Home

De verleiding van de kettingzaag

Macht Onder het mom van individuele vrijheid smelten ongebreidelde techmacht, kritiek op de liberale samenleving en aangewakkerde online woede samen tot een toekomstdroom die Bas Heijne doet denken aan de klassieker Brave New World – maar dan erger.

Brave new world – De Telegraaf berichtte over de Belgische cryptomiljonair Olivier Janssens, die op een Caraïbisch eiland, in de buurt van Saba en Sint Eustatius, een ‘libertair’ miljonairsdorp wil stichten. Volgens de krant is het zijn bedoeling een gemeenschap te vormen voor vermogende mensen „die wars zijn van overheid en regels”.

Het denken van Janssens lijkt me, voor zover ik kan nagaan, een potpourri van Silicon Valley-ideologie: de mens kan en moet lichamelijk en geestelijk geoptimaliseerd worden, intelligente mensen kunnen het maar beter met elkaar doen, voortreffelijke mensen hebben geen overheid nodig.

Janssens heeft niet alleen een bloedhekel aan de overheid. In een reactie op een post op LinkedIn noemt hij mensen die nog geloven in diversiteitsbeleid in bedrijven ronduit ‘evil’. Hij heeft toegezegd 50 miljoen dollar in zijn eiland te investeren, maar dan moet hij wel zijn eigen rechtsspraak kunnen invoeren. De huidige bewoners, meldt de krant, „staan nog niet te juichen”. Ze zijn bang verdrongen te worden door de nieuwe bewoners en tweederangs burgers te worden. Onzin, volgens de cryptomiljonair. Janssens denkt dat er, schrijft De Telegraaf, „een paradijs op aarde” kan ontstaan.

Janssens is geen uniek geval, hij is eerder een volger van techbazen en durfkapitalisten als Pieter Thiel, Marc Andreessen en Sam Altman. Volgens de Volkskrant zijn er op dit moment 117 initiatieven voor het stichten van gemeenschappen die zich onttrekken aan de overheid, het ene idealistischer dan het andere. Soms gaat het domweg om het mijden van belastingen, bij andere projecten staat niets minder dan de nieuwe mens op de agenda.

Van dommekracht tot übermensch

Rijke mensen die het hoog in hun bol krijgen, dat is van alle tijden – maar dat ‘paradijs op aarde’ van Janssens is wel precies wat Aldous Huxley (1894-1963) aanvoelde in zijn dystopische toekomstroman Brave New World uit 1932. Daarin schetst de briljante Brit een door technologie gedomineerde maatschappij die volledig ingericht is op het lichamelijk en geestelijk verbeteren van mensen.

Dat betekent niet dat alle mensen gelijk of gelijkwaardig zijn, integendeel. Voor hun artificiële geboorte worden ze zorgvuldig ingedeeld in kasten, van dommekracht tot übermensch. Anders dan in 1984 van George Orwell, die andere twintigste-eeuwse dystopie, is er in de heerlijke nieuwe wereld van Huxley geen sprake van brute repressie, alleen van een goed georganiseerde geestelijke indoctrinatie. Iedereen is tevreden met de plek die hem of haar is toebedeeld. Fysieke dwang is niet nodig, je onderwerping is vrijwillig. Individualisme, persoonlijke gevoelens en relaties worden onderdrukt of als onbegrijpelijke oprispingen gezien. In het verlangen de mens te kunnen maken, wordt afgerekend met alles wat een mens tot mens maakt. Een volledig maakbare mens is niet langer menselijk, daar gaat deze klassieker over.

Maar hoewel veel in Brave New World voor ons herkenbaar is, is Huxley’s door technologie geoptimaliseerde mens maar één kant van het verhaal. De hedendaagse techbazen die zich afkeren van de gevestigde orde zijn geen zachtaardige idealisten die een boze wereld willen ontvluchten. Ze willen domineren. Zich onttrekken aan de bestaande orde is slechts één middel, de oude orde moet ook kapot, vraag maar aan Elon Musk.

De meest opvallende ontwikkeling van het afgelopen jaar was het monsterverbond dat de bazen van Silicon Valley sloten met nieuwe politieke roofdieren, die zich vanuit het centrum van de macht keren tegen de liberale democratie zelf. Het sloopwerk vindt van binnenuit plaats, de overheid wordt met een kettingzaag te lijf gegaan, oude verbonden worden ongeldig verklaard en hardhandig ontmanteld. Regulering, checks and balances, wezenskenmerken van de liberale democratie, gelden in het tijdperk van het anarcho-kapitalisme als kwaadaardige bemoeizucht, waar zo hard mogelijk mee moet worden afgerekend.

Die recente alliantie tussen de roofkapitalisten en autocratische leiders is beeldend beschreven door Giuliano da Empoli in zijn bestseller Het uur van de wolven (2025). Waar vroeger werd neergekeken op de onbeschaafde dictators in ‘onvolkomen’ landen, daar dienen ze nu juist tot voorbeeld voor populisten die genoeg hebben van de democratische spelregels.

Macht is recht.

De weldenkende klasse, die zich hoeder waant van de idealen van de Verlichting, staat erbij en kijkt ernaar. Het is vaak genoeg pijnlijk om te zien.

Da Empoli beschrijft hoe hij vlak na de eerste verkiezing van Trump tot president en de Britse stem voor Brexit wordt uitgenodigd voor een bijeenkomst van een denktank rondom Barack Obama. Het gezelschap wordt onder andere getrakteerd op een oud-chefkok van het Witte Huis, die breed uitmeet over de grote symbolische waarde van de biologische moestuin van Michelle Obama tijdens het presidentschap van haar echtgenoot.

Begin november publiceerde Michelle Obama boek vol schitterende foto’s over de kleding die zij in haar tijd in het Witte Huis droeg, onder de titel The Look. De uitgever: „Michelle Obama shares how she uses the beauty and intrigue of fashion to draw attention to her message.”

God bewaar ons voor deze bling bling-progressiviteit. Intussen moeten wij onze stoelriemen vastmaken. Da Empoli: „Vooralsnog lijken onze democratieën solide. Maar niemand twijfelt eraan dat het ergste nog moet komen. De nieuwe Amerikaanse president loopt voorop in een kakelbonte carnavalsstoet van ongeremde autocraten, techmagnaten, reactionairen en complotdenkers die popelen om de confrontatie aan te gaan. Een tijdperk van grenzeloos geweld breekt aan voor onze ogen.”

Daar zitten we, met onze biologische moestuin en geraffineerde galajurk. Hoe het zover heeft kunnen komen, vermeldt Da Empoli niet; hij is meer een scherp observator dan een duider. Om te begrijpen wat er is gebeurd, moeten we even terug naar Huxley, de latere Huxley.

Totalitaire tendensen

Hij was een visionaire schrijver, een van het soort die zijn eigen visioenen voortdurend kritisch tegen het licht hield. In een onlangs herontdekt lang essay uit 1946, getiteld Science, Liberty and Peace, schetst hij een toekomstbeeld dat voor ons nog herkenbaarder is dan de samenleving uit Brave New World. Meer dan in zijn eerdere roman heeft hij oog voor de gewelddadige en totalitaire tendensen in onze cultuur. Huxley meets Orwell, zeg maar.

De dragende gedachte van het essay: wanneer de vruchten van technologische vooruitgang in handen komen van elites, wordt de massa steeds machtelozer, en worden de middelen om te manipuleren en te conditioneren steeds geraffineerder. De neiging van de elites tot geweld en onderdrukking gaat hand in hand met het rotsvaste geloof in vooruitgang. Huxley: „We moeten niet vergeten dat iedere regering met een monopolie op politieke en economische macht bloot staat aan vrijwel onweerstaanbare verleiding tot tirannie.”

Huxley spreekt over de opkomst van de nietsontziende, tot intimidatie en geweld geneigde politieke „boy-gangster”, waarin wij gemakkelijk Vladimir Poetin, Donald Trump en hun geestverwanten herkennen. Intimidatie, geweld en oorlog zijn de onvermijdelijke gevolgen van hun machtshonger. Omdat de nieuwe technologieën in handen zijn van de machthebbers, wordt verzet steeds onmachtiger.

In Duitsland is Huxley’s essay op dit moment een bestseller, onder de titel Zeit der Oligarchen. Het is niet moeilijk te bedenken waarom het na meer dan tachtig jaar juist nu opzien baart. Het brengt ontwikkelingen bij elkaar, die op het eerste gezicht tegenstrijdig zijn. Hoe moeten we onze steeds meer door technologie beheerste consumptiemaatschappij, in de ban van lichamelijke zelfverbetering en egocentrisch individualisme, rijmen met een wereld waarin naakte agressie en bruut machtsvertoon de toon bepalen? De softe, ‘afgevlakte’ mens uit Brave New World, die zogenaamd vrijwillig kiest voor een bestaan vol genot en zonder frictie, wordt in het latere essay van Huxley gekoppeld aan het inherente despotisme van de mensen die deze nieuwe technologieën in handen hebben. Technologie brengt verbetering, maar dient ook om de menselijke vrijheid steeds meer in te perken, steeds meer controle uit te oefenen.

Om maar één voorbeeld te geven: om de Verenigde Staten binnen te komen zul je, als de plannen beleid worden, jezelf binnenkort digitaal binnenstebuiten moeten keren. Niets van wat je doet of vindt, mag verborgen blijven voor de huidige machthebbers.

Wat Huxley niet voorzag was dat de machthebbers van nu zichzelf in toenemende mate buiten de bestaande orde plaatsen – en er alles aan doen om de onvrede over die orde bij de burger aan te jagen. Het libertarisme van de techbazen is doortrokken van een narcistische afkeer van iedere autoriteit die niet die van henzelf is.

Dat is deels het traditionele ongeduld van de vrije ondernemer met stroperige bureaucratie. Het gaat zeker om geld, maar het gaat niet alleen om geld. Eronder gaat een nietsontziende haat tegen de liberale democratie en de idealen van de Verlichting schuil. De spelregels van de democratie en de verlichtingsidealen, die gelijkheid en rechtvaardigheid als leidend principe hebben, worden voorgesteld als onderdrukkend en ook onnatuurlijk, een fatale inperking van de menselijke vrijheid. Daar moet keihard mee worden afgerekend (‘dictatuur!’). Of je moet eraan ontsnappen – de nieuwe libertaire enclaves van de superrijken, zoals die van Olivier Janssens, zijn daar het symptoom van.

Onderaan de maatschappelijke ladder zijn er de zogenaamde soevereinen, die zich onafhankelijk verklaren van de wetten en regels van de maatschappij waar ze niet langer deel van willen uitmaken. Voor hen geen luxe enclave op een Caraïbisch eiland, maar het principe is hetzelfde. Alles wat het ongeremde ‘ik’ in de weg zit, moet weg. De maatschappelijke ordening is de vijand.

Het zijn symptomen, natuurlijk. Als fenomeen is zowel de opstandigheid van de superrijken als de volkse soevereinen uiterst beperkt. Maar deze verschijnselen staan wel ergens voor.

De vijandigheid tegen een maatschappelijke orde die erop uit is je te dwarsbomen, leeg te zuigen, kapot te maken, wordt door de slopers van binnenuit actief aangemoedigd. Zoals Volkskrant-columnist Sander Schimmelpennick schrijft: „Sociale media zijn een verslaving voor de massa, waarmee een handjevol superrijken en wereldmachten mensen hersenspoelen. Alleen dankzij sociale media kon het gebeuren dat ons in tijden van ongekende welvaart is aangepraat dat we onoverkomelijke verschillen hebben, en alleen met sociale media kan de 1 procent de andere 99 procent zo massaal tegen de eigen belangen in laten stemmen. Sociale media zijn opium én het ultieme surveillancemiddel, volledig in handen van geopolitieke tegenstanders van Europa.”

Anders gezegd: de gemanipuleerde gelukzaligheid van de personages in Brave New World is vervangen door een digitaal aangejaagde, permanente woede.

De digitale woede kent geen grenzen, wat voor beschaving doorgaat heeft er geen greep meer op. Neem de steeds uitzinnigere en controversiëlere complottheorieën die de Amerikaanse ‘politiek commentator’ Candace Owens voor een groeiend miljoenpubliek verspreidt. Woede, verontwaardiging en controverse zijn bij haar tot louter kwaadaardig entertainment geworden. Het is roddel, juice, maar dan giftig en politiek geladen, van iemand die volgens haar fans tegen ‘het establishment’ durft in te gaan, het enige criterium dat nog geldigheid heeft voor haar aanhang.

Of neem de van blinde haat vervulde reactie van Trump op gewelddadige dood van de ‘linkse’ Hollywood-regisseur Rob Reiner en zijn vrouw, om het leven gebracht door hun verslaafde zoon. Trump noemde hem onder meer „gestoord” en „heel slecht voor ons land”. In de oude orde zou zo’n uiting onbestaanbaar zijn, blijk geven van een onvoorstelbare wreedheid en gebrek aan beschaving. De aanhangers van Trump prijzen hem echter om zijn eerlijkheid, eindelijk iemand die wars is van hypocriete praatjes.

Totale lustbevrediging

In zijn beroemde cultuurkritische essay Het onbehagen in de cultuur (1930) schrijft Sigmund Freud dat er altijd een spanning bestaat tussen het verlangen van een individu naar lustbevrediging (in de brede zin van het woord) en de cultuur waarvan hij deel uitmaakt. Kortom: je krijgt niet altijd je zin, als zou je dat nog zo graag willen. Cultuur is voor Freud het inperken en kanaliseren van menselijke driften en instincten. Die zijn niet van nature goedaardig; volgens Freud deugen de meeste mensen zelden.

Een mens moet, kort gezegd, in toom worden gehouden, door zelfbeheersing of door de cultuur van buitenaf. Dat roept spanningen en frustratie op, vandaar dat onbehagen, vandaar het stiekeme verlangen om de totale lustbevrediging ruim baan te geven, niet langer geremd te zijn door de hindernissen die de zogenaamde ‘beschaving’ je oplegt.

Freud schrijft: „De waarheid achter dit alles, die men liever verloochent, is dat de mens geen zachtaardig wezen is dat liefde nodig heeft en zich hoogstens weet te verdedigen als het wordt aangevallen; in zijn driftleven is hij juist begiftigd met een enorme dosis agressie. Bijgevolg is zijn naaste voor hem niet alleen een potentiële helper en seksueel object, maar ook iemand die hem ertoe verleidt zijn agressie op hem uit te leven, zonder vergoeding te profiteren van zijn werkkracht, hem zonder instemming seksueel te gebruiken, zich van zijn bezittingen meester te maken, hem te vernederen, pijn te doen, te martelen en te doden.”

Je zou dit de tijd van de Grote Deregulering kunnen noemen. Overal wordt nu de kettingzaag gehanteerd, of gedreigd met de kettingzaag: in de economie, in de (geo)politiek, maar ook in de meest basale omgangsvormen tussen mensen onderling. Het ontnuchterende, illusieloze mensbeeld van Freud wordt niet langer verloochend, zoals hij zelf nog schreef, het wordt niet langer weggemoffeld als een duistere kant die we maar liever niet onder ogen zien. Integendeel. Het wordt tegenwoordig onbeschaamd omarmd en uitgeleefd, als iets dat juist bij uitstek vitaal en authentiek is.

De cultuur en beschaving, die Freud tegen de door driften beheerste mens in stelling bracht, worden nu consequent als vijandige, autoritaire machten afgeschilderd. Pas als daarmee meedogenloos is afgerekend, kan in de woorden van cryptokoning Janssens, „een paradijs op aarde” ontstaan. Wij weten dat het de hel zal worden. 

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Broncode

Doorzie de wereld van technologie elke week met NRC-redacteuren 

Source: NRC

Previous

Next