig in Amstelveen.  

Sinds 2020 zit Sleijpen in de DNB-directie, eerst als directeur Monetaire Zaken. Sleijpen vervulde daarvoor diverse functies bij DNB, onder meer in het toezicht op banken en verzekeraars. In de periode 2004-2010 was hij werkzaam in de pensioensector, bij pensioenfonds ABP en uitvoerder APG. Sleijpen adviseerde tussen 2001 en 2004 de eerste president van de Europese Centrale Bank, Wim Duisenberg.

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Voorkennis

Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen

Source: NRC

Previous

Next