Mijn laatste column van 2025 is voor Ahmed Abdillahi uit Rotterdam. Vijfentwintig keer liep hij dit jaar een marathon. Ruim 1.050 kilometer legde hij af, om aandacht te vragen voor armoede in zijn stad, in ons land, misschien wel wereldwijd. Op warme dagen, op koude dagen. Op dagen dat het regende en waaide. Hij rende door straten die hij kende. En straten die hij niet kende. Op 21 december liep hij zijn laatste.
Met een gemiddelde van drieënhalf uur per marathon had Ahmed bijna negentig uur om na te denken. Waaraan zou hij gedacht hebben onderweg? Bij de eerste stappen dacht hij aan zijn doel, dat weet ik zeker. Maar eenmaal bezig gaat je hoofd zijn eigen gang. Je neus pikt een geur op, of je hoort een bekend geluid. En ineens zit je in gedachten in je jeugd.
Voor Ahmed lag die in Somalië, tot hij op zijn twaalfde vluchtte met zijn oom en tante voor de burgeroorlog die er toen woedde. Hoe is het om dan in een dorpje in Friesland terecht te komen, waar de zon ook wel schijnt, maar niet sterker dan het lampje van de koelkast?
Voerden zijn marathons ook door Hilligersberg? Het sneeuwde die winter van 2009, hij was net postbezorger geworden. Het ging niet goed met hem. Hij dronk en blowde, om de werkelijkheid te ontvluchten – tot de vrieskou hem in de wangen beet. Zijn ogen gingen open in de sprookjesachtig witte wijk. Ahmed nam steeds vaker de fiets of zijn hardloopschoenen om Nederland te ontdekken. En hij las. Filosofen, economen, grote denkers, om de wereld te begrijpen.
Maar misschien zorgen zijn tassen post daar pas echt voor. Hij komt overal. In de dure flats in Rotterdam waar ze geen oog hebben voor een postbode zoals hij. Hij is daar een schim, onzichtbaar bijna. In de arme wijken zitten mensen juist op hem te wachten. Hij is daar soms de enige vorm van sociaal contact.
Als hij tijd heeft maakt hij een praatje, en ontdekt hij hoe groot de armoede en eenzaamheid van velen in Rotterdam echt is. Hoe groot de verschillen zijn. Ahmed heeft ongetwijfeld ook gelezen dat het zo eenvoudig is dat op te lossen, niet alleen in Rotterdam, maar wereldwijd. De allerrijksten hoeven maar zo weinig te geven. Als de rijkste tien procent ter wereld, en dat is iedereen die jaarlijks meer dan honderdduizend dollar verdient, twintig cent per dag geeft kan de grootste nood gelenigd worden, berekende de VN onlangs. Maar we vertikken het.
We gaven afgelopen jaar als wereld 2,7 biljoen euro uit aan wapens, maar wilden niet slechts één procent van dat bedrag besteden aan het oplossen van de allerergste ellende. Tenhemelschreiend is het dat we zelfs in Nederland kiezen voor ernstige ziektes als doel voor Serious Request, en niet voor armoede of vluchtelingen – omdat dat te veel polariseert.
Ik word er zo cynisch van. Ahmed niet. Hij ziet door heel zijn stad, door alle polarisatie heen, juist de overeenkomsten. Ik heb in gesprekken met mensen gemerkt dat we ondanks alles eensgezind zijn, zegt hij. Een stad is een optelsom van individuen. Hetzelfde geldt voor een land, en voor de wereld.
Met elke stap dit jaar pleitte Ahmed daarvoor: voor oog hebben. Voor een echt gesprek. Voor barmhartigheid. Daarom is mijn laatste column van 2025 voor Ahmed Abdillahi. Denk in 2026 nog eens aan hem.
Het laatste nieuws en de beste stukken over de mooiste havenstad die er is
Source: NRC