Op tweede kerstdag gaat het vijfdaagse olympisch kwalificatietoernooi van start in Heerenveen. Welke Nederlandse schaatsers naar de Winterspelen van Milaan gaan hangt niet alleen af van de uitslagen van deze wedstrijden, maar ook van de ‘selectievolgorde’.
is sportverslaggever van de Volkskrant en schrijft vooral over schaatsen, atletiek en roeien.
Niet alleen de klok of de onderlinge strijd bepaalt tijdens het olympisch kwalificatietoernooi welke Nederlandse schaatsers er naar de Winterspelen in Milaan mogen. De toegang tot de Spelen wordt in de vijf dagen na eerste kerstdag ook bewaakt door een invullijstje waar vijftien namen op passen: de selectievolgorde.
De eerste stap voor de olympische kwalificatie werd in de eerste vier wereldbekerwedstrijden van deze schaatswinter al gezet. Nederland verzekerde zich er via een complex procedé van om met negen mannen en negen vrouwen naar de Winterspelen in Milaan te mogen. Dat is het maximaal haalbare. Geen enkel ander schaatsland is daarin geslaagd, meldde schaatsbond KNSB trots.
Maar ingewikkeld is het nog steeds, want er zijn met die negen schaatsers per sekse zestien individuele startplekken én een achtervolgingsploeg te vullen. Om die puzzel op te lossen is de ‘matrix’ ontwikkeld, een rekenmodel dat de prestaties van de Nederlandse schaatsers weegt op basis van de prestaties bij de wereldbekerreeks van vorig seizoen, de WK van afgelopen voorjaar en de vier wereldbekers van het huidige seizoen. De WK en de recente wedstrijden tellen dubbel. Daaruit rolt een volgorde die moet helpen bepalen op welke afstanden de kans op olympisch succes het grootst is.
Op vrijdag toonde Freek van der Wart, disciplinemanager langebaan bij de KNSB, hoe dat is uitgepakt. Het beste werd gescoord op de massastart dankzij twee wereldbekeroverwinningen van Jorrit Bergsma dit seizoen en de twee zeges van de Fries en Bart Hoolwerf vorig seizoen. Nul podiumplaatsen werden behaald op de 10.000 meters. Het mag dus niet verbazen dat de massastart als eerste uit de matrix kwam rollen en dat de 10.000 meter de rij sluit.
Er werd overigens nog wat geschoven met de rangschikking na de berekeningen. Door input van de coaches van de topteams werd bij de mannen de eerste plaats op de 5.000 meter een plekje naar beneden geschoven en de eerste plaats op de 10.000 meter eentje omhoog. Dat deed meer recht aan de prestaties in de wereldbekers, vonden de coaches. Daarmee werd de definitieve selectievolgorde vastgesteld. Of zoals schaatsbond KNSB het kek heeft afgekort: de ‘sevo’.
Vanaf het moment dat op 26 december, om 15.00 uur precies, het OKT begint met de 1.000 meter voor vrouwen is het in principe een kwestie van namen noteren in de selectievolgorde. Iedereen kan dat lijstje invullen. Op de 500, 1.000 en 1.500 meter zijn er steeds drie startplekken te vergeven, net als op de 3.000 meter bij de vrouwen en de 5.000 meter bij de mannen. Op de langste afstanden, de 5.000 meter (vrouwen) en 10.000 meter (mannen) zijn er maar twee plekken.
Hetzelfde geldt voor de massastart, maar die wordt tijdens het OKT niet verreden. Op advies van bondscoach Rintje Ritsma wordt na het kwalificatietoernooi een van de twee startplekken door de selectiecommissie aangewezen. De tweede startpositie op de massastart is überhaupt niet in de selectievolgorde opgenomen. Deze wordt ingevuld met iemand die al via een andere afstand is geplaatst. Zo zijn er in de praktijk geen zestien maar vijftien individuele plekken in te vullen.
Hoe passen die vijftien startposities en negen schaatsers in elkaar? Een blik op de favorieten bij de vrouwen leert dat het geen probleem hoeft te zijn: rijdsters als Joy Beune, Femke Kok, Jutta Leerdam, Antoinette Rijpma-de Jong en Marijke Groenewoud kunnen zomaar op meerdere afstanden een ticket pakken en de druk wegnemen op de rest van de lijst. Zo was het ook in 2022 bij de Spelen van Beijing. Er stonden na het OKT negen namen in de selectievolgorde, niemand bleef thuis.
Bij de mannen is de situatie anders. Daar zijn veel minder schaatsers die op voorhand kunnen ‘dubbelen’, oftewel: zich op meerdere afstanden kunnen plaatsen. Zeker de concurrentie op de middellange afstanden en de sprint is groot en dat zijn juist de nummers die hoog in de selectievolgorde staan.
Als er allemaal verschillende schaatsers op het lijstje belanden zou het dus kunnen dat de winnaar van de 10 kilometer thuis moet blijven. Die positie staat immers als tiende in de selectievolgorde. ‘Met de prestatiedichtheid bij de mannen is dat een reële optie’, gaf technisch directeur Remy de Wit toe.
Wat het betekent om mannen die onderaan het lijstje belanden – op plek 12 of lager – thuis te laten? Met het oog op medailles is dat eigenlijk geen punt. De Wit: ‘Uit de matrix blijkt dat deze posities geen significante kans op een podiumplek bieden.’
Naast de aanwijsplek voor de massastart, heeft de selectiecommissie er nog twee achter de hand. Die twee kunnen in theorie allebei worden gebruikt om de ideale achtervolgingsploeg samen te stellen. Vier jaar geleden werden Dai Dai N’tab en Tijmen Snel slachtoffer van deze aanwijsplaatsen die ten behoeve van de ploegenachtervolging naar Sven Kramer en Marcel Bosker gingen.
Eén van de aanwijsplekken is ook in te zetten bij een ‘calamiteit’. Als een voorheen onverslaanbare schaatser plots ziek of geblesseerd raakt of ongelukkig ten val komt, dan kan de selectiecommissie diegene toch in de selectievolgorde zetten. Denk aan iemand van het kaliber Femke Kok, ongenaakbaar op de 500 meter.
Deze optionele, en in de selectievolgorde onzichtbare, aanwijsplaatsen zorgen er samen met die op de massastart voor dat straks na vijf dagen aan zenuwslopende wedstrijden er nog geen definitief lijstje van negen namen is. Alleen de eerste zes namen zullen helemaal zeker zijn. Zo krap is de toegang naar de Spelen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant