Eindelijk een goedgeprijsde, stikeenvoudige formule in de Heineken Hoek op het Amsterdamse Leidseplein. Wat kan er misgaan? Veel.
is culinair recensent van de Volkskrant. Ook schrijft ze over culinaire (pop-)cultuur.
Leidseplein 19 (1ste verdieping), Amsterdam
heinekenhoek.amsterdam
Cijfer: 4,5
Bistro met een tweegangenmenu van sla en mosselen of entrecote met huisgemaakte frites vanaf € 32,50. Desserts rond € 10. Open woensdag t/m zaterdag.
De bistro is – net als zijn keurige vader, het restaurant – een Parijse vinding. Maar het woord ‘bistro’ komt uit het Russisch, en dat is te danken aan een van de grootste blunders uit de Franse geschiedenis. Halverwege 1812 trok Napoleon Rusland binnen met bijna een half miljoen soldaten. Na zes maanden was meer dan 90 procent gesneuveld, en weer een jaar later marcheerde een triomfantelijke coalitie van Russen, Pruisen en Oostenrijkers Parijs in. Oeps. Napoleon werd verbannen naar Elba. Kozakken trokken feestend door de straten, namen plaats in de vele restaurantjes en spoorden obers aan de tafels onmiddellijk vol te zetten met drank en grote borden vlees: ‘Snel! Snel!’ Of, in het Russisch: ‘Bistro! Bistro!’ Zo werd ‘bistro’ de naam voor een eenvoudig buurtrestaurant waar je in weinig tijd iets lekkers kon eten.
Omdat we het toch al over historische blunders in de categorie Hoe Dan hebben, moet ik nu op mijn tong bijten om niet onmiddellijk duizend grappen te maken over The Diamond. Het nieuwe vijfsterrenhotel op de hoek van het Leidseplein in Amsterdam, met daarin het etablissement dat we deze week bezochten, is momenteel waarschijnlijk het meest gehate gebouw van de stad. Het zes verdiepingen hoge duploblok is omhangen met ruitvormige stukken glas die met metalen knoppen zijn bevestigd. Het idee is, las ik, dat het gebouw daarmee doet denken aan de beroemde Koh-i-Noor diamant voorin de kroon van de Britse koning. Maar door het harmonicagaas-achtige aanzicht en die felwitte muren erachter heeft het gebouw helaas meer de sfeer van een extra beveiligde inrichting.
Toch vind ik dat soort commentaar zelf ook een beetje flauw. Het scharrige gebouw dat er eerder stond, al sinds de jaren vijftig Heineken Hoek geheten, verdiende net als eigenlijk de meeste panden aan deze kant van het drukke plein toch al geen schoonheidsprijs. En de oude lichtreclame van twee reusachtige bierglazen op het dak mag door sommige mensen ‘iconisch’ worden genoemd – eigenlijk was het natuurlijk geen porem.
De Heineken Hoek keerde terug in The Diamond, met op de begane grond een grand café en op de eerste verdieping een toegankelijke bistro. Op het sandwichbord voor de deur zien we het menu: salade met vinaigrette en walnoten vooraf, dan entrecote of mosselen, samen € 32,50. Die stikeenvoudige, betaalbare formule is waarschijnlijk afgekeken van de ook al in de jaren vijftig in Parijs begonnen restaurantketen Relais de l’entrecôte, die vervolgens op veel verschillende plekken succesvol werd gekopieerd.
Rond het Leidseplein moet je met een lantaarntje zoeken naar behoorlijk eten voor een schappelijke prijs, dus dit leek me een even sympathiek als bewezen haalbaar initiatief. Wat ik bedoel te zeggen: het is misschien een nogal onwaarschijnlijke plek, maar juist daarom had ik het écht geweldig gevonden als Bistro Heineken Hoek verrassend goed had uitgepakt. Helaas blijkt dat je zelfs het meest simpele idee op een bewonderenswaardige hoeveelheid manieren kunt verpesten.
Aan de ontvangst ligt het niet. Boven is de ruimte knus en warm ingericht, en lijken twee zelfverzekerde en charmante obers de wind er goed onder te hebben. We krijgen een fles water en de leukste tafel van de zaak, in de verre glazen hoek van het pand – daar hebben we prachtig uitzicht over de reuring van het plein, het Hirschgebouw en de Schouwburg. Het grote voordeel van je bevinden in een gebouw dat niet mooi is, is dat je er zelf in ieder geval niet tegenaan hoeft te kijken. De boel is knus ingericht met veel rood pluche en oma-achtige lampjes met franje. Er staat een playlist op met allerlei griezelige covergedrochten, zoals een smooth-jazzversie van Taylor Swifts Shake It Off en Neil Diamonds Sweet Caroline gezongen door een Française met een loungebeat.
Nog griezeliger is dat de obers allebei direct in rook opgaan. We wachten tien minuten. En dan nog tien. Waar zijn ze heen? ‘Dames! Wilt u bestellen?’ De meest joviale van de twee duikt ineens weer op. Naast een glas wijn (van de gekkig incomplete wijnkaart waarop steeds wel de druif en de appellation, maar niet de maker en het jaar staan) kiezen we de enige twee hapjes vooraf: oesters (€ 3,75 /stuk) en brood met dips (€ 4,50). Voorgerechtsalades kunnen worden aangevuld met verschillende ‘toppings’; steak tartare, tonijntartaar of burrata (€ 6 per stuk). Mijn tafelgenoot neemt bij haar entrecote het supplement truffel-madeirasaus met beenmerg (€ 2,50). ‘Een uitstekende keuze’, zegt de ober, en poef, weg is hij weer.
Er gaan twintig minuten voorbij. Het water en de wijn zijn op. Nog tien minuten. We willen graag aan iemand vragen waar onze oesters blijven, maar we weten niet aan wie, want er is niemand. Soms loopt een van de obers even de zaak binnen om iets te brengen naar een andere tafel, maar rent dan meteen weer naar buiten. Na een half uur begin ik in het wilde weg te zwaaien, en na drie kwartier ziet iemand me. De ober schrikt; hebben we die oesters nog niet gekregen? Hij gaat het regelen. We krijgen een glas wijn van het huis. ‘Wat fijn’, zeg ik,‘en mogen we ook nog een fles water?’ ‘Uiteraard, dames, natuurlijk mag dat.’
De oesters zijn prima, het brood is nogal wattig en de ‘dips’ blijken kruidenboter en matige aioli. Dan worden ook de salades op tafel gezet. ‘Komt u die fles water nog brengen?’, vraag ik. ‘Uiteraard, dames, natuurlijk.’ De sla bestaat uit stukken nauwelijks van elkaar losgetrokken little gem, maar is best prima aangemaakt met vinaigrette en stukjes walnoot. De ‘topping’ van burrata is in orde, die van steak tartare is verkleurd en raar. Het lijkt wel een rauwe gehaktbal die er met een ijsschep op is gegooid. Ik proef een augurkje en wat mosterd – de smaak is niet zo slecht.
Twintig minuten later worden de borden opgehaald. ‘En die fles water?’ vraag ik. ‘Natuurlijk!’, zegt de ober. ‘Die fles water.’
De mosselen, die met witte wijn, crème fraîche en prei komen, zijn zo hard gekookt dat ze volledig zijn uitgedroogd. Mossel na zielige mossel pulk ik verdrietig uit de schelp: in plaats van sappige, mollige diertjes lijken het wel rozijnen. Ook de entrecote is een teleurstelling. Hoewel de garing oké is, betreft het waterig, goedkoop vlees dat niet goed heeft gerust na het bakken en onmiddellijk op het bord leegloopt. Het kwistig toegevoegde zout en het roken geven het geheel een broodbeleg-achtige dimensie, de ‘truffel-madeira-beenmergsaus’ smaakt naar geen enkele van die drie dingen. De frites zijn gelukkig wel lekker. De fles water is er nog steeds niet.
De dessertkaart is handgeschreven op een leisteen. ‘Een fles water? Ja, die komt eraan.’ De chocolademousse is oké, maar er liggen stukken gekonfijte sinaasappelschil bij die al een tijd niet goed meer zijn: ze bruisen van de gist en smaken ranzig zuur. De ‘tarte tatin’ is aan de onderkant lauwwarm en voor de rest koud – het lijkt nog het meest op stukken bruinige appel die van grote hoogte op een cracker zijn gegooid.
Na opnieuw een kwartier wachten loop ik voor de rekening maar even naar beneden. Voor een zaak die ermee adverteert dat je er lekker snel en makkelijk een eenvoudig menuutje kunt eten, vind ik de meer dan drie uur dat we er geweest zijn een hele zit.
Die Kozakken hadden zoiets natuurlijk nooit gepikt.
Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant