Vogelgriep De boerderijen van twee Limburgse pluimveeboeren zijn afgelopen week geruimd. „Het is verschrikkelijk”, zegt een van hen. Door vogelgriep is het aanbod kalkoenvlees deze Kerst schaars.
De eerste 24 uur na het nieuws ben je nauwelijks aanspreekbaar, weet Twan Jenniskens, kalkoenhouder in het Noord-Limburgse Ysselsteyn. „Je wordt geleefd, het is emotioneel.” Hij begrijpt als geen ander dat de boer even verderop, die op deze Eerste Kerstdag zijn 99.000 leghennen wegens vogelgriep heeft moeten laten ruimen, de media op dit moment maar heel kort te woord staat.
„Ik heb echt geen tijd en bovendien mag er niemand het erf op”, is het enige dat Henk Nieuwenhuis, bedrijfsleider van het getroffen Veulen Pluimvee B.V., telefonisch kwijt wil. Rond zijn bedrijf, gelegen in Veulen (gemeente Venray) heeft de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) per direct een 10-kilometerzone ingesteld waarbinnen er geen vogels of eieren mogen worden vervoerd.
In die zone bevinden zich zo’n zestig pluimveehouderijen, blijkt uit gegevens van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland uit 2021, de meest recente cijfers die bekend zijn. In totaal hielden de bedrijven daar ongeveer vijf miljoen kippen en kalkoenen, dat jaar.
Ook voor de 55-jarige Jenniskens is het leed nog vers, maar hij kan er inmiddels over praten. Op één van zijn twee bedrijven werd afgelopen weekend vogelgriep vastgesteld. De dag erna werden alle 23.000 kalkoenen daar gedood.
„Het ziekteverloop gaat razendsnel”, vertelt hij aan de telefoon. „We zagen dat er dieren lusteloos waren en niet meer overeind kwamen. Eerst dachten we aan leververvetting, maar het verspreidde zich heel snel door de stal. Ze werden dood- en doodziek.” Hij belde de NVWA, die deed een sneltest en stuurde monsters naar een lab. „Om half twee ’s nachts kregen we de uitslag, om half acht ’s ochtends stonden de ruimers op de stoep.”
In twee van zijn vier stallen waren de kalkoenen nog kerngezond, zegt Jenniskens, maar ook die moesten worden gedood. Vergast, want zo gaat het. „Er wordt een deken van CO2 in de stal gespoten. Dat verdrijft de zuurstof en zo slapen ze langzaam in.”
Het is verschrikkelijk, zegt de pluimveehouder. „In de eerste plaats voor de dieren. Je kunt geen boer zijn als je geen passie hebt voor dieren.”
Een betrokkene bij Veulen Pluimvee, die anoniem wil blijven „omdat NRC een slechte naam heeft in de landbouwsector” – zijn naam is bij de redactie bekend – vertelt een vergelijkbaar verhaal. „Normaliter is het rumoerig in de stal. Nu zagen we in één hoek dat het stil was. Ze tokten niet meer. Dan weet je dat het foute boel is.”
De vogelgriep breidt zich wereldwijd al jaren uit, zowel onder wilde vogels als in de pluimveesector. Eind november had de Europese Voedselveiligheidautoriteit binnen de Europese Unie voor dit seizoen al 2.500 besmettingen bij wilde vogels en 440 gevallen bij door mensen gehouden vogels geconstateerd. Voor wilde vogels ging het om een record voor dat moment in het jaar.
Doordat er in Duitsland onlangs veel kalkoenhouderijen zijn geruimd, is het aanbod aan kalkoenvlees deze Kerst in Nederland schaars, meldde de Nederlandse Vakbond Pluimveehouders woensdag. Het meeste kalkoenvlees dat in Nederland wordt gegeten komt daar vandaan. Ook in de Verenigde Staten, waar kalkoen voor veel mensen bij Kerst hoort, veroorzaakt vogelgriep een aanbodprobleem, aldus de vakbond.
Vogelgriep kan worden overgedragen op zoogdieren en ook op mensen, maar dat laatste gebeurt nog maar weinig. De vrees bestaat wel dat het virus dusdanig muteert dat er een variant ontstaat die mensen aan elkaar kunnen overdragen. Begin deze maand werd bekend dat er voor het eerst in Nederland vogelgriep is geconstateerd bij een huiskat.
Twan Jenniskens spreekt inmiddels met enige routine over vogelgriep. Vier jaar geleden, op de dag af, moest zijn bedrijf ook geruimd worden, zegt hij. „Heel bizar dat dit ons twee keer op precies hetzelfde moment is overkomen. Toch denk ik echt dat ik er weinig aan kan doen.”
Het virus zit onder andere in uitwerpselen van besmette vogels en kan zich via besmette stofdeeltjes in de lucht verspreiden. Jenniskens stallen hebben een vrije uitloop, maar ook als die er niet is, kan er via de ventilatie besmette lucht de stal binnenkomen.
Misschien is het toch niet zo vreemd dat de twee besmettingen op zijn bedrijf op dezelfde datum zijn geconstateerd, vertelt Jenniskens. „In beide gevallen waren er kort daarvoor suikerbieten geoogst in de directe omgeving. Vier jaar geleden was dat op ons eigen bedrijf, dit jaar bij een boer in de omgeving. Ik zag er enorm veel ganzen op afkomen. Die zijn gek op de resten.” Hij vermoedt dat de besmetting via ganzenpoep is gegaan.
Het is slechts een persoonlijke theorie, zegt de boer, en het verband is natuurlijk niet goed aan te tonen. „Maar misschien helpt het als boeren de resten voortaan de grond in werken.” Hij sluit overigens niet uit dat een alternatief gewas ook ganzen zou aantrekken.
Verder zorgt hij voor „hygiëne, hygiëne, hygiëne” op zijn twee bedrijven. Om uitwisseling te voorkomen runt hij zelf het ene bedrijf en zijn zoon het andere. En het is wachten tot er een vaccin op de markt komt. Een pilotproject met een vaccin op één pluimveehouderij duurt nog tot begin 2027. „Het zal de kans op een uitbraak niet wegnemen, maar wel verkleinen.”
De kosten van de vaccinatie zullen moeten worden doorberekend in de consumentenprijs, zegt Jenniskens. Het vlees van zijn bedrijf gaat naar supermarkten van Jumbo, Lidl en Superunie (onder andere Plus, Dirk, Vomar).
De kosten voor de ruiming worden vergoed, maar de leegstand is een post die een bedrijf zelf moet dragen. Aan stoppen denkt de boer niet. „Toen De Peel werd ontgonnen is mijn grootvader hier een gemengd bedrijf begonnen. Mijn zoon, die vorig jaar in het bedrijf gekomen, is de vierde generatie. Het mooie is dat hij gelijk probeert te bedenken hoe we weer kunnen opstarten.”
Daar heeft de NVWA een protocol voor. Na de ruiming mag er twee weken niemand in de stal komen, daarna volgt een periode van ontsmetten, wachten en controles. „Na ongeveer twee maanden kun je weer beginnen. Dat gaan we zeker doen, want de vraag naar pluimveevlees stijgt nog steeds. We laten ons niet zomaar uit het veld slaan.”
Met medewerking van Rik Wassens
Economieredacteuren nemen je mee in de discussies die zij op de redactie voeren over actuele ontwikkelingen
Source: NRC